nr. 45
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 mei 1999
Hierbij vraag ik uw aandacht voor het volgende.
In het Algemeen Overleg met uw Commissie over de modernisering ouderenzorg
heb ik u toegezegd de resultaten van de substitutieprojecten van de afgelopen
jaren toe te zenden. Ter uitvoering van die toezegging doe ik u hierbij het
rapport van Research voor beleid, «Zorgvernieuwingsprojecten nader bezien»,
toekomen (bijlage 1)1.
Daarnaast heeft u verzocht nader geïnformeerd te worden over de experimenten
van de Ziekenfondsraad.
Alvorens nader in te gaan op de keuze van de experimentgebieden geef ik
u eerst enige informatie over de ontstaansgeschiedenis. De Ziekenfondsraad
werd in toenemende mate geconfronteerd met allerlei nieuwe ontwikkelingen
die grote invloed hadden en hebben op een aantal voor de sociale ziektekostenverzekeringen
cruciale aspecten. Hierbij kan met name gedacht worden aan de volgende aspecten:
a de toegankelijkheid van de zorg, zowel fysiek als financieel;
b de afbakening van het verzekerde pakket;
c een goede afstemming van het hulpaanbod, zowel binnen de verschillende
zorgclusters als tussen de verschillende zorgclusters en tussen verzekerde
zorg en niet verzekerde zorg.
Als belangrijkste ontwikkelingen die van invloed zijn op de hiervoor genoemde
aspecten kunnen worden genoemd:
1. toenemende deconcentratie van intramurale voorzieningen;
2. maatregelen op het gebied van eigen bijdragen;
3. flexibilisering van de verstrekkingen;
4. transmuralisatie en extramuralisatie van de zorg;
5. vermaatschappelijking van de verzekerde zorg (bijvoorbeeld op gebied
van de oggz en de ouderenzorg);
6. ontwikkelingen op het gebied van het wonen;
7. toenemende normalisatie in samenhang met flexibilisering van het verstrekkingenpakket.
Ontwikkelingen op het ene gebied kunnen verregaande gevolgen hebben op
een ander gebied met de daarbij behorende financiële verschuivingen.
Zo zal flexibilisering van de verstrekkingen in samenhang met normalisatie
leiden tot een verschuiving van kosten van het eerste naar het tweede compartiment.
Afbouw van intramurale capaciteit zal over het algemeen leiden tot een verminderde
opbrengst aan eigen bijdragen.
Vastgesteld werd dat veelal onvoldoende inzicht bestond in de totale gevolgen
van wenselijk gedachte veranderingen, omdat experimenten en zorgvernieuwing
zich vooral op specifieke onderdelen richten. Ook werd vastgesteld, dat daar
waar veranderingen wenselijk werden geacht realisering van die veranderingen
vaak niet mogelijk leek in verband met belemmerende regelgeving (bijvoorbeeld
op het gebied van planning of financiering).
Gelet op het voorgaande achtte de Ziekenfondsraad het wenselijk op een
aantal plaatsen te experimenteren en te bezien of wenselijk geachte veranderingen:
– worden belemmerd door (nog) bestaande regelgeving;
– geen voor verzekerden onaanvaardbare zorginhoudelijke of financiële
gevolgen hebben;
– uitvoeringstechnisch verantwoord zijn;
– geen onaanvaardbare financiële risico's met zich meebrengen;
– voldoende beheersbaar en controleerbaar zijn.
Dergelijke experimenten dienen zeer nauwkeuring te worden geëvalueerd,
zodat aan de hand van de uitkomsten verantwoorde besluiten over toekomstige
ontwikkelingen kunnen worden genomen. De samenhang is hierbij van groot belang.
Voor wat betreft de keuze van de experimentregio's kan het volgende worden
opgemerkt. Er is nadrukkelijk voor gekozen niet zelf door de Ziekenfondsraad
experimenten te laten opzetten, maar aansluiting te zoeken bij ontwikkelingen
die zich op verschillende plaatsen in het land voordoen.
Uitgangspunt hierbij is dat in de voorziene experimenten alle aspecten
en ontwikkelingen die hiervoor zijn genoemd aan de orde komen.
Overwegende dat, gelet op het brede scala van aspecten en ontwikkelingen,
redelijkerwijs niet verwacht mag worden, dat een experiment alle elementen
in zich draagt is er voorts vanuitgegaan, dat sprake kan zijn van brede maar
ondiepe experimenten, waarin met name afstemmingsvraagstukken aan de orde
komen en van smalle maar diepe experimenten, waarin op bepaalde specifieke
elementen zeer diep en gedetailleerd wordt ingegaan.
Op verzoek van het Ministerie van VWS is bij de keuze ook rekeninggehouden
met het feit dat in sommige regio's de Stichting Experimenten Volkshuisvesting
(SEV) bij het experiment is betrokken. Dit heeft ertoe geleid dat de SEV in
drie van de zes gekozen experimentregio's betrokken is bij de ontwikkelingen.
Op deze wijze krijgen de aspecten die samenhangen met het scheiden van wonen
en zorg voldoende aandacht.
Ook is er bij de keuze op gelet, dat zorg uit de verschillende zorgclusters
(gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg), niet verzekerde
zorg en huisvestingsvraagstukken in de experimenten aan de orde komen, waarbij
zo mogelijk ook het verschil tussen stad en platteland tot uiting komt. Een
en ander heeft geleid tot de volgende zes experimentregio's:
| Projectregio | Aard van het
project | Voornaamste betrokken partijen |
|---|
| Breda | Smal en diep;
hoofdaccent: scheiden van wonen en zorg, leidend cluster: GGZ (RIBW) | RIBW,
GSD, Woningcorporaties, VNG, LPR, SEV, bewonersraad, zorgkantoor |
| | | |
| Land
van Cuijk | Breed en ondiep; hoofdaccent: afstemmen zorgaanbod/zorgcontinuüm
leidend cluster: GGZ | GGZ, thuiszorg, Zks, VG, verzorgingshuis, verpleeghuis. |
| | | |
| Woerden e.o. | Breed en ondiep, hoofdaccent: flexibilisering
zorg op maat leidend cluster: ouderenzorg | ZKS, verpleeghuis, verzorgingshuis,
thuiszorg, gemeente, woningcorporatie, patiënten, vrijwilligers,
mantelzorgers zorgkantoor. |
| | | |
| Kampen/IJsselmuiden | Breed en ondiep; hoofdaccent:
transcategoriale zorgvernieuwing; leidend cluster: VG | DVO, SPD, Wozoco,
thuiszorg, Woonzorg Nederland, zorgkantoor. |
| | | |
| Trynwâlden | Deels
smal en diep; hoofdaccent: (onder)scheiden wonen en zorg; deels breed
en ondiep; hoofdaccent: geïntegreerde dienstverlening voor ouderen, leidend
cluster: ouderenzorg | Verzorgingshuis, verpleeghuis, thuiszorg, provincie,
gemeente, seniorenraad, woningbouwvereniging, SEV, NIBUD, zorgkantoor. |
| | | |
| Amstelveen/Amsterdam | Hoodzakelijk
smal en diep; hoofdaccent: extramuraliseren; scheiden wonen en zorg; leidend
cluster: LG | Grote woonvorm, gemeente, woningcorporatie, SEV, gehandicaptenorganisaties,
zorgkantoor. |
Tot slot kan nog worden vermeld dat de experimenten per 1 januari 1999
officieel zijn gestart. Het evaluatieonderzoek is inmiddels opgedragen aan
het NIZW en RIGO. Deze twee instituten hebben inmiddels de eerste tussenrapportage
uitgebracht, welke ik u hierbij doe toekomen (bijlage 2).1
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben ingelicht.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. M. Vliegenthart