nr. 11
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 augustus 1995
Bijgaand doe ik u toekomen een notitie waarin een nadere verkenning is
opgenomen van de mogelijkheden tot toepassing van het verlaagde btw-tarief
op milieuvriendelijke en energiebesparende goederen en diensten en op arbeidsintensieve
diensten.
Deze verkenning strekt mede tot uitvoering van de motie van de heren Ybema,
Van der Vaart, Van Rey, Leerling en Schutte (Kamerstukken II 1992/93, 22 873,
nr. 22).
De Staatssecretaris van Financiën,
W. A. F. G. Vermeend
EEN VERKENNING VAN DE MILIEU-, ENERGIEBESPARINGS- EN WERKGELEGENHEIDSASPECTEN
VAN DE WERKINGSSFEER VAN HET VERLAAGDE BTW-TARIEF
1. Algemeen
1.1. Inleiding
In deze notitie waarin een nadere verkenning is opgenomen van de mogelijkheden
tot toepassing van het verlaagde btw-tarief op milieuvriendelijke en energiebesparende
goederen en diensten en op arbeidsintensieve diensten, schets ik de stand
van zaken van deze dossiers in (het verband van) de Europese Unie (hierna:
EU). Bovendien wil ik de Kamer, vooruitlopend op de Brusselse besluitvorming,
inzicht geven in het Brusselse besluitvormingstraject en een referentiekader
bieden voor de politieke meningsvorming ter zake van een aantal aspecten van
nationale maatregelen als te zijner tijd de Brusselse besluitvorming daartoe
de ruimte biedt. Ik wil benadrukken dat Nederland in lijn met uitspraken van
de Kamer regelmatig in EU-verband – zowel formeel als informeel –
ervoor heeft gepleit dat de lid-staten op het desbetreffende gebied de vrijheid
moeten krijgen het verlaagde BTW-tarief toe te passen op prestaties waarvan
dat in het kader van het milieu- of werkgelegenheidsgebied van belang wordt
geacht, voorzover hierdoor geen ernstige grensoverschrijdende concurrentieverstoring
plaatsvindt. Ik heb de Kamer daarover bij diverse gelegenheden geïnformeerd.
Daarbij heb ik ook aangegeven dat ik helaas niet optimistisch ben dat Nederland
op korte termijn daarvoor de ruimte zal krijgen1. Heronderzoek,
in het kader van (mogelijke) besprekingen in EU-verband, naar de werkingssfeer
van de verlaagde btw-tarieven in de Europese interne markt vindt ingevolge
de zogenoemde btw-tariefrichtlijn2 periodiek om de twee jaar plaats,
aan de hand van een verslag van de Europese Commissie. Het eerste verslag
is eind 1994 door de Commissie uitgebracht. Om nog aan te duiden redenen verwacht
ik niet dat de daarmee ingezette en thans lopende heroverwegingsronde nog
tot een significant positief resultaat ter zake van de milieu- en werkgelegenheidsaspecten
van de btw-tariefindeling leidt. De aandacht dient thans primair te worden
gericht op de volgende ronde van heronderzoek, op basis van een nieuw verslag
van de Europese Commissie per einde 1996. Deze notitie tracht aan te geven
op welke wijze het Nederlandse pleidooi in die volgende ronde nog beter onderbouwd
en voorbereid, kracht kan worden bijgezet.
Niettemin zal ik in het kader van het lopende heronderzoek naar de werkingssfeer
van de verlaagde btw-tarieven in Brussel het pleidooi voor opneming van milieuvriendelijke
en energiebesparende prestaties en van arbeidsintensieve diensten blijven
voortzetten.
Zoals u bekend is, heb ik recent als een eerste stap in de gewenste richting,
de Europese Commissie verzocht Nederland bij wijze van experiment en vooralsnog
voor een periode van enkele jaren te machtigen op schoenherstellersdiensten –
onder verwijzing naar het arbeidsintensieve en milieuvriendelijke karakter
ervan – het verlaagde btw-tarief toe te passen. Ik heb dit verzoek waarbij
ik ook de kledingherstelling heb betrokken, nader toegelicht op de vergadering
van de Ecofinraad van 10 juli jl.3 en daarbij tevens opnieuw de
Commissie en de Raad opgeroepen verder te werken aan vorengenoemd tarieven-heronderzoek
en aan wijziging van de reikwijdte van het verlaagde btw-tarief met het oog
op de milieu- en werkgelegenheidsaspecten van de btw-tariefindeling. Ik hoop
daarmee te bevorderen dat zowel de discussie over, als de voortgang in, deze
dossiers blijft plaatsvinden en dat de nieuwe Commissaris Monti – die
ik binnenkort persoonlijk op deze dossiers hoop te kunnen aanspreken –
ook in het aangekondigde btw-groenboek hieraan aandacht zal schenken. Tot
mijn spijt is tijdens1 Richtlijn nr. 92/77/EEG
van de Raad van de Europese Unie van 19 oktober 1992, PbEG L 316. Deze richtlijn
bevat de tariefbepalingen die in de Zesde btw-richtlijn zijn opgenomen.