Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24249 nr. A |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24249 nr. A |
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 11 september 1995 en de reactie van de indiener d.d. 24 oktober 1995, aangeboden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Bij brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 26 juli 1995, heeft de Tweede Kamer bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting van het lid Lansink tot wijziging van onder meer de Wet op de studiefinanciering in verband met de leeftijd waarop aanspraak op studiefinanciering in het hoger onderwijs ontstaat.
Het voorstel geeft de Raad van State aanleiding tot de volgende opmerkingen.
1. Ten aanzien van het hoger onderwijs wordt met het initiatiefwetsvoorstel de leeftijdsgrens van 18 jaar voor toekenning van de studiefinanciering op basis van de Wet op de studiefinanciering (WSF) verlaten. Daarmee wordt het voor toekenning van studiefinanciering beneden de 18 jaar bepalend of de studerende volledig (voltijds) hoger onderwijs volgt. Om dit criterium te kunnen operationaliseren, is een definitie van hoger onderwijs noodzakelijk in de WSF, zoals opgenomen in artikel I, onderdeel A, van het regeringsvoorstel inzake de prestatiebeurs (Kamerstukken II 1994/95, 24 094, nr. 2). Een dergelijke bepaling ontbreekt in het initiatiefwetsvoorstel. De Raad beveelt aan hierin te voorzien.
1. Ondergetekende heeft bij de formulering van het initiatiefwetsvoorstel een omissie begaan door de definitie van hoger onderwijs, zoals opgenomen in artikel I, onderdeel A, van het regeringsvoorstel inzake de prestatiebeurs niet op te nemen. Een dergelijke bepaling is inderdaad noodzakelijk om te kunnen vaststellen, dat de studerende beneden 18 jaar volledig (voltijds) hoger onderwijs volgt. Het wetsvoorstel is in die zin aangepast.
2. Ingevolge artikel III van het initiatiefvoorstel kunnen degenen die jonger zijn dan 18 jaar en een voltijdsstudie in het hoger onderwijs volgen, een verzoek tot toekenning van studiefinanciering indienen dat reeds geldt voor het kwartaal waarin het voorstel in werking is getreden, indien zij dit uiterlijk op de laatste dag van het kwartaal hierop volgend doen, in afwijking van artikel 32, tweede lid, WSF. Dit zal naar verwachting van de Raad tot praktische problemen leiden. Allereerst kan op deze wijze een ongewenste werkdruk komen te staan op de uitkerende instantie, de Informatie Beheer Groep, gezien de afwijking gedurende één studiejaar van het normaal geldende administratieve systeem. Daarnaast kan er op deze wijze een overlapping met de uit te keren kinderbijslag ontstaan, welke later, naar de Raad aanneemt, weer ongedaan moet worden gemaakt. De formulering van de bepaling moet overigens worden bijgesteld: ze zou niet slechts de indiening van het verzoek om toekenning van studiefinanciering moeten betreffen, maar ook en vooral de toekenning zelf, nu artikel 32, tweede lid, WSF daarover gaat.
Het college adviseert het nieuwe stelsel te laten ingaan met ingang van een nieuw studiejaar en daarin te voorzien door schrapping van artikel III en aanpassing van artikel IV (ten onrechte genummerd als VI) van het voorstel.
2. Ondergetekende heeft kennis genomen van de kritiek van de Raad van State met betrekking tot de terugwerkende kracht van maximaal een kwartaal, en de eventuele overlapping met de uit te keren kinderbijslag. Het doen gelden van een verzoek tot toekenning van studiefinanciering voor het kwartaal waarin het voorstel in werking is getreden, indien zij dit uiterlijk op de laatste dag van het kwartaal hierop volgend doen, is ingegeven door de geschiedenis van het wetsvoorstel prestatiebeurs. Ook telt de omstandigheid, dat al eerder verwachtingen zijn gewekt bij de studenten, die hoger onderwijs volgen maar de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt. Een spoedige behandeling en aanvaarding van het initiatiefwetsvoorstel zou kunnen inhouden, dat in het lopende cursusjaar 1995–1996 alsnog studiefinanciering zou kunnen worden toegekend. Ondergetekende acht de praktische bezwaren, die de Raad signaleert met betrekking tot de werkdruk van de Informatie Beheer Groep niet van dien aard, dat het initiatiefwetsvoorstel zou moeten worden aangepast. Het aantal studenten, dat een aanvraag zal indienen is klein in vergelijking met het grote aantal mutaties, dat de Informatie Beheer Groep jaarlijks te verwerken heeft. De Raad wijst erop dat er overlapping kan ontstaan met uit te keren kinderbijslag. De Raad doelt hiermee kennelijk op de mogelijkheid dat de inwerkingtreding niet aan het begin van een kalenderkwartaal plaats heeft. Aan dit punt is gevolg gegeven door in artikel III de mogelijkheid tot het doen van een verzoek te beperken tot een kwartaal en tevens in artikel IV op te nemen dat de inwerkingtreding moet worden bepaald op de eerste dag van een kalenderkwartaal. Bij deze wijzigingen is tevens rekening gehouden met de redactionele kanttekening inzake de toekenning van studiefinanciering.
Hoewel het advies van de Raad om het nieuwe stelsel met ingang van een nieuw studiejaar te laten ingaan begrijpelijk is uit oogpunt van eenvoud, heeft ondergetekende dat advies niet overgenomen. De al langer in de Kamer levende wens om deze voorziening te treffen maakt een zo spoedig mogelijke toekenning van het recht op studiefinanciering aan studenten in het hoger onderwijs, die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt gewenst.
3. Voor enkele redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
3. De eerste redactionele kanttekening is in het wetsvoorstel verwerkt. Aan de tweede redactionele kanttekening strekkende tot het vervangen van het woord «verzoek» door het woord «aanvraag» is geen gevolg gegeven, nu de regering al heeft laten weten deze terminologie voor de gehele WSF bij afzonderlijke regeling aan te passen. Aanpassing voor één geval zou de terminologie inconsistent maken.
Lansink
– In het voorgestelde artikel 7a, vierde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet aanwijzing 82 van de Aanwijzingen voor de regelgeving in acht nemen.
– In artikel III de terminologie van de Algemene wet bestuursrecht volgen en «verzoek» vervangen door: aanvraag.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24249-A.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.