nr. 5
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de leeftijdsgrens
van 18 jaar voor aanspraken op studiefinanciering in het hoger onderwijs te
laten vervallen en dat in verband daarmee wijziging van onder meer de Wet
op de studiefinanciering nodig is;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet op de studiefinanciering wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel
p door een puntkomma, een onderdeel q toegevoegd, luidende:
q. hoger onderwijs: wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs.
Aa
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt «die volledig onderwijs volgen» vervangen
door: die volledig hoger onderwijs volgen en die nog niet de leeftijd van
27 jaren hebben bereikt, alsmede voor studerenden die volledig onderwijs,
niet zijnde hoger onderwijs, volgen.
2. In onderdeel b wordt na «volledig onderwijs» ingevoegd:
, niet zijnde hoger onderwijs,.
B
Aan artikel 3 wordt een derde lid toegevoegd, luidende:
3. De studerende die door het gaan volgen van hoger onderwijs vóór
het bereiken van de leeftijd van 18 jaren gaat voldoen aan de voorwaarden
van de artikelen 7 tot en met 11, komt dan voor het ontvangen van studiefinanciering
in aanmerking op de eerste dag van het kwartaal dat daarop volgt.
C
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «studerenden van 18 tot 27 jaren die
volledig onderwijs volgen» vervangen door: studerenden tot 27 jaren
die volledig hoger onderwijs volgen, alsmede studerenden van 18 tot 27 jaren
die overig volledig onderwijs volgen.
2. In het tweede lid wordt na «volledig onderwijs» ingevoegd:
, niet zijnde hoger onderwijs,.
D
Het opschrift van hoofdstuk II wordt vervangen door: STUDERENDEN TOT 27
JAREN DIE VOLLEDIG HOGER ONDERWIJS VOLGEN, ALSMEDE STUDERENDEN VAN 18 TOT
27 JAREN DIE OVERIG VOLLEDIG ONDERWIJS VOLGEN
E
In artikel 8, eerste lid, wordt na «de studerende» ingevoegd:
die volledig hoger onderwijs volgt, nog niet de leeftijd van 27 jaren heeft
bereikt, of dat de studerende die overig volledig onderwijs volgt,.
F
In artikel 12, vierde lid, wordt «de leeftijd van 18 jaar nog niet
heeft bereikt» vervangen door: nog geen aanspraak op studiefinanciering
in de zin van dit hoofdstuk had.
G
In artikel 33 vervalt: die de leeftijd van 17 jaren heeft bereikt,.
H
De inhoudsopgave wordt als volgt gewijzigd:
Het opschrift van hoofdstuk II wordt vervangen door: Studerenden tot 27
jaren die volledig hoger onderwijs volgen, alsmede studerenden van 18 tot
27 jaren die overig volledig onderwijs volgen.
ARTIKEL II
De Algemene Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd:
Na artikel 7 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 7a
1. De verzekerde heeft geen recht op kinderbijslag overeenkomstig de bepalingen
van deze wet voor een eigen kind, een aangehuwd kind of een pleegkind, indien
dat kind op de eerste dag van een kalenderkwartaal recht heeft op studiefinanciering
op grond van de Wet op de studiefinanciering.
2. Ook bestaat geen recht op kinderbijslag zolang op een verzoek tot het
treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in titel 8.3 van de Algemene
wet bestuursrecht, ingediend door degene die studiefinanciering op grond van
de Wet op de studiefinanciering heeft aangevraagd, geen uitspraak is gedaan.
ARTIKEL III
Aan een studerende in het hoger onderwijs die op het tijdstip van inwerkingtreding
van deze wet naar de maatstaf van artikel 3, tweede lid, van de Wet op de
studiefinanciering jonger is dan 18 jaar en die op grond van deze wet aanspraak
krijgt op studiefinanciering op grond van hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering,
kan, in afwijking van artikel 32, tweede lid, van die wet, studiefinanciering
worden toegekend indien het verzoek daartoe wordt gedaan op uiterlijk de laatste
dag van het kalenderkwartaal waarin de datum van inwerkingtreding is gelegen.
ARTIKEL IV
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip,
dat is gelegen op de eerste dag van een kalenderkwartaal.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,