Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal1995-199624245 nr. 13

24 245
Bepalingen met betrekking tot de militaire dienstplicht alsmede wijziging van enige wetten en overgangsrecht (Kaderwet dienstplicht)

nr. 13
DERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 4 juni 1996

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In de eerste volzin van artikel 37, eerste lid, vervalt «en artikel 20».

B

In de eerste volzin van artikel 38, eerste lid, vervalt «en artikel 20».

C

Na artikel 48e wordt een nieuw artikel 48f ingevoegd, luidende:

Artikel 48f. Aanpassing artikel 52, derde lid, in verband met wijziging van verschillende wetten inzake de erkenning van de vrijheid van levensovertuiging als grondrecht

Indien het bij koninklijke boodschap van 19 februari 1996 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van bepalingen van verschillende wetten in verband met de erkenning van de vrijheid van levensovertuiging als grondrecht (kamerstukken II 1995/96, 24 614) tot wet wordt verheven en in werking is getreden op het moment dat paragraaf 2 van hoofdstuk 5 van deze wet in werking treedt, vervalt in de eerste volzin van het derde lid van artikel 52 «of een godsdienstig-menslievend ambt».

D

In artikel 63, derde lid, vervalt «en artikel 20».

E

In de bij deze wet behorende inhoudsopgave wordt na de omschrijving van artikel 48e ingevoegd:

Artikel 48f. Aanpassing artikel 52, derde lid, in verband met wijziging van verschillende wetten inzake de erkenning van de vrijheid van levensovertuiging als grondrecht

Toelichting

Deze nota van wijziging bevat enkele technische wijzigingen. Deze betreft enerzijds het nader afstemmen van de Kaderwet dienstplicht op andere regelgeving (zie de onderdelen C en E). Anderzijds is ten onrechte artikel 20 vermeld in de artikelen 37, eerste lid, 38, eerste lid, en 63, derde lid (zie de onderdelen A, B en D).

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

W. Kok

De Minister van Defensie,

J. J. C. Voorhoeve

De Staatssecretaris van Defensie,

J. C. Gmelich Meijling