24 245
Bepalingen met betrekking tot de militaire dienstplicht alsmede wijziging van enige wetten en overgangsrecht (Kaderwet dienstplicht)

nr. 12
AMENDEMENTEN VAN HET LID HILLEN

Ontvangen 3 juni 1996

De ondergetekende stelt de volgende amendementen voor:

I

In artikel 12 wordt «artikel 16, eerste lid,» vervangen door: artikel 16, eerste lid, en artikel 16a, eerste lid,.

II

In artikel 13, eerste lid, wordt «artikel 16, eerste lid,» vervangen door: artikel 16, eerste lid, en artikel 16a, eerste lid,.

III

In artikel 16, eerste lid, vervalt «uitsluitend».

IV

Na artikel 16 wordt een nieuw artikel 16a ingevoegd, luidende:

Artikel 16a. Uitzending dienstplichtigen

1. In bijzondere gevallen kan de dienstplichtige in gewone omstandigheden worden bestemd tot het vervullen van werkelijke dienst ten behoeve van uitzending buiten Nederland.

2. Oproeping voor het vervullen van werkelijke dienst als bedoeld in het eerste lid geschiedt door Onze Minister. De dienstplichtigen zijn verplicht aan de oproeping gevolg te geven.

3. Onverminderd het zevende lid van dit artikel, gaat de oproeping van jongere dienstplichtigen zoveel mogelijk vooraf aan de oproeping van oudere dienstplichtigen. Dienstplichtigen ouder dan 35 jaar worden niet opgeroepen.

4. Het vervullen van werkelijke dienst als bedoeld in het eerste lid geschiedt met instemming van de betrokken dienstplichtige.

5. In afwijking van het vierde lid kan een dienstplichtige worden verplicht tot het vervullen van werkelijke dienst als bedoeld in het eerste lid krachtens een bij koninklijk besluit daartoe verleende machtiging. Het koninklijk besluit waarbij deze machtiging wordt verleend, wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd en treedt niet in werking dan nadat twee weken na de overlegging zijn verstreken. De tweede volzin is niet van toepassing indien dwingende omstandigheden daartoe aanleiding geven. In die gevallen wordt het koninklijk besluit onverwijld ter kennis van de beide kamers der Staten-Generaal gebracht.

6. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de duur van de werkelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, die voor groepen van functies verschillend kan worden gesteld.

7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen groepen van dienstplichtigen worden aangewezen die ingeval van een oproeping als bedoeld in het tweede lid niet of voorlopig niet in werkelijke dienst behoeven te komen.

Toelichting

Deze amendementen zijn bedoeld om, na herinvoering van de dienstplicht, de inzet van dienstplichtigen voor werkelijke dienst mogelijk te maken. De dienstplichtige dient niet alleen geoefend en opgeleid te worden, maar zal ook daadwerkelijk inzetbaar moeten zijn, hetzij voor de meer klassieke taken van de krijgsmacht, hetzij voor uitzending voor vredes- en crisisbeheersingsoperaties. Bij eventuele herinvoering van de dienstplicht moet niet alleen de mogelijkheid bestaan om dienstplichtigen in te zetten in buitengewone omstandigheden, als aanvulling op het beroepspersoneel. Er kan immers, in een situatie van grootschalige maar nog niet acute dreiging, uit kwantitatieve overwegingen de behoefte ontstaan om opnieuw over te gaan tot de vorming van een kader-militie-leger, waar de dienstplichtigen organiek worden ingepast in de krijgsmacht. In een dergelijk geval moet de toekomstige dienstplichtige breder inzetbaar zijn dan alleen in buitengewone omstandigheden. Als in de krijgsmacht eenmaal weer dienstplichtigen worden ingepast, moet dit niet ten koste gaan van de inzetbaarheid van de krijgsmacht in vredestijd.

De uitzending van dienstplichtige voor vredes- en crisisbeheersingsoperaties zal met garanties omkleed moeten zijn, conform de motie Frinking. Indien het in het uiterste geval nodig zou zijn dienstplichtigen onvrijwillig uit te zenden in gevallen waarin Nederland daartoe geen bestaande verdragsverplichtigen heeft, dienen de kamers der Staten-Generaal de gelegenheid te hebben zich hierover uit te spreken.

Hillen

Naar boven