Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201624202 nr. 34

24 202 Jaarverslag Europese Rekenkamer

Nr. 34 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 8 februari 2016

De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over het Jaarverslag 2014 van de Europese Rekenkamer welke op 10 november 2015 aan de Kamer is toegestuurd1.

De vragen en opmerkingen zijn op 2 december 2015 aan de Minister van Financiën voorgelegd. Bij brief van 5 februari 2016 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie voor Financiën, Duisenberg

De adjunct-griffier van de commissie, Van den Eeden

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de VVD-fractie hebben met grote teleurstelling vernomen dat de Europese Rekenkamer voor de 21e keer een afkeurend oordeel heeft gegeven over de wettigheid en de regelmatigheid van de betalingen van de Europese begroting 2014. Al meer dan 20 jaar wordt er te veel geld van de Nederlandse belastingbetaler uitgegeven in strijd met Europese regels. Dit is niet alleen een ondermijning van de legitimiteit van de EU, maar vooral ook een verspilling van belastinggeld.

Het is pijnlijk dat het geschatte foutenpercentage voor de recht- en regelmatigheid met EU-regelgeving de afgelopen jaren nauwelijks is veranderd. Er is nauwelijks of geen verbetering meer zichtbaar in het verminderen van de fouten. De leden van de fractie van de VVD vinden het zowel in Nederland als in internationaal verband belangrijk dat belastinggeld rechtmatig én doelmatig wordt besteed en blijft de Minister oproepen om zich niet bij deze situatie neer te leggen en in Europees verband verbeteringen door te voeren. Naar aanleiding van het jaarverslag 2014 van de Europese Rekenkamer hebben de leden van de VVD-fractie daarom de volgende vragen:

Algemeen

Wat vindt de Minister van de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer en wat gaat ze daarmee doen?

De leden van de VVD-fractie nemen aan dat deze teleurstellende resultaten met betrekking tot de recht- en regelmatigheid van de Europese begroting ertoe leiden dat Nederland zich zal inzetten voor een negatief déchargeadvies van de Raad met betrekking tot de EU-begroting 2014, en dat het kabinet haar rol als EU-voorzitter juist zal aanwenden om met een zo groot mogelijke groep van lidstaten een krachtig signaal af te geven voor de verbetering van de verantwoording over EU-fondsen. Klopt dat?

De Europese Rekenkamer wijst er ook op dat het dringend nodig is dat de Commissie en de lidstaten een aantal financiële achterstanden die zijn ontstaan aanpakt. Wat vindt de Minister daarvan? Wat zijn de financiële achterstanden in Nederland? En wat gaat de Minister daaraan doen?

De Europese Rekenkamer geeft aan dat lidstaten niet optimaal gebruik maken van de informatie die voorhanden is om foutieve betalingen te voorkomen. Nederland heeft zelf slechts 5 miljoen euro gecorrigeerd van de 289 miljoen euro die werd teruggevorderd. Kunt u inzicht geven in de oorzaken, waardoor Nederland niet in staat is om foutieve betalingen te voorkomen, terwijl de informatie wel voor handen is?

Wat is de stand van zaken van het programma «budget for results» (voorheen better spending)?

In hoeverre speelt het programma «better regulation» in op het verminderen van de ingewikkelde regelgeving die voor een aanzienlijk deelt zorgt voor het hoge percentage fouten in de besteding van EU-middelen? Is er in de onderhandelingen over dit programma al zicht op concrete en meetbare doelstellingen?

In hoeverre zorgt «goldplating» en/of scherpere eisen vanuit Nederland voor extra fouten, bijvoorbeeld als het gaat om aanbestedingen?

Wat kan er aan gedaan worden dat ook het mkb (weer) meer gebruik kan gaan maken van EU-middelen? Wat doet het kabinet daaraan?

Wat zijn de kosten voor de controle van de besteding van de EU-middelen in EU-verband?

Inzet en rol van de Europese Rekenkamer

De Europese Rekenkamer geeft in haar toelichting bij het jaarverslag aan dat de toegevoegde waarde van haar opmerkingen in de jaarverslagen afneemt. De Europese Rekenkamer geeft aan al te weten wat de belangrijkste ERK-bevindingen voor 2015 en 2016 zijn, als er geen verdere verbeteringen in regelgeving plaatsvindt. Hoe ziet de Minister in het licht van deze opmerkingen de rol en het nut van de Europese Rekenkamer?

Hoe beoordeelt de Minister de aankondiging van de Europese Rekenkamer om minder menskracht in te zetten voor rechtmatigheidsonderzoek om meer speciale rapporten te maken over resultaten en impact van EU-programma’s en projecten?

Nieuwe begrotingssystematiek en EU-voorzitterschap

De Europese Rekenkamer roept op tot een geheel nieuwe aanpak van het beheer van EU-investeringen en -uitgaven. Hierbij dienen prestaties en impact veel meer de leidraad te worden in de besluitvorming wie of wat in aanmerking komt voor EU-financiering in plaats van het huidige criteria of men wel aan de regels voldoet. In hoeverre past deze voorgestelde aanpak bij de ideeën van de Minister over een andere Europese begrotingssystematiek? Kan de Minister concreter aangeven hoe een dergelijke aanpak eruit kan zien? Hoe beoordeelt de Minister de Europese haalbaarheid hiervan? Wat wordt de inzet van het kabinet hierbij?

Kan de Minister in het kader van verbetering van de verantwoording over Europese middelen vooruitblikken op het Nederlandse EU-voorzitterschap in de eerste helft van 2016?

De Minister heeft mede in het kader van het verminderen van het aantal fouten bij de besteding van Europese middelen aangegeven, dat Nederland in de aanloop naar het EU-voorzitterschap werkt aan voorstellen ter verbetering en vereenvoudiging van de Europese begroting en begrotingssystematiek. De leden van de VVD-fractie hebben hierover de volgende vragen:

Kunt u aangeven hoe de gesprekken hierover met de Europese Commissie, CBS, Eurostat vorderen en hierop een uitgebreide inhoudelijke toelichting geven?

Kunt u aangeven welke voorstellen voor vereenvoudiging besproken zijn met gelijkgestemde lidstaten en hoe deze besprekingen zijn verlopen?

Hoe is het krachtenveld rondom het verminderen van het aantal aanvullende begrotingen?

Hoe staan de instellingen en andere lidstaten tegenover het idee om met vastgestelde begrotingsmomenten te gaan werken?

Kunt u een update geven van het werk van de taskforce van Eurostat, die de mogelijkheden onderzoekt voor de harmonisatie van statistische revisies?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PvdA

Met interesse hebben de leden van de PvdA-fractie kennis genomen van het Jaarverslag 2014 van de Europese Rekenkamer. Het is teleurstellend dat de Europese Rekenkamer wederom geen goedkeurend oordeel heeft kunnen afgeven op de betalingen van de Europese Unie. De leden van de PvdA-fractie hebben hierbij enkele vragen.

Het is bemoedigend om te zien dat de administratieve uitgaven van de Unie betrouwbaar zijn, en dat deze uitgaven stukken beter worden verantwoord dan vorig jaar. Op andere, grote posten constateren de leden van de PvdA-fractie dat er verslechteringen te constateren zijn, zoals op Economische, sociale en territoriale cohesie en Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid. Hoe kan dit. Welke maatregelen zijn er genomen om dit te voorkomen? Welke stappen heeft Nederland daarin ondernomen?

Bij de uitgaven voor Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid gaat het in de helft van de fouten om ernstige overtredingen van de aanbestedingsregels. In hoeverre zijn hiervan Nederlandse gevallen aan de orde geweest. In hoeverre zijn hiervan Belgische en Duitse gevallen aan de orde geweest? In hoeverre valt vast te stellen of het Nederlandse bedrijfsleven hieronder te leiden heeft gehad? Valt er een schatting te geven van de regionale spreiding van deze overtredingen?

In het jaarverslag wordt gesteld dat bestaande controlemechanismen het foutenpercentage omlaag brengen. Tegelijkertijd kan met de bestaande controlemechanismen en de beschikbare informatie het foutenpercentage significant verder omlaag gebracht worden. De leden van de PvdA vragen zich af waarom het foutenpercentage zich ten opzichte van vorig jaar niet of nauwelijks verbetert. Zijn de lidstaten hiervoor verantwoordelijk? Wat dient er te gebeuren om het foutenpercentage verder omlaag te brengen? Hoe verhouden deze cijfers zich tot Nederland?

De Europese Rekenkamer constateert dat de zevenjarige MFK’s (meerjarig financieel kader) nog niet corresponderen met de plannen volgend op Horizon 2020. Wordt deze problematiek betrokken bij het denken over betere begrotingsregels tijdens het Nederlands voorzitterschap? Wordt ook de verantwoording door lidstaten over hun uitgaven van Europese gelden betrokken bij deze gedachtegang? Zit er voortgang in het aantal landen dat net als Nederland uitgebreid verantwoording aflegt over de uitgaven van Europese gelden? Neemt u de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer over met betrekking tot de Europese inkomstenzijde, zoals het verkorten van de voorbehoudtermijnen?

De Europese Rekenkamer staat een geheel nieuwe aanpak van het beheer van EU investeringen voor. Wat vind de Minister van deze aanbevelingen? Heeft de Europese Commissie reeds gereageerd op deze aanbevelingen? In hoeverre wordt werk gemaakt ten aanzien van de aanbevelingen om ook de resultaten en kosteneffectiviteit beter te monitoren?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het jaarverslag van de Europese Rekenkamer.

De leden van de SP-fractie vragen de regering welke conclusie wordt getrokken uit het feit dat de Europese Rekenkamer opnieuw een afkeurend oordeel geeft over de regelmatigheid van de uitgaven? Welke kansen ziet de regering om dit structurele probleem onder de aandacht te brengen in Europees verband?

Welke corrigerende maatregelen treffen de Europese Commissie en de lidstaten, vragen de leden van de SP-fractie? Kunnen deze worden toegelicht? Wijken deze in de verschillende lidstaten van elkaar af?

Hoe verklaart de Minister dat niet alle beschikbare informatie is benut? Welke oorzaak is hiervoor? En hoe wordt gewaarborgd dat de Commissie de beschikbare informatie in het vervolg wel benut, vragen de leden van de SP-fractie?

Is de Commissie volgens de Minister voornemens meer aandacht te besteden aan resultaten en kosteneffectiviteit? Zal de Minister zich hier in Europees verband voor inzetten?

De leden van de SP-fractie merken op dat de EU-begroting weinig flexibiliteit kent. Ze vragen de Minister of er mogelijkheden zijn om de flexibiliteit van de EU-begroting te vergroten. Gaat de regering tijdens het voorzitterschap hiertoe voorstellen doen?

Acht de Minister het mogelijk om het foutenpercentage per land te berekenen? Zo nee, waarom niet? Kan de Minister een inschatting geven van de kosten die daarmee gepaard zouden gaan?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie hebben met afkeuring kennis genomen van de conclusies van de Europese Rekenkamer. Zij vinden het verbijsterend dat er in Europa nog altijd geen stappen in de goede richting worden genomen om tot zeer wettige en regelmatige verantwoording van de uitgaven van de EU te komen. Zij vragen de Minister welke vooruitgang in de beperking van het foutenpercentage van de uitgaven hij nodig acht, om in het vervolg wel goedkeuring te kunnen geven aan de verantwoording van de EU-uitgaven.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het jaarverslag van de Europese Rekenkamer (2014).

Naar aanleiding van het genoemde punt brengen de leden van de PVV-fractie het volgende naar voren.

Allereerst merken de leden van de PVV-fractie op dat het geschatte foutenpercentage voor betalingen niet wordt opgesplitst naar lidstaten. Hierdoor is het onduidelijk in welke landen de hoogste risico’s liggen. De leden van de PVV-fractie vragen waarom een dergelijke uitsplitsing niet wordt toegepast. Kunt u deze uitsplitsing naar de Kamer doen toekomen? Zo neen, waarom niet? Hoe hoog zijn de geschatte kosten voor het maken van deze uitsplitsing?

Verder vragen de leden van de PVV-fractie naar en update van het verplicht stellen van het opstellen van een nationale accountantsverklaring, gelet op het gegeven dat een groot deel van de fouten gemaakt wordt door de lidstaten zelf bij de besteding van de EU-middelen. Kunt u een overzicht geven van de landen die geen nationale accountantsverklaring opstellen?

Voorts merken de leden van de PVV-fractie op dat de uitgaven in 2014 in totaal 142,5 miljard euro beliepen. De leden van de PVV-fractie willen graag weten aan welke lidstaten/projecten dit is besteed. Kunt u middels een overzicht per lidstaat aangeven welk bedrag hier aan gespendeerd is? Kunt u tevens een update geven van de ontvangen landbouwsubsidies uit de EU door alle lidstaten over het jaar 2014?

Tevens stellen de leden van de PVV-fractie vast dat de wijze waarop ernstige inbreuken op de aanbestedingsregels gekwantificeerd worden is geactualiseerd en dat hierdoor de geschatte foutenpercentages voor 2013 en 2012 lager liggen. De leden van de PVV-fractie willen weten hoeveel lager het geschatte foutenpercentage voor 2014 lager ligt door deze actualisatie.

Verder merken de leden van de PVV-fractie op dat de Europese Rekenkamer van de circa 1200 verrichtingen die tijdens de controle voor 2014 zijn beoordeeld op wetmatigheid en rechtmatigheid 22 gevallen van vermoedelijke fraude heeft aangetroffen. De leden van de PVV-fractie willen weten welke maatregelen OLAF tegen deze gevallen heeft getroffen.

Ook stellen de leden van de PVV-fractie vast dat in de Tsjechische Republiek, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Polen, Slowakije, Spanje en het VK gevallen zijn aangetroffen waarin door de landbouwers grond was opgegeven als bouwland terwijl dit niet het geval was. In Spanje was er zelfs steun uitbetaald voor bouwland wat een motorcrossbaan bleek te zijn. De leden van de PVV-fractie vragen welke maatregelen hier precies tegen getroffen zijn.

Ten slotte merken de leden van de PVV-fractie op dat er drie gevallen zijn aangetroffen waarin regels vermoedelijk opzettelijk werden omzeild bij de steunaanvraag. In welke lidstaten zijn deze gevallen aangetroffen en welke maatregelen heeft het Europees Bureau voor fraudebestrijding inmiddels getroffen? Wanneer zal hier meer over openbaar worden gemaakt?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het jaarverslag 2014 van de Europese Rekenkamer. Deze leden maken van de gelegenheid gebruikt om enkele vragen te stellen. Wat is het gevolg geweest van het «Joint Statement» met het Verenigd Koninkrijk en Zweden, waarmee Nederland in februari van dit jaar tegen het Dechargeadvies van de Raad stemde, met een oproep om meer landenspecifieke informatie te publiceren? Het kabinet heeft tijdens de vorige dechargeprocedure de Commissie gevraagd om een kwaliteitsverbetering door te voeren in de prestatierapportages. De Commissie heeft daarop toegezegd om bij een volgende herziening van het Financieel Reglement haar rapportagekader inzake prestaties te rationaliseren. Kan de Minister de voortgang toelichten? De Europese Rekenkamer doet een aantal aanbevelingen aan de Commissie. Wat vindt de Minister van deze aanbevelingen? Heeft de Europese Commissie reeds gereageerd op deze aanbevelingen? Welke aanbevelingen worden overgenomen en welke niet?

De leden van de D66-fractie vragen hoe het in Nederland staat met de problemen met de rechtmatigheid bij het Europees Visserijfonds (EVF) met een eerder fout-percentage van 10,40% over de periode juli 2013 t/m juni 2014? Is hier verbetering zichtbaar naar aanleiding van de eerder getroffen maatregelen?

II Reactie van de Minister

Vragen van de leden van de VVD-fractie

Vraag

Wat vindt de Minister van de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer en wat gaat ze daarmee doen?

Antwoord

De aanbevelingen van de Europese Rekenkamer zijn gericht aan de Europese Commissie als eindverantwoordelijke instelling voor de implementatie van de EU-begroting. In respons neemt de Commissie de aanbevelingen geheel of gedeeltelijk over.2 Ik noem hier de aanbevelingen die naar mijn overtuiging het meest bijdragen aan het verbeteren van de besteding van EU-middelen.

De Europese Rekenkamer constateert in het jaarverslag dat er terreinen zijn waar sprake is van aanhoudend hoge foutenpercentages («persistently high error rates») en beveelt aan dat de Europese Commissie deze analyseert, hierover rapporteert en beoordeelt welke mogelijkheden er bestaan om deze verder te verlagen. Tijdens de Dechargeprocedure heeft Nederland een voorstel op tafel gelegd om als Raad de Commissie op te roepen om zo spoedig mogelijk een rapport hierover uit te brengen op grond van alle beschikbare informatie, waaronder controlerapporten van lidstaten en auditgegevens van de Europese Rekenkamer. Dit voorstel is aangenomen als onderdeel van het akkoord dat inmiddels met de lidstaten is bereikt over de Raadsaanbevelingen, en dat bekrachtigd zal worden door de Ecofin. De Commissie zal in 2016 met een rapportage komen over gebieden met aanhoudend hoge foutenpercentages.

Ten tweede concludeert de ERK dat het foutenpercentage lager had kunnen liggen indien de verantwoordelijke autoriteiten alle voor hen beschikbare informatie hadden gebruikt om fouten te detecteren en te corrigeren. Voor de categorie Concurrentievermogen zou het foutenpercentage van 5,6% zelfs gehalveerd kunnen zijn, aldus de ERK (naar 2,8%). Genoemde opmerking van de ERK wijst naar een onderliggend probleem, namelijk de kwaliteit van controlesystemen. Er worden nog teveel fouten niet – of niet op tijd – ontdekt (en gecorrigeerd). Op voorstel van Nederland is expliciet in de Raadsaanbevelingen opgenomen wat het effect op het foutenpercentage per EU fonds was geweest, indien alle beschikbare informatie gebruikt was door de controlerende instanties. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel ruimte er bestaat voor verbetering van eerstelijnscontroles.

Om welke lidstaten, Commissie DGs of projecten het gaat, om welk type fouten het gaat, of hoe deze voorkomen hadden kunnen worden, wordt echter niet nader benoemd. Als hierover meer informatie beschikbaar komt, kan dit naar het oordeel van het kabinet bijdragen aan een beter financieel beheer. Het kabinet is van mening dat meer transparantie zal bijdragen aan betere besteding en minder fouten. Het is echter een stap te ver voor de meerderheid van de lidstaten om over te gaan tot publicatie van nationale foutenpercentages per fonds, zoals gemeten door nationale auditautoriteiten (publicatie van de zogenoemde «Annual Summaries» van audits).

Ten derde adviseert de ERK dat de Commissie haar bevoegdheid om preventieve en corrigerende maatregelen te nemen in lidstaten ten volle moet benutten. Ook deze aanbeveling steunt het kabinet. Hoewel het beter is om fouten te verkomen door goede beheerssystemen in te richten, zijn ex-post financiële correcties een belangrijk instrument om gemaakte fouten te corrigeren en om verbeteringen in de kwaliteit van de controlesystemen af te dwingen. Een dergelijke passage is op voorstel van Nederland opgenomen in de Raadsaanbevelingen.

Ook heeft de ERK in aanvulling op zijn compliance audit voor het eerst ook gekeken naar «performance», als pilot bij twee EU fondsen. De Raadsaanbevelingen bevatten, mede op instigatie van Nederland, een aanmoediging aan het adres van de Europese Rekenkamer om volgend jaar – waar mogelijk – bij alle EU fondsen performance informatie op te nemen zodat er meer inzicht komt in de doeltreffendheid van deze middelen. De Raadsaanbevelingen steunen daarnaast de aanpak van de Europese Commissie (Eurocommissaris Georgieva) om zich meer te richten op behaalde resultaten met EU middelen. Dit zogeheten «budget for results»-initiatief wordt in de Raadsaanbevelingen expliciet verwelkomd, inclusief de nog op te starten werkgroep – op technische niveau – inzake Performance Based Budgeting.

Vraag

De leden van de VVD-fractie nemen aan dat deze teleurstellende resultaten met betrekking tot de recht- en regelmatigheid van de Europese begroting ertoe leiden dat Nederland zich zal inzetten voor een negatief déchargeadvies van de Raad met betrekking tot de EU-begroting 2014, en dat het kabinet haar rol als EU-voorzitter juist zal aanwenden om met een zo groot mogelijke groep van lidstaten een krachtig signaal af te geven voor de verbetering van de verantwoording over EU-fondsen. Klopt dat?

Antwoord

Inmiddels is er tussen lidstaten overeenstemming bereikt over de Raadsaanbevelingen die op de Ecofin van februari bekrachtigd zullen worden. Een grote meerderheid van de lidstaten wenst een positief Dechargeadvies aan het Europees Parlement mee te geven, vergezeld door gedetailleerde aanbevelingen aan Commissie en lidstaten. Nederland heeft zich als voorzitter ingezet voor een soepel verlopend dechargeproces en een Raadsadvies dat de mening van de Raad als geheel weerspiegelt. Daarnaast heeft Nederland enkele voorstellen gedaan die naar het oordeel van het kabinet bijdragen aan het verbeteren van de besteding van EU-middelen. De uitkomst van de onderhandelingen weerspiegelt de gevonden balans tussen de inbreng van alle lidstaten, waaronder diverse speerpunten van Nederland. Bij het antwoord op de eerste vraag van dit Schriftelijk Overleg treft u meer informatie over deze speerpunten aan.

Vraag

De Europese Rekenkamer wijst er ook op dat het dringend nodig is dat de Commissie en de lidstaten een aantal financiële achterstanden die zijn ontstaan aanpakt. Wat vindt de Minister daarvan? Wat zijn de financiële achterstanden in Nederland? En wat gaat de Minister daaraan doen?

Antwoord

De Rekenkamer wijst op achterstanden in de absorptie van met name de structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen: Cohesie, ESF en EFRO). Zo constateert de Rekenkamer dat eind 2014 circa 77% van het totale bedrag aan goedgekeurde operationele programma’s uit de voorgaande MFK-periode (2007–2013) daadwerkelijk is betaald. Het probleem van onderuitputting speelt voornamelijk in een beperkte groep lidstaten, te weten: de Tsjechische Republiek, Spanje, Italië, Polen, Roemenië en Bulgarije. De Europese Commissie verleent via een in 2014 opgerichte werkgroep actief bijstand aan lidstaten waar absorptie laag is. De verwachting is dat de Nederlandse structuur- en investeringsfondsen uit de voorgaande MFK-periode volledig benut worden; op dit moment is reeds 91,2% door de Commissie uitbetaald.3

Vraag

De Europese Rekenkamer geeft aan dat lidstaten niet optimaal gebruik maken van de informatie die voorhanden is om foutieve betalingen te voorkomen. Nederland heeft zelf slechts 5 miljoen euro gecorrigeerd van de 289 miljoen euro die werd teruggevorderd. Kunt u inzicht geven in de oorzaken, waardoor Nederland niet in staat is om foutieve betalingen te voorkomen, terwijl de informatie wel voor handen is?

Antwoord

In het rapport «Protection of the EU budget to end 2014»4 rapporteert de Europese Commissie uitgebreid over opgelegde en geïmplementeerde financiële correcties. Deze correcties volgen op ontdekte onregelmatigheden in door lidstaten gedeclareerde kosten. Het kabinet is groot voorstander van transparantie hierover en waardeert het dat de Commissie het cijfermateriaal niet alleen per fonds maar ook per lidstaat presenteert. Er bestaat echter geen relatie tussen de door lidstaten zelf gecorrigeerde bedragen zoals weergegeven in dit Commissierapport (de 5 en 289 miljoen die u in uw vraag opneemt) en de bevinding van de Europese Rekenkamer die u in het laatste deel van uw vraag citeert. De informatie waarnaar de ERK verwijst heeft namelijk geen betrekking op deze correcties.

Uit het Commissierapport blijkt dat Nederland voor de programmaperiode 2007–2013 tot nu toe het laagste percentage financiële correcties kent van alle lidstaten, afgezet tegen de totale ontvangsten per land.5 Dit beeld is consistent met de cijfers die uw Kamer jaarlijkse toekomen in de Nationale Verklaring. Daaruit blijkt dat de foutenpercentages bij de besteding van EU fondsen in Nederland over het algemeen een stuk lager liggen dan het Europese gemiddelde.6 Uit genoemd rapport van de Commissie blijkt dat Tsjechië, Ierland en Roemenie tot nu relatief gezien de hoogste financiële correcties kennen over de periode 2007–2013, waarbij aangetekend moet worden dat er nog geen boekhoudkundige sluiting is geweest over deze MFK-periode. Ook kunnen door de Commissie opgelegde financiële correcties nog aangevochten worden door lidstaten bij het Europees Hof van Justitie. Het zijn dus geen definitieve cijfers.

Vraag

Wat is de stand van zaken van het programma «budget for results» (voorheen better spending)?

Antwoord

Naar verwachting zal de Commissie medio 2016 haar voornemens uiteenzetten in de vorm van een Mededeling. Daarnaast organiseert DG Budget voortaan ieder jaar in september een grote conferentie op politiek niveau over dit onderwerp. Ook zal tijdens het Nederlandse voorzitterschap in april 2016 de eerste expert meeting plaatsvinden – op technisch niveau – over Performance Based Budgeting.

Vraag

In hoeverre speelt het programma «better regulation» in op het verminderen van de ingewikkelde regelgeving die voor een aanzienlijk deelt zorgt voor het hoge percentage fouten in de besteding van EU-middelen? Is er in de onderhandelingen over dit programma al zicht op concrete en meetbare doelstellingen?

Antwoord

Op 19 mei 2015 heeft Eurocommissaris Timmermans het pakket «Betere Regelgeving» gepresenteerd. Hoewel het leeuwendeel van dit pakket is gericht op EU wetgeving in algemenen zin, formuleert de Commissie daarin ook doelen ten aanzien van specifiek de EU-begrotingsfondsen. Deze doelen luiden: (1) vereenvoudiging van het management van het landbouwbeleid door samenvoeging van 200 bestaande regelingen tot 40 gedelegeerde en uitvoeringshandelingen; (2) vereenvoudiging van Structuurfondsen via het opzetten van een High Level Working Group en een interactieve website voor lidstaten en stakeholders; en (3) verbetermogelijkheden voor Horizon 2020 identificeren via een survey die september 2015 is opengesteld.

Vraag

In hoeverre zorgt «goldplating» en/of scherpere eisen vanuit Nederland voor extra fouten, bijvoorbeeld als het gaat om aanbestedingen?

Antwoord

Met de Aanbestedingswet 2012 en de bijbehorende regelgeving zijn de Europese aanbestedingsrichtlijnen geïmplementeerd in Nationale wetgeving. Europese aanbestedingsprocedures zijn in Nederland niet onderworpen aan strengere wet- en regelgeving dan de Europese richtlijnen. Echter, omdat aanbesteden maatwerk is, geven de Europese richtlijnen en daarmee ook de Aanbestedingswet 2012 aanbestedende diensten de ruimte om nadere eisen te stellen. Soms leiden dergelijke nadere eisen tot onduidelijkheid. Momenteel wordt de mogelijkheid verkend om vast te leggen dat aanvullende regionale en lokale aanbestedingsregels niet van toepassing zijn op EFRO- en ESF-projecten. Zodra hierover nadere duidelijkheid bestaat, zal ik uw Kamer informeren.

Vraag

Wat kan er aan gedaan worden dat ook het mkb (weer) meer gebruik kan gaan maken van EU-middelen? Wat doet het kabinet daaraan?

Antwoord

Voor de Europese fondsen en instrumenten die zich richten op het stimuleren van innovatie, zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), Eurostars en Horizon 2020, is het MKB een belangrijke doelgroep. MKB-bedrijven zijn door hun flexibiliteit vaak in staat om nieuwe kennis snel te benutten, niches te vinden, innovaties naar de markt te brengen en daarmee economische groei te genereren. De adviserende en uitvoerende organisaties in Nederland, respectievelijk RVO en de managementautoriteiten voor EFRO, geven voorlichting en training aan het MKB over deelname aan genoemde programma’s. Tevens wordt ondersteuning geboden bij het aanvragen van subsidie. De inzet van het kabinet is daar waar mogelijk regelgeving te vereenvoudigen of te verbeteren met het oog op deelname van het MKB. Specifiek geldt dat op dit moment voor de EFRO-programma's. Op Europees niveau is daarvoor de High Level Group on simplification ingesteld die onder meer mogelijkheden voor vermindering van administratieve lasten voor begunstigden in kaart brengt. Daarnaast zullen de autoriteiten die in Nederland betrokken zijn bij de uitvoering van EFRO gezamenlijk een kader opstellen voor de controle, met als doel de controledruk voor ondernemers waar mogelijk te verlagen.

Vraag

Wat zijn de kosten voor de controle van de besteding van de EU-middelen in EU-verband?

Antwoord

Er is geen integraal cijfer beschikbaar voor alle controlekosten in heel Europa ten aanzien van alle EU fondsen. Er zijn verschillende instanties uit verschillende lidstaten bij betrokken en diverse EU instellingen. De jaarrekening van de Europese Rekenkamer over 2014 (€ 129,6 miljoen) en de jaarrekening van de Europese Commissie over 2014 (kosten audit: € 12,0 miljoen) vormen een indicatie. Genoemde cijfers dekken niet de kosten die gemaakt worden door de lidstaten. Daar bovenop maken diverse DGs van de Commissie kosten ten behoeve van de controle op EU-middelen die onder hun specifieke beleidsverantwoordelijkheid vallen. Deze kosten worden met uitzondering van landbouw en visserij (samen circa € 30 miljoen) niet uitgesplitst weergegeven in de jaarrekening van de Commissie.

Inzet en rol van de Europese Rekenkamer

Vraag

De Europese Rekenkamer geeft in haar toelichting bij het jaarverslag aan dat de toegevoegde waarde van haar opmerkingen in de jaarverslagen afneemt. De Europese Rekenkamer geeft aan al te weten wat de belangrijkste ERK-bevindingen voor 2015 en 2016 zijn, als er geen verdere verbeteringen in regelgeving plaatsvindt. Hoe ziet de Minister in het licht van deze opmerkingen de rol en het nut van de Europese Rekenkamer?

Antwoord

De door uw Kamer ontvangen toelichting van het Nederlandse lid van de Europese Rekenkamer maakt geen onderdeel uit van het jaarverslag van de Europese Rekenkamer. De uitspraak dat de belangrijkste ERK-bevindingen voor 2015 en 2016 reeds te voorspellen zijn getuigt naar het oordeel van het kabinet van realistische verwachtingen over de ontwikkeling van het foutenpercentage voor volgend jaar, omdat de nieuwe – verbeterde – regelgeving pas van toepassing is op programma’s die vanaf 2016 leiden tot betalingen. De relatieve stabiliteit van foutenpercentages betekent niet dat de toegevoegde waarde van de ERK daardoor zou afnemen. De Europese Rekenkamer is de bij verdrag benoemde onafhankelijke externe auditor van de EU-begroting en heeft als zodanig een belangrijke controlerende functie. De bevindingen van de ERK vormen een belangrijk signaal aan de Europese Commissie en de lidstaten. Het jaarverslag van de ERK is daarnaast de basis voor de jaarlijkse dechargeprocedure waarmee verbeterpunten en maatregelen kunnen worden aangekaart en afgedwongen bij de Europese Commissie door de begrotingsautoriteit (Raad en Europees Parlement). Voor de inhoud en focus van de meest recente Dechargeaanbevelingen van de Raad verwijs ik graag naar de beantwoording op de eerste vraag in dit Schriftelijk Overleg.

Vraag

Hoe beoordeelt de Minister de aankondiging van de Europese Rekenkamer om minder menskracht in te zetten voor rechtmatigheidsonderzoek om meer speciale rapporten te maken over resultaten en impact van EU-programma’s en projecten?

Antwoord

De Europese Rekenkamer is onafhankelijk en het kabinet heeft geen zeggenschap over de wijze waarop de ERK haar menskracht inzet. Wel steunt het kabinet in algemene zin het streven naar meer inzicht in de resultaten van EU-projecten.

Nieuwe begrotingssystematiek en EU-voorzitterschap

Vraag

De Europese Rekenkamer roept op tot een geheel nieuwe aanpak van het beheer van EU-investeringen en -uitgaven. Hierbij dienen prestaties en impact veel meer de leidraad te worden in de besluitvorming wie of wat in aanmerking komt voor EU-financiering in plaats van het huidige criteria of men wel aan de regels voldoet. In hoeverre past deze voorgestelde aanpak bij de ideeën van de Minister over een andere Europese begrotingssystematiek? Kan de Minister concreter aangeven hoe een dergelijke aanpak eruit kan zien? Hoe beoordeelt de Minister de Europese haalbaarheid hiervan? Wat wordt de inzet van het kabinet hierbij?

Antwoord

De geheel nieuwe aanpak van de Europese Rekenkamer bestaat uit een oproep van President Caldeira aan EU-beleidsmakers in het voorwoord bij het rapport «De EU-controle in vogelvlucht». De receptuur voor de toekomst bestaat volgens hem uit het beter in kaart brengen van doeltreffendheid (performance) c.q. het bereiken van resultaten, het verminderen van fouten (compliance), het sneller betalen van juiste declaraties, het investeren in projecten die beantwoorden aan de doelstellingen van de Unie en het meten van het rendement op deze investeringen. Zijn oproep gaat dus over de wijze waarop de middelen worden ingezet en besteed, maar niet over de manier waarop besloten wordt over de hoogte van de begroting, de verhouding tussen de verschillende posten op de begroting (categorieën) of de berekeningswijze van de nationale afdrachten. Deze laatste zijn onderdeel van de inzet van Nederland voor het vereenvoudigen van de Europese begrotingssystematiek. Nadere details zijn uw Kamer toegekomen in de Kamerbrief over de achtste aanvullende begroting.7

Vraag

Kan de Minister in het kader van verbetering van de verantwoording over Europese middelen vooruitblikken op het Nederlandse EU-voorzitterschap in de eerste helft van 2016?

Antwoord

Tijdens het huidige voorzitterschap is Nederland verantwoordelijk voor de totstandkoming van Raadsaanbevelingen in het kader van de jaarlijkse Dechargeprocedure. Nadere details over inhoud en focus hiervan treft u aan in de beantwoording op de eerste vraag in dit Schriftelijk Overleg. Ook zal tijdens het Nederlandse voorzitterschap in april 2016 de eerste expert meeting plaatsvinden, op technisch niveau, over Performance Based Budgeting.

Vraag

De Minister heeft mede in het kader van het verminderen van het aantal fouten bij de besteding van Europese middelen aangegeven, dat Nederland in de aanloop naar het EU-voorzitterschap werkt aan voorstellen ter verbetering en vereenvoudiging van de Europese begroting en begrotingssystematiek. De leden van de VVD-fractie hebben hierover de volgende vragen:

Kunt u aangeven hoe de gesprekken hierover met de Europese Commissie, CBS, Eurostat vorderen en hierop een uitgebreide inhoudelijke toelichting geven?

Kunt u aangeven welke voorstellen voor vereenvoudiging besproken zijn met gelijkgestemde lidstaten en hoe deze besprekingen zijn verlopen?

Hoe is het krachtenveld rondom het verminderen van het aantal aanvullende begrotingen? Hoe staan de instellingen en andere lidstaten tegenover het idee om met vastgestelde begrotingsmomenten te gaan werken? Kunt u een update geven van het werk van de taskforce van Eurostat, die de mogelijkheden onderzoekt voor de harmonisatie van statistische revisies?

Antwoord

De ideeën voor een vereenvoudigde begrotingssystematiek zijn besproken met de Europese Commissie, waaronder Eurocommissaris Georgieva, en met gelijkgestemde lidstaten. De dialoog zal tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap worden voortgezet. De vereenvoudiging van de begrotingssystematiek is een traject van lange adem. De jaarlijkse nacalculatie wordt, mede op aandringen van Nederland, waarschijnlijk al vanaf volgend jaar beter gestroomlijnd met nationale begrotingsprocessen als gevolg van een voorstel voor aanpassing van de uitvoeringsverordening behorend bij het Eigen Middelenbesluit (de zogenoemde Making Available Regulation). Daarnaast is de taskforce van Eurostat over de mogelijkheden voor harmonisatie van statistische revisies inmiddels van start gegaan. Het CBS neemt namens Nederland deel aan deze taskforce. Het CBS zet in op het doorvoeren van bronnenrevisies eenmaal per vijf jaar in plaats van eenmaal in de tien jaar zoals bij de vorige bronnenrevisie het geval was. Eurostat geeft aan dat harmonisatie niet eenvoudig is, omdat statistische revisies in veel lidstaten afhankelijk zijn van nationale gebruikswensen. Ook stelt Nederland voor om het aantal aanvullende begrotingen te verminderen en de presentatie daarvan te verbinden aan vaste momenten in het jaar. Als laatste is Nederland in overleg met de Europese Commissie om de beschikbaarheid van informatie over uitgaven en inkomsten te verbeteren.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PvdA

Met interesse hebben de leden van de PvdA-fractie kennis genomen van het Jaarverslag 2014 van de Europese Rekenkamer. Het is teleurstellend dat de Europese Rekenkamer wederom geen goedkeurend oordeel heeft kunnen afgeven op de betalingen van de Europese Unie. De leden van de PvdA-fractie hebben hierbij enkele vragen.

Vraag

Het is bemoedigend om te zien dat de administratieve uitgaven van de Unie betrouwbaar zijn, en dat deze uitgaven stukken beter worden verantwoord dan vorig jaar. Op andere, grote posten constateren de leden van de PvdA-fractie dat er verslechteringen te constateren zijn, zoals op Economische, sociale en territoriale cohesie en Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid. Hoe kan dit. Welke maatregelen zijn er genomen om dit te voorkomen? Welke stappen heeft Nederland daarin ondernomen?

In het jaarverslag wordt gesteld dat bestaande controlemechanismen het foutenpercentage omlaag brengen. Tegelijkertijd kan met de bestaande controlemechanismen en de beschikbare informatie het foutenpercentage significant verder omlaag gebracht worden. De leden van de PvdA vragen zich af waarom het foutenpercentage zich ten opzichte van vorig jaar niet of nauwelijks verbetert. Zijn de lidstaten hiervoor verantwoordelijk? Wat dient er te gebeuren om het foutenpercentage verder omlaag te brengen?

Antwoord

De foutenpercentages liggen dit jaar zowel bij fondsen in «gedeeld beheer» (beheer door de lidstaten) als fondsen in direct beheer van de Europese Commissie ruim boven de tolerantiegrens van 2%. Daarbij is sprake van een lichte daling bij gedeeld beheer van 4,9% in 2013 naar 4,6% in 2014. Bij direct beheer is sprake van een opmerkelijke verslechtering van 3,7% in 2013 naar 4,6% fouten in 2014. Administratiekosten en overige kosten meewegend is het totale gemiddelde foutenpercentage bij de besteding van EU-fondsen 4,4% over 2014. Dat wijkt nauwelijks af van de 4,5% over 2013 en 2012. Ik vind het teleurstellend dat er geen progressie zichtbaar is. Als oorzaak voor deze relatieve stabiliteit in de foutenpercentages wijst de Europese Rekenkamer op de onveranderde regelgeving: de betalingen in 2014 bestonden voor het leeuwendeel uit projecten en programma’s die nog onder de regels van het vorige MFK vallen inclusief de «oude» aanbestedingsregelgeving.

De ERK geeft een nadere onderverdeling van de belangrijkste oorzaken van de fouten. De opname van niet-subsidiabele kosten in declaraties draagt voor 1,8 procentpunt bij aan het totaal van 4,4%. Ongeveer veertig procent van de foutieve bedragen is dus aan deze oorzaak toe te rekenen. Vooral bij de ESI fondsen en bij Research (Concurrentievermogen) speelt deze problematiek. De regels ten aanzien van het financieel beheer en verantwoording zijn inmiddels aangescherpt voor de nieuwe programmaperiode. Fouten bij openbare aanbestedingen dragen met 1,2 procentpunt bij aan het totale foutenpercentage van 4,4%. De aanbestedingsregels, die gelden voor de gehele Interne Markt, zijn inmiddels vereenvoudigd. De komende jaren zal blijken of dit tot minder aanbestedingsfouten leidt. Tot slot zijn onjuiste declaraties van arealen door landbouwers een terugkerend probleem en dragen voor 0,9 procentpunt bij in het totale foutenpercentage van 4,4%.

De Europese Rekenkamer constateert in het jaarverslag dat er terreinen zijn waar sprake is van aanhoudend hoge foutenpercentages («persistently high») en beveelt aan dat de Europese Commissie deze analyseert en daarnaast beoordeelt welke mogelijkheden er bestaan om deze verder te verlagen. Het kabinet steunt deze aanbeveling. Daarnaast is het kabinet van mening dat meer transparantie zal bijdragen tot betere besteding en minder fouten, onder verwijzing naar de beantwoording op de eerste vraag in dit Schriftelijk Overleg.

Vraag

Hoe verhouden deze cijfers zich tot Nederland?

Antwoord

Tabel 1. Foutpercentages per fonds per jaar in Nederland en het EU gemiddelde (Gedeeld Beheer) voor zover beschikbaar en gepubliceerd.

Fonds

(in Gedeeld Beheer)

Totale subsidiabele kosten: EU-deel met nationale co-financiering (euro)

% fouten Nederland

(> 2% exact)

Europees gemiddelde

(zoals gepubliceerd)

ESF

     

2009

120.901.590

1,79%

>2%

2010

46.722.914

1,77%

>2%

2011

338.736.675

1,68%

2,2%

2012

328.237.390

2,01%

3,2%

2013

391.013.046

4,64%1

3,7%

EFRO

     

2009

121.818.636

1,67%

>5%

2010

139.424.785

2,16%

7,7%

2011

369.422.694

2,43%

6%

2012

336.318.722

4,00%

6,8%

2013

380.151.462

1,4%

6,1%

EVF

     

2009

27.491.737

<2%

Niet beschikbaar2

2010

10.952.440

5,9%

Niet beschikbaar2

2011

22.759.735

<2%

Niet beschikbaar2

2012

19.410.856

21,9%

Niet beschikbaar2

2013

28.248.218

22,04%3

Niet beschikbaar2

ELGF

     

2009/2010

895.187.156

<2%

2,3%

2010/2011

877.151.936

<2%

2,9%

2011/2012

865.043.699

<2%

3,8%

2012/2013

884.672.766

<2%

3,6%

2013/2014

819.765.053

<2%

2,9%

ELFPO

     

2009/2010

62.731.081

<2%

>2%

2010/2011

71.431.716

<2%

7,7%

2011/2012

97.078.371

<2%

7,9%

2012/2013

99.472.353

5,77%

6,7%

2013/2014

111.099.420

>2%

6,2%

Bron: Nationale Verklaring, Annual Control Report, en jaarverslagen Europese Rekenkamer 2009–2014.

X Noot
1

Twee vermoedens van fraude worden nog onderzocht.

X Noot
2

De Europese Rekenkamer publiceert geen afzonderlijk foutenpercentage voor EVF. Het is een marginaal onderdeel van het hoofdstuk landbouw.

X Noot
3

Betaalstop opgelegd door de Commissie, EZ heeft maatregelen genomen inmiddels en alle fouten gecorrigeerd. Zie ook de beantwoording bij de laatste vraag in dit SO.

Vraag

Bij de uitgaven voor Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid gaat het in de helft van de fouten om ernstige overtredingen van de aanbestedingsregels. In hoeverre zijn hiervan Nederlandse gevallen aan de orde geweest. In hoeverre zijn hiervan Belgische en Duitse gevallen aan de orde geweest? In hoeverre valt vast te stellen of het Nederlandse bedrijfsleven hieronder te leiden heeft gehad? Valt er een schatting te geven van de regionale spreiding van deze overtredingen?

Antwoord

Deze uitgavencategorie valt onder direct beheer van de Europese Commissie. Het kabinet heeft niet de beschikking over de door u gevraagde gegevens.

Vraag

De Europese Rekenkamer constateert dat de zevenjarige MFK’s (meerjarig financieel kader) nog niet corresponderen met de plannen volgend op Horizon 2020. Wordt deze problematiek betrokken bij het denken over betere begrotingsregels tijdens het Nederlands voorzitterschap?

Wordt ook de verantwoording door lidstaten over hun uitgaven van Europese gelden betrokken bij deze gedachtegang?

Antwoord

De Rekenkamer verwijst in haar Jaarverslag naar de geconstateerde fouten in het verlenen van subsidies onder Horizon2020. Zij merkt ook op dat de doelen van Horizon2020 niet bereikt worden op basis van de uitgavencategorieën van de huidige en voorgaande MFK’s. Deze problematiek staat los van de Nederlandse inzet om de Europese begrotingssystematiek te vereenvoudigen en ook los van de verantwoording door lidstaten, aangezien deze specifieke categorie EU uitgaven (Horizon 2020) volledig onder direct beheer van de Europese Commissie vallen.

Vraag

Zit er voortgang in het aantal landen dat net als Nederland uitgebreid verantwoording aflegt over de uitgaven van Europese gelden?

Antwoord

Het afgelopen jaar zijn er geen lidstaten bijgekomen die een Nationale Verklaring uitbrengen. Het Verenigd Koninkrijk is er een paar jaar geleden zelfs mee gestopt. Alleen Zweden en Nederland brengen een verklaring op politiek niveau uit. In Denemarken brengt de Deense Algemene Rekenkamer de verklaring uit.

Vraag

Neemt u de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer over met betrekking tot de Europese inkomstenzijde, zoals het verkorten van de voorbehoudtermijnen?

Antwoord

Ja. De ERK beveelt aan de verificatiecyclus te verkorten en een gemeenschappelijk EU-herzieningsbeleid op te stellen. Een kortere verificatiecyclus beperkt de kans op omvangrijke nacalculaties en zorgt voor rust in het begrotingsproces. Dit sluit goed aan bij de Nederlandse ambitie om de transparantie, de uitlegbaarheid en de voorspelbaarheid van de Europese begroting en begrotingssystematiek te verbeteren, zoals inhoudelijk toegelicht in de Miljoenennota 2016 en de Kamerbrief over de achtste aanvullende begroting. Ook de Europese Commissie geeft aan deze aanbeveling van de ERK over te nemen. De verificatiecyclus zal worden ingekort, door punten van voorbehoud eerder aan te pakken door een meer risicogebaseerd verificatiemodel.

Vraag

De Europese Rekenkamer staat een geheel nieuwe aanpak van het beheer van EU investeringen voor. Wat vind de Minister van deze aanbevelingen? Heeft de Europese Commissie reeds gereageerd op deze aanbevelingen? In hoeverre wordt werk gemaakt ten aanzien van de aanbevelingen om ook de resultaten en kosteneffectiviteit beter te monitoren?

Antwoord

De «geheel nieuwe aanpak» is een passage in het voorwoord van President Caldeira bij de toelichting van het ERK jaarverslag, die benoemt wat volgens hem de gewenste nieuwe aanpak zou moeten zijn van EU-beleidsmakers. De Europese Commissie heeft niet formeel gereageerd omdat het voorwoord van de President geen onderdeel is van het jaarverslag en daarmee niet van de hoor- en wederhoor procedure, zoals dit bij de bevindingen en aanbevelingen wel het geval is. Los van de «geheel nieuwe aanpak», heeft de Europese Rekenkamer een speciaal hoofdstuk gewijd aan «Getting results from the EU budget». Dit hoofdstuk bevat aanbevelingen over het monitoren van performance en effectiviteit.

Ook heeft de ERK in aanvulling op zijn compliance audit voor het eerst ook gekeken naar «performance», als pilot bij twee EU fondsen. De Raadsaanbevelingen bevatten, mede op instigatie van Nederland, een aanmoediging aan het adres van de Europese Rekenkamer om volgend jaar – waar mogelijk – bij alle EU fondsen performance informatie op te nemen, zodat er meer inzicht komt in de doeltreffendheid van deze middelen. De Raadsaanbevelingen steunen daarnaast de aanpak van de Europese Commissie (Eurocommissaris Georgieva) om zich meer te richten op behaalde resultaten met EU middelen. Dit zogeheten «budget for results»-initiatief wordt in de Raadsaanbevelingen expliciet verwelkomd, inclusief de nog op te starten werkgroep – op technische niveau – inzake Performance Based Budgeting.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het jaarverslag van de Europese Rekenkamer.

Vraag

De leden van de SP-fractie vragen de regering welke conclusie wordt getrokken uit het feit dat de Europese Rekenkamer opnieuw een afkeurend oordeel geeft over de regelmatigheid van de uitgaven? Welke kansen ziet de regering om dit structurele probleem onder de aandacht te brengen in Europees verband?

Antwoord

Het kabinet steunt de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer. Deze zijn gericht aan de Europese Commissie, de instelling die verantwoordelijk is voor de implementatie van de EU-begroting. Uiteraard ligt hier ook een opdracht voor de lidstaten aangezien 80% van de EU-begroting wordt besteed in beheer van de lidstaten. De inzet van het kabinet bij de Dechargeprocedure is en blijft gericht op het verbeteren van de besteding van en verantwoording over EU fondsen. Een grote meerderheid van de lidstaten wenst een positief Dechargeadvies aan het Europees Parlement mee te geven, vergezeld door gedetailleerde aanbevelingen aan Commissie en lidstaten. Nederland zal zich als voorzitter inzetten voor een soepel verlopend dechargeproces en een Raadsadvies dat de mening van de Raad als geheel weerspiegelt.

Vraag

Welke corrigerende maatregelen treffen de Europese Commissie en de lidstaten, vragen de leden van de SP-fractie? Kunnen deze worden toegelicht? Wijken deze in de verschillende lidstaten van elkaar af?

Antwoord

De Europese Commissie kan financiële correcties toepassen op middelen die de lidstaten declareren, waardoor de gecorrigeerde uitgaven niet meer ten laste van de EU-begroting komen. De Commissie is de laatste jaren zeer actief op dit punt, zoals ook blijkt uit de jaarlijkse rapportage «Protection of the EU budget».15 In bepaalde uitgavencategorieën, met name het cohesiebeleid, konden de lidstaten tot voor kort afgewezen uitgaven zonder veel problemen vervangen door andere subsidiabele uitgaven zodat zij (in totaal) geen middelen misliepen. Een correctie was daardoor geen netto-correctie op de totale hoeveelheid EU subsidie voor een lidstaat. In de regels voor de nieuwe MFK-periode is bij de cohesie- en structuurfondsen een prikkel ingebouwd om lidstaten in geval van ernstige tekortkomingen te bewegen tijdig correcties door te voeren en de tekortkoming expliciet te melden. Doen de autoriteiten in lidstaten dit niet, en wordt er ook geen melding gemaakt met bijbehorende corrigerende maatregelen, dan volgt voortaan wel een netto-correctie en is de lidstaat in kwestie het geld dus «kwijt». Naast de mogelijkheid tot het opleggen van financiële sancties heeft de Commissie ook andere middelen waarmee verbeteringen afgedwongen kunnen worden, met name het opleggen van tijdelijke betaalstops is effectief gebleken.

Vraag

Hoe verklaart de Minister dat niet alle beschikbare informatie is benut? Welke oorzaak is hiervoor? En hoe wordt gewaarborgd dat de Commissie de beschikbare informatie in het vervolg wel benut, vragen de leden van de SP-fractie?

Antwoord

De ERK concludeert dat het foutenpercentage lager had kunnen liggen als alle beschikbare informatie door de controlerende instanties was gebruikt om fouten te detecteren en te corrigeren. Voor de categorie Concurrentievermogen zou het foutenpercentage van 5,6% gehalveerd kunnen zijn, aldus de ERK (naar 2,8%). Dit is een probleem dat breed bij alle EU fondsen lijkt voor te komen, dus niet louter bij de Commissie. Voor nadere informatie verwijs ik graag naar de beantwoording bij de eerste vraag in dit Schriftelijk Overleg.

Vraag

Is de Commissie volgens de Minister voornemens meer aandacht te besteden aan resultaten en kosteneffectiviteit? Zal de Minister zich hier in Europees verband voor inzetten?

Antwoord

Ja, ik heb mij er reeds voor ingezet dat de Dechargeaanbevelingen in ruime mate aandacht besteden aan dit onderwerp. Ik verwijs graag naar de beantwoording van de eerste vraag van dit Schriftelijk Overeleg. Ook de Europese Commissie geeft aan meer aandacht te willen besteden aan het behalen van resultaten via het initiatief «Budget for Results». Het kabinet steunt dit initiatief. Naar verwachting zal de Commissie medio 2016 haar voornemens uiteenzetten in de vorm van een Mededeling. De eerste bijeenkomst van de nog op te richten werkgroep over Performance Based Budgeting zal, op technisch niveau, plaatsvinden tijdens het Nederlandse voorzitterschap in april 2016.

Vraag

De leden van de SP-fractie merken op dat de EU-begroting weinig flexibiliteit kent. Ze vragen de Minister of er mogelijkheden zijn om de flexibiliteit van de EU-begroting te vergroten. Gaat de regering tijdens het voorzitterschap hiertoe voorstellen doen?

Antwoord

De ruimte voor wijzigingen in het huidige MFK is beperkt. Op 2 december 2013 hebben lidstaten en het Europees Parlement na lange onderhandelingen een akkoord bereikt over het MFK 2014–2020. Hiermee zijn de belangen van 28 lidstaten gemoeid en besluitvorming vindt plaats op basis van unanimiteit.

Nederland organiseerde op donderdag 28 januari 2016 een voorzitterschaps-conferentie over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). De conferentie richtte zich op het verkennen van mogelijkheden voor hervorming van het volgende MFK. In één van de interactieve deelsessies werd gesproken over flexibiliteit. De conferentie draagt bij aan de discussie over het MFK en kan worden gezien als een inleiding voor het voorstel voor het volgende MFK dat in 2018 zal verschijnen. Tot de Commissie begin 2018 haar voorstel presenteert voor het volgende MFK zal de Nederlandse inzet gericht zijn op het op gang brengen en gaande houden van een open discussie over een toekomstbestendige meerjarenbegroting. Uw Kamer wordt op korte termijn geïnformeerd over de uitkomsten van de conferentie.

Vraag

Acht de Minister het mogelijk om het foutenpercentage per land te berekenen? Zo nee, waarom niet? Kan de Minister een inschatting geven van de kosten die daarmee gepaard zouden gaan?

Antwoord

Het kabinet heeft navraag gedaan bij de zowel Europese Rekenkamer als bij de Europese Commissie over de mogelijkheden voor meer landenspecifieke informatie, zoals landenspecifieke foutenpercentages en informatie over de kwaliteit van nationale controle-instanties bij de verantwoording van EU middelen.

De Europese Rekenkamer kan op grond van de huidige steekproef geen statistisch robuust foutenpercentage per land berekenen. De Europese Rekenkamer zou hiervoor aanzienlijk meer audits moeten uitvoeren. De kosten hiervan zouden – bij gelijkblijvende methodologie – een veelvoud zijn van de huidige kosten. Schattingen lopen uiteen van zes of zeven maal de huidige kosten. De jaarrekening van de Europese Rekenkamer telt een totaal van € 129,6 miljoen over 2014 waarvan circa tweederde is toe te rekenen aan rechtmatigheid-onderzoek.

De controledruk op begunstigden zal bovendien toenemen. Het kabinet is geen voorstander van het stapelen van controles op controles en wijst in dit kader op de mogelijkheid om meer gebruik te maken van reeds uitgevoerde audits (Single Audit) indien dit betrouwbare gegevens betreft. De Dechargeaanbevelingen bevatten dit jaar, mede op voorstel van Nederland, een specifieke oproep aan de ERK en de Commissie om waar mogelijk het principe van Single Audit meer toe te passen, waarbij de noodzaak wordt onderstreept om de beschikking te hebben over betrouwbare audit gegevens.

De nationale audit autoriteiten in lidstaten zijn reeds verplicht om ieder jaar per fonds een Annual Control Report en zogenoemde «Annual summaries» (samenvattingen van audits) op te stellen met daarin foutenpercentages en overige tekortkomingen. Zij sturen deze naar de Europese Commissie. Naar de mening van het kabinet zou de Commissie op grond van deze documenten kunnen rapporteren over de betrouwbaarheid van nationale controle-instanties en de gegevens (al dan niet geaggregeerd) openbaar kunnen maken. Vanaf de betalingen onder het MFK 2014–2020 zullen de autoriteiten in de lidstaten daarnaast een beheersverklaring met onafhankelijke audit opinie moeten opstellen en aan de Commissie zenden. Deze verantwoordingsdocumenten bevatten eveneens informatie over foutenpercentages per land en regio en over het functioneren van de controlesystemen. Helaas bestaat er geen meerderheid in de Raad om over te gaan tot publicatie hiervan.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie hebben met afkeuring kennis genomen van de conclusies van de Europese Rekenkamer. Zij vinden het verbijsterend dat er in Europa nog altijd geen stappen in de goede richting worden genomen om tot zeer wettige en regelmatige verantwoording van de uitgaven van de EU te komen.

Vraag

Zij vragen de Minister welke vooruitgang in de beperking van het foutenpercentage van de uitgaven hij nodig acht, om in het vervolg wel goedkeuring te kunnen geven aan de verantwoording van de EU-uitgaven.

Antwoord

Het kabinet weegt per jaarverslag de bevindingen en loopt niet vooruit op toekomstige ontwikkeling van het foutenpercentage.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het jaarverslag van de Europese Rekenkamer (2014).

Naar aanleiding van het genoemde punt brengen de leden van de PVV-fractie het volgende naar voren.

Allereerst merken de leden van de PVV-fractie op dat het geschatte foutenpercentage voor betalingen niet wordt opgesplitst naar lidstaten. Hierdoor is het onduidelijk in welke landen de hoogste risico’s liggen.

Vraag

De leden van de PVV-fractie vragen waarom een dergelijke uitsplitsing niet wordt toegepast. Kunt u deze uitsplitsing naar de Kamer doen toekomen? Zo neen, waarom niet? Hoe hoog zijn de geschatte kosten voor het maken van deze uitsplitsing?

Antwoord

Ik verwijs u graag naar het antwoord elders in deze brief inzake landenspecifieke informatie, onder «vragen van de leden van de fractie van de SP» op pagina 11.

Vraag

Verder vragen de leden van de PVV-fractie naar en update van het verplicht stellen van het opstellen van een nationale accountantsverklaring, gelet op het gegeven dat een groot deel van de fouten gemaakt wordt door de lidstaten zelf bij de besteding van de EU-middelen. Kunt u een overzicht geven van de landen die geen nationale accountantsverklaring opstellen?

Antwoord

In 2008 introduceerde Nederland de Nationale Verklaring als verantwoordingsinstrument voor EU-middelen in gedeeld beheer. Dit heeft geen navolging van andere lidstaten gekregen, behoudens Zweden, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk (die er inmiddels mee gestopt is). Tijdens de onderhandelingen over het Financieel Reglement in 2011 en 2012 heeft Nederland zich met deze landen ingezet voor een verplichte Nationale Verklaring. Het is uiteindelijk gebleven bij de mogelijkheid tot het vrijwillig uitbrengen van een verklaring, waarmee het instrument erkenning heeft gekregen in Europese wetgeving, maar niet is verplicht gesteld. De bouwstenen van de NV zijn echter wel verplicht onderdeel van de verantwoordingsketen voor lidstaten geworden, vanaf de betalingen onder het nieuwe MFK 2014–2020. De autoriteiten in lidstaten moeten beheersverklaringen over het functioneren van de systemen uitbrengen, met daarbij een onafhankelijke audit opinie over rechtmatigheid tot op het niveau van eindbegunstigden. Ook zijn de zogenaamde «Annual Summaries» verzwaard. Het kabinet beschouwt dit als winst.

Vraag

Voorts merken de leden van de PVV-fractie op dat de uitgaven in 2014 in totaal 142,5 miljard euro beliepen. De leden van de PVV-fractie willen graag weten aan welke lidstaten/projecten dit is besteed. Kunt u middels een overzicht per lidstaat aangeven welk bedrag hier aan gespendeerd is?

Antwoord

De Europese Commissie publiceert over betalingen per jaar per lidstaat in het Financial Report.16 De door u gewenste informatie is hieronder opgenomen.

Betalingen aan lidstaten (miljoen euro) 2014

België

7.044,3

Bulgarije

2.255,4

Tsjechië

4.377,2

Denemarken

1.511,7

Duitsland

11.484,5

Estland

667,6

Ierland

1.563,1

Griekenland

7.095,0

Spanje

11.538,5

Frankrijk

13.479,1

Kroatië

584,3

Italië

10.695,2

Cyprus

272,9

Letland

1.062,2

Litouwen

1.885,9

Luxemburg

1.713,9

Hongarije

6.620,2

Malta

254,9

Nederland

2.014,4

Oostenrijk

1.572,6

Polen

17.436,1

Portugal

4.943,0

Roemenië

5.943,9

Slovenië

1.142,5

Slowakije

1.668,8

Finland

1.061,9

Zweden

1.691,0

Verenigd Koninkrijk

6.984,7

Totaal

128.564,9

Bron: Financial Report 2014 (Europese Commissie)

Vraag

Kunt u tevens een update geven van de ontvangen landbouwsubsidies uit de EU door alle lidstaten over het jaar 2014?

Antwoord

Ik verwijs u graag naar Kamerstuk 21 501-32, nr. 847 van 25 juni 2015 met als bijlage een overzicht van de landbouwsubsidies die zijn verstrekt in de periode 2007–2014. De door u gevraagde informatie over 2014 is hierin beschikbaar gesteld.

Vraag

Tevens stellen de leden van de PVV-fractie vast dat de wijze waarop ernstige inbreuken op de aanbestedingsregels gekwantificeerd worden is geactualiseerd en dat hierdoor de geschatte foutenpercentages voor 2013 en 2012 lager liggen. De leden van de PVV-fractie willen weten hoeveel lager het geschatte foutenpercentage voor 2014 lager ligt door deze actualisatie.

Antwoord

De Europese Rekenkamer heeft voor 2014 alleen de nieuwe berekeningswijze gehanteerd. Het is daarom niet bekend hoe hoog of laag het foutpercentage over 2014 zou zijn geweest indien de oude berekeningswijze nog zou zijn gehanteerd. Wel geeft de ERK omwille van vergelijkbaarheid een herberekening van de foutenpercentages van de voorgaande twee jaar op basis van de nieuwe berekeningswijze.

Vraag

Verder merken de leden van de PVV-fractie op dat de Europese Rekenkamer van de circa 1200 verrichtingen die tijdens de controle voor 2014 zijn beoordeeld op wetmatigheid en rechtmatigheid 22 gevallen van vermoedelijke fraude heeft aangetroffen. De leden van de PVV-fractie willen weten welke maatregelen OLAF tegen deze gevallen heeft getroffen.

Antwoord

Het Europese antifraude bureau (OLAF) heeft in 2014 in totaal 1417 meldingen van vermoedens van fraude binnengekregen. OLAF onderzoekt of de 22 meldingen van de ERK – evenals alle andere binnengekomen meldingen – voldoende aanleiding en informatie geven om een zaak te openen, en of de melding binnen de competentie van OLAF valt. Wanneer aan deze randvoorwaarden wordt voldaan kan OLAF een onderzoek openen. Uit het onderzoek volgen aanbevelingen aan de lidstaat op strafrechtelijk, administratief, organisatorisch of operationeel gebied. Het is vervolgens aan de lidstaat om deze aanbevelingen op te volgen. De Europese Commissie monitort het opvolgen van de aanbevelingen.

Vraag

Ook stellen de leden van de PVV-fractie vast dat in de Tsjechische Republiek, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Polen, Slowakije, Spanje en het VK gevallen zijn aangetroffen waarin door de landbouwers grond was opgegeven als bouwland terwijl dit niet het geval was. In Spanje was er zelfs steun uitbetaald voor bouwland wat een motorcrossbaan bleek te zijn. De leden van de PVV-fractie vragen welke maatregelen hier precies tegen getroffen zijn.

Antwoord

Hoewel er een belangrijke rol is weggelegd voor de autoriteiten in de lidstaten om te controleren of door landbouwers opgegeven landbouwareaal juist is, gaat het in dit geval om bevindingen van de Europese Rekenkamer in een stadium waarin de declaraties reeds de nationale autoriteiten gepasseerd waren en ingediend waren bij de Commissie. Wanneer onvoldoende aangetoond kan worden dat de besteding juist en rechtmatig plaatsvond, legt de Europese Commissie financiële correcties op. Verder dwingt de Commissie af dat lidstaten actieplannen implementeren waarmee dergelijke fouten in de toekomst kunnen worden voorkomen. Deze actieplannen zijn erop gericht om de niet-subsidiabele percelen uit het landbouw-percelenidentificatiesysteem (LPIS) te halen. Dit systeem wordt gebruikt als grondslag voor betalingen aan landbouwbedrijven. De Commissie voert gericht controles uit op de realisatie van deze actieplannen bij lidstaten.

Vraag

Ten slotte merken de leden van de PVV-fractie op dat er drie gevallen zijn aangetroffen waarin regels vermoedelijk opzettelijk werden omzeild bij de steunaanvraag. In welke lidstaten zijn deze gevallen aangetroffen en welke maatregelen heeft het Europees Bureau voor fraudebestrijding inmiddels getroffen? Wanneer zal hier meer over openbaar worden gemaakt?

Antwoord

De ERK geeft aan dat om redenen van vertrouwelijkheid nadere details van deze gevallen niet worden geopenbaard. Wanneer OLAF besluit tot het openen van een onderzoek zullen de autoriteiten in de daarvoor verantwoordelijke lidstaten op de hoogte worden gesteld. De verantwoordelijkheid voor de strafrechtelijke bestrijding van EU-fraude in daarvoor in aanmerking komende ernstige gevallen ligt op dit moment volledig bij de lidstaten.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het jaarverslag 2014 van de Europese Rekenkamer. Deze leden maken van de gelegenheid gebruikt om enkele vragen te stellen.

Vraag

Wat is het gevolg geweest van het «Joint Statement» met het Verenigd Koninkrijk en Zweden, waarmee Nederland in februari van dit jaar tegen het Dechargeadvies van de Raad stemde, met een oproep om meer landenspecifieke informatie te publiceren.

Antwoord

Het Joint Statement kent als adressant het Europees Parlement (EP) aangezien dit de dechargeverlenende autoriteit is. Het Europees Parlement heeft dit statement meegenomen in haar beraadslagingen. Daarnaast is de oproep in het Joint Statement inzake landenspecifieke informatie besproken met de Europese Commissie en met de Europese Rekenkamer. Ik verwijs graag naar de beantwoording elders in deze brief inzake landenspecifieke informatie onder het kopje «vragen van de leden van de fractie van de SP» op pagina 11.

Vraag

Het kabinet heeft tijdens de vorige dechargeprocedure de Commissie gevraagd om een kwaliteitsverbetering door te voeren in de prestatierapportages. De Commissie heeft daarop toegezegd om bij een volgende herziening van het Financieel Reglement haar rapportagekader inzake prestaties te rationaliseren. Kan de Minister de voortgang toelichten?

Antwoord

Het verbeteren van prestatierapportages zal onderwerp van aandacht zijn in het initiatief «Budget for Results» dat door Eurocommissaris Georgieva is gelanceerd. Naar verwachting zal de Commissie medio 2016 haar voornemens uiteenzetten in de vorm van een Mededeling. De eerste bijeenkomst van de nog op te richten werkgroep over Performance Based Budgeting zal, op technisch niveau, plaatsvinden tijdens het Nederlandse voorzitterschap in 2016.

Vraag

De Europese Rekenkamer doet een aantal aanbevelingen aan de Commissie. Wat vindt de Minister van deze aanbevelingen? Heeft de Europese Commissie reeds gereageerd op deze aanbevelingen? Welke aanbevelingen worden overgenomen en welke niet?

Antwoord

Ik verwijs graag naar de beantwoording op de eerst vraag van dit Schriftelijk Overleg.

Vraag

De leden van de D66-fractie vragen hoe het in Nederland staat met de problemen met de rechtmatigheid bij het Europees Visserijfonds (EVF) met een eerder foutenpercentage van 10,40% over de periode juli 2013 t/m juni 2014? Is hier verbetering zichtbaar naar aanleiding van de eerder getroffen maatregelen?

Antwoord

Oorspronkelijk was er sprake van een foutenpercentage van 10,4% ten bedrage van € 3,3 miljoen. Zoals aangegeven in de Nationale Verklaring 2015 (Kamerstukken 34 150, nr. 2) was er echter nog sprake van een onzekerheid ter grootte van € 5,7 miljoen. Inmiddels is na het inwinnen van extern advies hiervan € 3,7 miljoen als fout aangemerkt, waarmee het totale foutenpercentage is uitgekomen op 22,04% (€ 7 miljoen). Dit zijn percentages ten opzichte van het in 2014 gecontroleerde totaal aan subsidiabele kosten. De visserijsubsidie uitgaven waren voor de gehele programmaperiode begroot op € 120 miljoen (waarvan € 48,6 miljoen EU-bijdrage). De Staatssecretaris van EZ heeft bij brief van 11 juni 2015 (Kamerstuk 34 150, nr. 5) aangegeven op welke wijze de problematiek werd aangepakt. Inmiddels zijn alle fouten en betwiste bedragen gecorrigeerd. Zoals gemeld in de voortgangsrapportage Gemeenschappelijk Visserijbeleid van 9 december jl. en zoals recentelijk verwoord in reactie op Kamervragen met dezelfde strekking17, heeft de Europese Commissie onlangs aangegeven de herstelacties van Nederland als voldoende te beschouwen om de betalingsonderbreking te beëindigen. Een gevolg van deze hoge foutenpercentages is echter wel dat na correctie de EU middelen niet opnieuw ingezet kunnen worden in deze programmaperiode.


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Met uitzondering van aanbeveling 5 in Hoofdstuk 6 inzake de rechtsgeldigheid van het verlengen van de subsidiabilitietsperiode voor Financiële Instrumenten binnen Cohesie.

X Noot
4

Rapport van 8 oktober 2015; COM(2015) 503.

X Noot
5

Zie tabel 4.2.4. in het rapport «Protection of the EU budget to end 2014», COM(2015) 503.

X Noot
6

Uitgezonderd het Visserijfonds, zie tabel 1.1.

X Noot
7

Kamerstuk 21 501-03, nr. 91.

X Noot
15

COM(2015) 503 final.

X Noot
17

Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 977.