Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2004-2005 | 24202 nr. 20 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2004-2005 | 24202 nr. 20 |
Vastgesteld 23 maart 2005
De commissie voor de Rijksuitgaven1 en de vaste commissie voor Europese Zaken2 hebben op 3 maart 2005 overleg gevoerd met vice-ministerpresident, minister Zalm van Financiën over:
– het jaarverslag over het begrotingsjaar 2003 van de Europese Rekenkamer;
– de kabinetsreactie op het jaarverslag 2003 van de Europese Rekenkamer d.d. 1 februari 2005 (24 202, nr. 19);
– het rapport van de Algemene Rekenkamer «EU-trendrapport 2005» (29 995, nrs. 1 en 2).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissies
De heer Douma (PvdA) vindt het treurig dat het oordeel van de Europese Rekenkamer ieder jaar negatief uitvalt. De indruk bestaat dat de vorige Europese Commissie enige tijd een voortvarende aanpak heeft gevolgd, maar dat het gevoel van urgentie is verdwenen. Het lijkt er ook steeds meer op dat de controle op de Europese uitgaven niet sluitend is. Worden op Europees niveau initiatieven genomen om op korte termijn een sluitende aanpak van de controle tot stand te brengen? Is het met het oog op die gewenste sluitende aanpak verstandig om de wijziging van de Wet Toezicht Europese Subsidies (de Wet TES) door te voeren? Hoe krijgt de controle op de uitgaven op decentraal niveau dan een plek in die sluitende aanpak?
Het heeft geen zin om geen decharge te verlenen aan de vorige Europese Commissie, maar de huidige Commissie moet wel duidelijk worden gemaakt dat de situatie de komende tijd sterk moet verbeteren.
De heer Van Dijk (CDA) merkt op dat het uitblijven van de betrouwbaarheidsverklaring van de accountant vooral te wijten is aan het gedrag van de lidstaten en niet zozeer aan het gedrag van de Europese Commissie zelf; 80% van de gelden wordt immers in gedeeld beheer uitgegeven. De Europese Commissie wordt er terecht op gewezen dat verbeteringen noodzakelijk zijn, maar er moet vooral bij de andere lidstaten worden aangedrongen op levering van juiste gegevens. Blijkbaar beseffen niet alle lidstaten de urgentie daarvan.
In het EU-trendrapport 2005 worden met betrekking tot de structuurfondsen twee modellen onderscheiden. In het eerste model, dat wordt gehanteerd door het ministerie van BZK, is dat ministerie verantwoordelijk, besteedt het de gelden en voert het een nauwgezette controle uit. In het tweede model, gehanteerd door de ministeries van EZ en LNV, is de uitvoering veel meer decentraal. De indruk bestaat dat de Algemene Rekenkamer van mening is dat de ministeries van EZ en LNV moeten overstappen op het BZK-model, omdat er in het andere model onvoldoende grip op de uitgaven zou zijn en omdat er onvoldoende bijsturingsmomenten zouden zijn. Het grote nadeel van het BZK-model is echter dat de betaal- en beheersautoriteit verder weg staan, waardoor het nog lastiger wordt om de gelden volledig te besteden. De gelden moeten echter natuurlijk wel correct en adequaat worden uitgegeven. Welke plannen heeft de minister om daarvoor te zorgen?
Wat vindt de minister van de kritiek van de Algemene Rekenkamer op de manier waarop ESF-projecten worden begroot? Hoe kan de begroting van die projecten aanzienlijk verbeterd worden? Hoe kan het ministerie van EZ de controle verbeteren op de besteding van Interreg-gelden?
De Algemene Rekenkamer betreurt het unanieme besluit van de Kamer om artikel 2 van de Wet TES te schrappen, maar die wetswijziging moet gewoon doorgaan. Wanneer zal het formele besluit daarover kunnen worden genomen?
De minister van Financiën bevestigt dat de beginperiode van een nieuwe Europese Commissie een geschikt moment is om de Europese Commissie de duimschroeven aan te zetten. De Commissie heeft al een plan van aanpak aangekondigd, maar de minister zal in de Ecofinraad aangeven dat dat plan een tijdpad moet bevatten om in ieder geval in deze commissieperiode een betrouwbaarheidsverklaring te verkrijgen. Een dergelijke oproep staat ook in een conceptraadsverklaring van de ministers van Financiën, waarin een positief dechargeadvies is opgenomen, maar waarin ook teleurstelling wordt uitgesproken over het nog steeds ontbreken van een betrouwbaarheidsadvies.
De Europese Commissie is verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de Europese uitgaven, net zoals het Rijk verantwoordelijk is voor rijksuitgaven die via medebewind door gemeenten worden gedaan. In beide gevallen moeten op het centrale niveau zodanige eisen worden gesteld dat de rechtmatigheid van de uitgaven gegarandeerd is. De Europese Commissie moet dus harder optreden jegens de lidstaten: als de controlemechanismen in de lidstaten niet op orde zijn, moet zij geen budgetten ter beschikking stellen. De lidstaten moeten op dit punt inderdaad beter hun best doen, maar de politieke verantwoordelijkheid moet niet worden vertroebeld, want dan is uiteindelijk niemand meer aansprakelijk. De Europese Commissie moet dus het centrale aanspreekpunt zijn. Als zij middelen ter beschikking stelt, moet helder zijn onder welk controleregime zij vallen en welke verantwoording daarover moet worden afgelegd. Een bijkomend probleem is dat de Europese regelgeving soms zo ingewikkeld is dat het heel moeilijk is om aan de eisen te voldoen.
In dit kader is het een probleem dat de nationale rekenkamers hun eigen normatiek hebben en dus niet volgens de Europese normatiek willen controleren; hoogstens willen zij een controle volgens de Europese normatiek erbij doen. Het zou goed zijn als voor Europese uitgaven, ook bij cofinanciering, alleen de Europese normatiek wordt gehanteerd, maar nationale rekenkamers zijn op dit punt zeer gevoelig. De suggestie van de Europese Rekenkamer inzake het «single audit»-model wordt dus door de ministers van Financiën onderschreven, want daarmee ontstaat in principe een sluitende aanpak.
De Kamer heeft gekozen voor deregulering op het punt van de Wet TES, mede omdat de gemeenten erg onzeker werden door de desbetreffende regelgeving. De Algemene Rekenkamer is hier niet blij mee, maar de wetgever heeft deze keuze vol overtuiging gemaakt.
Het ministerie van BZK speelt op het punt van de Europese geldstromen slechts een kleine rol. Bij veel beleid op het terrein van het ministerie van EZ heeft de Europese Commissie rechtstreekse lijnen met universiteiten en bedrijven. Dat is op zich geen probleem, maar de Europese Commissie moet dan zelf voorzieningen treffen die garanderen dat de uitgaven verantwoord zijn. Ook op het gebied van de landbouwuitgaven heeft de Commissie vooral rechtstreekse lijnen en is er dus geen route via de centrale overheid. De minister voelt er niets voor om op het punt van de structuurfondsen het BZK-model als algemeen model te hanteren.
Op het punt van de ESF-projecten is door de opgedane ervaring en de tamelijk zware eisen aan ESF-projecten enige huiver ontstaan. De staatssecretaris van SZW probeert weer enthousiasme voor deze projecten te wekken om te voorkomen dat de aan Nederland toegewezen ESF-fondsen onbenut blijven. Inmiddels begint het weer beter te lopen, omdat de grootste schrik enigszins verdwenen is.
Over de Interreg-projecten, die vallen onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van EZ, zal de Kamer schriftelijk worden geïnformeerd.
Het ministerie van BZK stelt een brede toezichtswet op waarin de Wet TES geïntegreerd zal worden. De minister zegt toe dat de wijziging van de Wet TES snel aan de orde zal komen en dat daarmee dus niet zal worden gewacht tot de totstandkoming van die brede toezichtswet.
Samenstelling:
Leden: Duivesteijn (PvdA), Giskes (D66), ondervoorzitter, Crone (PvdA), Rouvoet (ChristenUnie), Bibi de Vries (VVD), voorzitter, De Haan (CDA), Atsma (CDA), Vendrik (GroenLinks), Halsema (GroenLinks), Kant (SP), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), Balemans (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Van As (LPF), Rambocus (CDA), Gerkens (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Varela (LPF), De Nerée tot Babberich (CDA), Aptroot (VVD), Blom (PvdA), Douma (PvdA), Stuurman (PvdA), Heemskerk (PvdA), Van Dam (PvdA), Schippers (VVD).
Plv. leden: Noorman-den Uyl (PvdA), Bakker (D66), Fierens (PvdA), Van der Vlies (SGP), Van Egerschot (VVD), Mosterd (CDA), Kortenhorst (CDA), Van Gent (GroenLinks), Duyvendak (GroenLinks), De Ruiter (SP), Dezentjé Hamming (VVD), Schreijer-Pierik (CDA), Hofstra (VVD), Ferrier (CDA), Eerdmans (LPF), Vergeer (SP), Jan de Vries (CDA), Hermans (LPF), Mastwijk (CDA), De Krom (VVD), Smeets (PvdA), Van Heemst (PvdA), Smits (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Kalsbeek (PvdA), Van Beek (VVD).
Samenstelling:
Leden: Van Nieuwenhoven (PvdA), Dijksma (PvdA), voorzitter, De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Atsma (CDA), Karimi (GroenLinks), Timmermans (PvdA), Van Bommel (SP), Albayrak (PvdA), Van der Staaij (SGP), Waalkens (PvdA), Weekers (VVD), Balemans (VVD), Van Baalen (VVD), Van Winsen (CDA), Van den Brink (LPF), Duyvendak (GroenLinks), Van Velzen (SP), De Nerée tot Babberich (CDA), Van Dijk (CDA), Nawijn (LPF), ondervoorzitter, Dubbelboer (PvdA), Van der Laan (D66), Brinkel (CDA), Szabó (VVD), Griffith (VVD), Jonker (CDA).
Plv. leden: Duivesteijn (PvdA), Kruijsen (PvdA), Hessels (CDA), Van Heteren (PvdA), Çörüz (CDA), Halsema (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), De Wit (SP), Eijsink (PvdA), Rouvoet (ChristenUnie), Douma (PvdA), Wilders (Groep Wilders), Veenendaal (VVD), Geluk (VVD), Algra (CDA), Nawijn (LPF), Vos (GroenLinks), Vergeer (SP), Ormel (CDA), Buijs (CDA), Varela (LPF), Fierens (PvdA), Dittrich (D66), Ferrier (CDA), Dezentjé Hamming (VVD), Hirsi Ali (VVD), Spies (CDA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24202-20.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.