Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 24170 nr. 400 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 24170 nr. 400 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 mei 2026
Hierbij informeer ik uw Kamer op welke wijze ik uitvoering ga geven aan de aangenomen moties 161, 164, 167, 174 en 176 (Kamerstukken II 2025/2026, 36 800 XVI), ingediend tijdens het Wetgevingsoverleg Gehandicaptenbeleid d.d. 9 maart 2026 (Kamerstuk 36 800 XVI, nr. 189).
– Nr. 161, Motie van het lid Westerveld c.s. over het verlenen van coulance aan gezinnen van wie de meerzorgaanvraag is afgewezen
Deze motie vraagt de regering om tot ten minste 2027 coulance te verlenen aan gezinnen en cliënten voor wie de aanvraag voor meerzorg is afgewezen en het definitieve beleidskader meerzorg in samenspraak met cliënten en belangen-organisaties voor cliënten vast te stellen1. Deze motie had ik tijdens het debat voorzien van de appreciatie «ontraden» aangezien de verzoeken aan de regering op gespannen voet staan met de bevoegdheden die ik als bewindspersoon heb. Het verlenen van coulance aan gezinnen en cliënten van wie een aanvraag is afgewezen, behoort tot de beslisruimte van zorgkantoren. Zoals toegelicht in de brief over meerzorg van 10 december 20252 zijn zorgkantoren zelfstandige bestuursorganen die niet hiërarchisch ondergeschikt zijn aan een Minister. Het is vanuit mijn positie dan ook niet toegestaan om aan de zorgkantoren of Wlz-uitvoerders aanwijzingen te geven. Ook beslissen zorgkantoren zelf over het vaststellen van hun definitieve beleidskader en de wijze van afstemming met betrokken partijen. Ik heb deze motie onder de aandacht van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) gebracht met het verzoek om een schriftelijke reactie te geven op beide verzoeken aan de regering. De reactie van ZN verwacht ik later deze maand. Ik stuur eind juni een brief aan uw Kamer over stand van zaken rondom meerzorg, waarin ik ook in zal gaan op dit punt.
– Nr. 164, Motie van het lid Maeijer over een plan van aanpak om de administratieve lastendruk in de gehandicaptenzorg verder te verminderen3
Deze motie vraagt de regering om in overleg te treden met de gehandicaptensector en voor het zomerreces 2026 een plan van aanpak te presenteren om de administratieve lastendruk verder te verminderen. Deze motie had ik tijdens het debat voorzien van de appreciatie «ontraden» aangezien de vermindering van de administratieve lasten onder andere onderdeel is van de gesprekken met de sector over een akkoord in de gehandicaptenzorg en deze gesprekken niet voor het zomerreces zijn afgerond.
Bovendien heeft de toenmalige Minister van VWS op 3 februari jl. het aangepaste plan van aanpak van de Regiegroep en de daarbij behorende werkagenda’s van de leden aan uw Kamer gestuurd.4 De aanpak van administratieve lasten en regeldruk in de gehandicaptensector maakt hier deel van uit, onder meer via de werkagenda van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN). Hiermee is de facto uitvoering gegeven aan de motie en beschouw ik de motie als afgedaan.
Het verminderen van de administratieve lasten is enorm belangrijk en vraagt om inzet van alle betrokken partijen, ook binnen de gehandicaptensector. Partijen hebben elkaar nodig om vraagstukken rond administratiedruk op te lossen. Daarom werken alle betrokken zorgpartijen samen binnen de Regiegroep Aanpak Regeldruk, met als doel om ervoor te zorgen dat uiterlijk in 2030 zorgverleners maximaal 20% van hun tijd aan administratie besteden.
Alle deelnemende partijen zijn verantwoordelijk om de uitvoering van de eigen afspraken uit het plan van aanpak en hun eigen werkagenda te realiseren. Ook het Ministerie van VWS heeft als lid van de Regiegroep een eigen werkagenda met acties. Waar knelpunten bestaan op het vlak van wet- en regelgeving of toezicht zijn overheidspartijen als het Ministerie van VWS, NZa, IGJ en ZiNL uiteraard bereid te bezien of deze weggenomen kunnen worden. De Regiegroep, met als trekkers speciaal gezanten Stephan Valk en Toosje Valkenburg, ziet toe op de samenhang, voortgang en bevordert de samenwerking tussen partijen. Zo draagt de regionale aanpak voor vermindering en stroomlijnen van administratieve eisen binnen de Wmo en Jeugdzorg ook bij aan het verlagen van de administratieve lasten van aanbieders in de gehandicaptenzorg, omdat zij vaak met inkoop bij meerdere gemeenten te maken hebben.
Binnen de gehandicaptensector wordt ingezet op een aantal specifieke onderwerpen, zoals de veldbevraging waarover in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) afspraken zijn gemaakt. Dit onderzoek gaat na welke registratie zorgverleners noodzakelijk achten binnen een maximale administratietijd van 20%. Andere belangrijke acties binnen de gehandicaptenzorg zijn de vereenvoudiging en versnelling van herindicaties, de herziening van de Wet zorg en dwang, en het opschalen van Zinnig en Simpel Verantwoorden. Dit laatste is een opschaling van de werkwijze in de langdurige zorg die aantoonbaar leidt tot minder administratietijd, zinvolle registratie in het cliëntdossier en verminderen van dubbele controles.
Partijen kunnen waar nodig binnen de Regiegroep sector-overstijgende acties organiseren. Daarnaast zijn gesprekken gestart met de sector om een gezamenlijk toekomstperspectief te formuleren en te komen tot bestuurlijke afspraken om daar naartoe te werken. In overleg met partijen bezie ik of het onderwerp administratieve lasten hierin een plek krijgt, in samenhang met andere onderwerpen. Gezien de centrale rol van de Regiegroep Aanpak Regeldruk bij de aanpak van regeldruk in de zorg zullen eventuele aanvullende acties ook worden opgenomen in de desbetreffende werkagenda’s binnen de Regiegroep.
– Nr. 167, Motie van het lid Van Houwelingen over respijtzorg borgen voor mantelzorgers die zorgen voor iemand met een 24/7 intensieve zorgbehoefte
De motie van Van Houwelingen5 verzoekt de regering respijtzorg te borgen voor mantelzorgers die zorgen voor iemand met 24/7 intensieve zorgbehoefte en dit proces samen met mantelzorgers of hun belangenbehartigers vorm te geven om zo te komen tot passend aanbod. Deze motie heb ik eerder ontraden omdat ten onrechte de suggestie wordt gewekt dat ik respijtzorg kan garanderen. Ik kan dat echter niet, het is de verantwoordelijkheid van zorgkantoren samen met zorgaanbieders. Uiteraard wil ik het gebruik van respijtzorg blijven bevorderen. Het Ministerie van VWS heeft het afgelopen jaar gesprekken gevoerd met zorgkantoren en de NZa over logeren. ZN heeft bij de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) signalen ingediend rondom de financiering van logeren in de Wlz. De NZa heeft mij recent laten weten dat zij naar aanleiding van het signaal een werkgroep logeren ingericht heeft met de NZa, ZN, VGN en de VGU (Vereniging Gehandicaptenzorg Utrecht). De doelstelling is dat partijen (NZa, VGN, Valente, de Nederlandse ggz, ZN, zorgkantoren, cliëntvertegenwoordigers) gezamenlijk binnen de langdurige zorg het gebruik van logeerzorg stimuleren daar waar de meerwaarde het grootst is. De nadruk hierbij ligt op de gehandicaptenzorg. De ggz-partijen haken aan als eventuele problemen in ggz zijn geconcretiseerd. Naar verwachting hebben veldpartijen voor eind 2026:
1. goede voorbeelden in kaart gebracht en gedeeld;
2. cijfermatig inzicht in vraag en aanbod van logeerzorg per regio en per doelgroep;
3. financiële drempels weggenomen door redelijkerwijs kostendekkende tarieven vast te stellen en (daar waar nodig) gedifferentieerde tarieven;
4. duidelijke informatie beschikbaar gemaakt over inhoud en declaratieregels rondom logeren voor zowel zorg in natura als pgb, en
5. inzichtelijk gemaakt waar logeeraanbod ontbreekt, zodat zij gericht verbetermogelijkheden kunnen stimuleren.
Met deze verschillende acties wordt uitvoering gegeven aan de motie.
– Nr. 174, Motie van het lid Dobbe c.s.6 over de gevolgen in kaart brengen van de maatregelen uit het regeerakkoord voor de positie van mensen met een beperking
Deze motie verzoekt de regering om onafhankelijk in kaart te laten brengen wat de gevolgen van het maatregelenpakket uit het regeerakkoord zijn voor de positie van mensen met een beperking en hoe zich dit zich verhoudt tot het standstillprincipe van het VN-verdrag Handicap, voordat deze maatregelen worden doorgevoerd. Ik heb deze motie ontraden omdat uw Kamer reeds op 26 februari 2026 via een motie van lid Stoffer de regering verzocht voorafgaand aan alle voorgenomen maatregelen die ingrijpen op de portemonnee van mensen in de sociale zekerheid en zorg, de gevolgen daarvan voor kwetsbare groepen in kaart te brengen.7 In de procesbrief aan uw Kamer over de uitwerking van de moties Stoffer en Dobbe is geschetst dat de analyse naar de effecten van de maatregelen uit het coalitieakkoord ook specifiek voor mensen met chronische ziekten en/of beperking zal plaatsvinden.
– Nr. 176, Motie van het lid Dobbe over de positie van vrouwen met een beperking verbeteren8
De motie verzoekt de regering om op basis van de aanbevelingen uit het rapport over het VN-Vrouwenverdrag plannen te maken om de positie van vrouwen met een beperking te verbeteren. Ik heb deze motie ontraden omdat ik niet met een nieuw plan wil komen maar eerst de voortgang van de werkagenda VN-Verdrag Handicap en de opvolging van de aanbevelingen wil afwachten.
Het kabinet onderschrijft de noodzaak om de positie van vrouwen met een beperking te versterken, in het bijzonder waar het gaat om bescherming tegen seksueel en gender gerelateerd geweld. Vrouwen met een beperking hebben een aantoonbaar verhoogd risico om slachtoffer te worden van geweld, misbruik en uitbuiting en ervaren tegelijkertijd belemmeringen in de toegang tot passende ondersteuning, opvang en rechtsbescherming. Dit vraagt om een gerichte en structurele beleidsinzet. Op de aanbevelingen zoals gedaan door het «Committee on the Elimination of Discrimination against Women» zal het kabinet vóór de zomer integraal reageren.
Hierin wordt de reactie op de aanbevelingen zoals bedoeld door lid Dobbe (SP) meegenomen. Daarnaast vindt er op dit moment vanuit de Werkagenda VN-Verdrag Handicap een verkenning plaats naar hoe vrouwen met een beperking steeds vaker bij beleid dat hen aangaat worden betrokken.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24170-400.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.