nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP
Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet houdende
wijziging van de Wet op de accijns.
De toelichtende memorie en bijlagen, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat
de gronden waarop het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.
's-Gravenhage
2 mei 1995
Beatrix
nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de Wet op de accijns dient
te worden aangepast aan richtlijn nr. 94/74/EG van de Raad van de Europese
Unie van 22 december 1994 tot wijziging van Richtlijn 92/12/EEG betreffende
de algemene regeling voor accijnsprodukten, het voorhanden hebben en het verkeer
daarvan en de controles daarop, Richtlijn 92/81/EEG betreffende de harmonisatie
van de structuur van de accijns op minerale oliën en Richtlijn 92/82/EEG
betreffende de onderlinge aanpassing van de accijnstarieven voor minerale
oliën (PbEG L 365);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet op de accijns wordt als volgt gewijzigd.
A. Artikel 1a, onderdeel q, wordt vervangen door: GN-code:
de code als bedoeld in verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en
statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEG L 256),
zoals deze luidt op 19 oktober 1992 onderscheidenlijk, indien het minerale
oliën betreft, op 1 oktober 1994.
B. Aan artikel 2b wordt onder vernummering van het vijfde tot
zesde lid na het vierde lid een nieuw lid toegevoegd, luidende;
5. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt niet als uitslag aangemerkt
het voorhanden hebben van minerale oliën die in een andere lid-staat
zijn uitgeslagen dan wel ingevoerd, in de normale reservoirs van bedrijfsmotorrijtuigen
en die bestemd zijn als brandstof voor deze motorrijtuigen of in de normale
reservoirs van containers voor speciale doeleinden en die bestemd zijn voor
de werking tijdens het vervoer van specifieke systemen die tot de uitrusting
van deze containers behoren.
C. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
C.1. Het derde lid, onderdeel d, wordt vervangen door:
d. het vervaardigen en het voorhanden hebben van andere minerale oliën
dan bedoeld in het vierde lid, mits deze minerale oliën niet op grond
van artikel 28 worden gelijkgesteld met minerale oliën waarvoor in artikel
27 een tarief is vastgesteld.
C.2. Na het derde lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:
4. De in het derde lid, onderdeel d, bedoelde minerale oliën zijn
de produkten van de GN-codes:
a. 2707 10, 2707 20, 2707 30 en 2707 50;
b. 2710 00 11 tot en met 2710 00 78; 2710 00 21, 2710 00 25 en 2710 00
59, indien deze in bulk worden vervoerd;
c. 2711, met uitzondering van de produkten van de GN-codes 2711 11 00
en 2711 21 00;
d. 2901 10;
e. 2902 20, 2902 30, 2902 41 00, 2902 42 00, 2902 43 00 en 2902 44.
D. Artikel 26 wordt gewijzigd als volgt:
D.1. In artikel 26, tweede lid, worden de tweede en de derde
volzin vervangen door: Onder gelode lichte olie worden verstaan de produkten
van GN-codes 2710 00 26, 2710 00 34 en 2710 00 36. Onder ongelode lichte olie
worden verstaan de produkten van GN-codes 2710 00 27, 2710 00 29
en 2710 00 32.
D.2. Het vijfde lid wordt vervangen door:
5. Onder zware stookolie worden verstaan de produkten van GN-codes 2710
00 74 tot en met 2710 00 78.
E. In artikel 56 worden na het tweede lid, onder vernummering
van het derde tot en met zesde lid tot vijfde tot en met achtste lid, twee
nieuwe leden ingevoegd, luidende:
3. In afwijking van het eerste lid kan de inspecteur, onder bij algemene
maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen, toestaan dat
de vervoerder of de eigenaar van de accijnsgoederen zekerheid stelt in plaats
van de in het eerste lid bedoelde vergunninghouder voor het bedrag aan accijns
dat wordt vertegenwoordigd door de hoeveelheid accijnsgoederen die door hem
of namens hem wordt vervoerd vanuit een accijnsgoederenplaats naar een andere
accijnsgoederenplaats, naar een belastingentrepot, naar een geregistreerd
bedrijf of naar een niet-geregistreerd bedrijf in een andere lid-staat.
4. Het stellen van zekerheid als bedoeld in het eerste lid kan op verzoek
achterwege blijven voor minerale oliën die vanuit een accijnsgoederenplaats over zee of door middel van een pijpleiding worden overgebracht
naar een andere lid-staat. De inspecteur besluit op het verzoek bij voor bezwaar
vatbare beschikking.
F. Aan artikel 61a wordt, onder aanduiding van het enig lid
als eerste lid, een nieuw lid toegevoegd, luidende:
2. De vervoerder of eigenaar van accijnsgoederen die op grond van artikel
56, derde lid, zekerheid heeft gesteld in plaats van de vergunninghouder van
een accijnsgoederenplaats is hoofdelijk aansprakelijk voor het in artikel
56, derde lid, bedoelde bedrag aan accijns.
G. In artikel 64, eerste lid, wordt, onder wijziging van de
aanduiding van onderdeel e in «f», na onderdeel d een nieuw onderdeel
toegevoegd, luidende:
e. minerale oliën die in hoogovens met het oog op chemische reductie
worden ingespoten als toevoeging aan de steenkool, die wordt gebruikt als
voornaamste brandstof.
H. In de artikelen 1a, onderdelen c, g, j, k, m, n en p, 2,
derde lid, onderdelen c en d, 2b, eerste en vierde lid, onderdeel
a, 2c, eerste en tweede lid, 2d, eerste lid, 2e, eerste lid, 50a, tweede lid, 50c, tweede lid,
onderdeel b, 56, eerste lid, 61a, 66a, eerste
lid, onderdelen a en b, 71, eerste lid, onderdelen e en f, 86a, eerste, vierde, vijfde en zesde lid en 86b, eerste lid,
wordt «Lid-Staat» telkens vervangen door: lid-staat.
I. In de artikelen 1a, onderdeel h, en 86b, derde
lid, onderdeel b, en vierde lid, onderdeel d, wordt «Lid-Staten»
telkens vervangen door: lid-staten.
ARTIKEL II
De Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele
andere produkten wordt als volgt gewijzigd.
A. In artikel 23, tweede lid, wordt «artikelen 56, derde
tot en met zesde lid» vervangen door: artikelen 56, vijfde tot en met
achtste lid.
B. In de artikelen 2, onderdeel e, 3, derde lid,
onderdeel b, 4, tweede lid, onderdeel d, 30, eerste
lid, onderdelen a en b, 33, eerste lid, onderdeel e, en 39 wordt «Lid-Staat» telkens vervangen door: lid-staat.
C. In artikel 2, onderdeel f, wordt «Lid-Staten»
vervangen door: lid-staten.
ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juli 1995.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Financiën,