A
OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN VAN DE MEMORIE VAN
TOELICHTING ZOALS VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE EN VOOR ZOVER NADIEN GEWIJZIGD
Voorstel van Wet
– Aan artikel 1 is de definitie van het begrip functionaris toegevoegd,
nl.: hij die, zonder orgaan te zijn, krachtens het op de corporatie toepasselijke
recht en haar statuten of samenwerkingsovereenkomst bevoegd is deze te vertegenwoordigen.
– Artikel 2 is gewijzigd. Het luidde oorspronkelijk:
Op een corporatie is toepasselijk het recht van de Staat waar ingevolge
de oprichtingsovereenkomst of akte van oprichting haar zetel of, bij gebreke
daarvan, haar centrum van optreden naar buiten ten tijde van de oprichting
is gevestigd en in overeenstemming met welk recht zij is opgericht.
– In artikel 4 is het eerste woord van de tweede zin «Na»
vervangen door «Vanaf»
– In artikel 5, eerste lid, zijn de woorden «van een in het
buitenland opgerichte corporatie» vervangen door de woorden «van
een ingevolge artikel 2 in samenhang met artikel 4 door buitenlands recht
beheerste corporatie».
– In artikel 6 zijn de woorden «Wet puur formeel buitenlandse
vennootschappen» vervangen door «Wet op de formeel buitenlandse
vennootschappen».
– In artikel 7 is het woord «vervalt» vervangen door
de woorden «wordt hierbij ingetrokken».
Memorie van toelichting
Terloops zijn in de gehele memorie van toelichting taalkundige en redactionele
verbeteringen aangebracht; daarbij is rekening gehouden met de door de Raad
van State gemaakte redactionele aantekeningen. Deze wijzigingen zullen niet
worden aangegeven. Voor zover het de overige veranderingen betreft zullen
deze paragraafsgewijze worden genoemd.
1. In paragraaf 1:
– In de derde alinea is de passage: «De behandeling van dat
wetsvoorstel ... tot de EG toegetreden» vervangen door «De behandeling
van dat wetsvoorstel is door de intrekking van dit wetsvoorstel bij brief
van 4 november 1993 beëindigd».
– Na de vierde alinea is een nieuwe alinea ingevoegd, luidende:
«De bovengenoemde verdragen hebben .... maar geen rechtspersonen zijn».
– In de laatste alinea is de passage: «De verdragen hebben
.... maar geen rechtspersonen zijn», vervangen door de passage: «Door
het gebruik van .... Wij zullen op dit kwalificatievraagstuk terugkomen».
2. In paragraaf 2:
– De alinea's na de vijfde alinea zijn vervangen door twee nieuwe
alinea's. De oorspronkelijke alinea's luidden: «Over de vraag of er
aanleiding .... over wetsvoorstel 11 790 (R 852) heeft uitgebracht
tot dusverre onbeantwoord gebleven.» De hiervoor in de plaats gestelde
alinea's luiden: «Bij brief van 4 november 1993 .... een belangrijke
vaststellende waarde».
3. In paragraaf 3:
– In de eerste alinea is na de woorden «het Brusselse Verdrag
van 1968» toegevoegd: «en in overeenstemming met het arrest van
de Hoge Raad van 20 april 1990. N.J. 1991, 520,».
– In de tweede alinea zijn de tweede laatste zinnen, beginnend met:
«Er zouden mitsdien ...» vervangen door de zin: «Sterke
argumenten ...».
– De tweede zin van de derde alinea is redactioneel gewijzigd.
– De derde, vierde en vijfde zin van de vierde alinea, luidende:
«Dat een corporatie .... het land van de oprichting», zijn vervangen
door de passage: «Dat een corporatie .... het land van de oprichting».
– In de vijfde alinea is in de derde zin na de woorden: «van
het EG-verdrag» toegevoegd: «en van de jurisprudentie van het
Hof van Justitie van de EG bij deze artikelen». In dezelfde alinea zijn
de derde, vierde en vijfde zin, beginnend met de woorden: «Een analyse
van de desbetreffende artikelen ...» vervangen door de zinnen: «Een
analyse van .... door buitenlandse vennootschappen in stand worden gehouden».
– In de eerste zin van alinea 6 is na de woorden; «dat ondernemingen
...» ingevoegd de woorden: «vrij zijn in hun keuze van het op
de rechtspersoon toepasselijke recht, en aldus ...». In deze alinea
is in de laatste zin de passage: «Dat in die landen het incorporatiestatuut
wordt erkend,» vervangen door: «Dat in die landen ook van het
incorporatiestelsel wordt uitgegaan».
4. Na de zesde alinea is in paragraaf 3 opgenomen een gewijzigde weergave
van de inhoud van paragraaf 4 oud.
– De zevende alinea vervangt de eerste alinea van paragraaf 4 oud.
– In de achtste alinea zijn de derde t/m de zesde zin van de tweede
alinea van paragraaf 4 oud niet opgenomen. De derde zin van deze alinea, beginnend
met de woorden: «Maar de bestrijding van ...» vervangt de zin:
«Maar de bestrijding van ...». Na de vierde zin van deze alinea
is vervallen de achtste zin van paragraaf 4 oud, beginnend met de woorden:
«Het middel van de leer ...».
– De negende alinea komt niet voor in paragraaf 4 oud.
– In de tiende alinea zijn alleen de eerste twee zinnen van de derde
alinea van paragraaf 4 oud opgenomen.
5. Paragraaf 4 komt overeen met paragraaf 5 oud onder de volgende aantekeningen.
– In de derde zin van de tweede alinea is na het woord «medezeggenschap»
toegevoegd: «het enquêterecht ...».
– Na de vierde zin van deze alinea is een nieuwe zin ingevoegd,
beginnend met de woorden: «De bepalingen van het enquêterecht
...».
6. Vóór paragraaf 8 (oud en nieuw) is een paragraaf 7 (nieuw)
ingevoegd, waarin wordt ingegaan op het advies van het Genootschap van Bedrijfsjuristen.
Artikelsgewijze toelichting
7. Artikel 1
– De laatste zin van de tweede alinea kwam niet voor in de eerdere
versie van de memorie van toelichting.
– In de derde alinea is na de tweede zin de zin toegevoegd, beginnend
met de woorden: «Het gaat bij de «corporatie» ...».
– Aan de toelichting bij dit artikel is een alinea toegevoegd betreffende
de «functionaris».
8. Artikel 3
– De tweede zin van de eerste alinea, beginnend met de woorden:
«Van belang is vast te stellen ...» is vervangen door drie zinnen
beginnend met: «De opsomming ...», en eindigend met: «..
de kredietverlening aan consumenten.».
– Aan de vierde alinea is een passage toegevoegd, beginnend met
de woorden: «En eveneens zal het incorporatierecht ...».
– Na de tweede zin van de vijfde alinea is een zin ingevoegd, beginnend
met de woorden: «Om interpretatiegeschillen ...». Aan de laatste
zin van deze alinea is een passage toegevoegd, beginnend met de woorden: «:
de toelaatbaarheid van de stemovereenkomst ...».
– In de zesde alinea is na de eerste zin de passage: «Het
begrip ..., tot: «toepassing verlangt.» geschrapt.
– Aan de toelichting bij artikel drie is een laatste alinea toegevoegd.
9. Artikel 4
– De eerste alinea is herschreven.
– Na de tweede alinea is een derde alinea toegevoegd.