Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1994-1995 | 24109 nr. 4 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1994-1995 | 24109 nr. 4 |
Ontvangen 13 maart 1995
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A. Artikel 5 komt te luiden:
1. Indien onverwijlde inbezitneming van onroerende zaken ten behoeve van de uitvoering van een werk als bedoeld in artikel 1 volstrekt noodzakelijk geacht wordt, kan deze, voor zover die onroerende zaken in het plan zijn aangewezen, op last van gedeputeerde staten geschieden. De artikelen 73, vijfde en zesde lid, 74, 75 en 76 van de Onteigeningswet zijn van toepassing.
2. Indien onroerende zaken als bedoeld in het eerste lid zijn aangewezen in het concept-plan, geschiedt daarvan kennisgeving aan degenen die in de kadastrale registratie staan vermeld als eigenaren van die onroerende zaken of als rechthebbenden op een beperkt recht waaraan die onroerende zaken onderworpen zijn. De kennisgeving wordt gedaan gelijktijdig met de in artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde kennisgeving en bevat de in het derde lid van dat artikel bedoelde gegevens.
3. Tegen een besluit van gedeputeerde staten tot het geven van een last als bedoeld in het eerste lid, kan geen beroep worden ingesteld.
B. De bij het voorstel van wet behorende, in artikel 1 onder b, bedoelde lijst wordt vervangen door de lijst die is gevoegd bij deze nota van wijziging.
Deze wijziging bevat een voorziening met het oog op de kenbaarheid aan belanghebbenden van de onroerende zaken die vatbaar zijn voor een nader door gedeputeerde staten te geven last tot onverwijlde inbezitneming. Daarnaast biedt de wijziging, in samenhang met het voorgaande, een voorziening met betrekking tot de beroepsmogelijkheid tegen de gegeven last.
Het punt van de kenbaarheid betreft het volgende. Duidelijk moet zijn dat het uitsluitend kan gaan om onroerende zaken die deel uitmaken van het plan van uitvoering van het werk. Verder moet, voordat er nog sprake kan zijn van een last van gedeputeerde staten tot inbezitneming, uit het plan blijken welke de onroerende zaken zijn die – ingeval van een daartoe gebleken volstrekte noodzakelijkheid – voorwerp kunnen zijn van een dergelijke last. Het gewijzigde artikel 5 stelt daarom als voorwaarde dat de betreffende onroerende zaken worden aangewezen in het plan, dat ingevolge artikel 5,derde lid, wordt vastgesteld bij een besluit van gedeputeerde staten. Dit is mede van belang nu ingevolge artikel 2 het vereiste van een krachtens de Onteigeningswet te nemen besluit, nl. het koninklijk besluit tot vaststelling van het onteigeningsplan op basis waarvan de rechter de onteigening kan uitspreken, komt te vervallen. De bijzondere regeling in het wetsvoorstel leidt, na in bezitneming krachtens besluit van gedeputeerde staten, tot eigendomsovergang van rechtswege ingevolge het in artikel 5 van toepassing verklaarde artikel 73, vijfde lid, van de Onteigeningswet, dus zonder rechterlijke tussenkomst.
Het voorgaande neemt niet weg dat ook het bewerkstelligen van deze bijzondere wijze van eigendomsovergang – door eerst de betreffende onroerende zaken aan te wijzen in het plan en vervolgens de last tot onverwijlde inbezitneming – een ultimum remedium moet zijn. Gegeven de hoge urgentie van de uit te voeren werken, moet er van worden uitgegaan dat op korte termijn wordt aangevangen met de minnelijke verwerving door een daartoe strekkend aanbod aan de eigenaren en de rechthebbenden op een beperkt recht tot de onroerende zaken die het betreft. Dit kan al zoveel mogelijk geschieden in de fase van de voorbereiding van het concept-plan en zo nodig verder in de fase van de procedure tot de vaststelling van het plan.
Gezien het aan de aanwijzing van onroerende zaken eventueel verbonden gevolg voor eigenaren en andere rechthebbenden, is het gewenst dat zij daarvan al rechtstreeks op de hoogte worden gesteld zodra het concept-plan is vastgesteld. De verplichting daartoe, waarvan de bewoordingen zijn ontleend aan die van artikel 23, derde lid, van de Wet op Ruimtelijke Ordening, is aangevuld in die zin dat eigenaren en rechthebbenden niet alleen door mededeling in nieuwsbladen maar door een persoonlijk kennisgeving op de hoogte moeten worden gebracht van de terinzagelegging en van de inspraakmogelijkheid. Dat aan eigenaren en rechthebbenden vervolgens het planvaststellingsbesluit bekend moet worden gemaakt vloeit voort uit artikel 3.41 van de Algemene wet bestuursrecht.
Aangezien de aanwijzing van de onroerende zaken een onderdeel zal zijn van het besluit waarbij het plan wordt vastgesteld is artikel 6 van het wetsvoorstel van toepassing. Dat betekent dat daartegen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ten opzichte van het planvaststellingsbesluit vormt de eventuele last tot inbezitneming een nader besluit van gedeputeerde staten. Aangezien met dat besluit de voorwaarde wordt vervuld voor eigendomsovergang, onverminderd de door de burgerlijke rechter vast te stellen schadeloosstelling, ligt het voor de hand het beroep op de bestuursrechter tegen dat besluit uitdrukkelijk uit te sluiten, evenals dat ten aanzien van het krachtens de onteigeningswet te nemen besluiten het geval is door de vermelding op de negatieve lijst bij artikel 8:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Aangezien de Deltawet grote rivieren een wet is met een tijdelijk karakter, is de uitsluiting van het beroep tegen de last opgenomen in deze wet zelf.
Het uitsluiten van beroep op de bestuursrechter heeft tot gevolg dat ook geschillen over de rechtmatigheid van de wijze waarop gedeputeerde staten van de bevoegdheid tot het geven van de last gebruik hebben gemaakt ter kennisneming staan van de burgerlijke rechter.
Vervanging van de lijst is noodzakelijk gebleken doordat tengevolge van een misverstand bij de interpretatie van door een van de betrokken waterschappen verstrekte gegevens de totale lengte van de in de lijst opgevoerde kaden ten onrechte was uitgebreid tot 195 km. Uit een nader contact met het waterschap is gebleken dat de kaden een totale lengte hebben van 141,9 km. De bij de lijst behorende kaarten, die met die lijst bijlage 2 van het wetsvoorstel vormen, behoeven geen wijziging.
Bijlage 2 bij de Deltawet Grote Rivieren, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b (met twee aanhangsels)
| Knelpunt | Lengte kade (km) |
|---|---|
| 1. Eijsden | 1,2 |
| 2. Maastricht-Heugem, -St.Pieter en -Wyck | 4,0 |
| 3. Borgharen-Itteren | 10,9 |
| 4. Aan de Maas | 3,4 |
| 5. Meers-Maasband | 7,2 |
| 6. Nattenhoven | 0,5 |
| 7. Grevenbicht-Roosteren | 15,9 |
| 8. Aasterberg | 2,4 |
| 9. Ohé-Stevensweert | 9,5 |
| 10. Brandt | 2,8 |
| 11. Brachterbeek | 1,5 |
| 12. Herten/Ool | 7,1 |
| 13. Wessem | 0,7 |
| 14. Horn | 1,1 |
| 15. Roermond-Voorstad | 4,5 |
| 16. Roermond-Haven | 1,0 |
| 17. Roermond-Roer | 1,0 |
| 18. Asselt | 0,0 |
| 19. Buggenum | 0,5 |
| 20. Beesel | 1,8 |
| 21. Hanssum | 2,0 |
| 22. Kessel | 0,2 |
| 23. Belfeld | 0,5 |
| 24. Maasbree-Kassen | 3,3 |
| 25. Tegelen | 3,0 |
| 26. Venlo | 0,9 |
| 27. Venlo | 1,9 |
| 28. Velden-Kassen | 2,2 |
| 29. Venlo-Ind. I | 1,8 |
| 30. Venlo-Ind. II | 1,3 |
| 31. Grubbenvorst | 0,7 |
| 32. Hasselt | 2,6 |
| 33. Lottum | 0,2 |
| 34. Lomm | 0,0 |
| 35. Arcen | 4,5 |
| 36. Broekhuizen | 1,3 |
| 37. Ooijen | 1,7 |
| 38. Bergen-Hotel | 0,0 |
| 39. Blitterwijck | 1,2 |
| 40. Meerlo-Fabriek | 0,5 |
| 41. Well | 2,1 |
| 42. Elsteren-Kassen | 2,5 |
| 43. Wanssum-Haven | 5,3 |
| 44. Leuken | 0,6 |
| 45. Kamp | 0,7 |
| 46. Geijsteren | 0,5 |
| 47. Aijen | 3,2 |
| 48. Bergen | 2,2 |
| 49. Nieuw-Bergen | 2,1 |
| 50. Heukelom | 0,9 |
| 51. Heijen-Haven | 1,4 |
| 52. Gennep-Niers | 2,6 |
| 53. Milsbeek | 1,0 |
| 54. Middelbaar | 4,4 |
| 55. Plasmolen | 3,5 |
| 56. Mook | 2,1 |
| Totaal | 141,9 km |
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24109-4.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.