Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201424095 nr. 358

24 095 Frequentiebeleid

Nr. 358 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 oktober 2013

Tijdens het Algemeen Overleg Telecom van 28 mei jl. stelde het lid De Liefde aan de orde dat er in sommige gemeenten zeer hoge leges in rekening worden gebracht bij de aanleg van kabels of leidingen door telecombedrijven (Kamerstuk 24 095, nr. 353). Marktpartijen hebben daarbij aangegeven dat de uitrol van breedbandnetwerken hierdoor wordt gehinderd. Met deze brief informeer ik u, mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), over de aard van de problematiek en de actie die ik hierop zal ondernemen.

Op grond van artikel 5.2 van de Telecommunicatiewet moeten eigenaren en beheerders van openbare grond de aanleg van kabels of leidingen ten behoeve van een openbaar telecommunictienetwerk gedogen. Wel is voor de uitvoering van de feitelijke graafwerkzaamheden instemming nodig van burgemeester en wethouders omtrent de plaats, het tijdstip, en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden. Gemeenten mogen op basis van de Gemeentewet kosten (leges) in rekening brengen voor de diensten die zij leveren. Het verlenen van een instemmingsbesluit is zo’n dienst. Het heffen van leges is een belangrijk onderdeel van de gemeentebegroting en een instrument voor gemeenten om autonoom beleid te kunnen voeren. Als er leges worden opgelegd op basis van de Gemeentewet, dan hebben gemeenten het recht om bepaalde diensten onder de kostprijs aan te bieden en dit te financieren door een andere dienst juist boven de kostprijs aan te bieden, de zogenaamde kruissubsidiëring. Uiteraard mag een gemeente geen winst maken, daarom mag het geheel van leges nooit meer dan kostendekkend zijn. De hoogte van de leges voor het aanleggen van breedbandnetwerken wordt voor een groot deel bepaald door het al of niet toepassen van kruissubsidiëring door de gemeente.

Het niet toepassen van kruissubsidiëring betekent echter niet per definitie dat de leges laag zijn. Het komt voor dat gemeenten veel werk maken van het inpassen van leidingen en het toewijzen van tracés. Zij doen dit met het oog op de veiligheid in hun gemeente en de ordening van de ondergrond. Deze gemeenten verantwoorden de kosten door feitelijk uitgevoerde werkzaamheden, bijvoorbeeld vanuit hun verantwoordelijkheid voor veiligheid.

Het vaststellen van de lokale legestarieven is een autonome taak van de gemeente. In de gemeenteraad wordt de democratische verantwoording afgelegd over het tarievenbeleid. De beleidsvrijheid van gemeenten bij het heffen van leges is belangrijk, maar niet ongelimiteerd. Zo wordt de toepassing van kruissubsidie beperkt door de Dienstenrichtlijn, indien een dienst onder de werkingssfeer van deze richtlijn valt. Niet alle leges mogen met elkaar worden verrekend. Gemeenten moeten voor de rechter de verrekening kunnen verantwoorden. Wanneer blijkt dat de berekening van de gemeente niet klopt, of onvoldoende is onderbouwd, zal een rechter de aanslag aan bedrijven onverbindend verklaren.

Op het gebied van telecommunicatie is specifieke Europese regelgeving van toepassing, te weten de Machtigingsrichtlijn (2002/20/EG). Ook deze richtlijn begrenst de vrijheid van gemeenten om kruissubsidie toe te passen. Dat blijkt uit o.a. een recente uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden1. Als de uitspraak van het hof in cassatie stand houdt, betekent dit een einde aan de mogelijkheid van de gemeente om kruissubsidie toe te passen bij het instemmingsbesluit.

Afgezien van de vraag of kruissubsidie in dit geval geoorloofd is, vind ik dat bedrijven recht hebben op meer transparantie over de opbouw van de legeskosten. Het moet niet zo zijn dat er alleen voor de rechter (dus bij een juridische procedure) openheid van zaken wordt gegeven door de gemeente. Transparantie vergroot ook de prikkel tot efficiënt werken bij gemeenten. Uit een onderzoek naar de mate van uniformiteit tussen gemeenten en de mate van transparantie in de opbouw van de leges omgevingsvergunning (Kamerstuk 31 953, nr. 52) blijkt dat de transparantie van de leges echter nog niet op het gewenste niveau is.

Daarom zal de minister van BZK opdracht geven om de handreiking «kostenonderbouwing leges en tarieven» uit 2010 te laten updaten. Bij deze update zal de nieuwste jurisprudentie worden meegenomen.

Daarnaast zal de minister van BZK in gesprek gaan met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten om te bespreken hoe het beste op voorhand inzichtelijk gemaakt kan worden hoe de gemeentelijke legestarieven tot stand komen en welke beleidskeuzes daaraan ten grondslag liggen.

Tot slot moeten gemeenten zich ervan bewust zijn dat hoge leges een remmend effect kunnen hebben op de uitrol van breedband. Ik zal, samen met mijn collega van BZK, gemeenten per brief hier op wijzen. Daarbij zullen de gemeenten ook worden gewezen op het belang van breedband voor de Nederlandse economie als geheel en de positieve spin-off effecten zoals de aantrekkelijkheid van gemeenten.

Ik zal verder in overleg blijven met marktpartijen en gemeenten om te bezien of de problematiek het komende jaar afneemt.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 2 juli 2013, 12/00627 (www.rechtspraak.nl)