Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201724077 nr. 384

24 077 Drugbeleid

Nr. 384 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 november 2016

Mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie stuur ik u hierbij ter informatie het Jaarbericht 2016 van de Nationale Drug Monitor (NDM)1. Het rapport is opgesteld door het Trimbos-instituut in samenwerking met het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatie Centrum (WODC) en bevat de meest recente gegevens over middelengebruik en daaraan gerelateerde criminaliteit.

Uit het Jaarbericht blijkt, zoals we laatst ook uit het Onderzoek Jeugd en Riskant Gedrag zagen, dat steeds minder jongeren beginnen met drinken, roken en blowen. Ook het aantal bingedrinkers, die per gelegenheid 5 of meer glazen alcohol drinken, gaat omlaag.

Over de trends van drugsgebruik in de algemene bevolking en dan vooral het gebruik van harddrugs is de NDM wat voorzichtiger in zijn uitspraken in verband met veranderingen in onderzoeksmethoden. Wel zijn er volgens de NDM voldoende aanwijzingen voor een toename van het aantal ecstasygebruikers onder de algemene bevolking, een percentage dat in Nederland ruim boven het Europees gemiddelde blijkt te liggen.

Het Jaarbericht wijdt ook aandacht aan het gebruik en de risico’s van Nieuwe Psychoactieve Stoffen. Met name onder uitgaande jongeren is het gebruik van 4-FA (4-fluoramfetamine) snel toegenomen, evenals het aantal gezondheidsincidenten in samenhang met dat gebruik.

Deze ontwikkelingen onderstrepen de noodzaak om de normalisering van het gebruik van uitgaansdrugs ter discussie te stellen, in samenwerking met betrokken partijen als scholen, gemeenten, ouders etc. zoals beschreven in mijn Beleidsvisie Drugspreventie, en waarover uw Kamer en ik gesproken hebben tijdens het Algemeen Overleg van 28 januari 2016.

Bij het genoemde Algemeen Overleg heb ik met u afgesproken in deze aanbiedingsbrief van de NDM tevens te rapporteren over de stand van zaken van een aantal toezeggingen die ik in dat debat heb gedaan2.

Daarnaast zal ik ingaan op de toezegging van Minister Schippers tijdens het Algemeen Overleg over de GGZ op 3 december 2015 (Kamerstuk 25 424, nr. 305) om uw Kamer medio 2016 te informeren over oneigenlijk gebruik van Ritalin zoals gemeten in twee onderzoeken.

Tot slot zal ik u, zoals door mij toegezegd bij het AO Verslavingszorg van 28 september jl. (Kamerstuk 24 077, nr. 379), informeren over de stand van zaken rond de Kindcheck.

Stand van zaken toezeggingen debat 28 januari 2016

Rol gemeenten bij drugspreventie

Tijdens het Algemeen Overleg (AO) op 28 januari jl. (Kamerstuk 24 077, nr. 364) heb ik de rol van gemeenten bij drugspreventie onderstreept. Ik heb u toegezegd verschillende aspecten daarvan onder de aandacht van gemeenten te brengen zoals de rol van de wijkagent, het vergunningenbeleid, het belang van Celebrate Safe en Unity en de bevindingen uit de evaluatie van het qat gebruik.

Met het oog op deze toezeggingen heb ik eind mei een brief gestuurd aan de colleges van B&W van alle gemeenten, waarin ik het belang en de mogelijkheden van drugspreventie op gemeentelijk niveau heb toegelicht. Onderwerpen die daarin prominent aan de orde kwamen waren bijvoorbeeld Unity en Celebrate Safe, het evenementenbeleid, de rol van sociale wijkteams etcetera. De brief was voorzien van een bijlage met een korte beschrijving en vindplaats van alle instrumenten die VWS voor dat doel heeft laten ontwikkelen, ook ten behoeve van de aanpak van qatproblemen.

Daarnaast hoop ik op korte termijn over deze onderwerpen nader in overleg te kunnen treden. De voorbereidingen daartoe zijn gaande.

Gesprek gemeente Amsterdam

Tijdens het AO in januari heb ik u eveneens toegezegd het gesprek aan te gaan met de gemeente Amsterdam over het feit dat GGD Amsterdam er bewust voor heeft gekozen om op de testlocatie niet de illegaliteit van harddrugs te benoemen.

Op ambtelijk niveau is met de GGD Amsterdam enkele malen gesproken over de opzet van de nieuwe testservice. N.a.v. signalen dat bij de testservice gebruikers onvoldoende worden gewezen op de illegaliteit van harddrugs, heeft het landelijk DIMS-bureau de richtlijn voor aanbieders van drugsmonsters bij alle testservices aangepast. Daarnaast wordt een informatiekaartje gemaakt (vergelijkbaar met de informatiekaartjes over specifieke middelen voor potentiële gebruikers) over de wettelijke aspecten van drugsgebruik, – bezit en handel. Deze kaartjes worden uitgereikt op alle testpunten.

Modernisering voorlichting

De cijfers uit de NDM onderstrepen het belang van preventie en gerichte voorlichting aan uitgaanders. Tijdens het AO hebben we gesproken over het verder moderniseren van de voorlichting. Eind september heeft het Trimbos-instituut de RedAlert App gelanceerd. De app bevat informatie over drugs, over risico’s van gebruik in het algemeen en specifieke risico’s wanneer extra gevaarlijke pillen op de markt zijn, zoals toegezegd tijdens het AO verslavingszorg van 28 september jl. zou ik nagaan of de privacy van de gebruikers van de app gewaarborgd zouden zijn. Bij dezen kan ik u bevestigen dat dit inderdaad het geval is.

Verder is de website drugsenuitgaan.nl beschikbaar, waarbij ook gebruik gemaakt wordt van Facebook, Twitter, Partyflock.nl, Fok.nl, YellowTipi.nl, Festivalkrant, etc om informatie en waarschuwingen te verspreiden onder de doelgroep. Overigens maakt het DIMS bij een Red Alert ook gebruik van Twitter om de doelgroep van gebruikers en gezondheidsprofessionals te bereiken.

Zoals u weet financier ik het PPS project Celebrate Safe, dat zich richt op het voorlichten van festivalbezoekers en het creëren van bewustzijn rondom diverse thema’s op het gebied van bewust en veilig feesten (drugs, maar bijvoorbeeld ook alcohol, veilige seks, voorkomen van gehoorschade en veilig thuiskomen). Ook toeristen worden goed voorgelicht over wat in Nederland wel of niet is toegestaan. Het project bereikt de doelgroep daarbij o.a. via de evenementenorganisatoren en maakt daarbij ook gebruik van moderne voorlichtingsmethoden, zoals met Celebrate Safe pushberichten via de event-app. Ook maakte Celebrate Safe voor ADE 2015 o.a. een Engelstalig filmpje voor buitenlandse ADE bezoekers om toeristen te informeren over de risico's van drugsgebruik en de Nederlandse regels. Daarnaast is er een instrument ontwikkeld, Party Panel, waarmee snel en doeltreffend gezondheidsvraagstukken bij de doelgroep uitgevraagd kunnen worden.

Rol EHBO/SEH

Het drugspreventiebeleid is er op gericht drugsgebruik te voorkomen. Daarnaast wil ik drugsincidenten waar mogelijk voorkomen. De EHBO/SEH3 speelt daarbij een cruciale rol. Ik heb u toegezegd u te infomeren over de voortgang van de verbetering van hulpverlening op de EHBO/SEH na een drugsincident om recidive te voorkomen, en daarbij ook de rol van de huisarts/POH meenemen.

Het Trimbos-instituut voert samen met VeiligheidNL een pilot uit in drie ziekenhuizen naar de mogelijkheden om herhaling van drugsincidenten bij patiënten te voorkomen. Het gaat om ziekenhuizen die veel ervaring hebben met drugsincidenten. Vooralsnog wordt getest met informatieverstrekking via een folder en een kort gesprek over middelengebruik met de patiënt op de SEH. Het gaat daarbij om drugs- en alcoholgebruik. De rol van de POH is in deze fase nog niet aan de orde. Aan het eind van het jaar komen de resultaten van de pilot beschikbaar. Op basis daarvan wordt bekeken welke aanpak het meest haalbaar en kansrijk is, en op welke manier meer ziekenhuizen betrokken kunnen worden. Wel kan alvast geconstateerd worden dat de uitvoering van de pilot moeizaam verloopt, voornamelijk omdat de hectiek op een SEH weinig ruimte biedt voor interventies.

Aanpak GHB

Tijdens het AO drugs in januari en het AO verslavingszorg in september hebben we uitgebreid stilgestaan bij de problematiek rondom het gebruik van GHB. Ik heb u toegezegd met een brede groep deskundigen (ook wijkteams, politie, etc.) in gesprek te gaan over het verbeteren van de aanpak GHB («expert team») en regionale verschillen, effectiviteit van inloopvoorzieningen op het platteland hierin meenemen (preventie en behandeling).

Op ambtelijk niveau zijn gesprekken gevoerd met deskundigen en betrokkenen uit een groot aantal disciplines, zowel op landelijk niveau als in de regio’s waar de GHB-problematiek in het bijzonder speelt.

In april zijn de resultaten beschikbaar gekomen van door VWS gefinancierd onderzoek naar het verbeteren van terugvalpreventie en naar knelpunten in de ketenaanpak4. Uit de onderzoeken en gesprekken komt het beeld naar voren dat we te maken hebben met complexe, zeer ernstige en hardnekkige problematiek die zich vooralsnog lijkt te beperken tot een relatief klein aantal ernstig verslaafden, althans het aantal dat in de verslavingszorg is behandeld ligt rond de 800 per jaar.

GHB heeft een extreem verslavende werking en onjuiste dosering leidt tot ernstige gezondheidsbedreigingen. GHB-verslaafden hebben doorgaans tevens psychische problematiek, vooral persoonlijkheids- en angststoornissen, en gebruiken naast GHB andere middelen zoals cocaïne en amfetamine. Ze zoeken zelf geen hulp of behandeling en als ze bijvoorbeeld in coma op de spoedeisende hulp of zelfs intensive care belanden, lopen ze weg zodra ze zijn bijgekomen. Wanneer ze in crisis worden opgenomen, al dan niet met een rechterlijke machtiging, weigeren ze elke behandeling. Het ontbreken van motivatie om behandeld te worden, geringe therapietrouw en hoge mate van terugval zijn kenmerkend voor deze problematiek.

Kortom, het gaat om zeer ernstige problematiek waarvoor een effectieve oplossing niet zo maar binnen handbereik ligt. Uit de gesprekken bleek dat het van groot belang is dat ketenpartners elkaar goed weten te vinden en afspraken met elkaar over een integrale aanpak maken. Deskundigen hebben de aanbeveling gedaan om in één gemeente of regio een pilotproject te starten om een sluitende aanpak van GHB-problematiek te ontwikkelen. Het doel van deze aanpak is enerzijds een effectieve methodiek te realiseren binnen één gemeente of regio. Anderzijds het ontwikkelde plan in de vorm van een modelaanpak beschikbaar te maken voor andere regio’s en gemeenten.

Ik ben inmiddels met een gemeente in gesprek over de voorbereiding van een dergelijk pilotproject.

Daarnaast staat bij ZonMw een verzoek uit voor de uitvoering van onderzoek om de preventie van terugval na detoxificatie en behandeling te kunnen terugdringen.

Testcapaciteit DIMS

In januari heeft u aandacht gevraagd voor de testcapaciteit van het DIMS.

Op verschillende manieren is de testcapaciteit van het DIMS verhoogd. Het DIMS-bureau heeft een groter subsidiebedrag ontvangen om meer monsters per week in het laboratorium te laten analyseren. Daarnaast heeft het DIMS de beschikking gekregen over zogenaamde FTIR-apparatuur, waarbij het op kantoor meer monsters kan analyseren. Specifiek voor LSD-monsters (waarvan lab-analyse relatief kostbaar is) is een analyse-instrument aangeschaft waarmee op het landelijk bureau kwalitatieve testen (zit er wel of niet LSD in) kunnen worden uitgevoerd. Deze drie instrumenten hebben de testcapaciteit van het DIMS fors verhoogd.

De lokale testservices worden gefinancierd door de gemeenten. In Amsterdam heeft de gemeente het aantal openingsuren van de testservices uitgebreid om beter in de behoefte aan testen en informatie over middelengebruik tegemoet te kunnen komen. Tot slot kan ik u melden dat Rotterdam vanaf 2017 zal gaan deelnemen aan het DIMS, zodat ook die gemeente binnenkort beschikt over een testservice.

Onderzoek positieve effecten drugs

In januari heeft u mij ook gevraagd te rapporteren welke overheidsprogramma’s er op gericht zijn om te onderzoeken wat de positieve effecten van drugs zijn, bijvoorbeeld bij kankerpatiënten en angststoornissen.

Er zijn in ons land geen overheidsprogramma’s naar de therapeutische effecten van drugs. Incidenteel verrichten Nederlandse universiteiten onderzoek op dit gebied. De Stichting Open, gevestigd in Amsterdam, verzamelt informatie uit binnen- en buitenland over wetenschappelijk onderzoek naar positieve effecten van psychedelica.

Voorlichting aan ouders

In mijn Beleidsvisie drugspreventie heb ik aangegeven dat ik extra wil investeren in het ondersteunen van ouders bij de opvoeding van hun kinderen op het gebied van uitgaansdrugs. Tijdens het AO in januari heeft u mij gevraagd u daarvan op de hoogte te houden.

Om ouders nog beter te ondersteunen bij de opvoeding over drugs heb ik een website laten ontwikkelen die hen van informatie voorziet over (uitgaans)drugs en hen handvatten geeft om het gesprek daarover met hun kind aan te gaan: www.uwkindenuitgaansdrugs.nl. Ook via Facebook worden ouders bereikt en gewezen op de rol die zij op dit terrein hebben. Daarbij worden ze doorgeleid naar speciale Facebookpagina «Opvoeding en uitgaan» die is gekoppeld aan uwkindenuitgaansdrugs.nl. Onlangs is een online spreekuur over uitgaansdrugs voor ouders georganiseerd door Trimbos.

Uit reacties van ouders maak ik op dat e.e.a. voorziet in een behoefte.

Sinds kort is er ook een nieuwe ouderavond over «Uitgaan» beschikbaar voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs, met aandacht voor o.a. alcohol, XTC en gehoorschade.

In het AO Drugsbeleid van 28 januari heb ik toegezegd om bij de Minister van VenJ te informeren naar de wijze waarop het herkennen en signaleren van drugsgebruik terugkomt in de politieopleiding en uw Kamer hierover te informeren. Bij dezen doe ik deze toezegging gestand.

In de opleiding tot politieagent en bij de verdere specialisatie van agenten is er aandacht voor het herkennen en signaleren van druggebruik.

In de initiële opleidingen (om agent te worden) komt wetgeving en bevoegdheden rondom drugs aan de orde, evenals drugsherkenning en -controle. In diverse specialistische opleidingen op het gebied van opsporing wordt verdere aandacht besteed aan drugsherkenning. Daarbij wordt uitgebreid ingegaan op soorten drugs, gebruik en gebruiksattributen, herkomst van drugs, de geschiedenis van drugs, de productie van drugs, verschijningsvorm van drugs, uiterlijke kenmerken, gedrag en verslaving.

Toezegging uit het AO GGZ d.d. 3 december 2015

Bij dit overleg heeft Minister Schippers toegezegd u over de uitkomsten van twee onderzoeken naar het oneigenlijk gebruik van Ritalin te informeren. Het gaat hierbij om het zogenaamde ESPAD-onderzoek en het Groot Uitgaansonderzoek 2016.

Binnen het ESPAD-onderzoek (European School Survey on Alcohol and other Drugs) wordt het gebruik van genotmiddelen onderzocht bij 15/16 jarige scholieren.

In de Nederlandse vragenlijst is het onderwerp Ritalin toegevoegd.

Van de ruim 4.000 deelnemende scholieren rapporteerde 2,8% ooit wel eens Ritalin of andere ADHD-medicatie te hebben gebruikt zonder dat het door een arts was voorgeschreven. 6,8% gaf aan het ooit gebruikt te hebben op voorschrift van een arts.

Het Groot Uitgaans Onderzoek is een websurvey waarin frequente uitgaanders in de leeftijd van 15–35 jaar wordt gevraagd naar het gebruik van genotmiddelen, risicogedrag en uitgaan. Het rapport wordt half november gepubliceerd. Uit het rapport blijkt, dat kan ik u nu vast melden, dat van de respondenten 16,8% ooit ADHD-medicatie heeft gebruikt. 4,1% van deze groep (4.905 respondenten) had het de laatste maand gebruikt. Ongeveer 400 respondenten gaven aan ADHD-medicatie ooit wel eens recreatief te hebben gebruikt of te gebruiken. Als reden gaven zij aan «concentratiebevorderend» of «langer volhouden».

Toezegging uit het AO Verslavingszorg d.d. 28 september 2016

Tijdens het AO Verslavingszorg heb ik afgesproken na te gaan of de Kindcheck in de Verslavingszorg wordt uitgevoerd. In onze brief van 23 juni 20165 schreven de Minister en ik dat zorgprofessionals verplicht zijn de Kindcheck uit te voeren. Indien nodig verlenen zij zelf hulp of schakelen daarbij andere professionals in.

Vorig jaar is op basis van de quick scan meldcode geconstateerd dat de Kindcheck onvoldoende bekend is en ingezet wordt in de GGZ sector. Dat is reden geweest om in december 2015 te starten met een implementatietraject. Dit traject loopt tot eind 2017 en is er op gericht de bekendheid met en het gebruik van de Kindcheck te optimaliseren. In mei dit jaar is een symposium voor de GGZ georganiseerd over de Kindcheck door de betrokken partijen bij het implementatietraject, waaronder GGZ Nederland, beroepsverenigingen en Augeo. Dit najaar wordt met deze partijen de stand van zaken besproken. Dan zal ook gekeken worden of er voldoende voortgang is. Daarnaast oefent de Inspectie voor de Gezondheidszorg extra toezicht uit op het gebruik van de meldcode en Kindcheck in de GGZ-sector. Desgevraagd is door de Verslavingszorg aangegeven dat de Kindcheck inmiddels een standaardonderdeel bij de intake is.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 24 077, nr. 364

X Noot
3

Spoedeisende Hulp

X Noot
4

Kamerstuk 24 077, nr. 367

X Noot
5

Kamerstuk 31 839, nr. 525