Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2011
Bij brieven van 27 mei 2011 en 26 oktober 2011 (Kamerstukken II 2010/11 24 077, nr. 259 en 2011/12, 24 077, nr. 265) heeft het kabinet de voorgenomen aanscherping van het drugsbeleid uiteengezet. Het kabinet staat voor een daadkrachtige
aanpak van drugsgerelateerde overlast en (georganiseerde) criminaliteit. Er zal een einde worden gemaakt aan het huidige «open-deur-beleid».
Coffeeshops moeten kleiner en meer beheersbaar worden gemaakt. De aantrekkingskracht van het Nederlandse drugsbeleid op gebruikers
uit het buitenland moet worden teruggedrongen. Middelengebruik van minderjarigen wordt sterk tegengegaan en met name kwetsbare
jongeren worden beschermd tegen drugsgebruik.
In deze brief stel ik u op de hoogte van de nadere uitwerking en invoering van dit beleid. Deze brief is tot stand gekomen
mede op basis van constructief overleg met de burgemeesters van de coffeeshopgemeenten in de zuidelijke provincies over de
uitvoering van het beleid.
I. Aanpassing gedoogcriteria
De basis van het nieuwe beleid wordt gevormd door de aangepaste gedoogcriteria in de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar
Ministerie. De Aanwijzing Opiumwet wordt per 1 januari 2012 aangepast. Aan de bestaande AHOJG-criteria1 worden op dat moment het Besloten-clubcriterium (B-criterium) en het Ingezetenencriterium (I-criterium) toegevoegd. Per 1 januari 2014 wordt ook het Afstandscriterium toegevoegd.
Het Besloten-clubcriterium houdt in dat uitsluitend toegangkan worden verleend en verkocht mag worden aan leden van de coffeeshop,
waarbij bepaald is dat de coffeeshop in één kalenderjaar maximaal tweeduizend lidmaatschappen mag uitgeven en dit documenteert
in de vorm van een controleerbare ledenlijst. De coffeeshop mag ten allen tijde maximaal 2000 leden hebben. Legitimatie geschiedt
met een geldig paspoort, een geldige identiteitskaart en/of verblijfsdocument. De ledenlijst is controleerbaar en bevat de
naam, postcode of woonplaats en geboortedatum van een lid. De ledenlijst bevat tevens een aanvangsdatum en eventueel een vervaldatum
van het lidmaatschap. De ledenlijst moet een verschijningsvorm hebben zodat deze kan worden ingezien of fysiek kan worden
overhandigd ter controle. De coffeeshophouder is zelf verantwoordelijk voor de juistheid van de ledenlijst.
Het Ingezetenencriterium houdt in dat lidmaatschap voor de coffeeshop uitsluitend toegankelijk is voor ingezetenen van Nederland
van achttien jaar of ouder. Onder ingezetene wordt verstaan een persoon die zijn adres heeft in een gemeente van Nederland.
Het ingezetenschap wordt aangetoond middels een uittreksel van de Gemeentelijke Basisadministratie van de woonplaats dat bij
het aangaan van het lidmaatschap niet ouder is dan vier weken.
Het Afstandscriterium houdt in dat de minimale afstand tussen een coffeeshop en een school voor voortgezet of beroepsonderwijs
voor scholieren jonger dan 18 jaar 350 meter moet zijn.
II. Gefaseerde invoering
De handhaving van het aangescherpte beleid zal gefaseerd van kracht worden. De data worden bepaald door de noodzakelijkheid
om gemeenten en coffeeshopexploitanten in staat te stellen zich voor te bereiden.
-
1. Per 1 mei 2012 zullen in de gemeenten van de provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland het Besloten-club- en het Ingezetenencriterium
worden ingevoerd, met uitzondering van het maximumaantal leden van 2000. Het staat de gemeenten in de andere provincies vrij
deze criteria ook al toe te passen.
-
2. Per 1 januari 2013 wordt het maximumaantal van 2000 leden van kracht.
-
3. Per 1 januari 2013 zullen het B- en I-criterium volledig in het hele land gelden.
-
4. Per 1 januari 2014 wordt het Afstandscriterium van kracht.
III. Handhaving
De burgemeester handhaaft het nieuwe drugsbeleid in overleg met het Openbaar Ministerie en de politie, met inachtneming van
de lokale prioriteiten. De burgemeester en het Openbaar Ministerie voeren het coffeeshopbeleid beide vanuit hun eigen, bestaande
verantwoordelijkheid uit. Negatieve neveneffecten, zoals het ontstaan van illegale markten, worden direct aangepakt. Lokale
driehoeken zorgen voor een lokaal operationeel plan, waarin nadrukkelijk de benodigde handhavingscapaciteit wordt opgenomen.
Indien aanvullende capaciteit noodzakelijk blijkt, zorg ik dat deze tijdig beschikbaar is.
IV. Communicatie
De communicatie over het nieuwe beleid naar binnen- en buitenland is een essentieel onderdeel van een succesvolle invoering.
Hier wordt door het rijk en de gemeenten gezamenlijk in opgetreden en wordt uiteraard gebruik gemaakt van de benodigde communicatiemiddelen
om de doelgroep in binnen- en buitenland te bereiken.
De minister van Veiligheid en Justitie,
I. W. Opstelten