Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201024077 nr. 253

24 077 Drugbeleid

Nr. 253 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 juli 2010

In september 2009 heeft het kabinet de Hoofdlijnenbrief Drugs naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstuk 24 077, nr. 239). Deze brief is nog niet door de Tweede Kamer besproken. In verband met de demissionaire status van het kabinet en omdat het drugsbeleid door de Tweede Kamer controversieel is verklaard, wil ik u, mede namens de Minister van Justitie, de Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister voor Jeugd en Gezin, informeren op welke wijze het demissionaire kabinet de komende periode verder gaat met het drugsbeleid.

Drugsnota

In de Hoofdlijnenbrief Drugs is een nieuwe drugsnota aangekondigd. Deze nota zal een uitwerking vormen van de in de Hoofdlijnenbrief geformuleerde uitgangspunten. Ik acht het echter niet wenselijk deze drugsnota te ontwikkelen voordat de Hoofdlijnenbrief Drugs met uw Kamer besproken is. De drugsnota zal daarom worden opgesteld door het nieuwe kabinet.

Ter voorbereiding van de drugsnota wordt in de Hoofdlijnenbrief Drugsbeleid een aantal trajecten voorgesteld; pilots met coffeeshops gericht op het tegengaan van overlast door of vanwege coffeeshops en een onderzoek naar de lijstensystematiek van de Opiumwet. Met deze trajecten wil het kabinet op de volgende manier verdergaan.

Coffeeshoppilots

In de Hoofdlijnenbrief is gesteld dat het coffeeshopbeleid de komende jaren gericht zal zijn op:

  • kleinschaligheid en de lokale gebruiker;

  • de beheersing van het aantal coffeeshops (de lokale situatie is daarbij leidend);

  • meer aandacht voor de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit in relatie tot de coffeeshop.

Om deze doelstellingen te realiseren, zijn pilots voorgesteld. Het kabinet zaldoorgaan met de pilots voor zover passend binnen de huidige wet- en regelgeving. Elementen van pilots die niet passen binnen de bestaande regelgeving, zoals het experimenteren met een grotere handelsvoorraad, komen niet in aanmerking voor ondersteuning. Alle Nederlandse gemeenten zijn vorig jaar geïnformeerd over de mogelijkheid om een pilot in te dienen bij het Rijk. Een brief met voorwaarden en criteria is inmiddels verzonden aan alle gemeenten met een coffeeshop. Dit heeft geleid tot 15 voorstellen voor een pilot. Deze worden momenteel beoordeeld. De minister van BZK streeft ernaar om de coffeeshoppilots nog deze zomer van start te laten gaan.

De uitkomsten van de pilots kunnen mogelijk als input dienen voor het nieuwe kabinet om toekomstig drugsbeleid vorm te geven. Dit door inzichten die de pilots opleveren ten aanzien van de mogelijkheden om overlast door of vanwege coffeeshops tegen te gaan.

Onderzoek naar de lijstensystematiek Opiumwet

Mede naar aanleiding van de commissie Van de Donk is in de Hoofdlijnenbrief voorgesteld onderzoek te doen naar de lijstensystematiek van de Opiumwet.

Hoewel de Hoofdlijnenbrief controversieel is verklaard, is er wel voldoende aanleiding om de lijstensystematiek nu grondig tegen het licht te houden. Er is bijvoorbeeld voortdurend discussie over de plaatsing van verschillende soorten drugs op de Opiumwetlijsten. We zullen een expertcommissie vragen van verschillende scenario’s de voor- en nadelen in kaart te brengen. De resultaten van dit onderzoek dragen bij aan beleidsbepaling op een later moment, onder een nieuw kabinet.

Ik vertrouw erop dat ik u op deze manier voldoende geïnformeerd heb over de voortgang van het drugsbeleid.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink