Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200824077 nr. 199

24 077
Drugbeleid

30 515
Wijziging van de Opiumwet in verband met het creëren van de mogelijkheid voor de burgemeester om bestuursdwang toe te passen ter handhaving van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet in woningen en lokalen of bij woningen of lokalen behorende erven

nr. 199
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 oktober 2007

In overleg met de Minister van Justitie heb ik besloten om onbewerkte paddo’s op lijst II van de Opiumwet te plaatsen. Dat betekent in de eerste plaats dat voortaan alle paddenstoelen die psilocine en psilocybine bevatten onder de werking van de Opiumwet vallen: de onbewerkte paddo’s staan dan op lijst II, de werkzame stoffen van bewerkte paddo’s stonden al op lijst I van de wet.

Door deze plaatsing onder het regime van de Opiumwet wordt het mogelijk om het aanbod van onbewerkte paddo’s terug te dringen. De handhaving van het verbod zal gericht zijn op het bestrijden van de verkoop. Artikel 13b van de Opiumwet biedt het lokale bestuur goede mogelijkheden om verkooppunten van verboden paddo’s te sluiten.

Ik stuur u deze brief mede namens de minister van Justitie.

De redenen voor het besluit zijn:

• het gebruik van paddo’s kan tot onvoorspelbare effecten leiden en daarmee tot risicovol gedrag;

• het is niet doenlijk om een zodanig veilige gebruikssituatie te garanderen dat de gevolgen van een eventuele «bad trip» kunnen worden beperkt;

• er is geen of nauwelijks verschil in gezondheidsrisico tussen gedroogde (bewerkte) en verse (onbewerkte) paddo’s. De reguliere dosis van gedroogde paddo’s bedraagt tussen de 1 en 5 gram, en die van verse paddo’s tussen de 10 en 50 gram. Dit verschil in dosering, wat in minimum bandbreedte neerkomt op slechts 5 gram, is onvoldoende reden om wel de bewerkte en niet de onbewerkte (verse) paddo’s te verbieden;

• in de meeste EU-landen zijn paddo’s verboden.

Zoals ik bij brief van 14 mei 20071 aan uw Kamer meldde, heb ik mede naar aanleiding van de motie Joldersma van 29 maart 20072 advies gevraagd aan het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs (CAM). Het betreft de rapportage «Risicoschatting van psilocine en psilocybine bevattende paddenstoelen (paddo’s) 2007», en een op verzoek van ondergetekende gemaakte aanvullende analyse van de mate van gezondheidsrisico’s voor het individu vooral in relatie tot het onvoorspelbare karakter van paddo’s in samenhang met de hallucinogene werking. Beide rapportages sturen wij u hierbij toe1.

Hieronder zullen wij ons standpunt ten aanzien van het besluit nader toelichten; een standpunt dat overigens afwijkt van het advies van het CAM, maar wel mede gebaseerd is op feitelijke informatie in het advies van het CAM. Daarom volgen wij het CAM niet in zijn mening dat het gebruik van hallucinogene paddenstoelen een dusdanig laag risico oplevert voor de individuele gezondheid en de samenleving dat het verbieden van paddo’s een te zwaar middel is in verhouding tot de overlast en schade door het huidige gebruik. De door het CAM aanbevolen route van verbetering van de voorlichting en regulering van de handel en verkoop acht ik ontoereikend. Wij zijn van mening dat onder meer het wetenschappelijk onderzoek, waaraan het CAM-rapport refereert, laat zien dat de individuele risico’s van paddo’s te groot zijn. Voorts zijn wij van mening dat verbetering van de voorlichting en meer regulering van handel en verkoop onvoldoende effect zullen sorteren om een veilige gebruikssituatie te bewerkstelligen.

Rapportages CAM

De CAM-rapportages geven een gedifferentieerd beeld van de risico’s van paddogebruik.

Het CAM schrijft: «het effect van een middel wordt niet alleen bepaald door de farmacologische eigenschappen van de actieve psychoactieve componenten, maar is ook afhankelijk van de set (fysieke en geestelijke gesteldheid en verwachting van de gebruiker op het moment van gebruik) en de setting (plaats en omstandigheden, bijvoorbeeld de aanwezigheid van vrienden). Nog meer dan bij enige andere groep psychotrope stoffen lijken persoon en omgeving (set en setting) een rol te spelen in de effecten van hallucinogenen».

Voorts schrijft het CAM: «Om een «bad trip» te voorkomen adviseren ervaren gebruikers om alleen te gebruiken «als je gezond bent en je goed voelt» en alleen te gebruiken in «een rustige en ontspannen omgeving». Om de gevolgen van een eventuele bad trip te kunnen inperken adviseren zij om alleen te gebruiken in aanwezigheid van een bekende die zelf niet gebruikt maar die op de hoogte is van alle gevolgen van het gebruik». Deze randvoorwaarden acht ik echter niet voldoende realistisch.

Bovendien is volgens het CAM-rapport niet bewezen dat alcohol de negatieve ervaringen door paddenstoelengebruik verhoogt, maar is er toch voldoende aanleiding om het gebruik van alcohol tenminste als complicerende factor te beschouwen. Volgens het CAM worden de effecten van alcohol in bepaalde gevallen zelfs onderdrukt bij gelijktijdig paddogebruik2. Uit de CAM-analyse van de ernstige incidenten die dit jaar in Amsterdam hebben plaatsgevonden komt dan ook naar voren, dat in de meeste gevallen sprake is van gecombineerd gebruik met alcohol en/of andere drugs. Ook daarom acht ik de door het CAM bepleite terughoudendheid niet gerechtvaardigd.

Toelichting standpunt

In het CAM-rapport wordt een onderzoek beschreven waarbij zelfs in een gecontroleerde, veilige situatie angstervaringen en paranoia optreden. In dit onderzoek van Griffiths et al. wordt beschreven dat 22% van de vrijwilligers die psilocybine (het werkzame bestanddeel in paddo’s) kreeg toegediend aanzienlijke angst/dysphorie had gehad, soms met paranoïde gedachten. Bij de vrijwilligers die een hogere dosering hadden gekregen, lag dat percentage nog hoger (31% angst, 17% paranoia). Bij onvoldoende toezicht kunnen zulke effecten escaleren in ernstige paniekaanvallen en gevaarlijk gedrag. In tegenstelling tot het CAM komen wij op grond van deze percentages tot de conclusie dat de kans op angstervaringen en daarmee de kans op risicovol gedrag, aanzienlijk is. De onvoorspelbaarheid van de effecten wordt nog vergroot doordat de gebruikers niet bekend zijn met het gehalte werkzame stoffen in de paddo’s, dat sterk kan fluctueren. Tevens speelt mee dat de dosis-effect relatie sterk kan variëren tussen individuen. Een extra risico vormt tenslotte het feit dat na het consumeren van een paddo het een tijd duurt totdat de effecten merkbaar zijn. Dit vergroot eveneens de kans op een te hoge dosering en onvoorspelbaar gedrag.

De frequentie van het aantal ambulanceritten als gevolg van paddogebruik in Amsterdam ondersteunt onze conclusie dat de risico’s van paddo’s te groot zijn. Het CAM schat dat ongeveer op elke 2500 verkochte paddobakjes er een ambulancerit nodig is. Bij ongeveer 1 op de 20 ambulanceritten is er sprake van een klinische opname met eventueel fatale afloop. Dit betekent dat 1 à 2 op de 100 000 consumpties in Amsterdam leidt tot ziekenhuisopname en wellicht tot overlijden (in 2007 in één geval). Hierbij moet worden aangetekend dat het hier uitsluitend gaat om incidenten waarbij de ambulance is opgeroepen. Hulpvragen bij huisarts of spoedeisende hulp zijn in deze cijfers niet opgenomen. De werkelijke hulpvraag zal dus nog wel hoger liggen.

Vervolgens kan de vraag gesteld worden hoe de genoemde angstervaringen, het risicovol gedrag en het aantal incidenten kunnen worden teruggedrongen. Het CAM stelt dat een veilige setting de risico’s kan verminderen. De voorwaarden die het CAM stelt aan een veilige setting voor gebruik zijn echter van dusdanige aard dat zij in feite het risicovolle en onvoorspelbare karakter van het gebruik onderstrepen en daarmee voor ons contra-indicaties zijn voor het advies om de hallucinogene paddenstoelen in de vrije – zij het gereguleerde verkoop – te houden. Het is niet mogelijk zodanige maatregelen te nemen dat die voorwaarden (alleen als je gezond bent en je goed voelt, alleen in aanwezigheid van een bekende die zelf niet gebruikt, niet combineren met alcohol en/of andere drugs) kunnen worden gegarandeerd. Voorlichting zou slechts een zeer beperkte bijdrage kunnen leveren aan het stimuleren van gedrag van gebruikers om die voorwaarden te creëren. Het genoemde onderzoek van Griffiths et al. heeft bovendien overduidelijk aangetoond dat bij een aanzienlijk deel van de gebruikers ook in een veilige setting angstaanvallen en paranoia optreden.

Het voorstel van de burgemeester van Amsterdam om een vergunningstelsel (met hierin opgenomen een bedenktijd van 3 dagen voor aankoop van paddo’s) voor smartshops in te voeren toont weliswaar aan dat ook dit gemeentebestuur zoekt naar een mogelijkheid om risicovol gedrag als gevolg van paddogebruik te verminderen; wij verwachten meer van een totaalverbod om incidenten met paddo’s in de toekomst tegen te gaan. Alleen door de verkoop van paddo’s aan banden te leggen kunnen de risico’s en de kans op incidenten zoals «bad trips» worden gereduceerd.

Ten slotte hebben wij bij ons besluit tot het verbod op onbewerkte paddo’s meegewogen, dat blijkens een analyse van het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving paddo’s in de meeste lidstaten van de EU verboden zijn. In het Verenigd Koninkrijk is dat in 2005 gebeurd. Dit verbod werd, vanuit wetenschappelijke hoek, gesteund door de Advisory Council on the Misuse of Drugs Act. In Ierland geldt sinds een fatale casus in 2006 eveneens een verbod.

Met het wijdverspreide aanbod van paddo’s in specifiek op toeristen gerichte winkels in Amsterdam, wordt het paddogebruik dusdanig gestimuleerd dat het gebruik een grote omvang onder deze bij uitstek kwetsbare groep heeft aangenomen. Het is richting onze buurlanden volstrekt ongewenst dat hun onderdanen relatief grote gezondheidsrisico’s lopen als gevolg van het zeer vercommercialiseerde aanbod van paddo’s in met name Amsterdam.

In de huidige wetgeving staan de werkzame bestanddelen van de hallucinogene paddenstoelen, psilocybine en psilocine, op lijst I van de Opiumwet. Deze stoffen zijn onder controle gebracht vanwege plaatsing onder het Psychotrope Stoffenverdrag uit 1971.

De Hoge Raad (LJN: AE2095, Hoge Raad, 01030/01) heeft geoordeeld dat gedroogde, gestampte, gemalen of in etenswaren verwerkte paddo’s als preparaten in de zin van de Opiumwet vallen aan te merken. Volgens de uitleg van de Hoge Raad waren paddo’s «slechts dan niet verboden indien zij niet enigerlei bewerking hebben ondergaan». Er is echter geen of nauwelijks verschil in gezondheidsrisico tussen gedroogde en verse paddo’s. De reguliere dosis van gedroogde paddo’s bedraagt tussen de 1 en 5 gram, en die van verse paddo’s tussen de 10 en 50 gram. Dit verschil in dosering, wat in minimum bandbreedte neerkomt op slechts 5 gram, is onvoldoende reden om wel de bewerkte en niet de onbewerkte (verse) paddo’s te verbieden. Dit geldt temeer daar de paddo’s niet gestandaardiseerd zijn te etiketteren. Met de plaatsing van hallucinogene paddenstoelen op lijst II worden nu ook verse, onbewerkte paddo’s verboden.

Conclusie

Wij achten een verbod van hallucinogene paddenstoelen noodzakelijk. Ook onbewerkte paddo’s zullen daartoe onder de reikwijdte van de Opiumwet worden gebracht. Over de nadere uitwerking van deze maatregelen zullen de minister van Justitie en ik u spoedig informeren.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink


XNoot
1

Kamerstukken II 2006–2007, 30 515, nr. 5.

XNoot
2

Kamerstukken II 2006–2007, 30 515, nr. 12.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
2

CAM rapportage «Risicoschatting van psilocine en psilocybine bevattende paddenstoelen (paddo’s) 2007», p. 29–30.