24 077
Drugbeleid

29 660
Zorg voor verslaafden

nr. 158
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 juni 2005

Tijdens het Algemeen Overleg verslavingszorg en drugsbeleid van 17 maart 2005 (24 077/29 660, nr. 144) heb ik uw Kamer over een aantal onderwerpen schriftelijke informatie toegezegd. Met deze brief informeer ik u over de voorzieningen voor minderjarige verslaafden en de termijn waarop de IGZ advies zal uitbrengen over de vraag of het privacyknelpunt in het kader van bemoeizorg voldoende wordt opgelost.

Voorzieningen voor minderjarige verslaafden

Er zijn twee specialistische voorzieningen in Nederland waar jongeren met verslavingsproblemen klinisch kunnen worden behandeld. Bij Mistral, onderdeel van Parnassia in Den Haag, zijn 10 behandelplaatsen beschikbaar voor jongeren van 14 tot en met 21 jaar en bij het Bauhuus in Groningen, onderdeel van Verslavingszorg Noord Nederland (VNN), zijn 10 behandelplaatsen voor jongeren van 14 tot en met 18 jaar beschikbaar. Deze voorzieningen hebben in principe een regionaal karakter, maar de afdelingen behandelen ook jongeren uit andere delen van het land. Hierover vindt informeel afstemming plaats tussen beide zorgvoorzieningen. De wachttijd voor Mistral en het Bauhuus bedroeg begin juni 2005 ongeveer twee maanden, hiermee wijken ze niet af van de gemiddelde wachttijd binnen deze sector. De andere verslavingszorginstellingen bieden overigens wel ambulante hulp aan jongeren.

De financiering van de geneeskundige verslavingszorg zal vanaf 2007 worden overgeheveld van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet. Dit betekent dat, indien er behoefte is aan meer klinische behandelplaatsen voor jongeren, de zorgverzekeraars hierover afspraken kunnen maken met zorgaanbieders.

Advies IGZ over privacyknelpunt

De «Handreiking Gegevensuitwisseling in het kader van bemoeizorg» is door GGD-Nederland, GGZ-Nederland en de KNMG ontwikkeld. In juni zal ik de IGZ advies vragen of deze handreiking voldoende aanknopingspunten biedt voor het oplossen van het privacyknelpunt in het kader van bemoeizorg. Indien dit niet het geval blijkt te zijn, dan zal ik de IGZ om een nader advies vragen over dit onderwerp.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

J. F. Hoogervorst

Naar boven