nr. 68
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 februari 2005
Conform de toezegging in mijn brief van 16 december 2004 (Kamerstukken
2004–2005, 24 071, nr. 67) zend ik u hierbij een uiteenzetting
over de Tegemoetkomingsregeling oogstschade 2002.
De Tegemoetkomingsregeling oogschade 2002 is eind 2004 aan de Europese
Commissie voorgelegd in het kader van de staatssteunprocedure. Voordat kan
worden overgegaan tot uitvoering van deze regeling moet eerst de goedkeuring
van de Europese Commissie zijn verkregen. De regeling zal dan ook pas worden
vastgesteld op het moment dat de Europese Commissie heeft ingestemd met de
tekst van de regeling.
Beoordelingskader
Alvorens nader in te gaan op de Tegemoetkomingsregeling oogschade 2002,
zal ik het kader waarbinnen de beoordeling door de Europese Commissie zal
plaatsvinden, nader toelichten.
In hoofdstuk 11 van de Communautaire richtsnoeren voor staatssteun in
de landbouwsector zijn de voorwaarden uitgewerkt waaronder steun mag worden
verleend ter compensatie van verliezen van landbouwers als gevolg van ongunstige
weersomstandigheden. Deze voorwaarden hebben onder meer betrekking op de omvang
van de schade en de berekening daarvan. Daarnaast wordt in paragraaf 11.1.2.
van bovengenoemde richtsnoeren vermeld dat er vervalsing van de mededinging
kan optreden indien de steun enkele jaren na het ontstaan van de schade wordt
verleend. In deze situatie bestaat de mogelijkheid dat op het moment van uitkeren
het verband tussen de geleden schade en de noodzaak van een tegemoetkoming
naar oordeel van de Europese Commissie onvoldoende kan worden aangetoond.
Om deze reden is in de genoemde paragraaf vastgelegd dat de Europese Commissie,
behoudens specifieke rechtvaardigingsgronden, haar goedkeuring zal onthouden
aan steunvoornemens die meer dan drie jaar na de betrokken gebeurtenis worden
aangemeld. Deze periode is niet absoluut. In specifieke omstandigheden
kan een uitzondering worden gemaakt in verband met de aard en de omvang van
de schadeveroorzakende gebeurtenis of in verband met het pas later of nog
steeds optreden van de schade. Bovengenoemde periode van drie jaar is in de
bijlage bij uw brief van 14 december 2004 aangeduid als«verjaringstermijn».
De Tegemoetkomingsregeling oogschade 2002 is binnen drie jaar na de schadeveroorzakende
regenval bij de Europese Commissie ingediend, dus in die betekenis van de
genoemde termijn van drie jaar is er geen sprake van «verjaring».
Gelet op het hierboven geschetste kader waarbinnen de beoordeling door
de Europese Commissie zal plaatsvinden, benadruk ik dat de staatssteunprocedure
met het indienen binnen de termijn van drie jaar géén formaliteit
is geworden. Mijn inschatting is dat goedkeuring door de Europese Commissie
mogelijk is, anders had ik dit traject niet ingezet. Absolute zekerheid over
het verloop en de uitkomst van deze procedure kan ik echter niet geven.
In het navolgende wordt ingegaan op de aanleiding, aard en opzet van de
Tegemoetkomingsregeling oogstschade 2002. Vanzelfsprekend is deze regeling
nog onderhevig aan de beoordeling van de Europese Commissie. Uit deze beoordeling
kan de noodzaak tot wijziging van de regeling voortvloeien.
Aanleiding
Aanleiding voor het opstellen van de Tegemoetkomingsregeling oogstschade
2002 is de zware regenval in de maand augustus van het jaar 2002. Schade aan
de gewassen als gevolg van zware regenval is een steeds terugkerend probleem.
Om deze reden is de afgelopen twee jaar prioriteit gegeven aan het totstandbrengen
van een structurele oplossing (brief van 20 juni 2003, Kamerstukken 2002–2003,
24 071, nr. 62, brief van 18 maart 2004, Kamerstukken 2003–2004,
24 071, nr. 64). Met de goedkeuring door de Europese Commissie van de
Subsidieregeling nieuwe agrarische schadeverzekeringen 2003 is deze structurele
oplossing mogelijk geworden. Sinds 19 maart 2004 is schade aan gewassen
als gevolg van zware regenval een verzekerbaar risico. Het gewicht van deze
structurele oplossing wordt in de Tegemoetkomingsregeling oogstschade 2002
tot uitdrukking gebracht in de voorwaarde dat de gewassen ten minste gedurende
vijf jaren moeten zijn verzekerd.
Aard en opzet Tegemoetkomingsregeling oogstschade 2002
Reikwijdte
Blijkens de gegevens van het KNMI heeft in de maand augustus van het jaar
2002 verspreid over het hele land zware regenval plaatsgevonden. De regeling
zal derhalve van toepassing zijn op agrariërs in heel Nederland.
Vaststelling omvang van de schade
Om verboden effecten op de mededinging van de Tegemoetkomingsregeling
oogstschade 2002 te voorkomen, bevat de regeling strikte voorwaarden met betrekking
tot het aantonen van de schade en het berekenen van de omvang daarvan. Zo
dienen objectieve gegevens ter bepaling van de teeltoppervlakte en de teeltplanschade
te worden overgelegd. Deze gegevens kunnen onder meer bestaan uit het teeltplan
zoals opgegeven bij de Landbouwtelling 2002, bewijzen van keuringsdiensten
of een taxatierapport opgesteld door een beëdigd en ter zake kundig taxateur.
Indien ten tijde van de schade geen taxatierapport is opgemaakt, kan echter ook een schaderapport worden meegezonden dat onder meer op basis
van de boekhouding is vastgesteld door een schade-expert. Naast een accountantsverklaring
is tevens een afschrift vereist van de polis van een agrarische schadeverzekering
voor schade aan gewassen als gevolg van zware regenval.
De berekening van de schade geschiedt aan de hand van het deel van de
geprognotiseerde opbrengst waaraan schade is geleden, de totale oppervlakte
die ten tijde van de zware regenval was beteeld met het betreffende gewas
en het voor het betreffende gewas vastgestelde normbedrag. Op grond van de
Communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector mag pas een
tegemoetkoming worden verleend, indien ten minste schade is ontstaan aan 30%
van de productie van het betreffende gewas.
Hoogte tegemoetkoming
Indien aan alle voorwaarden wordt voldaan, wordt een tegemoetkoming verstrekt
die 75% van de in aanmerking te nemen schade per gewas bedraagt. Conform de
voorwaarden die gelden voor de agrarische schadeverzekering bedraagt het eigen
risico derhalve 25% van de schade aan de gewassen als gevolg van zware regenval.
Indien het subsidieplafond van 3 800 000,– euro wordt overschreden,
vindt een evenredige verdeling plaats over de voor tegemoetkoming in aanmerking
te nemen schades.
Ten slotte merk ik nog op dat de begeleiding van de staatssteunprocedure
vanuit mijn departement alle mogelijke aandacht heeft. Over het verloop van
de staatssteunprocedure zal ik u op de hoogte houden.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C. P. Veerman