nr. 64
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 18 maart 2004
Met deze brief informeer ik u over de voortgang omtrent de schadeverzekeringen
ten behoeve van schade aan gewassen als gevolg van zware regenval. Zoals ik
u bij brief van 15 oktober 2003 (Kamerstukken II, 2003/04, 24 071,
nr. 63) heb meegedeeld, is in dit kader de Subsidieregeling Nieuwe Agrarische
Schadeverzekeringen 2003 gedurende drie weken in januari 2004 opengesteld.
Twee aanvragers hebben van deze openstelling gebruik gemaakt.
Het verheugt mij u te kunnen mededelen dat ik beide aanvragen positief
heb kunnen beoordelen. Aan beide aanvragers heb ik een garantiesubsidie verleend.
Deze subsidie houdt in dat de verzekeringsmaatschappijen bij een bepaalde
omvang van de schade (schade boven de € 50 miljoen bij een totale
verzekerde waarde van € 3,5 miljard) een aanspraak kunnen doen op
een bijdrage van het Rijk.
Aangezien deze garantiesubsidie een premiedrukkend effect heeft, worden
beide verzekeraars nu in staat gesteld oogstschadeverzekeringen tegen zware
regenval in de markt te zetten. Het is nu aan de aanvragers en de sector om
van deze schadeverzekeringen een succes te maken.
Totdat het subsidieplafond is bereikt, zal de subsidieregeling tien jaar
lang ieder jaar worden opengesteld. Op deze manier kunnen zoveel mogelijk
geïnteresseerde verzekeraars profiteren van de mogelijkheid om met behulp
van een garantiesubsidie een schadeverzekering in de markt te zetten en wordt
de marktwerking optimaal bevorderd.
Voor de volledigheid wijs ik u erop dat met het totstandkomen van de verzekeringen
als gevolg van de verstrekte garantiesubsidies, het optreden van schade door
zware regenval een in beginsel verzekerbaar risico is. Schaderegelingen voor
dergelijke risico's in de toekomst zijn derhalve niet meer aan de orde.
Met betrekking tot de schaderegeling 2002 meld ik u het volgende. Nu een
tweetal verzekeraars daadwerkelijk in staat wordt gesteld een oogstschadeverzekering
in de markt te zetten, kan aan de tegemoetkoming in de schade 2002 de gewenste
voorwaarde worden gekoppeld. Dat wil zeggen dat de ontvanger van deze tegemoetkoming
zich voor de toekomst verzekert tegen schade aan gewassen als gevolg van zware
regenval. Derhalve zal ik mijn voornemen tot het treffen van een schaderegeling
voor de schade ontstaan in het jaar 2002 nu zo spoedig mogelijk ter goedkeuring
aan de Europese Commissie voorleggen.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C. P. Veerman