nr. 149
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 8 februari 2000
Bijgaand treft U aan het eerste rapport van de werkgroep
verhandelbare rechten1. In deze brief
delen wij U het standpunt van het kabinet terzake mede.
In mei 1999 is in het kader van de operatie MDW (Marktwerking, Deregulering
en Wetgevingskwaliteit) een interdepartementale werkgroep van start gegaan
over het onderwerp «verhandelbare rechten». Deze werkgroep heeft
een tweeledige opdracht, waarvan thans het eerste gedeelte gereed is. In de
eerste fase heeft de werkgroep onderzoek gedaan naar een mogelijk kader waarbinnen
het beleidsinstrument verhandelbare rechten op een vruchtbare wijze kan worden
gehanteerd. Daarbij heeft de werkgroep aandacht besteed aan zowel economische
aspecten als juridische aspecten. Vanzelfsprekend zijn bij de keuze voor dit
instrument ook altijd beleidsmatige overwegingen aan de orde.
Internationaal en nationaal staat het instrument verhandelbare rechten
veel in de aandacht. Het gebruik van het instrument «verhandelbare rechten»
impliceert de toepassing van marktconforme prikkels op de betreffende beleidsterreinen.
Verhandelbare rechten vormen om die reden een interessant beleidsinstrument
waarvan naar de mening van het kabinet de mogelijkheden op nationaal niveau
nog niet allemaal zijn geëxploreerd. Op diverse terreinen wordt thans
onderzoek gedaan naar marktconforme reguleringsinstrumenten als verhandelbare
rechten. Het beginsel van verhandelbaarheid wordt thans ook in andere modaliteiten
onderzocht. Bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer is thans voor NOx-emissies een systeem van kostenverevening
in voorbereiding.
In de tweede fase zal de werkgroep onderzoeken wat de consequenties zijn
van ingrijpen door de overheid in een (reeds fungerend) systeem van verhandelbare
rechten, in het bijzonder wanneer rechten worden ontnomen of in
hun werking worden beperkt. Deze vraag is in de eerste fase buiten beschouwing
gelaten.
Resultaten werkgroep
De analyse van de werkgroep is uitgemond in een aantal bevindingen, een
hanteerbare checklist en aanbevelingen ten behoeve van beleidsmaker en wetgever.
Ondanks het hoge abstractieniveau van het onderwerp is de werkgroep erin geslaagd
een aantal randvoorwaarden te duiden waarmee rekening moet worden gehouden
bij de keuze voor een bepaald instrumentarium. Voorts is een aantal praktische
vormgevingsaspecten aangemerkt die in ogenschouw moeten worden genomen bij
de inrichting van het beleidsinstrument zelf. De werkgroep heeft gesignaleerd
dat er naar huidig recht thans onzekerheden bestaan ten aanzien van het antwoord
op de vraag in hoeverre publiekrechtelijke rechten overdraagbaar zijn. Ter
ondersteuning van de analyse van bestaande regelingen op dit punt, heeft de
werkgroep een checklist opgesteld, aan de hand waarvan kan worden bekeken
of er sprake is van een overdraagbaar recht.
Oordeel van het kabinet
Het kabinet neemt de bevindingen en aanbevelingen van de werkgroep over
en benadrukt dat de rapportage een nuttig en praktisch afwegingskader behelst
ten behoeve van de keuze van het instrument. Het kabinet is van mening dat
de geschetste huidige onzekerheden ten aanzien van de overdraagbaarheid van
publiekrechtelijke rechten in de weg kunnen staan van de ontwikkeling van
het beleidsinstrument verhandelbare rechten. Het kabinet onderkent dan ook
dat verdere actie op dit gebied dient te worden genomen. Het kabinet realiseert
zich dat de keuze voor het instrument verhandelbare rechten impliceert dat
om zo groot mogelijke efficiency-voordelen te behalen, er rekening moet worden
gehouden met een aantal vormgevingsaspecten, zoals in het rapport geduid,
ten aanzien van de markt van verhandelbare rechten en de bijzondere wetgeving
die aan de verhandelbare rechten ten grondslag ligt.
Het kabinet is van oordeel dat bij de voorbereiding van wet- en regelgeving –
daarbij inbegrepen de Nederlandse inbreng bij voorbereiding van Europese regelgeving –
er rekening moet worden gehouden met de bevindingen en aanbevelingen, zoals
geformuleerd in hoofdstuk 6 van het onderhavige rapport.
Implementatie aanbevelingen
Het kabinet zal ter implementatie van de aanbevelingen van het rapport
het volgende ondernemen:
Wetgeving in formele zin
Het lijkt het kabinet redelijk om op een aantal punten de door de werkgroep
ontwikkelde stellingen in het publiekrecht te verankeren. Over de precieze
invulling zal het zich nader beraden. De Minister van Justitie draagt er zorg
voor dat over de inhoud en plaats van de regeling advies wordt gevraagd aan
de Commissie wetgeving algemene regels van bestuursrecht.
Het kabinet zal onderzoeken of art. 3:83 BW minder klemmend kan worden
geformuleerd, zodat rechten van publiekrechtelijke herkomst (zoals beschikkingen)
gemakkelijker overdraagbaar zijn. In het onderzoek moet worden bezien wat
de consequenties zijn van een dergelijke wetswijziging, ook op
andere gebieden dan die waar de MDW-werkgroep verhandelbare rechten zich over
heeft gebogen. De Minister van Justitie is hiervoor verantwoordelijk.
Aanwijzingen
Het kabinet zal aanwijzingen vaststellen, al dan niet in het kader van
de Aanwijzingen voor de regelgeving, omtrent het gebruik van het instrument
verhandelbare rechten in bijzondere wettelijke regelingen. Deze aanwijzingen
zullen betrekking hebben op de aspecten die bij de vaststelling van deze wettelijke
voorschriften niet uit het oog mogen worden verloren, zoals ontstaan, looptijd,
reikwijdte, subject, aard van de initiële verdeling e.d. van het verhandelbare
recht, zoals door de werkgroep voorgesteld. De Minister van Justitie zal ervoor
zorgdragen dat het Interdepartementaal Wetgevingsberaad (IWB) met het onderzoek
naar de mogelijkheid en de eventuele uitwerking van deze aanwijzingen wordt
belast.
Voorlichting
Van het rapport zal tevens een eenvoudig toegankelijke handleiding worden
gemaakt. Deze beknopte handleiding zal worden opgesteld na de afronding van
fase twee. Bezien zal worden in hoeverre de resultaten van de tweede fase
in deze handleiding kunnen worden betrokken. Deze handleiding zal worden uitgereikt
aan beleidsmakers, wetgevers op centraal en decentraal niveau en overige belanghebbenden.
De Minister van Economische Zaken zal hiermee worden belast.
De Ministers van Economische Zaken en Justitie zullen zich inspannen om
de onderhavige materie breed onder de aandacht te brengen bij overheden en
overige belanghebbenden, bijvoorbeeld in de vorm van een symposium of workshop.
In dit kader zal tevens worden verkend op welke concrete beleidsterreinen
verhandelbare rechten kunnen worden ingezet.
Bestaande regelgeving
Na afloop van fase twee wordt bezien of, en in hoeverre, het zinvol is,
aan de hand van de bevindingen van beide rapporten, bestaande regelgeving
door te lichten.
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
De Minister van Economische Zaken,
A. Jorritsma-Lebbink