nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
In artikel I worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A
Onderdeel A komt als volgt te luiden:
Na artikel 138a worden de volgende artikelen toegevoegd:
Artikel 138b
Onder een verkort vonnis wordt verstaan een vonnis waarbij in de einduitspraak
noch de bewijsmiddelen bedoeld in artikel 359, eerste lid, noch de redengevende
feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 359, derde lid, zijn opgenomen.
Artikel 138c
Onder een verkort proces-verbaal wordt verstaan een proces-verbaal dat
uitsluitend bevat de uitspraken, die niet in het verkorte vonnis zijn opgenomen,
en de aantekeningen, waarvan opneming door de wet, anders dan door artikel
326, eerste of tweede lid, wordt verlangd.
B
Na onderdeel B wordt een nieuw onderdeel Ba toegevoegd, luidende:
Ba
Artikel 326, vierde lid, komt als volgt te luiden:
4. Gelijke aantekening geschiedt, wanneer een der rechters het verlangt,
of op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte
of de benadeelde partij.
C
Onderdeel C wordt als volgt gewijzigd:
Het tweede lid van het voorgestelde artikel 327a, komt als volgt te luiden:
2. Indien het vonnis bij verstek is gewezen en de dagvaarding niet in
persoon is betekend en zich geen omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit
dat de dag van de terechtzitting of nadere terechtzitting aan de verdachte
bekend was, terwijl op de terechtzitting getuigen of deskundigen zijn gehoord
dan wel een benadeelde partij zich in het strafproces heeft gevoegd, wordt,
in afwijking van het eerste lid, een proces-verbaal opgemaakt dat aan de eisen
van artikel 326 voldoet.
D
Onderdeel E wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid van artikel 365b worden de woorden «Het aangevulde
vonnis» vervangen door: De aanvulling bedoeld in artikel 365a, tweede
lid,
2. Artikel 365c wordt als volgt gewijzigd:
a. In het eerste lid vervallen de woorden «dan wel de benadeelde
partij».
b. Onder vernummering van het tweede lid tot het derde lid, wordt een
nieuw tweede lid ingevoegd luidende:
2. Aan een zodanig verzoek van de benadeelde partij wordt gevolg gegeven,
tenzij daarmee geen redelijk belang is gediend.
E
Onderdeel F komt als volgt te luiden:
Artikel 378 wordt als volgt gewijzigd:
Het tweede lid, onderdelen b, c en d, komt als volgt te luiden:
b. indien de officier van justitie, de verdachte of zijn raadsman, dan
wel de benadeelde partij uiterlijk drie maanden na de uitspraak daartoe een
vordering indient of het verzoek doet;
c. indien een gewoon rechtsmiddel tegen het vonis is aangewend, tenzij
het aanwenden van het rechtsmiddel meer dan drie maanden na de uitspraak is
geschied;
d. Indien het vonnis bij verstek is gewezen en de dagvaarding niet in
persoon is betekend en zich geen omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit
dat de dag van de terechtzitting of nadere terechtzitting aan de verdachte
bekend was, terwijl op de terechtzitting getuigen of deskundigen zijn gehoord
dan wel een benadeelde partij zich in het strafproces heeft gevoegd;
F
Onderdeel H komt als volgt te luiden:
Artikel 395 wordt als volgt gewijzigd:
Het tweede lid, onderdelen b, c en d, komt als volgt te luiden:
b. indien de officier van justitie, de verdachte of zijn raadsman dan
wel de benadeelde partij uiterlijk drie maanden na de uitspraak daartoe een
vordering indient of het verzoek doet;
c. indien een gewoon rechtsmiddel tegen het vonnis is aangewend, tenzij
het aanwenden van het rechtsmiddel meer dan drie maanden na de uitspraak is
geschied;
d. indien het vonnis bij verstek is gewezen en de dagvaarding niet in
persoon is betekend en zich geen omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit
dat de dag van de terechtzitting of nadere terechtzitting aan de verdachte
bekend was, terwijl op de terechtzitting getuigen of deskundigen
zijn gehoord dan wel een benadeelde partij zich in het strafproces heeft gevoegd;
G
Onderdeel L wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 426d, tweede lid, onderdeel d, komt als volgt te luiden:
d. Indien het vonnis bij verstek is gewezen en de dagvaarding niet in
persoon is betekend en zich geen omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit
dat de dag van de terechtzitting of nadere terechtzitting aan de verdachte
bekend was, terwijl op de terechtzitting getuigen of deskundigen zijn gehoord
dan wel een benadeelde partij zich in het strafproces heeft gevoegd;
Toelichting
Onderdeel A
Dit onderdeel is reeds toegelicht in het artikelsgewijze deel van de nota
naar aanleiding van het verslag.
Onderdeel B en onderdeel D, onder 2
Deze onderdelen zijn toegelicht in de nota naar aanleiding van het verslag
in paragraaf 3, onderdeel «De benadeelde partij».
Onderdelen C, E, F en G
In deze onderdelen is de opmerking van de GPV-fractie uit het verslag
om in deze onderdelen tevens de situatie op te nemen dat zich anderszins een
omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de verdachte van de
(nadere) terechtzitting op de hoogte was. Ook in deze gevallen zal de beroepstermijn
van veertien dagen gaan lopen direct na de einduitspraak.
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager