Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 23987 nr. V |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 23987 nr. V |
Vastgesteld 24 mei 2022
De vaste commissie voor Europese Zaken1 heeft in haar vergaderingen van 15 maart en 5 april 2022 gesproken over de kabinetsreactie op het speciaal verslag van de Europese Rekenkamer (ERK) «EU steun voor de rechtsstaat in de Westelijke Balkan: ondanks inspanningen nog steeds fundamentele problemen»2. De commissie heeft haar leden de gelegenheid gegeven tot het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg met de regering. De leden van de Fractie-Nanninga hebben in dat kader de volgende vragen aan de regering, die zijn opgenomen in een brief van 14 april 2022 aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
De Minister heeft op 23 mei 2022 gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.
De griffier van de vaste commissie voor Europese Zaken, Bergman
Aan de Minister van Buitenlandse Zaken
Den Haag, 14 april 2022
De vaste commissie voor Europese Zaken heeft in haar vergaderingen van 15 maart en 5 april 2022 gesproken over de kabinetsreactie op het speciaal verslag van de Europese Rekenkamer (ERK) «EU steun voor de rechtsstaat in de Westelijke Balkan: ondanks inspanningen nog steeds fundamentele problemen»3. De commissie heeft haar leden de gelegenheid gegeven tot het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg met de regering. De leden van de Fractie-Nanninga hebben in dat kader de volgende vragen aan de regering.
De leden van de Fractie-Nanninga vragen om een reactie wanneer de regering het verslag zou vergelijken met het proces dat de meest recent toegetreden landen hebben doorgelopen en met de huidige stand van zaken in die landen. In hoeverre verschilt de situatie van de kandidaat-EU-landen met de meest recent toegetreden landen? Zijn er nu wel problemen voorkomen op het gebied van rechtsstatelijkheid en zo ja hoe? En welke garanties kunnen hiervoor worden gegeven? Deze leden vragen de regering tot slot of er een termijn is dat de EU blijft investeren in de rechtsstatelijkheid van een kandidaat-EU-land?
De commissie voor Europese Zaken ziet uw reactie op bovengenoemde vragen met belangstelling tegemoet en ontvangt deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, M.G.H.C. Oomen-Ruijten
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 mei 2022
Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de gestelde vragen door de Eerste Kamer leden van Fractie-Nanninga inzake de kabinetsreactie op het speciaal verslag van de Europese Rekenkamer (ERK) «EU steun voor de rechtsstaat in de Westelijke Balkan». Deze vragen werden ingezonden op 14 april 2022.
De Minister van Buitenlandse Zaken, W.B. Hoekstra
De leden van de Fractie-Nanninga vragen om een reactie wanneer de regering het verslag zou vergelijken met het proces dat de meest recent toegetreden landen hebben doorgelopen en met de huidige stand van zaken in die landen. In hoeverre verschilt de situatie van de kandidaat-EU-landen met de meest recent toegetreden landen? Zijn er nu wel problemen voorkomen op het gebied van rechtsstatelijkheid en zo ja hoe? En welke garanties kunnen hiervoor worden gegeven?
Antwoord:
Zorgen die in het ERK rapport worden aangehaald, zoals op het gebied van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, corruptie en mediavrijheid zijn ook in mindere mate van toepassing op de staat van de rechtsstaat in verschillende EU lidstaten4. Uit de jaarlijkse rechtsstaatsrapportage van de Europese Commissie blijkt bijvoorbeeld dat er in een aantal lidstaten zorgen zijn over de ondermijning van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, dat er nog veel werk aan de winkel is binnen de EU ten aanzien van corruptiebestrijding en dat de pluriformiteit van de media in de EU is verslechterd ten opzichte van het jaar daarvoor5.
Een deel van de huidige problematiek in de (potentiële) kandidaat-lidstaten ontstaat omdat deze landen nog niet alle wetgeving en standaarden van de EU geïmplementeerd hebben waardoor het gehele rechtsstatelijkheidskader van de EU nog niet van toepassing is. Daarnaast concentreert de EU-inzet zich met name op technische zaken zoals de efficiëntie van de rechterlijke macht en de ontwikkeling van relevante wetgeving. Deze inzet heeft volgens de ERK in het verleden weliswaar geleid tot het verbeteren van de doelmatigheid van de rechterlijke macht, het wetgevingskader en het bevorderen van een proactieve benadering bij corruptiebestrijding, maar heeft een beperkt effect gehad op de bevordering van fundamentele hervormingen van de rechtsstaat in de regio.
Het uitblijven van fundamentele hervormingen van de rechtsstaat is ook mede aanleiding geweest om in 2020 een herziening van de uitbreidingsmethodologie6 door te voeren, waarmee hervormingen op rechtsstaatsterrein een nog centralere plaats in het toetredingsproces hebben. De grotere nadruk in deze herziene methodologie op conditionaliteit en het omkeerbaar maken van stappen in het uitbreidingsproces indien de voortgang in het fundamentals cluster stagneert of terugglijdt, zijn belangrijke waarborgen voor het plaatsvinden van de benodigde rechtsstaathervormingen.
Tevens onderdeel van de nieuwe methodologie, en in lijn met de aanbevelingen van de ERK, is het meer benutten van externe indicatoren door de EU. Het kabinet is hier voorstander van omdat externe indicatoren doorgaans op een objectieve en kwalitatieve wijze de voortgang in kaart brengen. Een voorbeeld hiervan zijn de ranglijsten van het World Justice Project rapport 20217, die het mogelijk maken om rechtsstaatontwikkelingen tussen de meest recent toegetreden EU lidstaten en kandidaat-lidstaten te vergelijken.
Deze leden vragen de regering tot slot of er een termijn is dat de EU blijft investeren in de rechtsstatelijkheid van een kandidaat-EU-land?
Antwoord:
Respect voor de rechtsstaat is een fundamenteel uitgangspunt voor het functioneren van de Europese Unie; het is een randvoorwaarde voor doeltreffende en uniforme toepassing van het EU-recht en voor het wederzijdse vertrouwen tussen lidstaten. Het vergt een continue inspanning en zoals de ERK terecht benadrukt politieke wil van zowel EU lidstaten als kandidaat-lidstaten. Vanwege het grote belang hiervan zijn hier geen termijnen aan verbonden.
Het kabinet is van mening dat de conclusies en aanbevelingen van de ERK de belangrijkste tekortkomingen t.a.v. de huidige EU-inzet op rechtsstaatsterrein in de Westelijke Balkan adresseren en dat deze aanbevelingen goed aansluiten bij de reeds bestaande Nederlandse inzet op het versterken van de rechtsstaat in de regio. Het kabinet neemt de conclusies en aanbevelingen van de ERK zeer serieus en zal deze actief gebruiken bij de huidige en toekomstige EU-inzet op rechtsstaatshervormingen in de (potentiële) kandidaat-lidstaten.
Samenstelling:
Essers (CDA), Koffeman (PvdD), Backer (D66), Faber-Van de Klashorst (PVV), Van Apeldoorn (SP) (ondervoorzitter), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Koole (PvdA), Oomen-Ruijten (CDA) (voorzitter), Stienen (D66), De Bruijn-Wezeman (VVD), Van Rooijen (50PLUS), arbouw (VVD), Van Ballekom (VVD), Beukering (Fractie-Nanninga), Bezaan (VVD), Frentrop (Fractie-Frentrop), Geerdink (VVD), Huizinga-Heringa (CU), Karimi (GL), Otten (Fractie-Otten), Vendrik (GL), Vos (PvdA), Van Wely (Fractie-Nanninga) en Raven (OSF).
Brief regering inzake overzicht EU-rechtsstaatinstrumentarium Kamerstuk 21 501-02, nr. 2426.
Brief regering inzake Rechtsstaatrapport 2021 van de Europese Commissie Kamerstuk 21 501-02, nr. 2413.
Brief regering inzake kabinetsappreciatie herziening uitbreidingsmethodologie Kamerstuk 21 501-20, nr. 1511.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-23987-V.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.