23 987 Uitbreiding van de Europese Unie

S BRIEF VAN VICEVOORZITTER ŠEFČOVIČ VAN DE EUROPESE COMMISSIE EN LID VÁRHELYI

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken

Cc: Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Brussel, 5 februari 2022

De Commissie dankt de Eerste Kamer voor haar advies over de mededeling van de Europese Commissie van 2021 inzake het uitbreidingsbeleid van de EU1.

In deze mededeling maakt de Commissie de balans op van de ontwikkelingen sinds het laatste uitbreidingspakket, dat in oktober 2020 werd aangenomen. Zij belicht de vorderingen die de Westelijke Balkan en Turkije hebben gemaakt alsook de problemen die zich hebben voorgedaan en de hervormingen die nodig zijn, en bevat conclusies en aanbevelingen voor de komende periode. Daarbij wordt rekening gehouden met de specifieke omstandigheden, waaronder de COVID-19-pandemie, die van invloed zijn geweest op de ontwikkelingen in de EU en de regio.

In het verslag over Turkije van 20212 wordt uitvoerig ingegaan op de stand van zaken met betrekking tot het functioneren van de democratische instellingen, de economie en alle onderhandelingshoofdstukken die betrekking hebben op beleidsterreinen, alsook op de vooruitgang die het afgelopen jaar is geboekt om te voldoen aan de criteria voor toetreding tot de EU.

Zoals het advies van de Eerste Kamer ook benadrukt, wordt in het verslag over Turkije van 2021 geconcludeerd dat, hoewel de spanningen zijn afgenomen en er in 2021 meer met Turkije is overlegd en samengewerkt, de situatie in het land problematisch blijft. Turkije heeft geen geloofwaardige maatregelen genomen om de bezorgdheid van de EU weg te nemen over de aanhoudende verslechtering van de rechtsstaat, de grondrechten en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.

In juni 2018 verklaarde de Raad van de EU dat Turkije meer afstand van de EU nam en dat de onderhandelingen over de toetreding van Turkije tot stilstand waren gekomen. Deze situatie is sindsdien opnieuw beoordeeld en de Commissie concludeerde in haar verslag over Turkije van oktober 2021 dat zich in de aan haar beoordeling ten grondslag liggende feiten nog geen verandering had voorgedaan. Tegelijkertijd verklaarden de EU-leiders tijdens de bijeenkomsten van de Europese Raad van december 2020, maart 2021 en juni 2021 dat zij bereid waren zich in te zetten voor een positieve agenda ten opzichte van Turkije, met bijzondere aandacht voor onder meer intermenselijke contacten.

Een eventueel besluit om formeel een einde te maken aan de toetredingsonderhandelingen zou echter door de EU-lidstaten moeten worden genomen, overeenkomstig de bepalingen van het kader voor de onderhandelingen tussen Turkije en de EU.

De Commissie hoopt dat zij met deze toelichting voldoende is ingegaan op de door de Eerste Kamer aan de orde gestelde punten en zij kijkt ernaar uit de politieke dialoog in de toekomst voort te zetten.

Maroš Šefčovič Vicevoorzitter

Olivér Várhelyi Lid van de Commissie


X Noot
1

COM(2021) 644.

X Noot
2

SWD(2021) 290.

Naar boven