23 987 Uitbreiding van de Europese Unie

R BRIEF VAN VICEVOORZITTER ŠEFČOVIČ VAN DE EUROPESE COMMISSIE

Aan de vicevoorzitter van de Europese Commissie

Den Haag, 16 december 2021

De leden van de vaste commissie voor Europese Zaken hebben met belangstelling kennisgenomen van de Commissiemededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2021 (COM(2021)644)1. De leden van de Fractie-Nanninga hebben naar aanleiding hiervan in het kader van de politieke dialoog een aantal vragen aan de Europese Commissie.

De Mededeling van de Europese Commissie over de voortgang van kandidaat-lidstaat Turkije om toe te treden tot de Europese Unie stemt niet bepaald vrolijk, aldus stellen de leden van de Fractie-Nanninga. Het land heeft op verschillende beleidsterrein geen enkele verbetering laten zien en op andere zelfs achteruitgang. Deze leden zijn vooral benieuwd naar de consequenties die hieraan worden verbonden. Daarom stellen zij de volgende vragen:

Is de Europese Commissie van mening dat, gelet op deze resultaten, het toetredingsproces van Turkije kritisch bekeken dient te worden en dat harde consequenties aan deze zeer zwakke resultaten verbonden moeten worden?

«Democratic backsliding continued during the reporting period», «Targeting of the opposition parties continued», «The serious backsliding of the judicial system observed since 2016 continued». Dit zijn enkele citaten uit de mededeling, en deze citaten laten zien hoe slecht het gesteld is in Turkije. Als voorgaande redenen niet voldoende zijn om de toetredingsprocedure van Turkije te pauzeren, wanneer is dit dan wel het geval? Welke criteria kunnen daarvoor worden vastgesteld?

Als een (tijdelijke) stop of een algeheel afbreken van het Turkse toetredingsproces tot de Europese Unie volgens de Europese Commissie niet aan de orde is, welk precedent schept dat dan naar de mening van de Commissie? Is het niet zo dat dit een verkeerd signaal geeft aan kandidaat-lidstaten, aangezien zij nooit hoeven te vrezen voor de consequenties van hun falen, aldus vragen de leden van de Fractie-Nanninga.

De leden van de vaste commissie voor Europese Zaken zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk binnen drie maanden na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, M.G.H.C. Oomen-Ruijten


X Noot
1

Zie ook het Edossier E210026 op www.europapoort.nl.

Naar boven