Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202023987 nr. 373

23 987 Lidmaatschap van de Europese Unie

Nr. 373 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 oktober 2019

Op 19 oktober 2019 heeft de Britse premier Boris Johnson een brief gestuurd aan Europese Raadsvoorzitter Donald Tusk, waarin hij conform de geldende verplichtingen van de European Union (Withdrawal) (No. 2) Act 2019Benn Act») verzoekt om een verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn tot en met 31 januari 2020. Een nieuwe verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn is juridisch gezien mogelijk. De Europese Raad in Artikel 50 samenstelling (ER Artikel 50) moet hier met eenparigheid van stemmen, en met instemming van het VK, over besluiten.

Na ontvangst van de brief van premier Johnson heeft voorzitter Tusk de staatshoofden en regeringsleiders van de 27 EU Lidstaten geconsulteerd over dit verzoek. Op 22 oktober 2019 heeft het Britse Lagerhuis ingestemd met de behandeling van de European Union (Withdrawal Agreement) Bill. Daarna heeft het Britse Lagerhuis het door de regering voorgestelde tijdspad voor de behandeling van deze wetgeving echter verworpen. Hiermee werd het praktisch gezien onmogelijk om aan Britse zijde het ratificatieproces van het terugtrekkingsakkoord te voltooien voor de deadline van 31 oktober 2019. Na instemming van het VK met de tekst van het concept ER Artikel 50 verlengingsbesluit heeft voorzitter Tusk voorgesteld het verlengingsbesluit aan te nemen via een schriftelijke procedure. Het gebruik van de schriftelijke procedure is wenselijk aangezien het om een dringende aangelegenheid gaat en er voor het verstrijken van de deadline van 31 oktober geen Europese Raad meer gehouden wordt. De schriftelijke procedure is op 28 oktober van start gegaan en eindigt op 29 oktober om 18:00.

Het concept ER Artikel 50 verlengingsbesluit voorziet in een flexibele verlenging van de in Artikel 50, lid 3, VEU bedoelde periode tot en met 31 januari 2019. Hierbij zal gelden dat de verlenging al eerder wordt beëindigd als beide partijen het terugtrekkingsakkoord eerder ratificeren, via inwerkingtreding van het terugtrekkingsakkoord per de eerste van de volgende maand. Tijdens de verlenging blijft het VK een EU-lidstaat met alle rechten en verplichtingen die daarbij horen en kan het nog steeds te allen tijde diens Artikel 50 kennisgeving intrekken. Daarbij dient het VK zich als vertrekkende EU-lidstaat te houden aan de verplichting tot loyale samenwerking en zich constructief en verantwoordelijk te blijven opstellen. Dit geldt in het bijzonder bij besluitvorming door de EU.

Het kabinet heeft zich steeds ingezet voor een ordelijk vertrek van het VK uit de EU, met een terugtrekkingsakkoord. Met dat doel heeft het kabinet steeds aangegeven een eventueel verlengingsverzoek van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn welwillend en met oog voor wat het doel ervan zou zijn te zullen bekijken. Aangezien het Britse Lagerhuis heeft ingestemd met behandeling van de European Union (Withdrawal Agreement) Bill en in het licht van de wens om het democratische proces in het Verenigd Koninkrijk ruimte te geven, kan het kabinet instemmen met het ER artikel 50 besluit.

Naast het verlengingsbesluit heeft voorzitter Tusk een concept ER Artikel 50 verklaring opgesteld, die inhoudelijk in lijn is met de tekst van het verlengingsbesluit zelf. Het kabinet kan deze verklaring derhalve ook steunen.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok