Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201923987 nr. 327

23 987 Lidmaatschap van de Europese Unie

Nr. 327 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 maart 2019

Tijdens de regeling van werkzaamheden op 12 maart jl. deed uw Kamer het verzoek (Handelingen II 2018/19, nr. 61, Regeling van Werkzaamheden) om een brief over de stemming in het Britse parlement van 12 maart (de meaningful vote), te ontvangen vóór 11:00 op 13 maart 2019. Om aan dit verzoek te voldoen, bied ik uw Kamer, mede namens de Minister-President, deze brief aan.

Gisteravond heeft een ruime meerderheid in het Britse parlement gestemd tegen de motie van de regering-May die goedkeuring voorstelde van het terugtrekkingsakkoord en de politieke verklaring over het kader van de toekomstige betrekkingen die in november 2018 werden overeengekomen en de aanvullende gezamenlijke documenten waarover het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Europese Commissie op 11 maart 2019 overeenstemming bereikten.

Het kabinet betreurt dat de Britse regering er ook nu niet in geslaagd is een meerderheid in het Britse parlement te vinden. Nederland en de EU hebben er alles aan gedaan om overeenstemming te bereiken. De afgelopen dagen en weken is er meermaals contact geweest tussen de Minister-President en Premier May en is er tot het laatste moment intensief onderhandeld tussen de EU en het VK. Net zoals in december en januari resulteerde dit in een nadere juridische uitwerking en extra garanties voor het VK ten aanzien van de afspraken over de backstop voor de Ierse grens zoals die zijn vastgelegd in het terugtrekkingsakkoord. Dit heeft echter niet geresulteerd in de gehoopte meerderheid in het Britse parlement.

Een oplossing voor de huidige impasse zal uit Londen moeten komen. De EU blijft achter het terugtrekkingsakkoord staan, inclusief de backstop, die een harde grens in Ierland voorkomt en de integriteit van de interne markt waarborgt, tenzij en totdat er alternatieve afspraken worden gemaakt. Indien het VK een onderbouwd verzoek om verlenging doet, zal de EU27 dit bestuderen en er met eenparigheid van stemmen over beslissen. Ik informeerde uw Kamer, onder meer in mijn brief van 28 februari 2019 (Kamerstuk 23 987, nr. 323), dat het kabinet welwillend tegenover een eventueel verzoek om verlenging staat als er tegelijkertijd ook uitzicht is op een oplossing. Het kabinet hecht daarbij aan het behoud van de eenheid van de EU27. Tevens dient het soepel functioneren van de EU-instituties gewaarborgd te worden.

Het kabinet blijft zich tot het uiterste inspannen om alle voorzienbare en onvoorzienbare gevolgen van een no deal Brexit zo goed mogelijk op te vangen, maar het is onvermijdelijk dat het ongewenste en nu waarschijnlijkere no deal scenario gepaard zal gaan met verstoringen en problemen. Zoals eerder aangegeven, kunnen niet alle inspanningen van de rijksoverheid komen en hebben alle belanghebbenden een verantwoordelijkheid zich zo goed mogelijk voor te bereiden.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok