Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201623987 nr. 158

23 987 Lidmaatschap van de Europese Unie

Nr. 158 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 juli 2016

Zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg van 9 juni jl. met de commissie Europese Zaken zend ik u hierbij een kabinetsreactie op de uitslag van het referendum over EU-lidmaatschap, dat op 23 juni jl. in het Verenigd Koninkrijk heeft plaatsgevonden.

De uitslag van het referendum luidt dat 51,9% van de Britse kiezers voor vertrek uit de EU heeft gestemd, en 48,1% voor het lidmaatschap van de EU.

Het kabinet respecteert deze uitslag en is teleurgesteld dat een meerderheid van de Britse kiezers zich voor vertrek uit de EU heeft uitgesproken. Het Verenigd Koninkrijk is sinds 1973 een gewaardeerd lid van de Europese Unie en voor Nederland een belangrijke Europese partner. Nederland en het Verenigd Koninkrijk onderhouden goede, intensieve betrekkingen en werken nauw samen op politiek, militair, economisch, cultureel en maatschappelijk gebied. De inzet van het kabinet is er daarom steeds op gericht geweest om het Verenigd Koninkrijk als EU-lid te behouden.

Het is nu aan de Britse regering om aan te geven hoe zij met de uitslag van het referendum om wenst te gaan. Het kabinet is van mening dat een zo kort mogelijk periode van onzekerheid over de Britse voornemens wenselijk is. Deze opvatting wordt door verreweg de meeste lidstaten gedeeld. Premier Cameron zal tijdens de Europese Raad van 28 juni aanstaande een toelichting geven op de uitkomst. Premier Cameron heeft in een publieke verklaring reeds aangegeven dat hij de start van onderhandelingen over een terugtrekkingsakkoord aan zijn ambtsopvolger zal laten, die uiterlijk bij het Conservatieve partijcongres in oktober dit jaar gekozen zal worden.

Het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk kan pas worden beëindigd als de daarvoor geldende procedure van artikel 50 van het EU-verdrag is doorlopen. Dit proces start zodra het Verenigd Koninkrijk formeel te kennen geeft de procedure van artikel 50 te willen activeren (de zogenoemde kennisgeving). Krachtens artikel 50 EU-verdrag wordt er onderhandeld over een terugtrekkingsakkoord.

De EU-verdragen zijn niet meer van toepassing op het Verenigd Koninkrijk zodra het terugtrekkingsakkoord in werking treedt. Indien er twee jaar na de kennisgeving conform artikel 50 nog geen akkoord is zijn de EU-verdragen automatisch niet meer van toepassing op het Verenigd Koninkrijk, tenzij deze termijn wordt verlengd door de EU en het Verenigd Koninkrijk.

Het kabinet hecht er aan te benadrukken dat het VK voorlopig lid blijft van de EU en dat alle EU-regels van kracht blijven in het Verenigd Koninkrijk. Welke gevolgen er op lange termijn optreden, wanneer het VK daadwerkelijk geen lid meer is van de EU, is afhankelijk van de vormgeving van het terugtrekkingsakkoord en van de toekomstige betrekkingen die de EU zal onderhouden met het VK. Hoe die eruit komen te zien is nu niet te voorspellen. Het kabinet zal de gevolgen voor burgers en bedrijven steeds scherp in het oog houden. Het terugtrekkingsproces zal wat het kabinet betreft stapsgewijs en ordelijk moeten verlopen, waarbij de Nederlandse belangen, zoals onze nauwe economische betrekkingen met het VK, steeds scherp in het oog zullen worden gehouden.

Het kabinet is van mening dat dit signaal van het Britse electoraat serieus dient te worden genomen. Ook in andere lidstaten, inclusief in ons eigen land, leven zorgen over het functioneren van de EU. Het kabinet zet ook dan onverkort in op een beter Europa en blijft werken aan een EU die verder hervormt, zich focust op hoofdzaken en daarop resultaten boekt. Een EU die banen helpt creëren, en die meerwaarde biedt bij de gezamenlijke aanpak van gedeelde uitdagingen zoals op het gebied van veiligheid, migratie, klimaat en energie. Kortom, een EU die werkt aan een goede toekomst voor burgers en bedrijven in alle lidstaten en die stabiliteit brengt in een wereld van onrust.

Nederland zal zich op dit punt actief blijven inzetten, ook na ons Voorzitterschap van de Raad van de EU dat op 1 juli afloopt. Voor de toekomst van Nederland is het van essentieel belang onderdeel uit te maken van de Unie.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders