23 953 (R 1524)
Goedkeuring van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien; Luxemburg 15 december 1989 (Trb. 1990, 121)

nr. 9
MOTIE VAN HET LID WITTEVEEN-HEVINGA C.S.

Voorgesteld 7 september 1995

De Kamer,

gehoord de beraadslaging;

overwegende, dat:

– tijdens de behandeling van de Rijksoctrooiwet in de Eerste Kamer door het standpunt van de regering onduidelijkheid is ontstaan over de interpretatie van het geamendeerde artikel 3 met betrekking tot het octrooieren van levend materiaal;

– de regering aan zowel de Eerste Kamer als aan de Tweede Kamer het antwoord op schriftelijke vragen (nr. 808) de toezegging heeft gedaan een notitie te zenden over mogelijk nieuwe criteria voor octrooiverlening;

– de regering in antwoord op genoemde schriftelijke vragen heeft meegedeeld de kwestie aan de Raad van State te zullen voorleggen;

– de totstandkoming van een Europese richtlijn bescherming biotechnologische uitvindingen gestagneerd is;

van mening, dat Nederland deze situatie evenwel moet aangrijpen om tijdig een helder standpunt over de wettelijke bescherming van biotechnologische uitvindingen te formuleren;

verzoekt de regering genoemde toegezegde notitie op de korte termijn naar de Kamer te zenden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Witteveen-Hevinga

Voûte-Droste

Van Walsem

Naar boven