23 944
Wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (bestuursorganisatie van en medezeggenschap in hogescholen)

nr. 6
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 3 maart 1995

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I wordt na onderdeel A een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

Aa

Artikel 4.7, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel c vervalt «of».

2. In onderdeel d wordt de punt vervangen door: , of.

3. Aan dit lid wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

e. de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband.

B

In artikel I onderdeel E, tweede lid, wordt «Het tweede en derde lid komen te luiden» vervangen door: Na het eerste lid worden twee nieuwe leden ingevoegd, luidende.

C

In artikel I onderdeel H wordt in artikel 10.17 in de tweede volzin van het zesde lid «kleiner» vervangen door: groter.

D

In artikel I onderdeel H wordt in artikel 10.19, vierde lid eerste volzin, na «gehandicapten» ingevoegd: en allochtonen.

E

In artikel I onderdeel H vervalt in artikel 10.35, derde lid, de komma na «onder d».

F

Artikel I onderdeel I wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt na «Het bestuur» ingevoegd: en.

2. In het vijfde lid wordt «bevoegdheden» vervangen door: bevoegdheidsverdeling.

3. In het zesde lid wordt in het opschrift van artikel 10.37 na «Afwijking» ingevoegd: bij.

G

Na artikel V wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL VA

In de artikelen 2.49, eerste lid eerste volzin, en 2.57, eerste lid eerste volzin, van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs wordt telkens na «omvang van de betrekking» ingevoegd: , tot de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband.

H

Na artikel VI wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL VIA

Artikel I onderdeel A van de wet van 21 december 1994 (Stb. 942) vervalt.

TOELICHTING

A en G

Bij de wet van 3 december 1992 (Stb. 662) zijn in een aantal onderwijswetten de artikelen betreffende de beroepsmogelijkheid van het personeel van bijzondere scholen en instellingen uitgebreid; onder meer is beroep opengesteld tegen een besluit van het bevoegd gezag inhoudende de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband. Tot de onderwijswetten waarin bedoelde wijziging is aangebracht, behoorden ook de Wet op het hoger beroepsonderwijs, de Wet op het wetenschappelijk onderwijs (voorlopers van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, WHW) en de Wet op het leerlingwezen (voorloper van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, WCBO). Naar onlangs is gebleken, is de uitbreiding van de beroepsmogelijkheid van het personeel van bijzondere scholen en instellingen niet in de WHW en de WCBO meegenomen. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt deze beroepsmogelijkheid alsnog in die wetten te regelen.

Voor een nadere toelichting op meerbedoelde wijziging wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat tot de wet van 3 december 1992 leidde (Kamerstukken II, vergaderjaar 1991–1992, 22 467, nr. 3, blz. 9).

C

Deze wijziging is reeds aangekondigd in de nota naar aanleiding van het verslag.

D

Deze wijziging vloeit voort uit de totstandkoming van de Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen (Stb. 1994, 423); bij die wet is het huidige artikel 10.19, vierde lid, aangepast.

H

Artikel I onderdeel H van de wet van 2 november 1994 (Stb. 803) en artikel I onderdeel A van de wet van 21 december 1994 (Stb. 942) bevatten een gelijkluidende opdracht tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Eerstgenoemde wijzigingsopdracht is inmiddels in werking getreden.

Derhalve kan – het nog niet in werking getreden – onderdeel A van artikel I van de wet van 21 december 1994 vervallen. Daartoe strekt dit onderdeel.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

J. M. M. Ritzen

Naar boven