23 942
Wijziging van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet van 24 december 1993, Stb. 733, in het kader van het belastingplan 1995

nr. 11
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 augustus 1995

Hierbij doe ik u de informatie toekomen zoals toegezegd aan de heer van der Ploeg in het kader van de behandeling van het belastingplan 1995. Het betreft de vraag om na te gaan of in de Verenigde Staten (VS) en in het Verenigd Koninkrijk (VK) speciale regelingen bestaan op grond waarvan de sponsoring door een onderneming van de studiekosten van een student die hoger onderwijs volgt, voor de onderneming aftrekbare kosten vormen.

De VS en het VK kennen geen speciale regelingen voor de aftrekbaarheid van de kosten van sponsoring door een onderneming van een student. In het VK geldt net als in Nederland dat deze kosten onder omstandigheden voor de onderneming bedrijfskosten kunnen vormen en daardoor van de winst aftrekbaar zijn. Dit kan zich bij voorbeeld voordoen wanneer de student reeds bij de onderneming in dienst is of wanneer beurzen worden verstrekt waaraan de naam van de onderneming gekoppeld is. Deze betalingen zijn alleen aftrekbaar indien zij geheel en uitsluitend het zakelijk belang van de onderneming dienen. Indien de onderneming niet de student maar de onderwijsinstelling zelf sponsort, dan kunnen deze betalingen onder dezelfde condities aftrekbare kosten vormen. In de VS kunnen betalingen aan universiteiten en andere onderwijsinstellingen voor de onderneming aftrekbare giften vormen, op voorwaarde dat zij uitsluitend aan de onderwijsinstellingen ten goede komen en dus niet ten voordele van de onderneming zelf of van een door de onderneming geselecteerde student strekken en op voorwaarde dat de universiteit de volledige beschikkingsmacht heeft over deze giften.

De Staatssecretaris van Financiën,

W. A. F. G. Vermeend

Naar boven