23 901
Minderhedenbeleid 1995

nr. 17
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 2 juni 1995

Bij brief d.d. 12 mei 1995 van de griffier van de vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken werd mij de vraag voorgelegd naar de stand van zaken met betrekking tot de door mij gedane toezegging, de mogelijkheden te bezien van een evaluatieve studie met betrekking tot de onderwerpen «Wetshandhaving» en «Belastingen en andere heffingen» in relatie tot het woonwagenbeleid. In antwoord daarop moet ik u berichten, geen toezegging gedaan te hebben met betrekking tot deze beide genoemde terreinen. Zulks blijkt ook niet uit het door uw commissie op 28 maart 1995 vastgestelde verslag. Wel heb ik toegezegd, het initiatief te willen nemen tot een «monitoring» op basis van wetenschappelijk kwantitatief en kwalitatief onderzoek van de maatschappelijke positie van woonwagenbewoners te doen verrichten, bijvoorbeeld iedere vier jaar. In dat kader zal ik bevorderen dat onderwerpen waaronder de in uw brief genoemde in hun sociaal-culturele context worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken,

H. F. Dijkstal

Naar boven