23 901
Minderhedenbeleid 1995

nr. 16
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 18 mei 1995

Gaarne informeer ik u, zoals ik u heb toegezegd, in hoofdlijnen over de uitkomsten van het bestuurlijk overleg met de VNG over de opvang van asielzoekers en verblijfsgerechtigden dat op 27 maart en 15 mei jl. heeft plaatsgevonden.

In het bestuurlijk overleg van 27 maart jl. is op verschillende punten overeenstemming bereikt met de VNG. Over een aantal onderwerpen – met name de vergoedingen in de Zorgwet VVTV-ers en inburgering – is het overleg op 15 mei jl. afgerond. Het verheugt mij u te kunnen meedelen dat de kabinetsdelegatie op de meeste punten overeenstemming met de VNG heeft bereikt.

Inburgering

Het kabinet en de VNG zijn het eens geworden over de invoering vanaf 1 januari 1996 van inburgeringscontracten, zoals in het regeeraccoord aangekondigd en verder uitgewerkt in de brief aan de Tweede Kamer van 24 februari 1995 (TK 23 901, nr. 10). In eerste instantie zullen inburgeringscontracten worden ingevoerd voor uitkeringsgerechtigde nieuwkomers en verblijfsgerechtigden. Uitgangspunt hierbij is het maatwerkbeginsel en het reguliere sanctiebeleid van de Algemene Bijstandswet.

Het kabinet heeft zich verder bereid verklaard de mogelijkheden te onderzoeken om te komen tot een wettelijke regeling voor inburgering van alle nieuwkomers en verblijfsgerechtigden, die zich in een achterstandspositie bevinden dan wel daarin dreigen te geraken.

Dit laat onverlet dat intussen alle nieuwkomers en verblijfsgerechtigden in aanmerking (blijven) komen voor inburgeringstrajecten.

Het kabinet en de VNG hebben over de financiering van het inburgeringsbeleid overeenstemming bereikt over een pakket aan afspraken en maatregelen.

Het kabinet heeft besloten om in de komende jaren extra middelen voor inburgering beschikbaar te stellen, die worden toegevoegd aan de de reguliere middelen voor inburgering bij het ministerie van OCW. Het gaat om de volgende bedragen:

(x mln)1996199719981999
 43,572,275,873,6

Daarnaast is met de VNG overeengekomen dat vanuit de reguliere middelen van de basiseducatie (BE) en het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (VAVO) vanaf 1996 de volgende bedragen voor inburgering worden ingezet:

(x mln)1996199719981999
 46,846,846,946,9

Tot slot zullen de stimuleringsuitkeringen voor nieuwkomers en verblijfsgerechtigden bij het ministerie van VWS voor inburgering worden ingezet:

(x mln)1996199719981999
 106106106106

Daarmee zijn in totaal van de kant van het rijk de volgende bedragen voor gemeenten voor inburgering beschikbaar:

(x mln)1996199719981999
 196,3225228,7226,5

In het bestuurlijk overleg is vastgesteld dat gemeenten op dit moment in ruime mate ook eigen middelen voor NT2-onderwijs aan nieuwkomers inzetten. Het kabinet en de VNG gaan er vanuit dat gemeenten bereid zijn naast de middelen die door het rijk beschikbaar worden gesteld, eigen middelen te blijven inzetten voor inburgering. Daarnaast wordt ervan uit gegaan dat de mogelijkheden binnen de volwasseneneducatie voor nieuwkomers en verblijfsgerechtigden worden geïntensiveerd, waar dit zonder verdringing van andere groepen mogelijk is.

Het kabinet en de VNG zijn overeengekomen dat er bij de bekostiging van de inburgering geen onderscheid worden gemaakt tussen nieuwkomers en verblijfsgerechtigden. Voor beide groepen is uitgangspunt een kostprijs van f 10 200 voor een inburgeringstraject.

Het kabinet en de VNG zijn overeengekomen dat met ingang van 1 januari 1996 een nieuwe bekostigings- en verantwoordingssystematiek voor inburgering zal worden ingevoerd. In deze systematiek zullen de middelen voor inburgering van de ministeries van OCW en VWS aan elkaar worden gekoppeld. De middelen zullen bij wijze van voorschot aan gemeenten worden toegewezen. De afrekening zal geschieden op basis van het daadwerkelijke aantal gevolgde inburgeringstrajecten.

Verder zijn het kabinet en de VNG overeengekomen dat begin 1997 onderzoek worden gedaan naar het bereik van het inburgeringsbeleid en naar de mate waarin door het inburgeringsbeleid verdringing van andere groepen plaatsvindt. De resultaten van het onderzoek zullen worden betrokken bij de voorbereiding van de begroting 1998.

Als overgangsmaatregel zijn het kabinet en de VNG overeengekomen dat voor de overgangsperiode van 1 juli 1995 tot het moment dat de nieuwe financiële regeling van kracht wordt – naar verwachting 1 januari 1996 de verhoging van de stimuleringsuitkering van f 5000 naar f 8000 wordt gecontinueerd.

Tot slot heeft het kabinet de VNG toegezegd dat er nog voor de zomer overleg zal plaatsvinden tussen de minister van OCW en de VNG over de kabinetsreactie op de aanbevelingen van de Commissie Ter Veld. De afspraken rond inburgering zullen de basis vormen van deze reactie.

Nu het kabinet en de VNG deze afspraken hebben gemaakt, kunnen gemeenten in elk geval vanaf 1 januari 1996 een start maken met het nieuwe inburgeringsbeleid. Inzet daarbij is dat in 1998 een sluitende aanpak van de inburgering van nieuwkomers en verblijfsgerechtigden wordt gerealiseerd. Samen met de VNG zal de ontwikkeling van het inburgeringsbeleid nauwgezet worden gevolgd.

Zorgwet VVTV-ers

Het kabinet is met de VNG overeengekomen dat de in de Zorgwet opgenomen vergoeding voor VVTV-ers jonger dan 18 jaar – het zgn. kinderkopje – bij wetswijziging zal worden verhoogd van f 270 tot f 385. De procedure daartoe zal op korte termijn worden gestart.

Het kabinet heeft zich verder in principe bereid verklaard, indien de kosten van ziektekostenverzekering boven de reeds bekende normkosten komen, hiertoe het «kinderkopje» te zullen aanpassen.

Het kabinet heeft de VNG meegedeeld ervan uit te gaan dat de door gemeenten te maken kosten voor het inrichten en gebruiksklaar maken van woningen voor VVTV-ers – de VNG vraagt hiervoor een aparte vergoeding van f 4000 per VVTV-er boven 18 jaar en f 1500 per VVTV-er onder 18 jaar – kunnen worden bestreden uit de maandelijkse lump sumvergoedingen die gemeenten voor VVTV-ers ontvangen.

Het kabinet en de VNG zijn overeengekomen dat middels onderzoek nagegaan wordt in hoeverre gemeenten in inrichtingskosten kunnen voorzien vanuit de maandelijkse lump sumvergoeding. Deze vraag zal worden betrokken bij het onderzoek naar de feitelijke inrichtingskosten voor A- en VTV-statushouders, waarvan de resultaten in het najaar van 1995 beschikbaar zullen komen (zie onder Bijzondere Bijstand).

Verder vindt er nog overleg plaats tussen de ministeries van Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de VNG over de door het kabinet voorgenomen invoering van de verplichting tot arbeid voor VVTV-ers in de tweede fase. De VNG is inmiddels schriftelijk om een reactie gevraagd op dit punt.

Bijzondere bijstand

Het kabinet en de VNG zijn het eens geworden over een aanvullend onderzoek naar de feitelijke inrichtingskosten voor verblijfsgerechtigden (A- en VTV-statushouders), die gemeenten bekostigen uit de bijzondere bijstand. De resultaten van dit onderzoek zullen in het najaar van 1995 beschikbaar komen. Het kabinet heeft toegezegd de resultaten van het onderzoek in een bestuurlijk overleg te bespreken met de VNG.

Huisvesting asielzoekers en verblijfsgerechtigden

* taakstelling reguliere huisvesting statushouders 1993 en 1994

Het kabinet en de VNG zijn het er over eens geworden dat gezien de vorderingen die zijn gemaakt met de realisatie van beide taakstellingen

– er is zicht op een realisatie van tussen de 95 en 99% per 1 juli 1995

– er geen nieuwe bijstelling nodig is van de taakstelling 1994.

* aansluiting van de taakstellingen op de wettelijke taakstellingen vanaf 1 juli 1995

Het kabinet en de VNG zijn overeengekomen dat er landelijk verrekening zal plaatsvinden van niet gerealiseerde plaatsen ten gevolge van een lager aantal statusverleningen met de eerstvolgende nieuwe taakstelling.

Daarnaast is overeengekomen dat gemeenten die meer dan hun taakstelling hebben gerealiseerd, gecompenseerd kunnen worden en dat gemeenten die minder hebben gerealiseerd, het tekort bovenop hun nieuwe taakstelling zullen krijgen.

* uitgeprocedeerde en technisch niet-verwijderbare asielzoekers

De VNG kan instemmen met de richting van het beleid van het kabinet om opvang te onthouden aan uitgeprocedeerde technisch niet-verwijderbare asielzoekers. Het kabinet heeft een beroep gedaan op de gemeenten om medewerking te verlenen aan het uit de decentrale opvang verwijderen van uitgeprocedeerde, technisch niet-verwijderbare asielzoekers.

* wisselwoningen

Het kabinet en de VNG zijn overeengekomen dat er geen aanleiding is om de Stimuleringsregeling Wisselwoningen na 1 juli 1995 voort te zetten.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en ben uiteraard gaarne bereid om desgewenst nadere inlichtingen te verschaffen.

De Minister van Binnenlandse Zaken,

H. F. Dijkstal

Naar boven