Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal1994-199523791 nr. 7

23 791
Aanpassing van de noodwetgeving aan de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden en nieuwe regels ter harmonisatie van de terminologie voor buitengewone omstandigheden waarin noodwetgeving kan worden toegepast en de procedures volgens welke noodwetgeving buiten een uitzonderingstoestand in werking wordt gesteld (Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden)

nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 25 augustus 1995

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

ARTIKEL VIIA wordt als volgt gewijzigd:

Onderdeel a komt te luiden:

a. In onderdeel b, onder 1°, worden de woorden «nadat een besluit als bedoeld in artikel 21 van de Rampenwet (Stb. 1985, 88) in werking is getreden» vervangen door: nadat de artikelen 22 tot en met 24 van de Rampenwet in werking zijn gesteld.

B

ARTIKEL IX wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 74a van de Comptabiliteitswet komt te luiden:

Onze Minister van Financiën kan regels stellen in afwijking van het bepaalde in deze wet en in de wetten, bedoeld in artikel 2, tweede lid.

C

ARTIKEL XII wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel B komt te luiden:

B

In het opschrift van hoofdstuk II alsmede in artikel 6, eerste lid, wordt «in tijd van vrede» vervangen door: anders dan in buitengewone omstandigheden.

2. Onderdeel C vervalt.

3. Aan onderdeel E wordt een onderdeel toegevoegd, dat luidt:

3. In het vierde lid vervallen de woorden «of vierde».

4. Onderdeel F komt te luiden:

F

Artikel 29, tweede lid, komt te luiden:

2. De bepalingen van hoofdstuk II zijn op deze aanvraag van toepassing met dien verstande dat de vordering van leverantiën niet beperkt is tot de in artikel 27 bedoelde omstandigheden.

5. Onderdeel J komt te luiden:

J

Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «In geval Nederland in staat van oorlog of in staat van beleg is verklaard,» vervangen door: Ingeval de beperkte of de algemene noodtoestand is afgekondigd,.

2. In het derde lid wordt «Behalve in gebieden, die in staat van oorlog of in staat van beleg verkeren,» vervangen door: Behalve ingeval de beperkte of de algemene noodtoestand is afgekondigd,.

6. Onderdeel M komt te luiden:

M

In artikel 51, tweede lid, wordt «In geval Nederland in staat van oorlog of in staat van beleg is verklaard,» vervangen door: Ingeval de beperkte of de algemene noodtoestand is afgekondigd,.

D

ARTIKEL XX wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 1a, eerste lid, van de Wet behoud scheepsruimte 1939 wordt «de artikelen 2 tot en met 4, 8 en 9» vervangen door: de artikelen 2, 3, 4 en 8.

E

ARTIKEL XXIV komt te luiden:

Indien het bij koninklijke boodschap van 23 juli 1993 ingediende voorstel van wet houdende regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (Wet vervoer gevaarlijke stoffen, 23 350) tot wet wordt verheven, komen de artikelen 60 en 61 van deze wet te luiden:

Artikel 60

1. Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, artikel 61 in werking worden gesteld.

2. Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij het in het eerste lid bedoelde besluit in werking gestelde bepaling.

3. Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan wordt bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepaling die ingevolge het eerste lid in werking is gesteld, onverwijld buiten werking gesteld.

4. Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, wordt de bepaling die ingevolge het eerste lid in werking is gesteld, buiten werking gesteld zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.

5. Het in het eerste, derde en vierde lid bedoelde besluit wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.

6. Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.

Artikel 61

Onze Minister van Defensie is bevoegd, voor zover militaire belangen zulks vorderen, van de krachtens deze wet uitgevaardigde regelen en voorschriften af te wijken, dan wel deze voor zolang dat nodig is buiten werking te stellen en zelf ter zake een tijdelijke regeling te geven.

F

ARTIKEL XXXI wordt als volgt gewijzigd:

In de aanhef wordt na «motorrijtuigen» tussengevoegd: 1993.

G

ARTIKEL XXXII wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 50, eerste lid, van de Wet Luchtverkeer wordt de puntkomma na Onze Minister-President vervangen door een komma en wordt de komma na 51 vervangen door het woord of.

H

ARTIKEL XXXIII wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef komt te luiden:

De Wegenverkeerswet 1994 wordt als volgt gewijzigd:

2. In onderdeel A wordt «2a» vervangen door: 2b.

3. In de aanhef van onderdeel B wordt «2a» vervangen door: 2b.

I

ARTIKEL XXXV wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 2, onder h, van de Distributiewet komt te luiden:

h. de Wegenverkeerswet 1994.

J

ARTIKEL XLI wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 2, onder h, van de Bodemproductiewet 1939 komt te luiden:

h. de Wegenverkeerswet 1994.

K

Onder vernummering van de ARTIKELEN XLVIII en XLIX tot XLIX en L wordt aan het slot van HOOFDSTUK IX een nieuw artikel geplaatst dat als volgt luidt:

ARTIKEL XLVIII

Artikel 10, tweede lid, van de Archiefwet 1995 komt te luiden:

2. Onze Minister-President kan regels stellen op grond waarvan in geval van buitengewone omstandigheden kan worden afgeweken van hetgeen in deze wet is bepaald met betrekking tot de vernietiging van archiefbescheiden.

Toelichting

Onderdeel A

De in artikel VIIA, onderdeel a, voorgestelde aanpassing van de verwijzing naar de Rampenwet in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, van de Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders ziet door de verwijzing naar een besluit als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Rampenwet uitsluitend op separate toepassing van de in de artikelen 22 tot en met 24 van de Rampenwet neergelegde buitengewone bevoegdheden terwijl het moet gaan om elke toepassing van die bevoegdheden, dus zowel separate toepassing als toepassing in een noodtoestand. Dit onderdeel strekt ertoe deze onnauwkeurigheid te herstellen.

Onderdeel B

Dit onderdeel strekt ertoe de verwijzing naar artikel 3, tweede lid, van de Comptabiliteitswet te schrappen. Dit artikel dat handelt over de instelling van staatsbedrijven, vervalt als gevolg van de zesde wijziging van de Comptabiliteitswet (wetsvoorstel 23 796)

Onderdeel C

Bij nadere beschouwing van de wijzigingen van de Inkwartieringswet zijn wij tot het inzicht gekomen dat het vervallen van artikel 27 op een abuis berust. Artikel 27 betreft namelijk een bevoegdheid tot het vorderen van leverantiën in gewone omstandigheden. Toepassing van artikel 27 is derhalve niet beperkt tot buitengewone omstandigheden. Daarmee valt artikel 27 buiten de reikwijdte van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden en het in dat kader voorziene systeem van procedures voor inwerkingstelling van bevoegdheden. Gelet hierop worden het vervallen van artikel 27 en de daarmee samenhangende wijzigingen ongedaan gemaakt. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt het opschrift van hoofdstuk II af te stemmen op het nieuwe opschrift van hoofdstuk III alsmede een foutieve verwijzing te corrigeren.

Voorts zijn de onderdelen J en M afgestemd op de bij Wet van 22 juni 1994 tot wijziging van de binnentredingsbepalingen (Stb. 573) in de Inkwartieringswet gerealiseerde wijzigingen.

Onderdeel D

Artikel 9 van de Wet behoud scheepsruimte 1939 is bij de wet van 22 juni 1994 (Stb. 574) vervallen en wordt in dit onderdeel geschrapt uit de opsomming van bepalingen die ingevolge het voorgestelde artikel 1a in werking kunnen worden gesteld.

Onderdeel E

Gelet op de samenloop tussen de onderhavige wetgeving en de totstandkoming van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (wetsvoorstel 23 360) die de Wet gevaarlijke stoffen gaat vervangen, wordt in dit onderdeel voorgesteld de nieuwe wet te wijzigen zodra deze tot stand komt.

Onderdelen F tot en met J

Deze onderdelen bevatten kleine correcties van technische aard.

Onderdeel K

Dit onderdeel strekt ertoe aan het wetsvoorstel een bepaling toe te voegen met het oog op de harmonisering van de terminologie van de Archiefwet 1995. Het betreft artikel 10, tweede lid, van de Archiefwet 1995 dat voorheen in het Archiefbesluit was opgenomen.

De Minister-President,

Minister van Algemene Zaken,

W. Kok

De Minister van Binnenlandse Zaken,

H. F. Dijkstal

De Minister van Defensie,

J. J. C. Voorhoeve