23 686
Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer

nr. 21
VOORSTEL

6 december 2007

De Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer wordt als volgt gewijzigd:

I

De bestaande tekst van artikel 1 wordt opgenomen in een nieuw eerste lid van dit artikel. Hieraan worden de volgende drie artikelleden toegevoegd:

2. De bijdrage als bedoeld in het vorige lid van dit artikel wordt verstrekt aan een door de fractie op te richten stichting, dan wel andere vorm van rechtspersoonlijkheid. De statuten van de stichting of andere rechtspersoonlijkheid, evenals wijziging van deze statuten, behoeven de goedkeuring van het Presidium.

3. Op de toekenning van een bijdrage door het Presidium aan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde stichting of andere rechtspersoonlijkheid zijn de bepalingen van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

4. Het Presidium kan voor de bepaling in het tweede lid van dit artikel ontheffing verlenen.

II

Na de laatste volzin van artikel 2, tweede lid, wordt toegevoegd:

«Het staat de fracties vrij het Presidium omtrent de aanvaardbaarheid van uitgaven een prealabel advies te vragen».

III

Artikel 3, eerste lid, onder a. komt als volgt te luiden:

Per zetel een bedrag gelijk aan de jaarlijkse loonsom van een rijksambtenaar met een bezoldiging volgens regel 9 van schaal 8 van het BBRA, vermeerderd met werkgeverslasten;

Artikel 3, eerste lid, onder b. komt als volgt te luiden:

Per zetel een bedrag gelijk aan drievierden van de jaarlijkse loonsom van een rijksambtenaar met een bezoldiging volgens regel 8 van schaal 13 van het BBRA, vermeerderd met werkgeverslasten;

Artikel 3, eerste lid onder e., komt als volgt te luiden:

Per zetel een bedrag van € 1 000.

Aan dit artikel wordt een nieuw lid toegevoegd:

1f. per zetel een bedrag van € 120.

In het derde lid van dit artikel wordt de zinsnede «De in de onderdelen a., b. en c. van het eerste lid» vervangen door:

«De in de onderdelen a. en b. van het eerste lid»

Na de eerste volzin wordt de volgende volzin toegevoegd:

«De onderdelen c. en d. worden overeenkomstig aangepast».

De laatste volzin komt als volgt te luiden:

«De in de onderdelen e. en f. genoemde bedragen worden elk jaar herzien aan de hand van de ontwikkeling van de prijsgevoelige budgetten binnen de rijksbegroting».

IV

In artikel 4, vierde lid, wordt de zinsnede:

«uitgevoerd door de stafdienst FEZ van de Tweede Kamer»,

vervangen door:

«uitgevoerd door de betrokken fractie».

V

Aan artikel 6 wordt het volgende vijfde lid toegevoegd:

«5. Het gestelde in dit artikel, indien en voor zover van toepassing op als gevolg van verkiezingen nieuw in de Kamer optredende fracties, laat onverlet dat geen uitgaven gedaan voorafgaand aan de eerste dag na de verkiezingen, voor vergoeding in aanmerking komen».

VI

In artikel 7 vervalt lid 5. De artikelleden 6 tot en met 9 worden vernummerd als 5 tot en met 8.

In de nieuwe artikelleden 5 tot en met 7 wordt na de zinsnede «in de leden 2 en 3» toegevoegd:

«van dit artikel».

In het nieuwe lid 8 vervalt de volzin:

«Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing».

VII

In artikel 8, eerste lid, wordt de zinsnede:

«de accountantsdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties» vervangen door:

«een door het Presidium aangewezen accountant».

In artikel 8, vierde lid, wordt aan de huidige tekst de volgende volzin toegevoegd:

«Het Presidium heeft de bevoegdheid nadere regels te stellen».

Artikel 8, vijfde lid, komt als volgt te luiden:

«De in het eerste lid van dit artikel genoemde accountant controleert de in dit artikel genoemde verantwoordingsstukken en brengt zo spoedig mogelijk advies uit aan het Presidium».

In artikel 8. zesde lid, wordt de zinsnede:

«het Presidium stelt in zijn laatste vergadering voor het zomerreces de bedragen vast van:» gewijzigd in:

«het Presidium stelt zo spoedig mogelijk na het zomerreces de bedragen vast van:».

In artikel 8, zevende lid, wordt de zinsnede:

«de accountantsdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties» gewijzigd in:

«de in het eerste lid van dit artikel genoemde accountant».

Aan artikel 8 wordt een nieuw, achtste lid toegevoegd:

«De auditdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan op eigen initiatief informatie inwinnen bij de deskundige die met de controle is belast. De in het eerste lid van dit artikel genoemde accountant verleent zijn medewerking aan deze review en stelt alle relevante documentatie ter beschikking».

VIII

Artikel 9 komt als volgt te luiden:

«1. Het Presidium heeft de uitvoering van de regeling opgedragen aan de stafdienst FEZ van de Tweede Kamer.

2. De functionaris bedoeld in het eerste lid van artikel 8 geeft aan medewerkers van de in hetzelfde lid genoemde accountant te allen tijde inzage in de administratie en de daarbij behorende stukken en verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die nodig zijn voor de uitvoering van de taak van die accountant.»

IX

Artikel 10, eerste lid, komt als volgt te luiden:

«Deze regeling treedt in werking per 1 januari 2006, met inachtneming van het gestelde in het tweede lid van dit artikel».

Artikel 10, tweede lid, komt als volgt te luiden:

«Met betrekking tot de component genoemd onder artikel 3, eerste lid onder f, geldt als ingangsdatum 1 januari 2007. De wijziging opgenomen in artikel 4, vierde lid gaat uiterlijk in op 1 juli 2011».

Artikel 10, derde lid, komt als volgt te luiden:

«De regeling, laatstelijk vastgesteld op 3 juli 2001, komt te vervallen.

TOELICHTING

De Werkgroep Heroriëntatie ondersteuning fracties (WHOF) heeft op 7 februari 2006 zijn rapport (Kamerstukken 2005–2006, 30 465, nr. 1) aangeboden aan het Presidium. Het Presidium heeft in zijn vergadering van 8 februari 2006 ingestemd met het rapport en de daarin vervatte aanbevelingen. De aanbevelingen, waar van toepassing op deze regeling, zijn in dit wijzigingsvoorstel meegenomen. Daarnaast zijn enkele uitvoeringstechnische aanpassingen en redactionele wijzigingen verwerkt.

Ad I

Het opnemen van de bestaande tekst van dit artikel in een apart artikellid is het redactionele gevolg van het toevoegen van drie nieuwe leden.

De bijdrage als genoemd in het eerste lid moet de facto worden beschouwd als overdracht van rijksmiddelen in de vorm van subsidie in het kader van deze regeling, Gelet op de hieruit voortvloeiende eis van ordelijk beheer, acht het Presidium het noodzakelijk dat aan de ontvanger van de bijdrage de eis van rechtspersoonlijkheid wordt gesteld.

De in dit lid opgenomen verplichting de statuten ter goedkeuring aan het Presidium voor te leggen strekt ertoe het Presidium de mogelijkheid te geven zeker te stellen dat de statuten aan de doelstelling van de regeling beantwoorden. Door de eis van goedkeuring wordt tevens bewerkstelligd dat de statuten niet tussentijds, ten nadele van de Tweede Kamer, kunnen worden gewijzigd zonder dat het Presidium daarmee instemt.

In het derde lid wordt de regeling van overeenkomstige toepassing verklaard op de relatie tussen de Tweede Kamer en de stichting.

De mogelijkheid van ontheffing door het Presidium, neergelegd in het vierde lid, strekt ertoe te voorkomen dat in gevallen waarin een fractie vermoedelijk slechts korte tijd van de Tweede Kamer deel zal uitmaken, ook moet worden overgegaan tot de oprichting van een stichting. Ook bijzondere andere omstandigheden kunnen voor het Presidium een reden zijn om tot ontheffing te komen.

Ad II

In het tweede lid van dit artikel is sprake van een nader oordeel van het Presidium in geval van onduidelijkheid of bepaalde uitgaven voor bekostiging uit de tegemoetkoming in aanmerking komen.

Hierbij kan onder meer worden gedacht aan tijdens de werkzaamheden van de accountant gebleken vragen. Ten einde mogelijkheid te benadrukken dat fracties ook vooraf de mogelijkheid hebben prealabele uitspraken van het Presidium te vragen, is dit nu in de artikeltekst verwerkt.

Ad III

Met betrekking tot de aanpassing van de artikelleden 3.1.a, 3.1.b en 3.1.e wordt verwezen naar de aanbevelingen van de WHOF.

De budgettaire gevolgen bedragen op jaarbasis circa € 1,2 mln.

Zoals aangekondigd zou het Presidium na de behandeling van de Voorjaarsnota 2006, bij gelegenheid waarvan de budgettaire verschuivingen binnen de bestaande Raming van de Kamer moeten worden aangebracht, over gaan tot formalisering van de aanbevelingen in het genoemde rapport. Met dit voorstel wordt hieraan gevolg gegeven.

De toevoeging van het artikellid 1f hangt samen met het volgende. Met ingang van 1 januari 2007 krijgen fracties de mogelijkheid een gemaximeerd aantal medewerkers uit te rusten met een GSM-toestel waarmee de gebruiker binnen Nederland kan worden gebeld, zelf kan bellen naar interne vaste en mobiele toestellen en SMS-berichten kan verzenden. Het genoemde maximum wordt berekend door het aantal leden van een fractie te vermenigvuldigen met de factor 1,5. Dit komt overeen met de verdeelsleutel die werd gehanteerd bij de toewijzing van de zogenoemde «piepers, waarvoor deze voorziening in de plaats komt. Per fractiemedewerker wordt uitgegaan van een budget van € 20 per kwartaal. Het fractiebudget wordt verhoogd met een jaarlijks bedrag, zijnde de uitkomst van de formule (aantal leden x 1,5) x 4 x € 20. Overigens staat het iedere fractie vrij uit eigen budget ook andere medewerkers met een GSM-toestel uit te rusten dan wel een ander vrij te besteden bedrag vast te stellen.

De verwijzing in lid 3 naar onderdeel c. kan komen te vervallen aangezien de aanpassing hiervan geen verband houdt met wijziging in de bezoldiging van het personeel van de sector Rijk, maar voortvloeit uit wijziging van de onderdelen a. en b. De bedragen genoemd in de onderdelen e. en f. worden herzien aan de hand van de ontwikkeling van de prijsgevoelige budgetten binnen de rijksbegroting.

Ad IV

De huidige regeling geeft aan dat in de praktijk het ter beschikking houden door de fractie van een bedrag van maximaal tweederden van het overeenkomstige artikel 3, eerste lid onder a. berekende bedrag uit het fractiebudget, beschikbaar te houden plaatsvindt doordat dit bedrag bij de stafdienst FEZ of een administratiekantoor voor dit doel wordt geoormerkt. Ook de administratieve afwikkeling zoals betaling van salaris en inhouding en afdracht van premies en belastingen is, tenzij het betreffende lid dit zelf verkiest te doen of het uitbesteedt aan een andere instantie, op dit moment aan de stafdienst FEZ opgedragen.

Op grond van zowel organisatorische als budgettaire overwegingen is het wenselijk dat deze taak in de toekomst elders wordt uitgevoerd. Dientengevolge is het expliciet benoemen van de stafdienst FEZ in het vierde artikellid vervangen door een verwijzing naar de fractie.

Het staat de fracties vrij aangaande de betaling van salarissen e.d. die voortvloeien uit een overeenkomt tussen een individueel lid en de persoonlijk medewerker, nadere afspraken te maken met dat lid.

Als overgangsregiem blijft de Tweede Kamer tot 1 juli 2011, normaal gesproken na de eerstvolgende verkiezing voor de Tweede Kamer, de PM-administratie voor haar rekening nemen.

Ad V

Aangezien in het verleden sprake was van onduidelijkheid met betrekking tot de vraag met ingang van wanneer als gevolg van verkiezingen nieuw in de Kamer optredende fracties uitgaven voor vergoeding in aanmerking konden brengen, is de ingangsdatum hiervoor vastgesteld op de dag na de datum van de verkiezingen.

Ad VI

Lid 5 bevat een overgangsregeling voor de jaren 1997 en 1998 en kan dientengevolge komen te vervallen. Om redactionele redenen worden de huidige leden 6 tot en met 9 vernummerd naar 5 tot en met 8.

Ad VII en VIII

De auditdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de afgelopen jaren met de betrekking tot de ingediende jaarstukken het volgende geconstateerd:

De door fracties gewaarmerkte jaarstukken zijn niet door een deskundige beoordeeldDit houdt in dat een gedetailleerder onderzoek dient plaats te vinden dan gebruikelijk is in de situatie waarin al een deskundigenonderzoek in opdracht van het bestuur is uitgevoerd.
De jaarrekening is door de externe deskundige voorzien van een (goedkeurende) verklaring. Er kan van een gedetailleerd onderzoek worden afgezien.
De jaarrekening is door de externe deskundige voorzien van een (goedkeurende) verklaring. Deze (beoordelingsverklaring) spreekt zich echter niet uit over het al dan niet subsidiabel zijn van de verantwoorde fractiekosten. Dit houdt in dat een gedetailleerder onderzoek plaats dient te vinden.

Dit hield in dat de auditdienst genoodzaakt was aanvullende controles uit te voeren alvorens tot een advies te komen, hetgeen soms op capaciteitsproblemen stuitte. Daarnaast was, onbedoeld, sprake van een groter tijdsbeslag dan vooraf beoogd.

Dit was voor het Presidium, in overleg met de auditdienst, aanleiding met ingang van de verantwoording over 2005 de toetsing van de jaarstukken op te dragen aan een extern accountantskantoor. Deze externe accountant verzorgt ook de advisering aan het Presidium. Deze wijziging komt tot uitdrukking in de leden 1, 5 en 7 van artikel 8. De kosten van deze externe accountantscontrole komen voor vergoeding in het kader van deze regeling in aanmerking.

In het zesde lid is de bepaling opgenomen dat het Presidium de regeling vaststelt in de laatste vergadering voor het zomerreces. In aanmerking nemend dat, om een aantal redenen, hieraan niet is voldaan, is thans de genoemde vaststelling «zo spoedig mogelijk na het zomerreces» beoogd.

De auditdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de controle op de begrotingsuitgaven en -ontvangsten van de Tweede Kamer. De financiële ondersteuning aan de fracties van de Tweede Kamer maakt deel uit van de begroting van de Tweede Kamer. Ten einde de auditdienst, ten behoeve van de controle op het begrotingshoofdstuk IIa, in staat te blijven stellen zich een oordeel te vormen over zowel controle als advisering door de externe accountant, is in het nieuwe lid acht van artikel 8 het recht op review opgenomen.

In het huidige lid 4 van artikel 8 is opgenomen dat, bij gebleken wanbeheer dan wel het vermoeden daarvan, het Presidium voorts ook nadere regels kan stellen. Het Presidium kan zonodig besluiten de in dit lid genoemde maatregelen te laten uitvoeren door de stafdienst FEZ van de Tweede Kamer.

Ad IX

De vorenstaande wijzigingen treden in werking op 1 januari 2006. Dit geldt evenwel niet voor de toevoeging ex artikel 3, lid 1f waarvoor, gelet op het moment van besluitvorming, als ingangsdatum 1 januari 2007 geldt en de wijziging opgenomen in artikel 4, vierde lid waarvoor, als overgangsregiem, een ingangsdatum geldt van uiterlijk 1 juli 2011.

De Voorzitter,

Verbeet

De Griffier,

Biesheuvel-Vermeijden

Naar boven