23 646
Bepalingen inzake de arbeids- en rusttijden (Arbeidstijdenwet)

nr. 42
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN ROSENMÖLLER EN VAN MIDDELKOOP TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 25

Ontvangen 4 april 1995

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Artikel 4:2 wordt vervangen door:

Artikel 4:2

1. Een werkgever richt, voor zover dat redelijkerwijs van hem gevergd kan worden, de arbeid zodanig in dat de werknemer zijn arbeid verricht in een bestendig en regelmatig arbeidstijdpatroon. Een werkgever houdt bij de vaststelling of wijziging van de arbeids- en rusttijden van een werknemer zoveel mogelijk rekening met diens persoonlijke omstandigheden en verantwoordelijkheden buiten de arbeid.

2. Indien op grond van het eerste lid, eerste volzin, een bestendig en regelmatig arbeidstijdpatroon wordt vastgesteld of gewijzigd, deelt de werkgever dit arbeidstijdpatroon ten minste 28 dagen van te voren aan de werknemer mede.

3. Indien het tweede lid niet van toepassing is, deelt de werkgever ten minste 28 dagen van te voren aan de werknemer mede op welke dag de rusttijd, bedoeld in de artikelen 5:3 en 5:4, aanvangt. Tevens maakt hij aan die werknemer ten minste 4 dagen van te voren de tijdstippen bekend waarop hij arbeid moet verrichten.

4. Van het tweede en derde lid kan uitsluitend bij collectieve regeling worden afgeweken.

Toelichting

Dit amendement beoogt preciezer vast te leggen dat de werkgever de arbeid zoveel mogelijk organiseert in een vast patroon. Dit sluit aan bij het advies van een meerderheid in de SER. Bovendien wordt hierdoor meer materiële inhoud gegeven aan de overwegingen in de considerans van dit wetsvoorstel. Door het laatste lid van het artikel krijgt de mededelingsregeling een iets dwingender karakter.

Rosenmöller Van Middelkoop

Naar boven