Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 februari 2026
Hierbij stuur ik u mijn reactie op het verzoek van de vaste Kamercommissie OCW om
een reactie te geven op de brief van CNV Onderwijs over mijn brief van 19 december
20251 inzake de aangenomen motie van de Tweede Kamerleden Abdi en De Hoop (beiden GroenLinks-PvdA).2
Deze motie is ingediend naar aanleiding van de uitkomsten van het herijkingsonderzoek
2023–2024 voor het studentenreisproduct en het tweeminutendebat daarover.
Naar aanleiding van mijn brief van 19 december jl. die beschrijft hoe ik de motie
ga uitvoeren, vraagt CNV Onderwijs om onderwijs en ov in samenhang te behandelen en
vraagt mij om duidelijk te maken welke stappen ik daartoe wil zetten.
In mijn brief van 19 december jl. heb ik uiteengezet wat mijn rol als Minister van
OCW is binnen de privaatrechtelijke overeenkomst die ik namens de Staat heb met de
verenigde ov-bedrijven in Nederland voor het mogelijk maken van het studentenreisproduct.
Ik kondig ook, vanuit de mogelijkheden die ik heb binnen mijn rol, de stappen aan
om uitvoering te geven aan de motie van de leden Abdi en De Hoop.
Zo benoem ik dat het ritme voor het komende herijkingsonderzoek is aangepast op verzoek
van de ov-bedrijven. Doordat de resultaten eerder beschikbaar komen (halverwege 2026),
is er meer tijd voor de sector om zich voor te bereiden op de effecten. De kaartprijzen
zullen herijkt worden per 1 januari 2027 op basis van het komende herijkingsonderzoek.
Na vaststelling van het komende herijkingsonderzoek, ga ik in gesprek met het Ministerie
van IenW en vertegenwoordigers van de decentrale overheden over de resultaten. Daarnaast
zal ik net als mijn ambtsvoorgangers afgelopen jaren reeds hebben gedaan, het afgeronde
herijkingsonderzoek ook aan de Kamer aanbieden.
Dit zijn de concrete stappen die ik komend jaar wens te zetten, passend binnen mijn
contractuele rol als klant. Ik hoop met deze stappen vooraf meer inzicht te geven
in de ontwikkelingen van het reisgedrag van studenten en de gevolgen voor de contractuele
vergoeding vanuit OCW aan de ov-bedrijven.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
G. Moes