Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202123645 nr. 755

23 645 Openbaar vervoer

Nr. 755 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 juni 2021

Op 9 april heb ik aangekondigd1 dat ik met de OV-partijen in gesprek ga om te komen tot een vorm van een beschikbaarheidsvergoeding voor de periode na 2021. Met deze brief informeer ik uw Kamer over het besluit van het kabinet en de overeenstemming die met de OV-partijen is bereikt.

Het openbaar vervoer heeft haar vitale functie laten zien ten tijde van de coronapandemie en de OV-partijen willen die rol ook vervullen nu we stap voor stap de samenleving verder gaan openstellen. Het is de verwachting dat na opheffing van de reisbeperkingen reizigers niet meteen, maar geleidelijk zullen terugkeren naar het OV. Om ondanks de onzekere ontwikkeling van de reizigersinkomsten tijdig een adequaat OV-voorzieningenniveau te kunnen bieden is de OV-sector gebaat bij duidelijkheid vooraf. Dit geldt zeker voor deze sector gezien de benodigde doorlooptijd om te komen tot een dienstregeling en afgestemd aanbod voor de reiziger.

Om deze redenen heeft het kabinet besloten om de huidige beschikbaarheidsvergoeding OV ongewijzigd te verlengen tot 1 september 2022. Dit is gelijk aan de looptijd van de tijdelijke aangepaste (nood)concessies op grond waarvan de overheid aan OV-bedrijven vanwege COVID-19 een vergoeding kan verschaffen.

Het streven voor de periode vanaf 1 september 2022 is om terug te keren naar de gebruikelijke verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk, concessieverleners en vervoerders ten aanzien van de opbrengsten en kosten. Als vangnet besluit het kabinet uiterlijk het eerste kwartaal van 2022 op basis van de stand van de pandemie, voortgang reizigersherstel en de juridische mogelijkheden over de periode van 1 september 2022 tot en met 31 december 2022. Uitgangspunt van het huidige kabinet blijft dat grofmazige afschaling ongewenst is.

De bijdrage vanuit het Rijk is net als in 2020 en 2021 afhankelijk van de gerealiseerde reizigersopbrengsten. Op basis van de herstelprognoses van het KiM2 wordt voor de verlenging van de beschikbaarheidsvergoeding t/m 31 augustus 2022 een bedrage van € 140 miljoen geraamd. Ik zal u hier via het reguliere begrotingsproces nader over informeren.

In lijn met de generieke steunpakketten is ook met de OV-partijen overeengekomen om zo snel mogelijk terug te keren naar een normale situatie. Inzet is om sterker uit de crisis te komen. Daarom zijn in het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) afspraken gemaakt over de gewenste transitie en ontwikkeling van het OV. Dit versnelt in alle scenario’s het herstel van het OV-gebruik en leidt tot verbeteringen voor de reiziger. Een voorbeeld wat ik nadrukkelijk wil noemen, is het beter spreiden van de reizigers over de dag en de verschillende dagen van de week. Als we dit doen helpt dat drukte te voorkomen en leidt dit tot lagere kosten bij vervoerders omdat zij de inzet van hun materieel en personeel minder op de spitsdrukte hoeven te richten. In dit kader heeft het Rijk ook uitgesproken om in de toekomst meer hybride te gaan werken. Dit kan er toe leiden dat medewerkers hun reispatroon aanpassen omdat ze minder (volledige) dagen op kantoor werken.

Voor het stads- en streekvervoer hebben de decentrale overheden en vervoerders noodzakelijke maatregelen om de continuïteit en kwaliteit van het vervoer te borgen en de mogelijkheden om het vervoersaanbod te optimaliseren geïnventariseerd. Dat heeft geleid tot provinciale en regionale transitieplannen, waarin regionale afwegingen zijn uitgewerkt. De plannen die dit voorjaar zijn opgesteld gingen er daarbij nog vanuit dat er na het derde kwartaal van 2021 geen sprake meer zou zijn van een beschikbaarheidsvergoeding. Dit scenario zou op veel plaatsen leiden tot een aanzienlijke verschraling van het OV en de dienstverlening. Met het huidige financiële kader voor 2022 kunnen de vervoerders dit nu actualiseren en in overleg met hun concessieverlener volgens de reguliere systematiek vertalen in vervoerplannen voor 2022. NS werkt ook aan een transitie- en vervoersplan voor 2022 en stemt dit af met het Ministerie van IenW als concessieverlener. Actualisatie van de transitieplannen vindt in ieder geval komende zomer plaats. Ik zal u hier dit najaar over informeren.

Het kabinet heeft ervoor gezorgd dat het OV ten tijde van de coronapandemie haar vitale rol heeft kunnen vervullen. Met de besluiten van vandaag is er ook perspectief zodat het OV haar rol kan blijven pakken in de uitdagingen op de langere termijn ten aanzien van bereikbaarheid, sociale veiligheid en duurzaamheid. Ik ben trots op de mensen bij de OV-bedrijven die zich ook tijdens deze moeilijke periode steeds volledig hebben ingezet voor de reiziger.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer