Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202023645 nr. 716

23 645 Openbaar vervoer

25 295 Infectieziektenbestrijding

Nr. 716 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 mei 2020

Met de brief «COVID 19, update stand van zaken»1 (van 6 mei 2020) is uw Kamer onder meer geïnformeerd over het – stap voor stap – weer afbouwen van verschillende corona-maatregelen. Die brief beschreef tevens de aanpak op het gebied van mobiliteit. Om op alle plaatsen in Nederland en voor alle groepen in de samenleving mobiliteit beschikbaar te houden, zijn alle verschillende modaliteiten nodig. Het goed inrichten van mobiliteit is essentieel voor het weer op gang brengen van de maatschappij. Deze brief gaat specifiek in op het openbaar vervoer.

Door deze stappen wordt het de komende periode drukker in bussen, treinen, metro’s en trams. Onderstaand ga ik in op de afspraken die ik met vervoerders, decentrale concessieverleners, ProRail, in afstemming met reizigersorganisaties en vakbonden, in het OV protocol heb gemaakt om veilig en verantwoord te kunnen werken en reizen in het openbaar vervoer. Dit OV protocol is daarmee een nadere uitwerking van de besluiten van het kabinet en het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB).

Voorafgaand hecht ik er aan om twee opmerkingen te maken.

Ten eerste wil ik mijn complimenten en waardering uitspreken aan iedereen in de sector die de afgelopen weken keihard en constructief heeft (samen)gewerkt om het openbaar vervoer open te houden, in te richten op de COVID19 maatregelen en nu op een veilige en verantwoorde manier weer op te schalen. Zonder het werk van de mensen die in deze vitale sector van dag tot dag aan de slag zijn gebleven was onze maatschappij letterlijk stil komen te staan.

Daarnaast is het goed op te merken dat de afspraken in bijgevoegd OV-protocol waar nodig aangevuld of geactualiseerd kunnen worden. Wanneer de betrokkenheid en inzet van afgelopen weken ook de komende maanden wordt voortgezet, heb ik veel vertrouwen in wat we gezamenlijk voor elkaar kunnen krijgen.

Capaciteit (en beperken van de vraag)

Wanneer de komende periode stapsgewijs steeds meer scholen en sectoren weer opstarten, zal ook de vraag naar mobiliteit en de druk op het openbaar vervoer groeien. Het is daarom nodig de dienstregeling weer op te schalen, waarbij het doel is met de optimale inzet van personeel en materieel te streven naar een maximale capaciteit per 1 juni, waarbij zo’n 40% beschikbaar zal zijn voor reizigers. Hierbij houden we rekening met ziekteverzuim en reguliere vakanties van personeel. Met maatwerkoplossingen zorgen we in goed overleg dat vraag en capaciteit zo goed mogelijk op elkaar aansluiten.

Op deze manier zorgen we voor afstand tussen reizigers, wordt invulling gegeven aan de adviezen van het RIVM en kan op een verantwoorde wijze het OV worden opgeschaald. Het blijft cruciaal om de komende tijd de vraag te beperken. Om er voor te zorgen dat er voldoende plek is in het OV voor de mensen die er op aangewezen zijn, gelden de volgende uitgangspunten:

  • Gebruik het OV alleen voor noodzakelijke reizen;

  • Werk zoveel mogelijk thuis.

  • Als het mogelijk is: mijd de spits.

  • Als het mogelijk is: loop of pak je fiets.

  • Mijd drukte.

Omdat 1,5 meter afstand in de trein, bus, tram en metro niet altijd haalbaar is, is een niet medisch mondkapje in het OV per 1 juni verplicht voor de reiziger. Daarbij is de dringende boodschap dat reizigers tijdig, vóór het instappen de mondkapjes op moeten zetten zodat het in – en uitstapproces veilig en snel kan worden doorlopen.

Hiervoor wordt dus een beroep gedaan op iedereen, om samen bij te dragen aan een beperkt gebruik van het OV en zo te borgen dat dit ook op een veilige wijze toegankelijk blijft voor essentiële reizen. Om hier invulling aan te geven wordt ook gewerkt aan afspraken met (publieke)werkgevers, scholen en publiekstrekkers om de mobiliteit te beperken en de spits te mijden waar dat kan. Zo is al met het onderwijs afgesproken dat scholieren en studenten zo min mogelijk gebruik maken van het openbaar vervoer, en sowieso niet tijdens de spits. Met de sectoren die de komende tijd open gaan, worden afspraken gemaakt over bijvoorbeeld thuiswerken en openingstijden. De publieke werkgevers geven hierin het goede voorbeeld: thuiswerken blijft de komende maanden voor kantoorwerk het uitgangspunt.

Protocol – Verantwoord blijven reizen in het openbaar vervoer

De COVID19 maatregelen en de adviezen van het RIVM stellen alle partijen die werken aan het openbaar vervoer voor een groot aantal nieuwe uitdagingen. Daarom is het belangrijk met alle sectorpartijen eenduidige afspraken te maken, dezelfde uitgangspunten te hanteren en zo ook de samenwerking te optimaliseren.

Om hier invulling aan te geven is de afgelopen weken in het NOVB+2 hard gewerkt aan het OV-protocol. In het NOVB zitten vertegenwoordigers van de vervoerders, decentrale concessieverleners en IenW. Op 13 mei 2020 hebben we gezamenlijk, ook in aanwezigheid van reizigersvereniging Rover en de vakbonden, het protocol vastgesteld, dat ik als bijlage bij deze brief heb gevoegd. Daarnaast zijn afspraken gemaakt tussen vervoerders en politie, over hoe om te gaan met toezicht en handhaving van de noodverordening COVID-19. De afspraken worden momenteel geactualiseerd en nader uitgewerkt.

In het protocol is afgesproken welke maatregelen getroffen worden voor een veilige reis voor reizigers en OV-medewerkers, en hoe en onder welke voorwaarden mensen gebruik kunnen maken van het OV. Het protocol past binnen de kaders van het kabinetsbeleid ten aanzien van COVID-19, zoals ook is vastgelegd in de Kamerbrief «COVID-19 Update stand van zaken» van 6 mei 2020. Het protocol gaat vooral in op de afwijkende omstandigheden door COVID-19, voor de rest blijven de normaal geldende afspraken tussen vervoerders, reizigers, BOA’s, conducteurs en de politie van kracht.

In het protocol zijn de gedeelde principes, richtlijnen en gewenste maatregelen gezamenlijk concreter uitgewerkt. Onder meer over het toepassen van de maatregelen, de omgang en communicatie met reizigers, de richtlijnen voor OV-medewerkers, afspraken over veiligheid en de samenwerking tussen partijen. Voor een aantal onderdelen zijn de maatregelen al ver uitgewerkt. Het protocol gaat daarbij bijvoorbeeld specifiek in op wat nodig is om de veiligheid en hygiëne voor medewerkers en reizigers te borgen, hoe om te gaan met calamiteiten en hoe stations en materieel worden ingericht. Deze dienen per organisatie concreet te worden doorvertaald in de werkprocessen.

De OV-sector is een grote sector met veel regionale verschillen, daarom zal per organisatie en regio soms maatwerk nodig zijn om zo goed mogelijk invulling te geven aan de afspraken uit het protocol om veilig vervoer met het OV mogelijk te maken. Het uitgangspunt is daarbij dat de boodschap en instructies voor de reiziger eenduidig en helder blijven.

Dienstregeling NS

Op 17 maart jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd3 over de basisdienstregeling van NS, waarmee NS sinds 21 maart 2020 een voorspelbare en betrouwbare dienstregeling heeft kunnen bieden aan reizigers die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer. Vanaf 29 april heeft NS deze basisdienstregeling verstevigd met de toevoeging van een aantal intercity’s. Hiermee is de capaciteit in het OV vergroot en de verbinding tussen steden versneld, waardoor reizigers die echt noodzakelijk met de trein moeten reizen, over langere afstanden eerder op hun werk kunnen zijn. Zoals hiervoor geschreven zal (ook) de NS met een optimale inzet van personeel en materieel streven naar een zo maximaal mogelijke dienstregeling per 1 juni.

NS heeft de afgelopen periode niet aan alle eisen uit de vervoersconcessie voldaan, bijvoorbeeld ten aanzien van het minimum bedieningsniveau van stations. Vanaf 1 juni rijdt NS weer een optimale dienstregeling. Dit betekent niet dat weer aan alle concessie-eisen zal worden voldaan. Zo kunnen er voorlopig geen fietsen meer mee in de trein. Deze maatregel vergroot de vervoerscapaciteit waardoor reizigers makkelijker afstand kunnen houden. Fietsen die dienen als hulpmiddel blijven welkom in de trein, net als vouwfietsen. Reizigers kunnen daarnaast gebruik maken van de OV fiets als alternatief. Helaas kan dit nadelen met zich mee brengen voor sommige reizigers, maar ik reken op begrip in deze uitzonderlijke situatie. Een ander punt waar NS door de omstandigheden niet aan de concessieverplichtingen kan voldoen is dat het niet mogelijk is enquêtes af te nemen voor het meten van de klanttevredenheid van de reiziger. Ook de komende periode zal ik, in lijn met hetgeen in heb gecommuniceerd in mijn brief van 17 maart, pragmatisch omgaan met afwijkingen op de concessie4 voor zover deze het gevolg zijn van COVID-19. Over deze afwijkingen ben en blijf ik met NS in overleg.

Friese Waddenveren

Sinds het uitbreken van de coronacrisis is verreweg het grootste deel van het vervoer van en naar de Waddeneilanden stilgevallen. Net als bij de concessie van NS geldt ook hier dat de vervoerders door bijzondere omstandigheden zich niet hebben kunnen houden aan hun verplichtingen. Als concessieverlener van de concessies voor de Friese Waddenveren ga ik daar pragmatisch mee om.

Ik heb de Friese Waddenveren gevraagd per 1 juni met een optimale inzet van personeel en materieel een zo maximaal mogelijke dienstregeling te varen en zich zo veel mogelijk te houden aan het OV protocol. Het is aan regionale overheden om, in overleg met betrokken partijen, nadere afspraken te maken over het gebruik van de veren in relatie tot de mate waarin het toerisme op de eilanden weer op gang komt.

Beschikbaarheidsvergoeding voor OV

Het kabinet heeft de OV-sector op 6 mei verzocht in Nederland de volledige dienstregeling te rijden, terwijl de reizigersaantallen beperkt zijn. Naleving en handhaving van de te treffen maatregelen leiden daarnaast tot extra kosten. Bij de vraag van de overheid hoort een beschikbaarheidsvergoeding. Die wordt de komende periode nader uitgewerkt. Betreffende vergoeding is gebaseerd op de reële gemaakte kosten om de vloot te laten rijden, de extra kosten vanwege maatregelen tegen COVID-19 en de inkomsten die wel binnenkomen (zoals uit hoofde van generieke steunmaatregelen). Samen met de het Ministerie van Financiën wordt hieraan gewerkt en in de komende weken besproken met de OV-partijen.

Tot slot

De komende weken en maanden zullen zich nieuwe uitdagingen opwerpen. Ik blijf in nauw contact met de partijen in de OV-sector om te kijken wat goed gaat en waar verbetering mogelijk is, en waar bijgestuurd moet worden indien nodig. Alleen met medewerking van alle betrokken partijen binnen en buiten de OV sector kunnen we er voor zorgen dat de mensen die er op aangewezen zijn, op een veilige manier met het OV kunnen reizen. Ik zal uw Kamer uiteraard hierover informeren wanneer daar aanleiding toe is.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer


X Noot
1

Kamerstuk 25 295, nr. 315.

X Noot
2

Het NOVB+ bestaat uit vertegenwoordigers van het ministerie IenW, NS, DOVA, provincies, consumentenorganisaties, stadsvervoerders, vervoerregio’s, ProRail, OV-NL, Friese Waddenveren en FMN (regionaal busvervoer, streekvervoer en regionale treinen).

X Noot
3

Kamerstukken 29 984 en 25 295, nr. 891

X Noot
4

Ditzelfde geldt voor ProRail, wanneer concessie-afspraken eventueel aantoonbaar door COVID19 (maatregelen) beïnvloed worden.