Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 september 2018
Met deze brief bied ik u de voortgangsrapportage aan van het Nationaal Openbaar Vervoer
Beraad (NOVB) over de eerste helft van 20181. In de voortgangsrapportage staat een update van alle projecten uit de NOVB Werkagenda
2018. Tevens ga ik hieronder nader in op een aantal projecten waarover in het NOVB
besluiten zijn genomen. Het gaat om de aanschafprijs en verlengingskosten van de OV-chipkaart
alsmede de globale inhoud en planning van het project nieuwe betaalwijzen.
Aanschafprijs en verlengingskosten van de OV-chipkaart
De prijsstelling van de huidige OV-chipkaart (nieuwe aanschaf € 7,50), de vervolgkaart
na 5 jaar (€ 7,50) en de vervangende kaart (€ 11,00) van de OV-chipkaart wordt als
duur ervaren en werpt mogelijk toegangsdrempels op voor (nieuwe) gebruikers van het
OV. Daarom is in NOVB-verband onderzocht of een ander betaalstelsel van de OV-chipkaart
mogelijk is door de kostprijs (deels) te versleutelen in de OV-tarieven.
Zoals uit de bijgevoegde brief van het NOVB blijkt zijn verschillende varianten doorgerekend.
Het is niet mogelijk gebleken om een oplossing te kiezen waarvan alle groepen reizigers
profiteren. In elke variant gaat het voordeel van de ene groep altijd ten koste van
een andere. Het (deels) versleutelen van de kosten in de tarieven en abonnementen
heeft effecten die niet evenredig over alle reizigersgroepen omgeslagen kunnen worden.
Met name de frequente reizigers dragen dan het grootste deel van de kosten. Het NOVB
heeft na de uitgebreide analyses en na een zorgvuldige afweging besloten om voor de
komende jaren de prijsstelling van de OV-chipkaart te handhaven. De reizigersorganisaties
steunen dit besluit. Ik kan mij daarom achter het besluit van het NOVB scharen.
Hierbij heb ik overwogen dat de komst van nieuwe betaalwijzen dit vraagstuk kunnen
verkleinen. De toekomst van OV-betalen zal veel meer liggen in het gebruik van de
technische wereldstandaarden die OV-betalen via bijvoorbeeld smartphone en bankpas
mogelijk maken. Ik verwacht dat door de introductie van nieuwe betaalwijzen met verschillende
tarief- en abonnementsvormen, het openbaar vervoer voor (potentiële) reizigers aantrekkelijker
zal worden.
Nieuwe betaalwijzen
De wereld van het betalen verandert snel. Ook in het openbaar vervoer zijn nieuwe
vormen van betalen mogelijk. Deze nieuwe betaalwijzen doen al langzaam hun intrede,
zoals de toepassing van barcodes in apps op smartphones. Dit is verwoord in de «Visie
op OV Betalen» die eerder aan uw Kamer is aangeboden2.
Het doel is om het openbaar vervoer volledig aan te sluiten op internationale betaalstandaarden
en daarmee ook de mogelijkheden op connectiviteit met andere sectoren te vergroten.
Deze nieuwe betaaltechniek zal de huidige techniek achter de OV-chipkaart (Mifare
Classic) vervangen.
Het NOVB heeft op 4 juli 2018 het principebesluit genomen om voor het gehele openbaar
vervoer over te stappen op de nieuwe betaaltechniek. Het naast elkaar laten bestaan
van verschillende systemen is zeer kostbaar. Een formeel besluit volgt later dit jaar
zodra tussen alle partijen overeenstemming bestaat over de invulling van technische,
organisatorische en financiële randvoorwaarden. Ik heb in het NOVB de vervoerders
gevraagd om vooraf hierop een onafhankelijke toets te laten uitvoeren zoals het Bureau
ICT-toetsing (BIT) dat doet voor ICT-projecten van de overheid.
De planning is dat vanaf 2019 begonnen zal worden met de invoering van de nieuwe betaaltechniek.
Het is een majeure operatie die op grote schaal vervanging van software en aanpassing
van hardware zoals de kaartlezers vergt. De verwachting is dat in 2023 de huidige
betaaltechniek «uitgezet» kan worden. Dit zal pas gebeuren als aan een reeks voorwaarden
is voldaan. Het nieuwe systeem moet bijvoorbeeld voldoende gebruiksvriendelijk, stabiel,
betrouwbaar en veilig zijn.
Naast mijn rol als opdrachtgever voor de hoofdrailnetconcessie zie ik er vanuit mijn
systeemverantwoordelijkheid voor het nationale openbaar vervoer op toe, dat de nieuwe
betaalwijzen die op basis van de nieuwe betaaltechniek hun intrede kunnen doen, in
principe in het gehele openbaar vervoer gebruikt kunnen worden. Zo wordt voorkomen
dat nieuwe betaalwijzen in het ene concessiegebied wel en in andere concessiegebieden
niet gebruikt kunnen worden.
De verandering van de betaaltechniek betekent niet de dat de OV-chipkaart wordt afgeschaft.
Ik verwijs hierbij naar de toelichting op de wijziging van het besluit Personenvervoer
2000 in verband met de landelijke werking van de OV-chipkaart3. Hierin heb ik aangegeven dat vervanging of afschaffing van de OV-chipkaart alleen
aan de orde is, indien op termijn één of meerdere systemen de huidige functie van
de OV-chipkaart kunnen overnemen. Deze wijziging zal op 1 januari 2019 van kracht
worden.
Vanzelfsprekend zal ik uw Kamer regelmatig informeren over de voortgang van dit project.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer