Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201523645 nr. 596

23 645 Openbaar vervoer

Nr. 596 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 februari 2015

Hierbij ontvangt u de Werkagenda van het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) voor 2015 (bijlagen 1 en 21). De agenda is vastgesteld door het NOVB, waarin de stad- en streekvervoerders, concessieverlenende decentrale overheden, NS, consumentenorganisaties en IenM zijn vertegenwoordigd.

Het NOVB is inmiddels anderhalf jaar aan de slag. In die periode is het er in geslaagd tot een aantal oplossingen te komen voor met name de concessiegrens overschrijdende reiziger, ondanks de verschillende belangen die er zijn tussen de betrokken partijen.

In de Werkagenda 2015 zijn enkele verbeterpunten opgenomen die in het komende jaar worden doorgevoerd in de werkwijze van het NOVB. De Werkagenda bestaat uit een onderdeel met projecten in uitvoering, een onderdeel met nieuwe projecten (o.a. aantrekkelijk aanbod voor toeristen in Nederland en het ontwikkelen van een landelijke beleids- en richtlijn voor kaartautomaten op stations) en een onderdeel waarin de continue werkstroom is opgenomen. Onderdeel D van de werkagenda betreft projecten waarover het NOVB wordt geïnformeerd en/of geconsulteerd, maar waarover door het NOVB geen besluiten worden genomen. In 2014 zijn goede afspraken gemaakt over het verder terugdringen van het aantal incomplete transacties. Dit komt in de Werkagenda 2015 terug als apart onderdeel van de nieuwe projecten. Op deze manier kan de uitvoering van dit maatregelpakket worden gemonitord.

Twee keer per jaar stelt het NOVB een voortgangsrapportage op over de uitvoering van de werkagenda. Deze rapportages worden aan u doorgezonden (Kamerstuk 23 645, nr. 580).

Een aantal door uw Kamer aangenomen moties hebben een plek gekregen in de werkagenda. Hetzelfde geldt voor een aantal toezeggingen. In bijgevoegde brief van het NOVB (bijlage 32) wordt nader toegelicht hoe het NOVB met deze moties en toezeggingen omgaat. Een aantal moties beschouw ik hiermee als afgedaan:

  • met de motie De Rouwe (Kamerstuk 23 645, nr. 554) wordt gevraagd te overleggen met reizigersorganisaties over de verdere ontwikkeling van de OV-chipkaart en de resultaten van dit overleg naar de Kamer te sturen. De gezamenlijke consumentenorganisaties zijn structureel betrokken bij de verdere ontwikkeling van de OV-chipkaart en de nieuwe vormen van OV-betalen doordat zij zijn vertegenwoordigd in het NOVB directeurenoverleg.

  • de motie Bashir (Kamerstuk 23 645 nr. 551) vraagt er voor te zorgen dat er één OV-chipkaart loket komt waar de reiziger terecht kan voor informatie en klachtafhandeling. Deze motie is inmiddels uitgevoerd binnen een project uit de NOVB werkagenda van 2014: één loket voor klachten en service over de OV-chipkaart. Het NOVB houdt de voortgang hiervan voortdurend in de gaten.

  • met de motie Hoogland (Kamerstuk 29 984 nr. 511) wordt gevraagd in het

NOVB te agenderen dat vervoerders verplicht worden om mensen er actief op te wijzen dat ze zijn vergeten uit te checken en hun een aantal maal per jaar de mogelijkheid te geven om dit achteraf te corrigeren. De mogelijkheid tot automatische meldingen bij incomplete transacties valt binnen de uitvoering van het maatregelenpakket met betrekking tot incomplete transacties (onderdeel B1 van de werkagenda). Het NOVB rapporteert hierover in haar voortgangsrapportage.

Op de motie Dik-Faber/De Boer (Kamerstuk 23 645 nr. 594) kom ik terug bij het aanbieden van de visie op het OV-betalen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl