Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 mei 2014
Bijgaand bied ik u graag de tussenevaluatie aan van de pilot met een netwerk van snelbussen1. Aanleiding voor de pilot zijn de tijdens de begrotingsbehandeling van het voormalige
Ministerie van Verkeer en Waterstaat van december 2007 ingediende moties2 waarin om een pilot met snelwegbussen wordt verzocht. Dit mede naar aanleiding van
het plan Duurzame Bereikbaarheid dat de gemeente Schiedam in 2007 heeft gepresenteerd.
Die moties zijn door mijn voorganger ondersteund.
Opzet Pilot
Om de haalbaarheid van de snelwegbussen in de praktijk te onderzoeken is medio 2008
aan de decentrale overheden (die verantwoordelijk zijn voor het regionale OV) gevraagd
voorstellen in te dienen voor een pilot met snelwegbussen. Uit de ingediende voorstellen
zijn begin 2009 de voorstellen van de provincie Noord-Holland, Flevoland en Noord-Brabant
gekozen omdat die voorstellen in samenhang als één pilot kunnen worden uitgevoerd
en betrekking hebben op trajecten met veel filevorming. Het gaat om de verbindingen
tussen Breda en Utrecht de Uithof (rijdt sinds december 2012), tussen Almere en Utrecht
de Uithof (sinds begin 2012) en tussen Hilversum, Huizen en Amsterdam Amstel (sinds
juli 2011).
Vanaf het begin van de pilot zijn de regionale overheden en vervoerders gestart met
lijnspecifieke marketing. Daarnaast wordt sinds augustus 2012 door de betrokken overheden
en vervoerders, met behulp van gespecialiseerde bureaus, actief aan de gezamenlijke
promotie van de snelwegbus in Nederland onder de slogan «Zeker met de bus» gewerkt.
De campagne «Zeker met de bus» kende twee actieperioden. In het voorjaar van 2013
is een pilot uitgevoerd met 166 deelnemers. Deze pilot is ingezet om te leren welke
mogelijkheden er zijn om automobilisten in de snelwegbus te krijgen.
In het najaar van 2013 is op basis van de resultaten van de pilot een kennismakingsperiode
ingezet met 471 deelnemers (verdeeld over de drie lijnen).
Tussenevaluatie
Uit de tussenevaluatie blijkt dat bijna de helft van de deelnemers aan «Zeker met
de bus» zegt na de proef met de snelbus te gaan reizen. Of deze intentie ook daadwerkelijk
omgezet wordt in reizen met de snelbus is (nog) niet te meten. Een aantal reizigers
is ingegaan op een vervolgaanbod van de vervoerders waarbij men korting krijgt bij
het gebruik van de snelbus.
Deelnemers die vooraf aan de proef voornamelijk met de auto reisden zijn tijdens de
proef minder met de auto gaan reizen en meer met de snelwegbus. Ook deelnemers die
vooraf aan de proef voornamelijk met openbaar vervoer reisden of reisden met een combinatie
van openbaar vervoer en auto zijn vaker met de snelwegbus gaan reizen en minder met
het regulier openbaar vervoer (bus en trein).
Door de inzet van de snelwegbus en de diverse campagnes is het openbaar vervoer en
met name het concept snelwegbus bekender geworden. Meer mensen (waarvan ongeveer de
helft automobilist) zijn in aanraking gekomen met de snelwegbus. De snelwegbus wordt
gemiddeld gewaardeerd met een 7,6 door reizigers die voorheen voornamelijk met de
auto reisden en een 7,8 door reizigers die al regelmatig met het openbaar vervoer
reisden.
Het gebruik van de snelwegbussen is in de jaren 2012 – 2013 toegenomen bij een gelijkgebleven
aantal dienstregelingsuren. Een hogere bezettingsgraad bij gelijkgebleven kosten betekent
dat de doelmatigheid is toegenomen.
Betrokkenheid Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Voor de pilot met snelwegbussen heeft mijn voorganger binnen het Infrastructuurfonds
een bedrag van € 10,5 miljoen vrijgemaakt uit het budget voor regionale/lokale infrastructuur
(artikel IF 14.01.03). Deze bijdrage is aan de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer
(BDU v&v) van de betrokken provincies toegevoegd.
De bijdrage is bedoeld om voor regionale overheden inzicht te krijgen in de mogelijkheden
van een netwerk van snelwegbussen. Na afloop van de pilot zal nog een uitgebreidere
evaluatie plaatsvinden. Ik zal u over de uitkomst van de evaluatie eind 2015 nader
informeren.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
W.J. Mansveld