Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201423645 nr. 571

23 645 Openbaar vervoer

Nr. 571 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 april 2014

Met deze brief bericht ik u schriftelijk over de volgende onderwerpen, zoals door mij toegezegd tijdens het Algemeen Overleg OV-chipkaart en taxi op 6 maart 2014:

  • 1. Inchecken met de OV-chipkaart door OV-jaarkaarthouders;

  • 2. Juridische aansprakelijkheid van een coöperatie;

  • 3. Mogelijkheden om de tarieven te maximeren.

1) Inchecken met de OV-chipkaart door OV-jaarkaarthouders

In artikel 47 van het Besluit Personenvervoer 2000 is vastgelegd dat reizigers het vertrekpunt van de reis elektronisch moeten registreren wil er sprake zijn van een geldig vervoerbewijs. Het inchecken is van belang, omdat dan een aantal zaken gecontroleerd kunnen worden die niet aan de buitenkant van de kaart zijn af te lezen. De belangrijkste uit te voeren controles zijn:

  • Staat er een geldig abonnement of reisproduct op de kaart;

  • Dekt het abonnement de reis of moet worden bijbetaald. Bijvoorbeeld omdat het abonnement niet geldt binnen een bepaald gebied of bepaald tijdvak;

  • Is bij betaling in termijnen aan alle betalingen voldaan of is er een betalingsachterstand waardoor het abonnement niet geldig is.

OV-jaarkaarthouders hebben een afgekocht reisrecht voor het gehele openbaar vervoer. Ik vind het ongewenst als een per ongeluk gemiste check-in door een OV-jaarkaarthouder direct tot een boete leidt. Ik heb er daarom bij vervoerders op aangedrongen coulant te zijn met OV-jaarkaarthouders die per ongeluk zijn vergeten in te checken. De vervoerders hebben mij toegezegd coulant te zijn in deze gevallen. Wanneer reizigers bewust niet in- (en uit-) checken is het aan de vervoerder om te bepalen wanneer hij gaat optreden.

2) Juridische aansprakelijkheid van een coöperatie

Er is gevraagd naar de juridische aansprakelijkheid van de coöperatie en de mogelijke consequenties voor het Rijk, de Rijksbegroting en reizigers. De coöperatie wordt primair opgericht als een samenwerkingsverband van vervoerders en heeft als doel het waarborgen van de continuïteit van het OV-betalen, een landelijk interoperabel en kostenefficiënt OV-betaalsysteem ten behoeve van vervoerders en zorgt voor een gedeelde zeggenschap van alle vervoerders over het OV-betalen. De vorming van de coöperatie heeft daarmee op zich zelf geen aansprakelijkheid richting of gevolgen voor het Rijk of reizigers: het Rijk zal ook niet participeren.

De borging van de publieke belangen van Rijk en reizigers bij een goed functioneren van het OV-betalen verloopt via de lijn van beleid via NOVB-afsprakenkaders en regelgeving met ACM-toezicht. Hierover heb ik uw Kamer eerder in de hoofdlijnennotitie (Kamerstuk 23 645, nr. 545) ingelicht.

3) Mogelijkheden om de tarieven te maximeren

Reizigers die over de concessiegrenzen heen reizen, hebben behoefte aan meer samenhang en transparantie in tarieven en producten. Het NOVB werkt daarom aan een sectorbrede toekomstvaste visie op interoperabele producten en tarieven en een overzichtelijk landelijk productaanbod voor de reiziger. Uitgangspunt is dat de reiziger probleemloos door de OV-keten moet kunnen reizen.

Zoals ik aan uw Kamer heb toegezegd zal ik IPO en SKVV vragen om in deze visie ook in te gaan op het idee om tariefstijgingen te maximeren. Zoals ik in het Verslag Algemeen Overleg van 26 maart jl. heb toegezegd, zal ik uw Kamer informeren over de reactie van partijen. Naar verwachting zijn de gezamenlijke visie en het landelijke productaanbod voor de zomer van 2014 gereed.

Ik beschouw hiermee bovengenoemde toezeggingen uit het Algemeen Overleg van 6 maart jl. als afgedaan.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld