23 645 Openbaar vervoer

Nr. 499 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 april 2012

Op 13 oktober 2011 heb ik toegezegd uw Kamer de uitwerking van verschillende varianten voor de invulling van de permanente structuur toe te sturen (Kamerstuk 23 645, nr. 492). Bijgevoegd treft u de rapportage van kwartiermaker Meijdam aan met zijn voorstel voor invulling van de permanente structuur en de positionering van TLS.1 Hiermee voldoe ik aan mijn toezegging. Over de voortgang ten aanzien van de overige onderwerpen die in behandeling zijn bij de kwartiermaker, namelijk het dubbel opstaptarief en het enkelvoudig in- en uitchecken, heb ik u via de 6e Voortgangsbrief Aanvalsplan OV-chipkaart geïnformeerd (Kamerstuk 23 645, nr. 496).

Ik heb de heer Meijdam eind 2011 de opdracht gegeven om met de betrokken vervoerders, overheden, consumentenorganisaties en TLS onder andere verschillende varianten voor de permanente structuur met een vorm van doorzettingsmacht en de positionering van TLS te onderzoeken. Hierbij heb ik een aantal specifieke opdrachten meegegeven (zoals verwoord in Kamerstuk 23 645, nr. 481);

  • De kwartiermaker heeft tot taak om de nieuwe organisatie op te richten en hiertoe met betrokken partijen afspraken te maken over de wijze waarop concessieverleners en concessiehouders hun zeggenschap aanwenden op onderwerpen die het niveau van een individuele concessie of individuele vervoerder overstijgen.

  • De kwartiermaker neemt daarin ook mee de wijze waarop de stem van de reiziger wordt betrokken bij de landelijke besluitvorming.

  • De kwartiermaker verkent samen met partijen welke onderwerpen concessieoverstijgende besluitvorming vergen en hoe financiële consequenties van adviezen en besluiten worden vormgegeven.

  • De kwartiermaker zal aangeven hoe de beleidsbepalende taken van TLS afzonderlijk worden gewaarborgd en hoe dit wordt vormgegeven. Daarbij zal o.a. rekening worden gehouden met de vraag in hoeverre het hier gaat om een overheidstaak en welke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke vorm het meest geschikt is. Daarbij is uitdrukkelijk de wens dat er geen belemmeringen ontstaan voor de marktwerking en zo mogelijk worden huidige belemmeringen weggenomen. Ook dient het belang van de aandeelhouders van TLS om de investeringen terug te verdienen te worden betrokken.

Ik concludeer dat het voorliggende voorstel een goede uitwerking vormt van de opdracht die ik aan de heer Meijdam heb gegeven. Het voorstel kan rekenen op de steun van meerdere betrokken partijen. Zoals de heer Meijdam in zijn rapportage aangeeft, staan de contouren van de structuur en de positionering van TLS nu en moet vervolgens een aantal zaken nader worden uitgewerkt en op haalbaarheid worden getoetst. Dit geldt bijvoorbeeld voor het nader uitwerken van afspraken met alle partijen over de financiële consequenties van advies en besluiten uit de permanente structuur. Ik vind het van belang dat hier vooraf goede afspraken over worden gemaakt.

Ik kan de hoofdlijn van het voorstel van de heer Meijdam steunen en zal u mijn overwegingen daarbij nader toelichten.

Permanente structuur

Hierna volgt eerst een korte toelichting op het voorstel van de heer Meijdam voor de permanente structuur, waarna mijn overwegingen volgen. Voor de inhoud van het volledige voorstel verwijs ik naar de bijgesloten rapportage van de heer Meijdam.

De heer Meijdam stelt een structuur voor met drie kamers (kamer met concessiehouders, kamer met concessieverleners en een gezamenlijke kamer) waarin de besluitvorming plaatsvindt over concessieoverstijgende OV-chipkaart gerelateerde onderwerpen. Wanneer besluitvorming in de kamers stokt, is in het voorstel voorzien in escalatie richting een bestuur. Daarbij heeft uiteindelijk de onafhankelijke voorzitter, benoemd door de Minister na consultatie van de partijen, een doorslaggevende stem wanneer de stemmen staken. De besluitvorming is niet vrijblijvend. De permanente structuur kent een verplichte deelname van partijen. Partijen binden zich privaatrechtelijk via een procesconvenant aan de uitkomsten van de permanente structuur.

Naast deze voorkeursvariant heeft de heer Meijdam twee andere varianten onderzocht: een structuur binnen het ministerie van Infrastructuur en Milieu (wanneer partijen niet tot besluitvorming komen, wordt daarbij geëscaleerd richting de minister) en een structuur met het in ontwikkeling zijnde arbitragemodel van het ROVB. De heer Meijdam heeft geconcludeerd dat deze varianten niet zijn voorkeur hebben, omdat ze enerzijds geen recht doen aan de verhoudingen zoals deze ontstaan zijn bij de decentralisatie van het regionale openbaar vervoer en anderzijds omdat het arbitragemodel van het ROVB feitelijk in een structurele variant in het voorstel voor de permanente structuur is opgenomen.

  • Het voorstel van de heer Meijdam voor de permanente structuur doet recht aan de verantwoordelijkheden zoals die zijn belegd binnen het gedecentraliseerde concessiestelsel. Er is geen sprake van overdracht van bevoegdheden.

  • De permanente structuur is in potentie effectief en slagvaardig. De besluitvorming vindt in principe plaats in de drie onderdelen of «kamers». Wanneer dit niet lukt bestaat de mogelijkheid de besluitvorming op te schalen naar het bestuur. Bovendien zijn de besluiten uit de permanente structuur bindend. Vooraf committeren partijen zich, middels een procesconvenant, privaatrechtelijk aan de besluiten van de permanente structuur. Ik vind het van belang dat in praktijk het bestuur effectief en slagvaardig blijkt.

  • Zoals in de opdracht aan de kwartiermaker was meegegeven, heeft de stem van de reiziger een duidelijk rol gekregen in de permanente structuur. De consumentenadviesraad heeft een adviesrol in alle geledingen van de structuur en in de besluitvorming mag alleen onderbouwd worden afgeweken van de adviezen van de consumentenadviesraad. Daarbij heeft de consumentenadviesraad bovendien een agenderingsrecht voor de OV-chipkaart onderwerpen.

  • Het voorstel is op hoofdlijnen juridisch getoetst. Er worden geen bezwaren gezien in dit voorstel.

Positionering TLS

In de opdracht aan de kwartiermaker heb ik gevraagd hoe de beleidsbepalende taken van TLS afzonderlijk konden worden gewaarborgd.

  • Het voorstel van de heer Meijdam waarin de huidige aandeelhoudersstructuur van TLS wordt vervangen door een onafhankelijke entiteit en de beslissingsbevoegdheid wordt ondergebracht in de permanente structuur, lijkt mij de juiste werkwijze om de problematiek het hoofd te bieden.

  • Het is van belang dat de toekomstige positionering van TLS conform het voorstel van de heer Meijdam op een zorgvuldige en behoedzame wijze met betrokkenheid van de huidige aandeelhouders wordt uitgewerkt.

Vervolgproces

De vervolgstap in deze aanpak is de totstandkoming van een procesconvenant voor de permanente structuur waarin partijen zich aan een duidelijke oplossingsgerichte agenda en de voorgestelde structuur voor samenwerking en besluitvorming binden. Mocht blijken dat dat onverhoopt niet op redelijke termijn kan worden gerealiseerd, dan laat dit mijn stelselverantwoordelijkheid onverlet om zelf zonodig wettelijke of andere maatregelen te nemen.

Daarbij ben ik ben voornemens in overleg te treden met de betrokken partijen om de positionering van TLS verder uit te werken.

In het overleg op 25 april a.s. ga ik graag met uw Kamer over dit voorstel in gesprek.

De minister van Infrastructuur en Milieu, M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven