Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201123645 nr. 418

23 645 Openbaar vervoer

Nr. 418 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 maart 2011

Hierbij ontvangt u de vierde voortgangsbrief Aanvalsplan OV-chipkaart. In deze brief wordt op hoofdlijnen aangegeven welke voortgang het afgelopen halfjaar is geboekt op het OV-chipkaartproject. Bij brief van 3 maart 2011 (2011Z04362/2011D10621) heeft de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu mij verzocht deze voortgangsbrief voorafgaand aan het Algemeen Overleg over de OV-chipkaart van 17 maart 2011 aan de Kamer te sturen.

Met deze brief kom ik ook enkele toezeggingen aan uw Kamer na. Bij brief van 26 januari 2011 (Kamerstuk 23 645, nr. 399) is uw Kamer toegezegd om in elke halfjaarlijkse rapportage een overzicht te geven van de incomplete transacties per vervoerder en per decentrale overheid. Dit overzicht treft u in bijlage 1 bij deze brief aan1.

Voorts heb ik u in het Algemeen Overleg van 27 januari 2011 (Kamerstuk 23 645, nr. 414) toegezegd de onderbouwing van de Commissie Kist voor het positieve oordeel over de kostenneutraliteit van de invoering van de OV-chipkaart in Zuid-Holland te doen toekomen. In bijlage 2 bij deze voortgangsbrief ontvangt uw Kamer de gevraagde onderbouwing1.

1. Uitrol OV-chipkaart

Op dit moment kan, met uitzondering van het regionaal openbaar vervoer in Groningen en Drenthe en een aantal regionale treindiensten, in heel Nederland met de OV-chipkaart worden gereisd in bus, tram, trein en metro.

Het OV-bureau Groningen Drenthe heeft mij onlangs laten weten dat zij gereed zijn voor de invoering van de OV-chipkaart. Het systeem wordt momenteel getest door testreizigers. Het OV-bureau verwacht dat reizigers op korte termijn de OV-chipkaart kunnen gebruiken als betaalmiddel voor het openbaar vervoer in de bussen in Groningen en Drenthe. Hiermee is de landelijke uitrol van de OV-chipkaart in het regionaal openbaar vervoer, met uitzondering van een aantal regionale treindiensten, voltooid.

Ten aanzien van de regionale treindiensten kan op dit moment in de provincies Limburg (Veolia), Friesland en Groningen (Arriva) met de OV-chipkaart worden gereisd. Op de Syntuslijn Zutphen-Hengelo-Oldenzaal wordt sinds medio februari 2011 met testreizigers gereisd. De planning van vervoerder Syntus is erop gericht om in april 2011 de OV-chipkaart in te voeren op de regionale treindiensten in de Achterhoek (Arnhem-Winterswijk, Arnhem-Tiel). Arriva verwacht in april/mei 2011 te kunnen starten op de MerwedeLingeLijn in de provincie Zuid-Holland. Connexxion heeft eind februari 2011 bekend gemaakt dat de OV-chipkaart waarschijnlijk niet voor het eind van dit jaar wordt ingevoerd op de Valleilijn (de spoorverbinding Amersfoort, Barneveld, Ede-Wageningen).

De aanschaf en het gebruik van de OV-chipkaart laten inmiddels het volgende beeld zien (peildatum maart 2011):

  • Circa 9, 7 miljoen geproduceerde kaarten

  • Circa 610 000 kaarten met automatisch opladen

  • Circa 26 miljoen transacties per week

Reizen met de chipkaart bij NS

NS introduceert de chipkaart stapsgewijs. Vanaf de introductie in oktober 2009 is het reizen met de chipkaart bij NS mogelijk voor houders van persoonlijke chipkaarten en klanten met een Voordeelurenabonnement. In januari van dit jaar is het reizen op saldo ook mogelijk geworden voor houders van een studenten OV-chipkaart. Studenten hebben in hun niet-vrij reizenperiode nu de keuze tussen een papieren kaartje of reizen op saldo met 40% korting in de daluren. Verder kunnen ook klanten met een NS-businesscard nu reizen door middel van check-in en check-uit. Zij hoeven dan niet meer hun reis vooraf te boeken waardoor zij meer flexibiliteit ervaren tijdens hun reizen. Inmiddels is bij NS ruim 1 miljoen reizigers «om» op de chipkaart.

NS is voornemens in de loop van 2011 meer producten aan te gaan bieden op de chipkaart. NS beproeft en onderzoekt nieuwe mogelijkheden.

Zoals ook is aangegeven in de brief van 11 januari 2011 (Kamerstukken II, 23 645, nr. 252) streeft NS ernaar om eind 2012 de chipkaart voor al haar klantgroepen te hebben geïntroduceerd en daarmee het papieren treinkaartje af te kunnen schaffen. Zoals in het verleden al meermalen is aangegeven, spelen de klantacceptatie en het oplossen van de problematiek van het dubbel opstaptarief in de treinrailketen een belangrijke rol bij het afschaffen van het papieren kaartje.

2. Uitzetten NVB

Sinds het verschijnen van de laatste voortgangsbrief hebben verschillende decentrale overheden een verzoek ingediend tot het uitzetten van het NVB: vijf decentrale overheden in Oost-Nederland, de provincie Friesland, de provincie Zuid-Holland en het stadsgewest Haaglanden.

Oost-Nederland

In het Algemeen Overleg met uw Kamer op 6 oktober 2010 (Kamerstuk 23 645, nr. 388) is gemeld het NVB bij vijf decentrale overheden in Oost-Nederland niet uit te zetten per 18 november 2010. Bij brief van 23 november 2010 heb ik uw Kamer nader geïnformeerd over de redenen hiervan (Kamerstukken II, 23 645, nr. 392). De decentrale overheden in Oost-Nederland hebben mij gemeld dat de bedoelde redenen intussen niet meer van toepassing zijn en dat zij een nieuw verzoek zullen indienen, zodra duidelijk is dat de fraudesituatie geen belemmering meer is voor het uitzetproces.

Provincie Friesland

Bij de behandeling van de begroting van mijn ministerie voor 2011 is het besluit tot uitzetten van het NVB in de provincie Friesland per 23 december 2010 (Kamerstukken II, 23 645, nr. 391) aan de orde geweest. Omdat de OV-chipkaart nog niet is ingevoerd in Groningen en Drenthe is het uitzetten van het NVB in Friesland opgeschort. Daarbij heb ik aangegeven dat de provincie geen nieuw verzoek hoeft in te dienen om het NVB uit te laten zetten. Wel dient de provincie mij schriftelijk te informeren over de nieuwe datum waarop het NVB uitgezet kan worden.

Provincie Zuid-Holland en het stadsgewest Haaglanden

Naar aanleiding van de ontvangen verzoeken van de provincie Zuid-Holland en het stadsgewest Haaglanden, heb ik uw Kamer bij brief van 16 december 2010 geïnformeerd over mijn besluit om het NVB bij beide decentrale overheden uit te zetten per 3 februari 2011 (Kamerstukken II, 23 645, nr. 397). In het Algemeen Overleg met uw Kamer van 27 januari 2011 is uitgebreid stilgestaan bij de recente kraakacties van de OV-chipkaart. Naar aanleiding van de door uw Kamer aangenomen motie van het lid Monasch (PvdA) heb ik besloten om het gevraagde fraudeonderzoek te laten uitvoeren en, in lijn met deze motie, geen verdere stappen te ondernemen voor het uitzetten van het NVB (Kamerstukken II, 23 645, nr. 411). Inmiddels is het frauderapport afgerond en bij brief van 25 februari 2011 naar uw Kamer gestuurd. In die brief heb ik aangegeven geen reden te zien om het uitzetten van het NVB verder op te schorten.

Reizigersvereniging Rover heeft mij recentelijk een brief gestuurd waarin zij aangeeft knelpunten te constateren bij de overgang naar de OV-chipkaart in het stadsgewest Haaglanden en de provincie Zuid-Holland. Naar de mening van Rover is er op dit moment sprake van een onduidelijke situatie rond sterabonnementen in Zuidvleugel Randstad en heeft Rover twijfels over de kostenneutrale overgang voor de reizigers. Hieronder ga ik op beide punten in:

Sterabonnementen

Eén van de criteria voor het uitzetten van het NVB luidt: «(jaar)abonnementshouders zijn over op een vervangende propositie of hun bestaande abonnement wordt op de OV-chipkaart geplaatst». Bij de overgang naar de OV-chipkaart hebben decentrale overheden de keuze om de abonnementen te «verchippen» of tijdelijk in papieren vorm te laten bestaan. De OV-studentenkaart, de OV-jaarkaart en het N-sterabonnement zijn reeds beschikbaar op de OV-chipkaart. Ten aanzien van de overige abonnementen wordt door decentrale overheden en vervoerders gewerkt aan de vervangende producten. Deze vervangende producten zijn op dit moment nog niet gereed. Met het laten voortbestaan van de abonnementen in papieren vorm wordt geborgd dat abonnementhouders in de fase tussen het uitzetten van het NVB in een regio en de invoering van regionale abonnementvervangende proposities met hun bestaande abonnement kunnen blijven reizen.

De provincie Zuid-Holland en het stadsgewest Haaglanden hebben ervoor gekozen om de huidige NVB abonnementen na het uitzetten van het NVB tijdelijk nog in papieren vorm te handhaven. Hierdoor blijft het voor reizigers mogelijk om gebruik te blijven maken van de abonnementen totdat de reisrechten daarvan zijn opgebruikt. De regionale consumentenoverleggen in Zuid-Holland en Haaglanden hebben hiermee ingestemd. Daarnaast hebben beide decentrale overheden mij laten weten dat er afspraken zijn gemaakt met omliggende regio’s over de acceptatie van verchipte of papieren abonnementen. Zuid-Holland en Haaglanden geven aan dat in de communicatiecampagne van de overheden en hun vervoerders, reizigers uitgebreid zijn geïnformeerd over het gebruik van al dan niet verchipte abonnementen.

Kostenneutrale overgang

In het Algemeen Overleg van 27 januari 2011 heb ik met uw Kamer ook gesproken over de kostenneutrale overgang voor de reizigers in Zuid-Holland en Haaglanden. Daarbij heb ik toegezegd uw Kamer de onderbouwing van de Commissie Kist voor het positieve oordeel over de kostenneutraliteit van de invoering van de OV-chipkaart in Zuid-Holland te doen toekomen. In bijlage 2 bij deze voortgangsbrief treft u de gevraagde onderbouwing aan zoals de Commissie Kist deze heeft opgesteld. De Commissie toetst op de kostenneutraliteit op het niveau van het totaal van de in beschouwing genomen reizigers. De Commissie heeft geoordeeld dat door de provincie Zuid-Holland wordt voldaan aan een (per saldo) kostenneutrale overgang.

Planning uitzetten NVB

In onderstaand overzicht is de planning van de decentrale overheden opgenomen.

Streven uitzetten NVB

Decentrale overheden

2e kwartaal 2011

– Provincie Zuid-Holland

– Stadsgewest Haaglanden

– Provincie Friesland

– Stadsregio Arnhem Nijmegen

– Provincie Overijssel

– Provincie Gelderland

– Regio Twente

– Provincie Flevoland (met uitzondering van Almere)

– Provincie Flevoland / Almere

– Provincie Zeeland

– Provincie Noord-Holland

  

3e kwartaal 2011

– Provincie Utrecht

– Bestuur Regio Utrecht

– Provincie Limburg

  

3e/4e kwartaal 2011

– Provincie Noord-Brabant

– Samenwerkingsverband Regio Eindhoven

  

4e kwartaal 2011

– Provincie Groningen

– Provincie Drenthe

Voor het uitzetten van het NVB bij de bovenstaande decentrale overheden wordt gestreefd naar een voor de reiziger logische clustering van data en gebieden.

3. Beveiliging

Op 27 januari jl. is er met uw Kamer een debat gevoerd over de recente kraakacties. In het daarop volgende Verslag Algemeen Overleg heeft de Kamer de motie van het lid Monasch (PvdA) aangenomen. Naar aanleiding van deze motie heb ik TLS en de vervoerders gevraagd om een rapportage op te stellen, waarin de risico’s van de recente kraakacties van de OV-chipkaart in kaart worden gebracht, alsmede de maatregelen om de fraude te detecteren en te beheersen. Ik heb het rapport van de sector laten toetsen door PwC als onafhankelijke partij. Beide rapporten heb ik uw Kamer aangeboden bij brief van 25 februari 2011 (Kamerstukken II, 23 645, nr. 415) In deze brief heb ik u gemeld dat de conclusie van het rapport is dat de huidige en verwachte fraude goed beheersbaar en controleerbaar is. PwC stelt in haar toets ten aanzien van het onderzoek van de sector dat de mogelijke impact van de recente fraudescenario’s toereikend is ingeschat. Op basis hiervan zie ik geen reden om het uitzetten van het NVB verder op te schorten.

4. Commissie Meijdam

De onafhankelijke Commissie Meijdam is eind 2010 gestart. In mijn brief van 23 november 2010 (Kamerstukken II, 23 645, nr. 392) heb ik uw Kamer geïnformeerd over de opdracht aan de Commissie. De Commissie heeft tot taak om haar bevindingen en aanbevelingen te rapporteren over drie vragen betreffende het OV-chipkaartsysteem. Zij onderzoekt het dubbel opstaptarief, het enkelvoudig in- en uitchecken in de treinrailketen en een permanente structuur voor een krachtige coördinatie en effectieve en efficiënte besluitvorming op die terreinen van de OV-chipkaart, die het niveau van individuele concessies overstijgen.

De Commissie heeft mij laten weten dat ze hiervoor vier onderzoeken heeft uitgezet. De resultaten van deze onderzoeken toetst de Commissie op feiten en haalbaarheid in de klankbordgroep, waarin alle betrokken partijen (overheden, TLS vervoerders en consumentenorganisaties) vertegenwoordigd zijn. Daarnaast voert de Commissie (bilaterale) gesprekken met betrokkenen.

De Commissie heeft mij aangegeven dat zij verwacht voor 1 mei 2011 te kunnen rapporteren over de onderwerpen dubbel opstaptarief en enkelvoudig in- en uitchecken in de treinrailketen. Voor de rapportage over de permanente structuur heeft de Commissie aangegeven meer tijd nodig te hebben om tot een zorgvuldige afronding te kunnen komen. De Commissie streeft ernaar in de zomer over dit onderwerp aan mij te rapporteren.

5. Consumenten en Eindbeeld

Overleg

Het belang van de reiziger staat centraal. Met vertegenwoordigers van de consumentenorganisaties vindt regelmatig overleg plaats over de invoering van de OV-chipkaart. In de eerste plaats is dat het overleg van de concessieverleners met de consumentenorganisaties op regionaal niveau, zoals in de Wet personenvervoer 2000 is voorgeschreven. De ROCOV’s voeren overleg met en geven advies aan OV-autoriteiten en vervoerders. Voor het hoofdrailnet gebeurt dat in het LOCOV. De landelijke aspecten van de invoering van de OV-chipkaart worden in het LCO besproken. Behalve de verschillende consumentenorganisaties nemen aan het LCO ook vertegenwoordigers deel van vervoerders, TLS, IPO, SkVV en mijn ministerie. Eén van die onderwerpen die op landelijk niveau wordt besproken is het eindbeeld.

Eindbeeld

In de voorgaande voortgangsbrieven is uw Kamer geïnformeerd over het eindbeeld en de studies die in dat kader plaatsvinden. Deze studies zijn inmiddels allemaal inhoudelijk afgerond. Wel moet een drietal studies nog besproken worden in de regiegroep. Het gaat om:

  • Eén loket voor vragen en problemen («First time fix»);

  • Bruikbaarheid en uniformiteit van OV-chipkaartapparatuur;

  • Toekomstig landschap voor reizigers met een functiebeperking

Zoals in de derde Voortgangsbrief (Kamerstukken II, 2010–2011, 23 645, nr. 380) is aangegeven, is eind september 2010 gestart met de implementatie van de projecten uit de toen gereed zijnde studies.

Voorts heb ik het initiatief genomen om een inventarisatie uit te laten voeren naar de stand van zaken van de realisatie van het eindbeeld. Binnenkort verwacht ik de resultaten hiervan. Vanuit mijn regierol zal ik toezien op de voortgang. In de regiegroep zullen ook afspraken worden gemaakt over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de resultaten van de eindbeeldstudies: welke projecten worden geïmplementeerd, welke daarvan op de korte termijn, en welke daarvan op de meer langere termijn? Hierdoor moet zicht ontstaan op de realisatie van het eindbeeld voor de OV-chipkaart.

Tijdelijke regeling voor blinden en slechtzienden

Decentrale overheden en vervoerders hebben op landelijk niveau afspraken gemaakt over een tijdelijke landelijke regeling voor de zelfstandig reizende blinden en slechtzienden. Deze tijdelijke regeling houdt in dat visueel gehandicapten voor tien euro per maand kunnen reizen in het stad- en streekvervoer in Nederland. Op dit moment wordt het reeds bestaande Vizirisproduct dat geldig is en verkocht wordt in de Stadsregio’s Rotterdam en Amsterdam, nu door alle vervoerders in het stad- en streekvervoer geaccepteerd. Vervoerders spannen zich maximaal in om de distributie van het Vizirisproduct begin april 2011 ook elders in het land ingericht te hebben.

In mijn brief van 23 november 2010 heb ik Uw Kamer bericht dat na de pilot met het Vizirisproduct bezien zal worden of een dergelijk product ook uitgebreid kan worden naar andere groepen. De resultaten van de pilot zullen worden besproken in het LCO.

6. Tarieven

De afspraken over de tarieven worden door de decentrale overheden vastgelegd in een Landelijk Tarievenkader (LTK). Het eerste deel van dit kader is in 2010 in werking getreden. Hierin zijn landelijke afspraken gemaakt over de regionale tarieven bij het reizen op saldo met de OV-chipkaart.

Over de landelijke abonnementen worden de gemaakte afspraken momenteel in detail uitgewerkt en opgenomen in het LTK. Naar verwachting zal in de loop van 2011 de nieuwe tekst worden vastgesteld. Het gaat om afspraken over de landelijke abonnementen (zoals de OV-jaarkaart, de OV-studentenkaart en een landelijk netabonnement voor het regionale OV) en een 20% kortingsproduct en een 40% kortingsproduct voor scholieren ter vervanging van abonnementen. Daarnaast is een tijdelijke voorziening voor het reizen van blinden en slechtzienden, het vizirisproduct, opgenomen. De vervoerders hebben aangegeven dat de kortingsproducten in de loop van 2011 beschikbaar komen. De OV-jaarkaart, de OV-studentenkaart en het landelijk netabonnement zijn al verchipt.

7. Distributie

De distributie in de regio's is één van de criteria waarop wordt getoetst bij het uitzetten van het NVB. Bij het toetsen van het criterium «distributie» wordt het standpunt van de regionale consumentenorganisaties in de beoordeling meegewogen.

Alle automaten op de NS-stations zijn al lange tijd geschikt voor de OV-chipkaart. Bij deze automaten en ook de balies kan saldo worden geladen op de OV-chipkaart. Bij automaten «met een buikje» kunnen ook anonieme OV-chipkaarten worden gekocht.

8. Privacy

Zoals ik u in mijn antwoord op Kamervragen van 7 februari 2011 (Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2010–2011, nr. 1354) heb laten weten heeft het College Bescherming Persoonsgegevens (Cbp) mij via een ambtsbericht laten weten dat zij naar aanleiding van klachten van studenten en vermoedens van overtreding van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) als onafhankelijk toezichthouder onderzoek heeft gedaan. Hieruit heeft het Cbp geconcludeerd dat de drie grote vervoerbedrijven en de kaartuitgever van de OV-chipkaart tot personen herleidbare reisgegevens langer bewaren dan noodzakelijk voor het doel en/of de studenten door NS voldoende zijn geïnformeerd over het in- en uitchecken met hun OV-chipkaart. Er is op basis van de uitkomsten van dit onderzoek een procedure van handhaving gestart door het Cbp in het kader waarvan partijen gehoord zullen worden. Ik wacht de uitkomst daarvan af, maar zal dit uiteraard nauwlettend volgen.

9. Communicatie

De regionale communicatie rond de OV-chipkaart naar reizigers wordt landelijk ondersteund door middel van de «roze-lijn»-campagne. Het accent ligt daarbij op het uitzetten van het NVB in de regio’s. In de afgelopen periode is de campagne uitzetten strippenkaart Zuid-Holland en Haaglanden voorbereid. De campagne kon tijdig na het besluit van de minister om de strippenkaart vooralsnog niet af te schaffen, worden teruggetrokken. Momenteel worden voorbereidingen getroffen voor volgende uitzetcampagnes zoals in Oost-Nederland. De «roze lijn» -campagne wordt volop toegepast door regionale partners, hetgeen bijdraagt aan de zichtbaarheid en eenduidigheid naar de reiziger.

De minister van Infrastructuur en Milieu,

M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.