Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1997-1998 | 23490 nr. 99;126d |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1997-1998 | 23490 nr. 99;126d |
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 14 mei 1998
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 15 mei 1998. De wens dat de ontwerp-besluiten uitdrukkelijke instemming behoeven kan door of namens één van beide Kamers te kennen worden gegeven uiterlijk op 30 mei 1998.
Gelet op artikel 3 van de Rijkswet houdende goedkeuring van het Verdrag betreffende de Europese Unie (Stb. 1992, 692) bieden wij u bijgaand de geannoteerde agenda en de thans beschikbare documenten aan voor de bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken op 28 en 29 mei 1998.1
Voor zover de documenten, zoals ze aan de Raad zullen voorliggen, nog niet beschikbaar zijn, ontvangt u – indien beschikbaar – de meest recente tekst. Indien nieuwe documenten beschikbaar komen, zullen wij u die zo spoedig mogelijk doen toekomen.
De documenten behorend bij de agendapunten 2 l-n worden u ter vertrouwelijke kennisneming toegezonden.2
Geannoteerde agenda voor de zitting van de Raad (Justitie en Binnenlandse Zaken) van 28 en 29 mei 1998
1. Goedkeuring van de voorlopige agenda
2. Goedkeuring van de lijst van A-punten
Er is nog geen lijst van A-punten beschikbaar. Het Voorzitterschap heeft echter aangegeven dat de volgende onderwerpen waarschijnlijk op de lijst van A-punten zullen figureren. De regering is voornemens in te stemmen met deze voorstellen.
2a. Verslag over activiteiten in verband met drugs
document: 7930/98 CORDROGUE 26 SAN 80 PESC 118 ENFOPOL 70 (En)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: verslag aan de Raad
De nota behelst een verslag van het Britse Voorzitterschap aan de Europese Raad in Cardiff over de belangrijkste drug gerelateerde activiteiten tijdens het afgelopen semester. In de nota wordt o.a. aandacht geschonken aan het formuleren van kernelementen die als basis kunnen dienen voor een EU-drugsstrategie voor de jaren 2000–2004, de voorbereiding van de speciale sessie over drugs van de Verenigde Naties in New York van 8–10 juni a.s., en de implementatie van regionale initiatieven in Latijns Amerika / Caribische gebied en Centraal Azië.
2b. Jaarlijkse evaluatie van de dreiging die uitgaat van het terrorisme
document: geen (geheim)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: verslag aan de Raad
Het periodieke dreigingsdocument bevat een opsomming van de terroristische activiteiten die zich in de lidstaten van de EU hebben voorgedaan en de groeperingen die daarvoor verantwoordelijk worden geacht. De evaluatie betreft een analyse van de tegen de lidstaten gerichte terroristische dreiging; verder worden trends gesignaleerd in het dreigingsbeeld. De samenvatting en analyse van het dreigingsdocument zal, zoals gebruikelijk, aan de vaste kamercommissie voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten worden gezonden.
2c. Verslag betreffende de financiering van het terrorisme
document: 6141/ 2/98 ENFOPOL 29 REV 2 (En)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: verslag aan de Raad
Een belangrijke (maar immer moeilijk uitvoerbare) methode van terrorismebestrijding is het aanpakken van financiële bronnen van terroristische groeperingen. In dit verband is een actiepuntenlijst opgemaakt, waarvan de Raad verzocht wordt kennis te nemen. Inmiddels is in ieder geval één operationeel gemeenschappelijk initiatief gestart door het huidig voorzitterschap (zie punt 8 van de actiepuntenlijst), waaraan een aantal lidstaten, waaronder Nederland, deelneemt.
2d. Verslag over de implementatie van de resolutie van de Raad van 9 juni 1997 inzake de uitwisseling van DNA-analyseresultaten
document: 7471/98 ENFOPOL 47 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: verslag aan de Raad
Overeenkomstig het gestelde in de resolutie van de Raad inzake de uitwisseling van DNA-analyseresultaten (PbEG C 193 van 24-06-'97) zou het voorzitterschap binnen een jaar concrete adviezen moeten voorleggen ter uitwerking van de resolutie. N.a.v. een inventarisatie is gebleken dat de meeste lidstaten een nationale DNA-databank hebben of er een aan het opzetten zijn. Binnen het Europees netwerk van gerechtelijke laboratoria (ENFSI) wordt gewerkt aan afspraken over gemeenschappelijke DNA-merkers en -standaarden. Naar verwachting zal er eind 1999 een eindadvies van ENFSI in het kader van de Raad besproken worden, zodat uiteindelijk de Raad een besluit kan nemen over het vergemakkelijken van de uitwisseling van DNA-analyseresultaten tussen de lidstaten. Voorgesteld wordt over een jaar opnieuw verslag uit te brengen aan de Raad.
2e. Verslag over de implementatie van de resolutie van 9 juni 1997 over voorkoming en beteugeling van voetbalvandalisme door ervaringsuitwisseling, stadionverboden en mediabeleid
document: 7813/98 ENFOPOL 60 (NL) 6977/98 ENFOPOL 39 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: verslag aan de Raad
De Raad wordt een jaarlijkse situatieschets ter informatie voorgelegd overeenkomstig de resolutie van de Raad over voorkoming en beteugeling van voetbalvandalisme (Pb EG C 193 van 24-06-'97). In de situatieschets worden statistische gegevens gepresenteerd en een overzicht gegeven van de huidige situatie rond voetbalvandalisme. Tezamen met de situatieschets wordt de Raad het verslag van een in Blackburn gehouden seminar over voetbalvandalisme aangeboden. In lijn met de resolutie worden in dit verslag concrete vervolgacties voorgesteld, met name op het terrein van de ticketproblematiek (beleid en beheer) en stadionverboden. De ticketproblematiek zal nader in kaart worden gebracht op basis waarvan voorstellen zullen worden ontwikkeld. Vijf lidstaten, waaronder Nederland, zullen de problematiek van de stadionverboden in internationaal verband nader bestuderen, met name de toepassing van nationale stadionverboden op internationaal niveau, hetgeen van grote betekenis kan zijn voor de EK2000.
2f. Ontwerpconclusies van de Raad inzake encryptie en rechtshandhaving
document: 8116/98 ENFOPOL 69 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: conclusies van de Raad
In het verlengde van de Mededeling van de Commissie «Zorgen voor veiligheid van en vertrouwen in elektronische communicatie: naar een Europees kader voor digitale handtekeningen en encryptie» vond er een discussie over encryptie plaats tijdens de informele bijeenkomst van JBZ-ministers in januari 1998 (zie ook TK 1997–1998, 23 490, nr. 89). In de ontwerpconclusies wordt aangegeven wat vanuit de rechtshandhavingsdiensten als wenselijk wordt ervaren. Feitelijk wordt aangegeven dat het wenselijk is te komen tot een resolutie betreffende encryptie en rechtshandhaving ter complementering van het werk in de andere fora van de Raad.
2g. Voortgangsverslag over de samenwerking op het terrein van de openbare orde en veiligheid
document:7857/98 ENFOPOL 64 (NL) 7652/1/98 ENFOPOL 56 REV 1
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: verslag aan de Raad
De Raad wordt een voortgangsverslag aangeboden over de implementatie van het gemeenschappelijk optreden met betrekking tot de openbare orde en veiligheid (gepubliceerd in Pb EG L 147 van 5-6-'97). Geconcludeerd wordt dat de bestaande voorzieningen voor samenwerking bij politieoptreden op het terrein van de openbare orde niet bevredigend zijn en er wordt een aantal aanbevelingen gedaan om die voorzieningen te verbeteren. Bijzondere aandacht daarbij krijgt het punt van tijdige informatie-uitwisseling.
2h. Implementatie van de resolutie van de Raad betreffende personen die met justitie samenwerken bij de bestrijding van de internationale georganiseerde criminaliteit
document: nog niet beschikbaar
verbindendheid: n.v.t.
aard van het besluit: n.v.t.
In de resolutie betreffende personen die met justitie samenwerken bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit (Pb EG C 10 van 11-1-'97) wordt geregeld dat de Raad de tenuitvoerlegging van deze resolutie controleert aan de hand van een verslag dat hem wordt toegezonden. Het verslag is thans nog niet voorhanden.
2i. Ontwerp van een gemeenschappelijk optreden door de Raad aangenomen op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake de strafbaarstelling van deelneming aan een criminele organisatie in de lidstaten van de Europese Unie
document: 6823/98 CRIMORG 40 (reeds in uw bezit) (NL)
verbindendheid: verbindend
aard van het besluit: gemeenschappelijk optreden in de zin van artikel K.3, tweede lid, onder b, van het Unieverdrag
De JBZ-Raad van 19 maart 1998 bereikte een politiek akkoord over dit gemeenschappelijk optreden (zie TK 1997–1998, 23 490, nr. 98). Er resteerden evenwel enkele parlementaire voorbehouden. Het gemeenschappelijk optreden wordt nog door juristen/vertalers bijgewerkt. Materieel zal er geen andere versie voorliggen dan de u reeds met het verslag van de JBZ-Raad van maart toegestuurde versie.
2j. Verslag aan de Europese Raad in Cardiff betreffende elementen van het actieplan inzake de georganiseerde criminaliteit
document: 7303/ 2/98 CRIMORG 45 REV 2 (En)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: verslag aan de Raad
De Europese Raad van Amsterdam aanvaardde een actieplan ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit (Pb EG C 251 van 15-8-'97) en verzocht om in juni 1998 verslag aan hem uit te brengen over de vorderingen die zijn gemaakt bij de uitvoering van de in het actieplan voorgestelde maatregelen.
Het verslag beslaat de periode onder het Luxemburgse voorzitterschap en het voorzitterschap van het Verenigd Koninkrijk en geeft per hoofdstuk – uit het derde deel van het actieplan – de stand van zaken weer. Het document geeft aan dat op enkele plaatsen de voortgang tot aan de Europese Raad in Cardiff in juni 1998 zal worden verwerkt.
Geconstateerd kan worden dat de implementatie van het actieplan onder beide voorzitterschappen hoge prioriteit heeft gekregen en dat in het algemeen de genoemde streefdata zijn gehaald. Veel van de genoemde voortgangspunten zijn als aparte besluiten van de JBZ-Raad geagendeerd.
2k. Verslag over het gemeenschappelijk optreden ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat
document: 7808/ 1/98 JUSTPEN 44 REV 1 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: verslag aan de Raad
Op 15 juli 1996 heeft de Raad een gemeenschappelijk optreden aangenomen ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat (PbEG L 185 van 24-7-'96). Ingevolge dit gemeenschappelijk optreden zal de Raad tegen eind juni 1998 beoordelen of de lidstaten hun uit dit gemeenschappelijk optreden voortvloeiende verplichtingen zijn nagekomen. Daartoe heeft het voorzitterschap een vragenlijst onder de lidstaten doen circuleren over de uitvoering van dit optreden. Op basis van de antwoorden heeft het voorzitterschap een rapport opgesteld. In het rapport wordt onder meer geconcludeerd dat de lidstaten in verregaande mate hun verplichtingen zijn nagekomen. Hoewel er vooruitgang is geboekt, wordt voorgesteld om aanvullende maatregelen te treffen, bij voorbeeld op het terrein van de landelijke contactpunten, teneinde de effectiviteit van het gemeenschappelijk optreden verder te ontwikkelen. Daarom wordt voorgesteld om de uitvoering van het gemeenschappelijk optreden eind juni 2000 aan een verdere beoordeling te onderwerpen. Ten slotte wordt voorgesteld om het rapport toe te zenden aan het Europees Parlement, de Raad van Europa en het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat.
2l. Samenstelling van de apparatuur voor de herkenning van falsificaten in doorlaatposten in de EU
document: 6939/98 ASIM 79 (ter vertrouwelijke kennisneming)
verbindendheid: onverbindend
aard van besluit: aanbeveling van de Raad
In dit document zijn aanbevelingen opgenomen over de kwaliteit en beschikbaarheid van apparatuur waarmee aan de doorlaatposten (valse) documenten worden onderzocht. De eisen die aan de apparatuur worden gesteld zijn afhankelijk van een aantal factoren: omvang van het personenverkeer; huidige omvang van misbruik; beschikbaarheid van referentiemateriaal; aanwezigheid van controle-ambtenaren en opleidingsniveau.
2m. Standaardformulier voor de controle van valse documenten
document: 7871/98 ASIM 113 (ter vertrouwelijke kennisneming)
verbindendheid: onverbindend
aard van besluit: aanbeveling van de Raad
In dit document is een aanbeveling opgenomen over het gebruik van een standaardformulier voor de controle van (valse) documenten. Dit formulier kan als een soort checklist worden gebruikt door grenscontrole-ambtenaren van de lidstaten en dient ertoe om in alle lidstaten een constant vaardigheidsniveau ten aanzien van de detectie van falsificaten te bereiken. Het formulier is voor intern gebruik binnen de lidstaten en dient niet voor informatie-uitwisseling tussen de lidstaten. Het document dat bij de Raad zal voorliggen zal in de vorm van een aanbeveling gesteld zijn.
2n. Toegang tot de bestanden van de lidstaten betreffende de afgifte van reisdocumenten
document: 7872/98 ASIM 114 (ter vertrouwelijke kennisneming)
verbindendheid: onverbindend
aard van besluit: aanbeveling van de Raad
In dit document is aanbevolen dat de lidstaten één centraal contactpunt aanwijzen dat op verzoek van andere lidstaten informatie kan geven over afgegeven paspoorten, identiteitskaarten en reisdocumenten.
Ten behoeve van de informatie-uitwisseling is een standaard inlichtingenformulier ontwikkeld. Door het aanwijzen van één contactpunt per lidstaat kan de tijd die nodig is voor een onderzoek worden verkort en wordt een uniforme aanpak verzekerd. Het document dat bij de Raad zal voorliggen zal in de vorm van een aanbeveling gesteld zijn.
2o. Verslag over de implementatie van het gemeenschappelijk optreden van 29 november 1996 inzake de samenwerking tussen de douane-autoriteiten en handelsondernemingen bij de bestrijding van drugshandel
document: 7529/ 1/98 ENFOCUSTOM 24 REV 1 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: verslag aan de Raad
Het gemeenschappelijk optreden van 29 november 1996 (PbEG L 322 van 12-12-'96) verplicht de lidstaten tot het opstellen van convenantenprogramma's tussen douane en bedrijfsleven. Aan het einde van 1997 hadden alle lidstaten een programma in enigerlei vorm maar hebben vijf lidstaten nog geen convenanten afgesloten. Het verslag meldt een aantal positieve resultaten (grotere drugsvangsten, betere informatie en inzet middelen, betere betrekkingen douane/bedrijfsleven) en concludeert dat de reikwijdte moet worden verbreed tot fraude in het algemeen. Belangrijkste aanbevelingen zijn dat het gemeenschappelijk optreden beter moet worden uitgevoerd, eventueel door kwantitatieve en kwalitatieve doeleinden vast te stellen, en over een jaar weer een verslag op te stellen.
2p. Toelichtend verslag met betrekking tot de overeenkomst inzake wederzijdse bijstand en samenwerking tussen de douane-administraties (Napels II)
document: 5932/ 2/98 ENFOCUSTOM 9 REV 2 + ADD 1+ COR 1 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van besluit: toelichtend verslag bij een overeenkomst
Onder het Britse voorzitterschap is een toelichtend rapport bij Napels II opgesteld met drie delen, te weten een algemene inleiding, een commentaar op de artikelen en een annex met een correspondentietabel tussen Napels II, Napels en Vo. (EG) 515/97 inzake de wederzijdse bijstand en samenwerking op douanegebied.
De inleiding bestaat uit zes delen:
– de historische achtergrond van douanesamenwerking (o.a. rol JBZ-Raad);
– steun op hoog niveau voor de overeenkomst (o.a. actieplan ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, ER Amsterdam, EP-transitenquête);
– de bestaande rechtsbases voor douanesamenwerking (Vo. (EG) 515/97, DIS-overeenkomst, Napels);
– de inwerkingtreding (Napels komt te vervallen);
– de relatie met andere bepalingen voor samenwerking in strafzaken (rechtshulp, Schengen);
– korte weergave van de bepalingen van de overeenkomst (met vergelijking met Napels).
2q. Ontwerp-reglement van orde van het beheerscomité dat is opgericht bij artikel 16 van de overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied (DIS overeenkomst)
document: 5913/ 2/98 ENFOCUSTOM 8 REV 2 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van besluit: reglement van orde
Op basis van artikel 16 van het DIS-overeenkomst moet voor het Beheerscomité een reglement van orde worden opgesteld. Het voorlig- gend ontwerp telt 14 artikelen en is geïnspireerd door de regeling van Europol. Omdat de Commissie verantwoordelijk is voor het beheer van DIS-derde pijler is in het reglement van orde de betrokkenheid van de Commissie bij het comité vastgesteld (de Commissie heeft echter geen stemrecht). Belangrijkste materiële bepaling is dat het comité toezicht houdt op de bevragingen van het systeem (artikel 6).
2r. Verslag aan de Raad over de implementatie van de Resolutie van de Raad van 29 november 1996 betreffende het opstellen van overeenkomsten tussen politie en douane inzake drugsbestrijding
document: 7403/98 ENFOCUSTOM 22 ENFOPOL 46 CRIMORG 51 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: verslag aan de Raad
Door middel van een verslag wordt de Raad op de hoogte gebracht van de maatregelen die de lidstaten als reactie op de resolutie uit 1996 (Pb EG C 37 van 12-12-'96) hebben genomen. Na een korte evaluatie van de overeenkomsten die tot stand zijn gekomen voor de aanneming van de resolutie volgt een overzicht van de nieuwe overeenkomsten die na de aanneming van de resolutie zijn gesloten. Geconcludeerd wordt dat de resolutie vele lidstaten ertoe aangezet heeft de bestaande overeenkomsten te evalueren teneinde na te gaan of ze toereikend zijn om aan de resolutie te voldoen. Vervolgens worden aanbevelingen gedaan voor verdere maatregelen, o.a. bij de samenwerking op technisch en procedureel gebied (risicoanalysetechnieken).
2s. Ontwerp-overeenkomst betreffende de bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken (Brussel II)
document: 6005/ 4/98 JUSTCIV 9 REV 4 (NL) 6006/98 JUSTCIV 10 + COR 4 (NL)
verbindendheid: n.v.t.; het betreft een overeenkomst in de zin van artikel 3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unieverdrag
aard van besluit: overeenkomst in de zin van artikel K.3, tweede lid, onder c, Unieverdrag
Tijdens de JBZ-Raad van 4–5 december 1997 werd een politiek akkoord bereikt over de belangrijkste resterende knelpunten (zie TK 1997–1998, 23 490, nr. 86). Sindsdien zijn de onderhandelingen voortgezet over de resterende vraagstukken van meer technische aard en heeft het Europees Parlement een advies over de overeenkomst uitgebracht. Over de teksten van overeenkomst en protocol is thans overeenstemming bereikt. Tijdens de JBZ-Raad zal dan ook tot ondertekening worden overgegaan.
2t. Voortgangsverslag betreffende een Europees curriculum op het gebied van politieopleiding in de landen van Midden- en Oost-Europa
document: 7812/98 ENFOPOL 59 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van besluit: verslag aan de Raad
In bijgaand document wordt ter informatie verslag gedaan van de voortgang bij het ontwikkelen van onderwijsmodules ten behoeve van het politieonderwijs aan de landen in Midden- en Oost-Europa (LMOE) Op advies van de associatie van Europese politiescholen (AEPC) is een lijst opgesteld van onderwijsmodules die ontwikkeld moeten worden voor de landen die gaan toetreden tot de Europese Unie (zie doc. 8243/97 ENFOPOL 118, bijgevoegd bij agendapunt 11). Deze zijn gericht op implementatie van het JBZ-acquis in de LMOE. Inmiddels zijn de modules in ontwerp gereed en gepresenteerd aan de LMOE. Voor de taakverdeling bij het aanbod van de diverse modules is een taakverdeling en samenwerking ontworpen tussen de verschillende politie-opleidingsinstituten van de lidstaten van de EU. De Commissie zal deze modules financieren uit het Phare-programma. Naar verwachting kan het daadwerkelijk onderwijs in deze modules gaan starten aan het eind van 1998.
3. Georganiseerde criminaliteit (openbaar debat)
Onder dit agendapunt wordt een openbaar debat gevoerd over de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit. Van Nederlandse zijde zal tevredenheid worden geuit over de hoge prioriteit die de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit heeft gekregen onder het huidige en vorige voorzitterschap en over de voortgang die tot op heden is geboekt. Ook de manier waarop de kandidaat-lidstaten hierbij worden betrokken verdient speciale vermelding, waarbij het pretoetredingspact inzake georganiseerde criminaliteit voorziet in de benodigde politieke verbintenis. Ook is Nederland verheugd over de mate waarin PHARE-middelen worden ingezet voor projecten ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit.
Daarnaast zal Nederland aandacht vragen voor de situatie die ontstaat na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam. De Raad zal dan maatregelen nemen om de taken van Europol uit breiden. Dit vereist volgens Nederland serieuze aandacht voor de vraag in hoeverre een Europese magistraat noodzakelijk is die toezicht houdt op de activiteiten van Europol.
4. Ontwerp-overeenkomst over de tenuitvoerlegging van besluiten tot ontzegging van de rijbevoegdheid
document: 8111/98 JUSTPEN 51 (NL)
verbindendheid: n.v.t.; het betreft een overeenkomst in de zin van artikel 3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unieverdrag
aard van besluit: overeenkomst in de zin van artikel K.3, tweede lid, onder c, Unieverdrag
Tijdens de JBZ-Raad van maart jl. werd een algemeen politiek akkoord bereikt over de ontwerp-overeenkomst (TK 1997–1998, 23 490, nr. 98). Het voorzitterschap koerst af op ondertekening van de overeenkomst tijdens de JBZ-Raad. Er resteren evenwel nog enkele voorbehouden van lidstaten waarover wordt getracht in het Coreper overeenstemming te bereiken. Een van de kwesties die nog in bespreking is betreft een Nederlands voorstel voor een bevoegdheid van het Hof van Justitie conform het Verdrag van Amsterdam.
5. Ontwerp van een gemeenschappelijk optreden inzake goede praktijken bij wederzijdse rechtshulp in strafzaken
document: 8345/98 CRIMORG 74 (En)
verbindendheid: verbindend
aard van het besluit: gemeenschappelijk optreden in de zin van artikel K.3, tweede lid, onder b, van het Unieverdrag
Dit gemeenschappelijk optreden heeft als doel het verbeteren van de praktische internationale rechtshulp op het terrein van de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit tussen de lidstaten van de EU. Dit dient te geschieden doordat de lidstaten bij het Secretariaat-Generaal van de Raad een verklaring deponeren waarin is opgenomen de «goede praktijken» bij de uitvoering van rechtshulpverzoeken. Deze «goede praktijken» dienen inzicht te verschaffen in de mate waarin nationaal is gegarandeerd dat buitenlandse verzoeken tijdig en volledig worden uitgevoerd.
Het gemeenschappelijk optreden bevat in art. 1, derde lid, de elementen waaraan aandacht dient te worden besteed in de af te leggen verklaring. Voorts is in art. 2 bepaald dat elke lidstaat om de drie jaar de verklaring en de uitwerking ervan dient te evalueren en hierover dient te rapporteren. Tenslotte is in art. 3 bepaald dat de verklaringen van de lidstaten en de evaluatierapporten zullen worden voorgelegd aan het justitieel netwerk (zie volgend agendapunt).
De regering kan instemmen met het gemeenschappelijk optreden. Enkele lidstaten hebben nog voorbehouden, waarover nog in Coreper overleg gaande is.
6. Voorstel voor een gemeenschappelijk optreden houdende de oprichting van een Europees justitieel netwerk
document: 9804/ 5/98 CRIMORG 1 REV 5 (reeds in uw bezit) (NL)
verbindendheid: verbindend
aard van besluit: gemeenschappelijk optreden in de zin van artikel K.3, tweede lid, onder b, van het Unieverdrag
Over dit gemeenschappelijk optreden kon tijdens de JBZ-Raad van maart jl. geen overeenstemming worden bereikt, vanwege de positie van Gibraltar. Sindsdien tracht het voorzitterschap op bilaterale basis tot overeenstemming te komen met Spanje. Een nieuw voorstel is echter nog niet voorhanden.
7a. Stand van zaken over de bekrachtiging van de Europol-Overeenkomst
document: 7869/ 1/98 EUROPOL 52 REV 1 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: verslag aan de Raad
Het geagendeerde document geeft de stand van zaken met betrekking tot de ratificatie van de Europol-Overeenkomst en het Protocol voorrechten en immuniteiten, alsmede ten aanzien van de andere voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van de start van Europol. Wat betreft de ratificatie van de Europol-Overeenkomst is de situatie dat alleen België de grondwettelijke procedures nog niet heeft voltooid.
7b. Ontwerp-begroting voor 1999
document: 7475/ 1/98 EUROPOL 46 REV 1 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van besluit: nota aan de Raad
Het voorzitterschap heeft aan de JBZ-Raad geen uitgewerkte begroting gepresenteerd maar volstaan met een notitie waarin het in het Comité K.4 bereikte akkoord op hoofdpunten zowel met betrekking tot de Europol-begroting als ten aanzien van de aparte begroting voor de ontwikkeling van het Europol-computersysteem (TECS) is verwoord.
Nederland kan ermee akkoord gaan dat aan de Europol Drugseenheid wordt gevraagd op basis van het in het Comité K.4 bereikte compromis een ontwerp-begroting in te dienen maar kan – ook over de hoofdpunten – pas een positieve beslissing nemen wanneer de uitgewerkte begrotingen zijn gepresenteerd en het Nederlandse parlement daarmee heeft ingestemd.
7c. Voorstel om Europol met ingang van 1 januari 1999 op het gebied van het terrorisme operationeel te laten worden
document: 7749/ 1/98 CK4 19 REV 1 (En)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: nota aan de Raad
Dit onderwerp is besproken tijdens de JBZ-Raad van maart jl. (zie voor annotatie en verslag: Staten-Generaal 1997–1998, 23 490, nrs. 126b en 90 en TK 1997–1998, 23 490, nr. 98). Thans wordt de Raad voorgesteld in te stemmen met de volgende aanpak. In beginsel wordt toegewerkt naar een taakuitbreiding van Europol vanaf 1 januari 1999. Daartoe wordt een voorbereidende fase gestart op 1 juni 1998 waarbij een projectteam wordt gevormd en een projectplan opgesteld. Zodra de Europol-Overeenkomst in werking is getreden zal de Raad formeel het besluit bevestigen. De voorbereidende fase wordt zodanig afgerond dat er een geleidelijke implementatie plaatsvindt rekening houdend met de vastgestelde en nog vast te stellen prioriteiten van Europol.
De regering kan dit voorstel steunen mits de nodige personele en financiële voorzieningen worden getroffen en de taakuitbreiding niet ten koste gaat van de uitvoering van de andere taken van Europol.
7d. Reglement van Orde van het Gemeenschappelijk controle-orgaan
document: 6517/ 2/98 EUROPOL 36 REV 2 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van besluit: reglement van orde
Artikel 24 lid 7 van de Europol Overeenkomst schrijft voor dat het Gemeenschappelijk Controle-orgaan zijn reglement van orde vaststelt. Dit reglement moet door de JBZ-Raad worden goedgekeurd.
De werkgroep politie van de Europese Dataprotection Commissioners heeft op verzoek van het toenmalige Nederlandse voorzitterschap een ontwerp-reglement van orde voor het gemeenschappelijk controle-orgaan opgesteld. Dit ontwerp is enige malen in de Ad hoc Werkgroep Europol besproken.
In bijgaand document wordt de stand van zaken beschreven. Daaruit blijkt dat er onder meer nog geen overeenstemming bestaat over de bepalingen met betrekking tot de commissie die in beroep moet oordelen over besluiten betreffende het recht op kennisneming/verificatie.
Voor een aantal delegaties gaat het hierbij met name om de vraag of deze beroepscommissie een administratief dan wel een rechterlijk orgaan is. Een aantal lidstaten karakteriseert de commissie als een administratief orgaan en vindt dat het ontwerp-reglement te veel een rechterlijk college van de beroepscommissie maakt. Duitsland dat daarentegen van mening is dat hier sprake is van een rechterlijk college, vindt het ontwerp niet ver genoeg in die richting gaan .
Naar het oordeel van onder meer Nederland gaat het hier om een orgaan «sui generis», maar staat vast dat het reglement van orde aan de eisen van artikel 6 van het EVRM moet voldoen wil de beroepscommissie, zoals in de Europol-Overeenkomst is voorgeschreven, een definitief oordeel kunnen vellen. Nederland vindt dat het ontwerp, dat nog niet aan de JBZ-Raad wordt voorgelegd, aan de vereisten van artikel 6 EVRM voldoet en heeft met het ontwerp op ambtelijk niveau – op een technisch voorbehoud na – ingestemd.
8. Ontwerp-overeenkomst met betrekking tot de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie
document: 8277/98 JUSTPEN 52 (En) 8465/98 JUSTPEN 56 + zittingsdocument (En)
verbindendheid: n.v.t.; het betreft een overeenkomst in de zin van artikel 3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unieverdrag.
aard van het besluit: overeenkomst in de zin van artikel K.3, tweede lid, onder c, Unieverdrag
Deze Overeenkomst beoogt de rechtshulp geregeld in het Europees Rechtshulpverdrag enerzijds te vereenvoudigen en anderzijds uit te breiden o.a. aangaande horen op afstand, de grensoverschrijdende inzet van bijzondere opsporingsmethoden en het aftappen van satelliettelecommunicatie. Aan de Raad zal worden gevraagd in te stemmen met de overeenkomst. De artikelen 1, 2, 4, 6, 8, 10, 19 en 20 zijn reeds goedgekeurd door de JBZ-Raad in december 1997 en maart 1998. Nederland kan instemmen met de bepalingen die zijn neergelegd in doc. 8277/98 JUSTPEN 52. Een beperkt aantal voorbehouden van andere lidstaten bij deze artikelen wordt nog in Coreper besproken. Daarnaast wordt nog onderhandeld over de artikelen inzake het afluisteren van telecommunicatie.
9. Pre-toetredingspact inzake georganiseerde criminaliteit met de kandidaat-lidstaten van Midden- en Oost-Europa en Cyprus
document: 6826/ 3/98 CRIMORG 41 PECOS 46 REV 3 (En)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: politieke verklaring
In het Actieplan ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit is in actiepunt nummer 3 voorgesteld een pretoetredingspact op te stellen tussen de Raad, de Commissie en de kandidaat-lidstaten. Dit pact omvat 15 beginselen die de gewenste ontwikkeling in de toetredende staten beschrijven op het terrein van de bestrijding van georganiseerde criminaliteit. Het voorstel betreft een politiek document waarmee de ministers van de lidstaten van de EU en de toetredende landen in hun vergadering van 28 mei 1998 zullen instemmen. De voorziene beginselen worden geaccordeerd naast het formele partnerschapsverdrag dat met elk van de toetredende landen wordt gesloten/getekend. De beginselen dekken de gewenste ontwikkelingen binnen de toetredende landen en in de samenwerking tussen de lidstaten en de toetredende landen. De beginselen zijn in belangrijke mate geïnspireerd op het actieplan ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit. Van belang is de regelmatige evaluatie die voorzien is in beginsel 15 om de ontwikkelingen te kunnen volgen.
10. Voorbereidingen op uitbreiding EU (JBZ-aspecten): ontwerp van een gemeenschappelijk optreden inzake collectieve evaluatie
document: 8182/ 1/98 JAI 13 ELARG 54 REV 1 (En)
verbindendheid: verbindend
aard van het besluit: gemeenschappelijk optreden in de zin van artikel K.3, tweede lid, onder b, van het Unieverdrag
Op 19 maart 1998 heeft de Raad overeenstemming bereikt over het verslag van het voorzitterschap inzake de JBZ-aspecten van de uitbreiding van de Europese Unie. Naar aanleiding van dit verslag en de discussie daarover in de Raad heeft het voorzitterschap een voorstel opgesteld voor de instelling van een mechanisme voor collectieve evaluatie ten behoeve van de omzetting van en de daadwerkelijke en effectieve toepassing van het JBZ-acquis door de kandidaat lidstaten. De collectieve evaluatie dient door de lidstaten in nauw overleg met de Commissie te worden uitgevoerd. Om deze evaluaties voor te bereiden en actueel te houden, wordt een groep van experts ingesteld. De Commissie wordt uitgenodigd de resultaten te benutten bij de tussentijdse aanpassing van de prioriteiten en doelstellingen van de partnerschappen voor toetreding. Het voorstel is nog in bespreking bij het Coreper. Een belangrijk punt van discussie betreft de positie die de expertgroep inneemt ten opzichte van de onderdelen van de Raad die zich specifiek met het uitbreidingsproces bezighouden, zoals de Raadswerkgroep uitbreiding en het Coreper die rapporteren aan de Algemene Raad. Nederland is van oordeel dat deze specifieke taaktoedeling zoveel mogelijk dient te worden gerespecteerd.
11. Rechtsstaat (rule of law): conclusies betreffende de follow-up van de conferentie van Noordwijk
document: 7830/98 CK4 20 (En) 8243/97 ENFOPOL 118 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van besluit: conclusies van de Raad
Reeds enige malen heeft de JBZ-Raad, met name op Nederlands initiatief, het belang benadrukt van de toepassing van de beginselen van de rechtsstaat (rule of law) voor de landen die lid wensen te worden van de Europese Unie (informele JBZ-Raad van 6 november 1997 en van 30 januari 1998 en de JBZ-Raad van 5 december 1997). In dat verband is ook steeds gewezen op het praktische nut van de resultaten van de Conferentie van Noordwijk over dit onderwerp onder het Nederlands voorzitterschap van 23 en 24 juni 1997. In de conclusies van Noordwijk worden verschillende operationele criteria gegeven ten aanzien van de belangrijkste aspecten van de rechtsstatelijkheid, zoals de toegang tot en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, een effectief opererend openbaar ministerie en de tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken (zie Staten-Generaal, 1997–1998, 23 490, nrs. 126 en 81). De Raad bevestigt in de ontwerp-conclusies de resultaten van Noordwijk als een belangrijke leidraad voor de kandidaat lidstaten bij de toepassing van genoemde fundamentele beginselen. Deze formele bevestiging is van belang, aangezien de Europese Raad van Kopenhagen als voorwaarde voor toetreding heeft gesteld: het beschikken over stabiele instellingen die de rechtsorde waarborgen. Op basis van de resultaten van Noordwijk kan de vooruitgang van de kandidaat lidstaten in het toetredingsproces beter worden gemeten. Tevens wijst de Raad in de ontwerp-conclusies op het belang van het raamwerk voor opleidingssteun van de EU-landen aan de landen van Midden Europa als praktisch hulpmiddel voor het opereren van de politie in een rechtsstaat (voor de goede orde is het document 8243/97 ENFOPOL 118 bijgevoegd). Tenslotte nodigt de Raad de Commissie uit speciale aandacht te besteden aan de beginselen van de rechtsstaat in het kader van de pretoetredingssteun uit hoofde van PHARE. Nederland kan instemmen met dit voorstel waarover op ambtelijk niveau nagenoeg overeenstemming is bereikt.
document: 7310/ 1/98 ENFOPOL 43 CRIMORG 49 REV 1 (En) 7311/98 ENFOPOL 44 CRIMORG 50 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: verslag aan de Raad
Tijdens een EU-seminar te Noordwijk inzake criminaliteitspreventie is een door deze conferentie ondersteunde principiële aanbeveling gedaan om tussen de lidstaten een netwerk van nationale contactpunten op te zetten. Het doel hiervan is een voorziening te creëren om tegemoet te komen aan de behoefte om informatie en «best practices» op het terrein van criminaliteitspreventie uit te wisselen.
Onderwerpen die in aanmerking komen voor deze informatie-uitwisseling zijn jeugdcriminaliteit en geweld, toezicht (bijvoorbeeld d.m.v. camera's), stadsplanning en buurtbeveiliging. De werkgroep Politiële Samenwerking treedt op als centraal punt voor de uitwisseling van informatie. Met deze structuur wordt ingespeeld op de verruiming die het Verdrag van Amsterdam biedt op het terrein van criminaliteitspreventie. Het aan de Raad voor te leggen verslag waarin e.e.a. wordt samengevat is nog niet beschikbaar. De bijgevoegde documenten zijn de laatst beschikbare over dit onderwerp. In dispuut is de vraag of elke lidstaat één contactpunt dient aan te wijzen, dan wel of dit ook meerdere kunnen zijn. Indien over dit punt overeenstemming wordt bereikt, lijkt dit onderwerp een A-punt te kunnen worden.
13. Uitvoering van het actieplan inzake de toevloed van migranten uit Irak en de aangrenzende regio's
document: 7842/ 1/98 ASIM 111 EUROPOL 50 REV 1 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: verslag aan de Raad
Aan de Raad wordt een voortgangsverslag voorgelegd over de uitvoering van het actieplan betreffende de toevloed van migranten uit Irak en het omliggende gebied dat de Raad (Algemene Zaken) op 26 januari 1998 heeft aangenomen. De regering is tevreden over de geboekte voortgang.
14. Overeenkomst betreffende de oprichting van «Eurodac» voor het vergelijken van vingerafdrukken van asielzoekers
document: 8441/98 ASIM 127 (En)
verbindendheid: n.v.t.; het betreft een overeenkomst in de zin van artikel 3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unieverdrag
aard van het besluit: overeenkomst in de zin van artikel K.3, tweede lid, onder c, Unieverdrag
Dit onderwerp is besproken in de JBZ-Raad van 19 maart 1998 (zie voor annotatie en verslag: Staten-Generaal, 1997 – 1998, 23 490, nrs. 90, 92 en 98). Tijdens deze JBZ-Raad werd weinig vooruitgang geboekt, een compromisvoorstel van het Voorzitterschap voor de kwestie van de uitbreiding van de werkingssfeer van het Verdrag tot illegale immigranten ten spijt. De voorbehouden bij de andere openstaande punten bleven ongewijzigd. Voor wat de bevoegdheid van het Hof aangaande prejudiciële vragen betreft, spraken 3 lidstaten, daaronder begrepen Nederland, zich uit voor een bevoegdheid conform het geregelde in het Verdrag van Amsterdam. Inmiddels is conform de opdracht van de JBZ-Raad een studie verricht naar de juridische en technische haalbaarheid van de uitbreiding van de werkingssfeer van het Eurodac-Verdrag tot illegale immigranten. De uitkomst van deze ontwerp-haalbaarheidsstudie zal aan de JBZ-Raad worden voorgelegd met het oog op de definitieve besluitvorming terzake. Nederland is overigens voorstander van uitbreiding van de Overeenkomst boven de totstandkoming van een afzonderlijk Protocol met dezelfde strekking. Een ander moeilijk punt is de vraag of de Commissie het beheer van Eurodac gaat doen, een vraag die samenhangt met die naar de mogelijke financiering van het Eurodac-systeem. Drie lidstaten hebben een voorbehoud aangetekend bij het beheer van Eurodac door de Commissie.
15. Gegevensbescherming (inleiding bij het document over horizontale kwesties)
document: 8321 /98 JAI 15 (NL)
verbindendheid: onverbindend
aard van het besluit: n.v.t. (nota aan de Raad)
Dit onderwerp is geagendeerd op verzoek van de Italiaanse delegatie, die terzake een nota ter bespreking heeft ingediend. In de nota wordt gewezen op verschillende instrumenten die tot stand zijn gekomen of in onderhandeling zijn op het terrein van de JBZ-samenwerking waarin regelingen vervat zijn over gegevensbescherming (Europol-Overeen- komst, Overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied, Eurodac). Tevens vindt er bij andere in onderhandeling zijnde instrumenten discussie plaats over de wenselijkheid van opname van een bepaling over gegevensbescherming. Gedeeltelijk heeft dit geleid tot verschillende regelingen inzake gegevensbescherming, hetgeen kan leiden tot inconsistente en/of onredelijke behandeling in situaties die nagenoeg identiek zijn. De Italiaanse delegatie verzoekt om een bespreking in de Raad om vervolgens op basis van een nadere analyse maatregelen te treffen. Een dergelijke analyse zou bijvoorbeeld door een ad hoc werkgroep verricht kunnen worden.
De regering deelt in algemene zin de zorgen van de Italiaanse delegatie en is voorstander van een meer uitgewerkte analyse. Deze analyse zou uitgevoerd kunnen worden door de bestaande werkgroep inzake de bescherming van persoonsgegevens (zie art. 29 e.v. Ri.95/46/EG in PbEG L 281 van 23-11-'95).
Er zijn (nog) geen onderwerpen aangemeld die onder dit agendapunt aan de orde zullen komen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-23490-99.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.