Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 23490 nr. 73;266 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 23490 nr. 73;266 |
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 12 mei 1997
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 12 mei 1997. De wens dat de ontwerp-besluiten uitdrukkelijke instemming behoeven kan door of namens één van beide Kamers te kennen worden gegeven uiterlijk op 27 mei 1997.Gelet op artikel 3 van de Goedkeuringswet Verdrag betreffende de Europese Unie bieden wij u hierbij de geannoteerde agenda en de thans beschikbare documenten aan voor de bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken op 26 en 27 mei a.s. Veruit de meeste documenten zijn in de Nederlandse taal beschikbaar.
Toch zijn er enkele documenten waarvan wij u thans slechts de Engelse of Franse versie kunnen voorleggen. Zodra de Nederlandse vertaling beschikbaar komt, zullen wij u deze onmiddellijk toesturen.
Tevens doen wij u hierbij verslag van de bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 28 april jl., waarover wij u reeds bij brief van 10 april jl. hebben bericht.
Voorbereiding JBZ-Raad 26 en 27 mei a.s.
Zoals gebruikelijk is de voorlopige agenda van de JBZ-Raad, alsmede de lijst van A-punten nog niet door Coreper vastgesteld. Desalniettemin biedt de voorlopige agenda van de JBZ-Raad wel duidelijkheid over die agendapunten die in het kader van de instemmingsprocedure aan de orde zijn. Hetzelfde geldt voor de lijst van A-punten.
U ontvangt de bijgevoegde documenten zoals ze – voor wat betreft de inhoud – tijdens de JBZ-Raad zullen voorliggen.1 Indien echter ambtelijk overleg over de B-punten in het kader van Coreper nog niet is afgerond, wordt in de geannoteerde agenda aangegeven wat de nog openstaande discussiepunten inhouden.
Op 28 april jl. heeft de JBZ-Raad het rapport van de Groep op Hoog Niveau voor een Europese aanpak van de georganiseerde misdaad besproken. De Nederlandse versie van het rapport hebben wij u bij brief van 25 april jl. toegezonden. Zoals wij in Uw Kamer reeds hebben aangegeven, was het aan de JBZ-Raad om het rapport te beoordelen teneinde als verantwoordelijke Europese Ministers de Europese Raad te adviseren. Immers, de Groep op Hoog Niveau rapporteert direct aan de Europese Raad.
Tijdens deze ingelaste vergadering van de JBZ-Raad heeft het rapport van de Groep op Hoog Niveau unaniem de ondersteuning van de JBZ-Raad gekregen. Er was niet alleen lof voor de Groep op Hoog Niveau, de JBZ-Raad heeft ook nadrukkelijk uitgesproken dat de implementatie van de aanbevelingen – na aanvaarding van het rapport door de Europese Raad – voor de JBZ-Raad een leidraad zal vormen voor de werkzaamheden gedurende de komende jaren.
Verschillende delegaties hebben hun interventies benut om aan te geven dat men ook nationaal reeds maatregelen neemt die een verbeterde aanpak van de georganiseerde criminaliteit in Europees kader zal vergemakkelijken. Ook is het belang benadrukt van de ontwikkeling van goede werkrelaties met derde landen, met name met de landen van Midden- en Oost-Europa enerzijds en de Verenigde Staten en Canada anderzijds.
De conclusies van de bijeenkomst van de JBZ-Raad van 28 april jl. treft u bijgevoegd aan.
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
De Minister van Binnenlandse Zaken,
H. F. Dijkstal
De Staatssecretaris van Justitie,
E. M. A. Schmitz
GEANNOTEERDE AGENDA VOOR DE RAAD VAN JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN VAN 26/27 MEI 1997
1. Goedkeuring van de voorlopige agenda
2. Goedkeuring van de lijst van A-punten
Zoals reeds in de brief is aangegeven is de lijst van A-punten nog niet door Coreper vastgesteld. Desalniettemin heeft Coreper zich al over enkele ontwerp-besluiten van de Raad gebogen met het oog op het opnemen op de lijst met A-punten. Derhalve kan onder dit agendapunt worden ingegaan op de volgende ontwerp-besluiten onder voorbehoud van de definitieve vaststelling van de lijst van A-punten.
2a. Ontwerp-conclusies van de Raad inzake de praktische implementatie van de Overeenkomst van Dublin
| document: | doc. 6457/1/97 ASIM 42 REV 1 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | ontwerp-conclusies van de Raad inzake de praktische implementatie van de Overeenkomst van Dublin |
Op 15 juni 1990 is in Dublin de Overeenkomst ondertekend tot vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor het in behandeling nemen van een in een Lid-Staat van de Gemeenschap ingediend asielverzoek (de zogenaamde Overeenkomst van Dublin). De nationale goedkeuringsprocedures zijn nagenoeg afgerond. Met het oog op de naderende inwerkingtreding zijn ontwerp-conclusies geformuleerd die de werkzaamheden afronden inzake de uitvoeringsmaatregelen voor de daadwerkelijke implementatie van de Overeenkomst van Dublin. Daarbij is gebruik gemaakt van de praktische ervaring die is opgedaan bij de toepassing van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst op het gebied van asiel. De conclusies hebben onder meer betrekking op de lengte van de antwoordtermijn voor overnameverzoeken en de bewijsmiddelen voor het in behandeling nemen van een asielverzoek; de uitwisseling van statistische informatie en de termijn waarbinnen een lidstaat op een verzoek om informatie moet reageren; en op een nadere termijn voor overdracht van de asielzoeker indien zich bijzondere omstandigheden voordoen.
Van formele vaststelling van een besluit is geen sprake omdat hiertoe alleen het in artikel 18 van de Overeenkomst van Dublin bedoelde Comité bevoegd is; het betreft hier een politiek akkoord van de Raad waarna de tekst wordt bevroren. De ontwerp-besluiten van het Comité zullen – na inwerkingtreding van de overeenkomst – te zijner tijd aan de Kamer ter instemming worden voorgelegd.
2b. Goedkeuring CIBGA jaarverslagen 1994, 1995 en 1996
| document: | doc. 5357/1/97 CIREA 5 REV 1 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | jaarverslagen |
Het Centrum voor Informatie, Beraad en Gegevensuitwisseling inzake Asielaangelegenheden (ClBGA) heeft twee verslagen opgesteld over de werkzaamheden van het centrum. De concept-jaarverslagen, één over 1994/1995 en één over 1996, worden ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd, opdat zij daarna via het Publicatieblad bekend kunnen worden gemaakt.
2c. Ontwerp Raadsbesluit inzake de uitwisseling van informatie over hulp bij vrijwillige terugkeer van onderdanen van derde landen
| document: | doc. 6503/97 ASIM 43 | (N) |
| verbindendheid: | verbindend | |
| aard van het besluit: | besluit van de Raad tot gestructureerde informatieuitwisseling over ervaringen met vrijwillige terugkeerprogramma's |
Het voorstel voorziet in een gestructureerde en regelmatige informatie-uitwisseling tussen de Lid-Staten over ervaringen met vrijwillige terugkeer-programma's. Op basis van een analyse van de gerapporteerde ervaringen zullen de Lid-Staten trachten tot een zekere toenadering van hun programma's te komen. De uit te wisselen informatie moet onder andere betrekking hebben op de verantwoordelijke autoriteiten, de reikwijdte van de programma's, de voorwaarden en het soort assistentie bij vrijwillige terugkeer.
2d. Toelichtend rapport bij het Verdrag betreffende de bescherming van de financiële belangen van de gemeenschappen
| document: | doc. 5266/97 JUSTPEN 2 + COR 1 en COR 3 | (N) |
| verbindendheid: | n.v.t.; betreft toelichtende rapport bij een overeenkomst in de zin van artikel 3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unie-Verdrag | |
| aard van het besluit: | toelichtend rapport |
Op 26 juli 1995 is op het niveau van de Raad het Verdrag aanvaard betreffende de bescherming van de financiële belangen van de gemeenschappen (Tweede Kamer 19941995, 23 490, nr. 32). Thans is het betrokken toelichtende rapport gereed.
2e. Verslag aan de Raad over het EUROPOL-computersysteem
| document: | doc. 7390/1/97 EUROPOL 19 REV 1 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | voortgangsverslag |
In het document wordt kort verslag gedaan van de stand van zaken m.b.t. de ontwikkeling van het Europol Computer systeem (TECS) ten behoeve van Europol.
2f. Aanneming van de akte van de Raad: tot opstelling van het Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in de Lid-Staten van de Europese Unie van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken met het daaraan gehechte formulier
| document: | doc. 7136/1/97 JUSTCIV 27 REV 1 | (N) |
| verbindendheid: | n.v.t.; betreft een overeenkomst in de zin van artikel 3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unie-Verdrag | |
| aard van het besluit: | besluit tot vaststellen van een overeenkomst in de zin van K.3, tweede lid, onder c van het Unie-Verdrag |
Dit verdrag vereenvoudigt binnen de EU de internationale betekening van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken (zie Tweede Kamer, 1995–1996, 23 490, nr. 37, nr. 43 nr. 47 en Tweede Kamer, 1996-1997, 23 490 nr. 78 en 57). Het geeft daartoe een snellere procedure dan het Haags Betekeningsverdrag van 1965, waarbij (met uitzondering van Oostenrijk) alle EU-staten zijn aangesloten. Het Europees Parlement is door het Nederlandse Voorzitterschap geraadpleegd o.g.v. artikel K.6 van het Unie-Verdrag.
Aanneming van de akte van de Raad: tot opstelling van het Protocol inzake de rechtsmacht van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen met betrekking tot het Verdrag inzake de betekening van gerechtelijke stukken (als bedoeld onder 2h)
| document: | doc. 7162/1/97 JUSTCIV 29 REV 1 | (N) |
| verbindendheid: | n.v.t; betreft een overeenkomst in de zin van artikel 3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unie-Verdrag | |
| aard van het besluit: | besluit tot vaststellen van een overeenkomst in de zin van K.3, tweede lid, onder c van het Unie-Verdrag |
Het protocol regelt de bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om het Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in de Lid-Staten van de Europese Unie van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken uit te leggen (zie artikel 17 van het Verdrag).
De bepalingen met betrekking tot de uitleg door het Hof zijn ontleend aan de artikelen 1 t/m 4 van het protocol uit 1971 behorend bij het protocol betreffende de uitleg van het Europees Executieverdrag (zie Staatsblad nr. 140, 1971).
De inwerkingstrekkingsbepalingen zijn ontleend aan het eerste en het tweede protocol bij het Verdrag van Rome uit 1980 (zie protocol betreffende de uitleg door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken 3 juni 1971, (zie Staatsblad nr. 140 1971). De slotbepalingen zijn gelijk aan die van het Verdrag en zijn de gebruikelijke bepalingen in het kader van Titel VI van Unie-Verdrag.
Na aanneming van de akten door de Raad zal ondertekening van beide bovenstaande internationale overeenkomsten kunnen plaatsvinden.
2g. Toelichtend rapport bij de overeenkomst aangaande uitlevering tussen de Lid-Staten van de Europese Unie
| document: | doc. 7135/97 JUSTPEN 26 | (N) |
| verbindendheid: | n.v.t; betreft toelichtende rapport bij een overeenkomst in de zin van artikel 3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unie-Verdrag | |
| aard van het besluit: | toelichtend rapport |
Dit rapport bevat de toelichting op de Overeenkomst aangaande uitlevering tussen de Lid-Staten van de Europese Unie die op 27 september 1996 is getekend door de JBZ-Ministers (zie Tweede Kamer 1996–1997, 23 490, nr. 56).
2h. Toelichtend rapport bij het Verdrag inzake de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, en tot het eerste en het tweede Protocol betreffende de uitlegging ervan door het Hof van Justitie
| document: | doc. 9822/1/96 JUSTCIV 60 REV 1 | (N) |
| verbindendheid: | n.v.t; betreft toelichtende rapport bij een overeenkomst in de zin van artikel 3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unie-Verdrag | |
| aard van het besluit: | toelichtend rapport |
Bij de toetreding tot de EU hebben Oostenrijk, Finland en Zweden zich verplicht om onder andere op korte termijn toe te treden tot het verdrag van Rome van 1980. Die toetredingsverdragen zijn onder het Ierse voorzitterschap getekend, thans ligt het toelichtend verslag aan de Raad ter goedkeuring voor.
2i. Ontwerp-nota van de door de Raad aangenomen besluiten op het terrein van asiel en immigratie welke aan de LMOE moeten worden toegezonden
| document: | doc. 6573/2/97 ASIM 45 REV 2 | (E) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | nota |
Door middel van deze nota worden aan de Landen van Midden- en Oost- Europa (hierna: LMOE's) in het kader van de gestructureerde dialoog alle teksten ter beschikking gesteld die formeel zijn aangenomen door de ministers belast met immigratie-aangelegenheden (pre-Unie-Verdrag) of door de Raad (post-Unie-Verdrag) op het terrein van asiel en immigratie.
2j. Ontwerp gemeenschappelijk optreden inzake risico-analyse, selectiemethodes e.d. en het verzamelen van douane- en politie-informatie (actiepunt 20 van het verslag van de Groep Drugsdeskundigen Madrid)
| document: | doc. 6097/1/97 ENFOCUSTOM 13 REV 1 | (E) |
| verbindendheid: | verbindend | |
| aard van het besluit: | gemeenschappelijk optreden in de zin van artikel K.3, tweede lid, van het Unie-Verdrag |
Het gemeenschappelijk optreden inzake risico-analyse heeft betrekking op actiepunt 20 in het verslag van de Groep Drugsdeskundigen, goedgekeurd tijdens de Europese Raad van Madrid (december 1995). Criteria voor gerichte controles, gestructureerde selectiemethodes e.d., alsmede het meer geïntegreerd gebruik van douane- en politieinformatie zijn belangrijke instrumenten voor een efficiënte planning van wetshandhavingsmaatregelen in de strijd tegen de drugshandel. Met het gemeenschappelijk optreden geven de Lid-Staten blijk van de wil om deze instrumenten daadwerkelijk in te zetten. Er wordt naar gestreefd de douanecontroles op basis van risico-analyse te concentreren op situaties waarin er een hoog risico voor drugssmokkel bestaat en tegelijkertijd het wettige passagiers- en vrachtverkeer vlot de douanecontroles te laten passeren. De beschikbare middelen kunnen op deze wijze bovendien optimaal ingezet worden.
2k. Ontwerp van een gemeenschappelijk optreden betreffende de samenwerking op het terrein van de openbare orde en veiligheid
| document: | doc. 6896/1/97 ENFOPOL 70 REV 1 | (N) |
| verbindendheid: | verbindend | |
| aard van het besluit: | gemeenschappelijk optreden in de zin van artikel K.3, tweede lid, van het Unie-Verdrag |
Het Nederlandse voorzitterschap heeft een ontwerp gemeenschappelijk optreden opgesteld dat ten doel heeft de praktische politiesamenwerking te versterken. Het voorstel bevat een regeling voor de uitbreiding van de samenwerking in het kader van de handhaving van de openbare orde en van de veiligheid. Het ontwerp is bedoeld voor gebeurtenissen waarbij grote groepen mensen uit meerdere Lid-Staten zich verzamelen die een bedreiging van de openbare orde en veiligheid kunnen vormen en waarbij het politie-optreden primair gericht is op handhaving van de openbare orde en op het voorkomen van strafbare feiten. Het gemeenschappelijk optreden ziet op drie onderwerpen: lnformatie-uitwisseling, detachering van liaison officieren en samenwerking tussen centrale instanties. Het voorstel is als aanvulling bedoeld op bestaande bi- of multilaterale regelingen.
2l. Douanesamenwerking – Ontwerp-resolutie betreffende gezamenlijke douanetoezichtoperatias
| document: | doc. 5706/3/97 ENFOCUSTOM 5 REV 3 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | resolutie van de Raad |
De Raad heeft op 29 november 1996 herziene afspraken voor gezamenlijke douanetoezichtoperaties goedgekeurd. Uitvloeisel hiervan is het vaststellen van richtsnoeren in de vorm van een handboek voor de organisatie van deze gezamenlijke douanetoezichtoperaties. De Lid-Staten willen de praktische samenwerking tussen hun douaneautoriteiten versterken, met name door het organiseren van gezamenlijke douanetoezichtoperaties. Het Handboek vormt het kader waarbinnen deze versterking zal plaatsvinden.Tevens draagt het Handboek bij aan een verdere structurering bij de voorbereiding, de tenuitvoerlegging en beoordeling van gezamenlijke douanetoezichtoperaties. Het handboek is als bijlage bij de ontwerp-resolutie gevoegd.
Met de resolutie roept de Raad op bij het uitvoeren van gezamenlijke douanetoezichtoperaties te handelen conform de richtsnoeren van het handboek.
2m. Besluit tot bekendmaking van enkele conventies in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen
| document: | doc. 6295/97 CK.4 7 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | besluit van de Raad tot publicatie van conventies |
In overeenstemming met artikel 18, vijfde lid, van het Reglement van Orde van de Raad, is een besluit voorbereid om drie internationale overeenkomsten te publiceren in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. De overeenkomsten zijn ondertekend vóór het Unie-Verdrag tot stand is gekomen. Het betreft de volgende overeenkomsten: het Verdrag tot vereenvoudiging van procedures bij alimentatievorderingen (Rome 1990) (zie Traktatenblad 1991 nr. 58) de Overeenkomst van Dublin (Dublin 1990) (zie Traktatenblad 1991 nr.191) en het Verdrag inzake wederzijdse bijstand tussen douaneadministraties, met in begrip van het Toetredingsprotocol Griekenland (Napels 1967) (zie Traktatenblad 1968 nr. 173).
2n. EUROPOL: Verslag van de coördinator van de EDE over de activiteiten in 1996
| document: | 6711/97 EUROPOL 14 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | voortgangsverslag EDE |
In zijn rapport doet de coördinator van de Europol Drugs Eenheid (EDE) verslag van de activiteiten van zijn organisatie in 1996.
2o. Ontwerp-resolutie betreffende de uitwisseling van DNA-analyseresultaten (PM)
| document: | doc. 7025/1/97 ENFOPOL 78 REV 1 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | resolutie van de Raad |
De resolutie vraagt de Lid-Staten te overwegen om nationale DNA-databanken in te stellen en roept op tot verdere studie naar een stelsel van informatie-uitwisseling binnen de EU.
Hierbij kan worden overwogen om een netwerk van compatibele nationale DNA-databanken te creëren. Tevens wordt in het voorstel ingegaan op standaardisatie van DNA-technieken en de juridische waarborgen waaronder DNA analyseresultaten in een databank mogen worden opgeslagen. Binnen één jaar na vaststelling van deze resolutie zullen door het Voorzitterschap concrete voorstellen aan de Raad voorgelegd dienen te worden over de uitwerking ervan.
2p. Gemeenschappelijk mechanisme voor het verzamelen en systematisch analyseren van informatie over internationale georganiseerde criminaliteit
| document: | doc. 6204/1/97 ENFOPOL 35 REV 1 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | mechanisme voor het opstellen van een jaarlijks verslag |
Ieder jaar wordt de Raad een verslag aangeboden over de aard en de omvang van de georganiseerde criminaliteit in de Europese Unie. Reeds bij verschillende gelegenheden is aangegeven dat het mechanisme tot het meten van georganiseerde criminaliteit verbetering behoeft (zie Tweede Kamer, 1996–1997, 23 490, nr. 62). In de Raad van 29 en 30 november 1993 werd gevraagd dit mechanisme te ontwikkelen. Het zou minimaal gebruikt worden voor een periode van twee jaar. Met dit mechanisme zijn de verslagen over 1994 en 1995 opgesteld. De Lid-Staten hebben het mechanisme geëvalueerd op basis waarvan aanbevelingen zijn geformuleerd voor een verbetering van het mechanisme. Het nieuwe mechanisme houdt onder meer in dat de Lid-Staten gevraagd wordt een beschrijving van de gevolgde methodiek toe te voegen. Voorts kan een voorzitterschap bij het verslag gebruik gaan maken van een contact- en ondersteuningsnetwerk (bestaande uit contactpunten in de Lid-Staten) dat het voorzitterschap kan ondersteunen bij het verfijnen en uitwerken van de gebruikte methode. Onder de verantwoordelijkheid van het voorzitterschap zal EDE/Europol in toenemende mate betrokken worden bij het vervaardigen van dit verslag. Het voorstel wordt ter goedkeuring aan de Raad aangeboden.
2q. Ontwerp-resolutie van de Raad over voorkoming en beteugeling van voetbalvandalisme door ervaringsuitwisseling, stadionverboden en mediabeleid
| document: | doc. 7537/97 ENFOPOL 98 REV 1 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | resolutie van de Raad |
Met name naar aanleiding van de aanbevelingen van een op 19 en 20 maart 1997 in Amsterdam gehouden seminar over voetbalvandalisme, heeft Nederland het initiatief genomen de samenwerking verder te intensiveren tussen politiediensten ter voorkoming en beteugeling van onregelmatigheden rond voetbalwedstrijden. Ten einde de Raad in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te spreken heeft het voorzitterschap een ontwerp resolutie opgesteld. Daarin wordt onder meer nader onderzoek aanbevolen naar stadionverboden, het opstellen van een jaarlijkse evaluatieschets en de ontwikkeling van een checklist mediabeleid.
2r. Ontwerp verslag aan de Raad over de ontwerp-Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
| document: | doc. 7350/97 JUSTPEN 31 | (N) |
| verbindendheid: | n.v.t. | |
| aard van het besluit: | verslag aan de Raad |
In overeenstemming met het meerjarige werkprogramma voor de JBZ-samenwerking (Resolutie van 26 oktober 1996, PB EG nr. C 319, 1996) en de conclusies van de Europese Raad van Dublin van 13 en 14 december 1996, is op ambtelijk niveau verder gewerkt aan de aanvullende overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken. De resultaten daarvan zijn neergelegd in een verslag aan de Raad. Het rapport met bijlage van het voorzitterschap bevat – in verkorte vorm – de conclusies van de werkgroep rechtshulp over het al dan niet opnemen van bepalingen in de ontwerp-rechtshulpovereenkomst. De motivering en de uitgebreide conclusies zijn opgenomen in de bijlage. De Raad wordt verzocht de in het verslag opgenomen conclusies goed te keuren en daarmee richting te geven aan de verdere besprekingen.
3. Overeenkomst van Dublin: Reglement van orde van het in artikel 18 bedoelde Comité
| document: | doc. 7635/97 ASIM 85 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | het Reglement van orde van het Comité ex artikel 18 van de Overeenkomst van Dublin |
Zoals onder agendapunt 2a is aangegeven is in artikel 18 van de Overeenkomst van Dublin de instelling van een Comité van Ministers voorzien, waaraan een aantal uitvoerende taken zijn toebedeeld. Ook hier betreft het een politiek akkoord door de Raad, waarna de tekst wordt bevroren totdat het Comité bijeenkomt voor de vaststelling van zijn Reglement van Orde. De tekst van dit Reglement is zoveel mogelijk naar analogie van het Reglement van Orde van de Raad opgesteld. Ten aanzien van de besluitvorming is in het Reglement van Orde van het Comité in termijnen voorzien die ruimte bieden voor het volgen van de Nederlandse instemmingsprocedure. Over de huidige tekst bestaat nog geen overeenstemming: Spanje handhaaft een algemeen voorbehoud, terwijl België bij artikel 1, tweede lid, van het Reglement van Orde een voorbehoud heeft.
4. Besluit inzake de tenuitvoerlegging van de op het gebied van asiel aangenomen besluiten
| document: | doc. 7634/97 ASIM 84 | (N) |
| verbindendheid: | verbindend | |
| aard van het besluit: | ontwerp-besluit van de Raad inzake het volgen van de tenuitvoerlegging van aangenomen akten betreffende asiel |
Het ontwerp Raadsbesluit legt de procedure neer voor het monitoren van de implementatie door de Lid-Staten van de instrumenten die de Raad of de Ministers verantwoordelijk voor immigratieaangelegenheden in het verleden hebben aangenomen op het terrein van asiel. Het betreft een monitoringsbesluit zoals dat eerder ook op het terrein van de illegale immigratie en de toelating is aangenomen. Resterend probleem betreft de positie van de UNHCR, voorzien in artikel 4, derde alinea, van het besluit.
5. Ontwerp van gemeenschappelijk standpunt betreffende niet-begeleide minderjarige onderdanen van derde landen
| document: | doc. 7638/97 ASIM 86 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | gemeenschappelijk standpunt in de zin van artikel K.3, eerste lid, onderdeel a, van het Unie-Verdrag |
Het voorstel heeft zowel betrekking op de positie van onbegeleide minderjarige vreemdelingen als op de positie van onbegeleide minderjarige asielzoekers. Voorzien wordt in een regeling ten aanzien van onder andere de volgende onderwerpen: gemeenschappelijke beginselen over toegang, verblijf en terugkeer van minderjarigen en specifieke bepalingen over de asielprocedure. Er bestaat nog geen overeenstemming over de tekst. Bij een aantal onderdelen van verschillende artikelen handhaven Lid-Staten vooralsnog enkele voorbehouden.
6. Conclusies inzake de leidraad voor controle aan de buitengrenzen
| document: | doc. 7639/97 ASIM 87 | (E) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | aanbeveling van de Raad |
Ten behoeve van de LMOE's is als bijlage bij een ontwerp-aanbeveling van de Raad een beschrijving gegeven van de praktische situatie van de grenscontroles in de Lid-Staten. Bij deze beschrijving is – waar mogelijk – nauw aansluiting gezocht bij de ontwerp-buitengrensovereenkomst en het ontwerp van een gemeenschappelijk EU-handboek inzake de controle aan de buitengrenzen. Over het voorstel bestaat nog geen overeenstemming. België en Spanje plaatsen nog principiële kanttekeningen bij het ontwerp.
7. Ontwerp van een gemeenschappelijk optreden ter vereenvoudiging van het reizen van onderdanen uit derde landen (scholieren) die in een Lid-Staat verblijven
| document: | doc. 7592/97 ASIM 81 | (F) |
| verbindendheid: | verbindend | |
| aard van het besluit: | gemeenschappelijk optreden als bedoeld in artikel K.3, tweede lid, van het Unie-Verdrag |
Dit voorstel strekt tot uitbreiding van de werkingssfeer van het gemeenschappelijk optreden dat over dit onderwerp door de Raad op 30 november 1994 is aanvaard. De uitbreiding houdt in dat schoolkinderen die op een lijst als in dat besluit bedoeld voorkomen, meerdere malen gebruik kunnen maken van de geboden reisfaciliteit. Spanje wenst bij dit voorstel – waarbij dit land een koppeling legt met de status van Gibraltar – een verklaring af te leggen waartegen het Verenigd Koninkrijk bezwaar heeft aangetekend.
8. Tijdelijke bescherming – presentatie door de Commissie van haar voorstel
| document: | doc. 7042/97 ASIM 64 | (N) |
| verbindendheid: | n.v.t. | |
| aard van het besluit: | mededeling van de Commissie |
De Commissie heeft aangekondigd tijdens de Raad haar voorstel voor een gemeenschappelijk optreden over de tijdelijke bescherming van ontheemden te willen presenteren.
9. Geannoteerde ontwerp-agenda voor de vergadering met de Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken van de Geassocieerde LMOE
| document: | geen |
| verbindendheid: | onverbindend |
| aard van het besluit: | agenda-voorstel |
De Raad en de LMOE's (met inbegrip van de Baltische Staten) hebben op 20 maart 1996 in het kader van de gestructureerde dialoog een meerjarig werkprogramma afgesproken.
De Ministers hebben vijf centrale probleemgebieden aangegeven: drugs, asiel, grenscontroles, justitiële samenwerking en politiële samenwerking. Onder het Nederlandse voorzitterschap zijn de besprekingen toegespitst op het onderwerp asiel (zie Tweede Kamer Staten-Generaal, 1996–1997, 23 490, nrs. 78 en 57).
Onder punt 2i van de geannoteerde agenda is reeds aangegeven dat de LMOE's de beschikking krijgen over alle formele teksten op het gebied van asiel en immigratie.
Voorts zullen drie thema's de agenda van de bijeenkomst in het kader van de gestructureerde dialoog bepalen, te weten: de toepassing van het veilige derde landen beginsel, hoe de LMOE's kunnen worden betrokken door middel van een parallelle overeenkomst bij de Overeenkomst van Dublin en het belang van een maatschappelijk draagvlak voor asielbeleid.
10. Terrorismebestrijding: beoordeling van de interne en externe dreigingen
| document: | geen (geheim) |
| verbindendheid: | onverbindend |
| aard van het besluit: | verslag aan de Raad |
Het dreigingsdocument bevat een opsomming van de terroristische activiteiten die zich in de Lid-Staten hebben voorgedaan en de groeperingen die daarvoor verantwoordelijk worden geacht. De evaluatie betreft een analyse van de tegen de Lid-Staten van de Europese Unie gerichte terroristische dreiging; verder worden trends gesignaleerd in het dreigingsbeeld. Het is de bedoeling op basis van de evaluatie een korte verklaring in de Raad af te leggen. N.B. Het dreigingsdocument zal ter kennis worden gebracht van de Vaste Commissie voor de lnlichtingen en Veiligheidsdiensten.
11. Drugs en georganiseerde criminaliteit: synthetische drugs
| document: | geen | |
| verbindendheid: | niet verbindend | |
| aard van het besluit: | mededeling van het voorzitterschap aan de Raad |
Naar aanleiding van de conclusies van de Europese Raad van 13 en 14 december 1996 heeft het Nederlandse voorzitterschap nadere voorstellen voor de bestrijding van synthetische drugs opgesteld. De voorstellen hebben betrekking op een zogenaamd «early warning mechanisme synthetische drugs». Het mechanisme zou moeten bestaan uit drie fasen:
– snelle signalering van nieuwe synthetische drugs (fase 1);
– beoordeling van de risico's van het gebruik en van andere aspecten (zoals effecten van een verbod) van deze nieuwe synthetische drugs (fase 2);
– (afhankelijk van de uitkomsten van de risicobeoordeling) een besluit van de Raad tot het onder controle brengen van deze nieuwe drugs (fase 3).
Over hoofdlijnen en verschillende elementen van het voorstel wordt nog op ambtelijk niveau gesproken. Met name ten aanzien van de institutionele invulling van de risicobeoordeling en over de vraag of sprake moet zijn van een bindend besluit van de Raad in fase 3, verschillen de meningen van de Lid-Staten en de Commissie nog. Het voorzitterschap zal de Raad informeren over de stand van zaken van de besprekingen.
12a. EUROPOL: reglement met betrekking tot de bestanden voor analysedoeleinden
| document: | doc. 6100/2/97 EUROPOL 10 REV 2 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | reglement met betrekking tot analysebestanden |
Het Europol Verdrag voorziet in artikel 10, eerste lid, in het gebruik door Europol van geautomatiseerde databestanden voor de analyse van gegevens. De Raad dient – met eenparigheid van stemmen – volgens de procedure van Titel Vl van het Unie-Verdrag de (formeel) door de Raad van Bestuur van Europol voorbereide regels voor de uitvoering van deze bepaling vast te stellen. Thans wordt de tekst door de Raad voorlopig vastgesteld. Het ontwerp reglement bevat regels omtrent onder andere het gebruik van de analysebestanden, de beveiliging van deze gegevens en de interne controle op het gebruik ervan.
Ten aanzien van artikel vijf, tweede lid, bestaan nog enkele studievoorbehouden en een Deens parlementair voorbehoud.
12b. EUROPOL: personeelsstatuut
| document: | doc. 6034/1/97 EUROPOL 8 REV 1 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | statuut voor het personeel van Europol |
Het ontwerp statuut bevat de in artikel 30 van het Europol Verdrag bedoelde nadere regels met betrekking tot de directeur de adjunct-directeuren en de personeelsleden van Europol. Het statuut dient door de Raad – met eenparigheid van stemmen – volgens de procedure van Titel Vl van het Unie-Verdrag te worden aanvaard na (formeel) advies van de Raad van Bestuur van Europol. Thans wordt de tekst door de Raad voorlopig vastgesteld. Er bestaat overeenstemming over het ontwerp.
12c. EUROPOL: protocol voorrechten en immuniteiten
| document: | doc. 7612/97 EUROPOL 23 | (N) |
| verbindendheid: | n.v.t; betreft overeenkomst in de zin van artikel K.3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unie-Verdrag | |
| aard van het besluit: | besluit tot vaststellen van een overeenkomst in de zin van artikel 3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unie-Verdrag |
Het Protocol handelt over de voorrechten en immuniteiten die toegekend worden aan de organen van Europol en de personeelsleden van Europol. Het vloeit voort uit artikel 41 van het Europol Verdrag dat stipuleert dat voor de uitvoering van hun opdracht Europol, de leden van zijn organen, zijn adjunct-directeuren en zijn personeelsleden voorrechten en immuniteiten genieten krachtens een protocol. Het protocol bevat de regelingen die in elk der Lid-Staten van kracht zijn. Over de tekst, bestaat nagenoeg overeenstemming, met uitzondering van een Duits voorbehoud bij de artikelen 8, eerste lid, en 13. Wanneer deze overeenstemming blijkt te kunnen worden bereikt, kan ondertekening plaatsvinden.
12d. EUROPOL: ontwerp-begroting EDE voor 1998
| document: | doc. 7422/1/97 EUROPOL 20 REV 1 | (E) |
| verbindendheid: | bindend | |
| aard van het besluit: | besluit in de zin van artikel K.3 van het Unie-Verdrag |
De Raad krijgt de ontwerp-begroting 1998 voor de Europol Drugs Eenheid ter goedkeuring voorgelegd. De meerderheid der Lid-Staten kan zich vinden in de begroting die ten opzichte van 1997 een verhoging van 22,5% vertoont. Zij baseren zich op het standpunt dat deze verhoging voor een goede vervulling van de – inmiddels sterk uitgebreide – taken nodig is. Bovendien zal in 1998 de transitie naar Europol moeten plaatsvinden. Slechts het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk stellen zich op het standpunt dat een verhoging van 10% toereikend is.
13. Ontwerp van een tweede protocol ter aanvulling van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese gemeenschappen
| document: | doc. 7818/97 JUSTPEN 39 | (N) |
| doc. 7622/97 JUSTPEN 34 | (N) | |
| verbindendheid: | n.v.t; betreft overeenkomst in de zin van artikel K.3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unie-Verdrag | |
| aard van het besluit: | besluit tot vaststellen van een overeenkomst in de zin van artikel K.3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unie-Verdrag |
Dit Protocol vormt een aanvulling op de Overeenkomst ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, die tijdens de Raad van Cannes (26 juli 1995) werd getekend. Op 4 juni 1996 heeft de Raad voor het eerst gesproken over dit voorstel (Zie Staten-Generaal 1995–1996, 23 490, nrs. 90h en 47). Het – inmiddels gewijzigde – voorstel bedoelt te voorzien in a) strafrechtelijk of administratieve sancties tegen rechtspersonen wegens fraude en corruptie, b) de bestraffing van het witwassen van de opbrengsten van fraude en corruptie, c) beslag op en confiscatie van wederrechtelijk verkregen voordeel uit fraude en corruptie, en d) het stimuleren van de samenwerking tussen Lid-Staten en de Commissie op dit gebied. Bij dit laatste onderwerp speelt tevens nog de vormgeving van regels op het gebied van privacybescherming bij het uitwisselen van persoonsgegevens met de Commissie een centrale rol, alsmede de toetsende rol die het Hof van Justitie in dat kader moet vervullen.
Er bestaat nog geen overeenstemming over het ontwerp. De volgende onderwerpen worden nog door Coreper besproken: de reikwijdte van het witwasdelict (artikel 1 jo. 2), de aansprakelijkheid en sancties ten aanzien van rechtspersonen (artikel 3 ), de gegevensbescherming (artikelen 7 en 9), en de rechtsmacht van het Hof van Justitie (artikel 13).
14. Overeenkomst ter bestrijding van corruptie door ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en ambtenaren van de Lid-Staten van de Europese Unie betrokken zijn.
| document: | doc. 6347/1/97 JUSTPEN 14 REV 1 | (N) |
| doc. 1 1724/96 JUSTPEN 144 | (N) | |
| verbindendheid: | n.v.t; betreft overeenkomst in de zin van artikel K.3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unie-Verdrag | |
| aard van het besluit: | besluit tot vaststellen van een overeenkomst in de zin van artikel K.3, vijfde lid, Goedkeuringswet Unie-Verdrag |
De Overeenkomst regelt de strafbaarstelling van corruptie van Europese en nationale ambtenaren ook voor zover geen relatie bestaat met de financiële belangen van de Gemeenschappen. Nog steeds is over één aspect, namelijk de regeling van de bevoegdheid van het Hof van Justitie, geen overeenstemming bereikt (zie Staten-Generaal, vergaderjaar 1995–1996, 23 490, nrs. 90h en 47). Het Verenigd Koninkrijk en in mindere mate Frankrijk hebben nog bezwaren tegen de voorgestelde bevoegdheid; deze betreffen resp. de vraag of interstatelijke geschillen door één betrokken partij aan het Hof kunnen worden voorgelegd en de vraag naar de reikwijdte van de bevoegdheid van het Hof bij geschillen tussen een lidstaat en de Commissie en ten aanzien van prejudiciële beslissingen. Wanneer deze problemen blijken te kunnen worden opgelost, staan geen meningsverschillen meer aan ondertekening in de weg.
15. (Eventueel) Besprekingen in andere fora, zoals de OESO en de Raad van Europa, in verband met de bestrijding van corruptie (gemeenschappelijk standpunt)
| document: | doc. 7508/97 JUSTPEN 33 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | gemeenschappelijk standpunt |
In het kader van de OESO en van de Raad van Europa wordt onderhandeld over instrumenten ter bestrijding van corruptie. In OESO-verband wordt onderhandeld over een aanbeveling die oproept tot strafbaarstelling van corruptie in internationale handelstransacties al dan niet in samenhang met de oproep onmiddellijk onderhandelingen te openen over een ontwerp-conventie ter bestrijding van corruptie van buitenlandse en internationale ambtenaren. Daarnaast is in Unie-verband een eerste Protocol corruptiebestrijding tot stand gebracht en wordt de laatste hand gelegd aan een overeenkomst ter bestrijding van corruptie. Teneinde de ontwikkelingen in verschillende fora zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen is een ontwerp gemeenschappelijk standpunt geformuleerd, waarin steun wordt betuigd aan de (ontwerp) aanbeveling van de OESO. Het standpunt is ambtelijk nog niet afgrond; vooralsnog is niet duidelijk of overeenstemming kan worden bereikt.
16. Verslag aan de Raad over de voortgang van de werkzaamheden op JBZ-gebied
| document: | doc. 7469/2/97 CK 4 16 REV 2 REV 1 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | verslag aan de Raad |
De rapportage bevat een overzicht dat is gebaseerd op het werkprogramma van het voorzitterschap. In het overzicht zijn met name de door het Comité K.4 genomen besluiten, die niet voor besluitvorming aan de Raad worden voorgelegd opgenomen. Met dit verslag wordt de Raad in staat gesteld daarvan kennis te nemen.
17a. Diversen: Mensenhandel: informatie van de Commissie
| document: | geen | |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | informatie van de Commissie aan de Raad |
De Commissie zal – thans nog niet bekende – informatie verschaffen over bestrijding van mensenhandel.
17b. Diversen: Transatlantische Dialoog
| document: | 7543/97 CK4 17 USA 5 | (N) |
| verbindendheid: | onverbindend | |
| aard van het besluit: | mededeling van het voorzitterschap aan de Raad |
Het voorzitterschap zal mondeling mededeling doen van de laatste stand van zaken inzake de Transatlantische Dialoog. Daarbij zullen de resultaten aan de orde komen van het bezoek van de voorzitter van de JBZ-Raad aan de VS van 14 april 1997 en de voorbereidingen van de top-ontmoeting van de President van de VS, en de Nederlandse Minister President als voorzitter van de Europese Raad en de voorzitter van de Europese Commissie op 28 mei 1997.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-23490-73.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.