23 490
Ontwerpbesluiten Unie-Verdrag

F
nr. 303
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 november 2003

Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 14 november 2003. De wens dat de ontwerp-besluiten uitdrukkelijke instemming behoeven kan door of namens één van beide Kamers te kennen worden gegeven uiterlijk op 29 november 2003.

Gelet op de artikelen 3 en 4 van de Rijkswet houdende goedkeuring van het Verdrag van Nice (Stb. 2001, 677) bied ik u bijgaand aan, mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, de geannoteerde agenda en de thans beschikbare documenten1 voor de bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken op 27 en 28 november a.s..

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Geannoteerde agenda voor de zitting van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 27 en 28 november 2003

Met betrekking tot hetgeen is aangegeven over de openbaarheid van de onder de agendapunten opgenomen documenten, kan worden opgemerkt dat het de stand weergeeft d.d. 12 november 2003. Een actuele weergave is te vinden in het documentenregister van de Raad1.

I Raad JBZ

1. Goedkeuring van de voorlopige agenda

2. Goedkeuring van de lijst van A-punten

Vermoedelijk zullen onderstaande punten als A-punten worden geagendeerd. De regering kan instemmen met deze onderwerpen.

A-punten

2a Protocol waarbij de Europol Conventie wordt gewijzigd

document: 13649/03 EUROPOL 52 OC 640(NL)
status document: openbaar  
document: 13650/03 EUROPOL 53(NL)
status document: openbaar  
document: 14467/03 JUR 434 EUROPOL 57(FR)
status document: niet openbaar 
verbindendheid: n.v.t., het betreft een verdrag in de zin van artikel 3, vijfde lid van de Goedkeuringswet Unieverdrag 
aard van het besluit: besluit tot vaststelling van de tekst van een protocol 

Aan de Raad wordt voorgelegd een ontwerp-Protocol tot wijziging van de Europol-Overeenkomst, waarover reeds eerder, namelijk tijdens het Deense Voorzitterschap een politiek akkoord is bereikt2. Naar aanleiding van het advies van het gemeenschappelijk controle-orgaan is in het ontwerp nog een aantal wijzigingen aangebracht. De voorgestelde wijzigingen zijn deels technisch of redactioneel van aard, deels hebben zij een inhoudelijk karakter. De belangrijkste worden hier kort toegelicht.

Op basis van de huidige tekst van de Europol-Overeenkomst vormt de nationale eenheid het enige contact tussen Europol en de nationale autoriteiten. Thans wordt voorgesteld onder bepaalde voorwaarden een mogelijkheid voor rechtstreekse contacten tussen Europol en de nationale autoriteiten te openen (wijziging artikel 4). Ook met betrekking tot de raadpleging van het Europol-informatiesysteem wordt de mogelijkheid geopend dat de Lidstaten andere autoriteiten kunnen aanwijzen die dit informatiesysteem kunnen raadplegen. Deze raadpleging heeft evenwel een beperkt resultaat, namelijk het antwoord op de vraag of de gevraagde gegevens al dan niet aanwezig zijn. De gegevens zelf moeten via de gebruikelijke weg, in casu via de nationale eenheid worden opgevraagd (wijziging artikel 9). De mogelijkheid wordt geopend dat vertegenwoordigers van derde landen, waarmee een samenwerkingsovereenkomst is gesloten, deelnemen aan een analyseproject (wijziging van artikel 10). Deze vertegenwoordigers hebben, net zomin als de vertegenwoordigers van de lidstaten, geen toegang tot de geautomatiseerde werkbestanden. De procedure voor de goedkeuring van een bestandsreglement wordt vereenvoudigd, omdat in de praktijk is gebleken dat de huidige procedure van goedkeuring vooraf te omslachtig is en te veel tijd vergt. In feite wordt de bestaande spoedprocedure de normale (wijziging van artikel 12). Een opdracht aan de Raad van Bestuur van Europol is neergelegd om regels vast te stellen voor de toegang voor de burgers tot documenten van Europol (toevoeging van artikel 32bis). Overeenkomstig de destijds door de Commissie gedane voorstellen over de democratische controle van Europol is de bepaling over de informatie aan het Europees Parlement uitgebreid (wijziging artikel 34). Het belang van de samenwerking met Eurojust wordt in de Europol-Overeenkomst verankerd (wijziging van artikel 42).

De regering is voorstander van de totstandkoming van het ontwerp-protocol, dat conform de grondwettelijke procedure door de Staten-Generaal goedgekeurd moet worden.

2b Voorstel voor een Richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte geldigheidsduur die wordt afgegeven aan de slachtoffers van hulp bij illegale immigratie of mensenhandel die met de bevoegde autoriteiten samenwerken

document: 14190/03 MIGR 901(NL)
status document: openbaar 
verbindendheid: verbindend 
aard van het besluit: richtlijn van de Raad 

Over deze richtlijn is tijdens de bijeenkomst van de Raad op 6 november jl. een politiek akkoord bereikt. Naar aanleiding van opmerkingen van twee lidstaten moet alleen de preambule worden aangepast. Het onderwerp ligt nu ter definitieve besluitvorming aan de Raad voor.

2c Ontwerp-overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de toepassing van enkele voorzieningen uit de Overeenkomst inzake de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de Lidstaten van de Europese Unie en het Protocol uit 2001

document: 14325/03 CATS 64 COPEN 1071(NL)
status document: niet openbaar  
verbindendheid: niet verbindend 
aard van het besluit: besluit houdende machtiging tot ondertekening van een overeenkomst tussen de EU en Noorwegen en IJsland betreffende wederzijdse rechtshulp 

1 Dit document heeft voorgelegen in de Raad van 6 november jl.

Over deze overeenkomst is tijdens de bijeenkomst van de Raad op 6 november jl. een politiek akkoord bereikt. Het onderwerp ligt nu ter definitieve besluitvorming aan de Raad voor.

2d Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, tot intrekking van de Verordening (EG) Nr. 1347/2000 en tot wijziging, wat betreft onderhoudsverplichtingen, van Verordening (EG) Nr. 44/2001

document: 12513/1/03 JUSTCIV 155 REV 1(NL)
status document: openbaar  
verbindendheid: verbindend  
aard van het besluit: Verordening in de zin van artikel 249 EG-verdrag 

Aan de Raad ligt ter vaststelling voor de eindtekst van de ontwerp-verordening over bovengenoemd onderwerp. Verwezen wordt naar de geannoteerde agenda's voor de Raad van 2–3 oktober en 6 november jl.. Op 3 oktober werd een politiek akkoord bereikt. Het Nederlandse parlementaire voorbehoud, verband houdend met het niet tijdig beschikbaar zijn van de Nederlandstalige versie van de verordening, is inmiddels opgeheven. De besluitvorming over de Verordening is gekoppeld aan de besluitvorming over de gezamenlijke ratificatie door de Lidstaten van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 ( Zie punt 2e). Het is in hoge mate wenselijk dat die koppeling wordt gehandhaafd.

2e Voorstel voor een Beschikking van de Raad waarbij de Lidstaten worden gemachtigd in het belang van de Gemeenschap het Verdrag van 's-Gravenhage van 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen te ondertekenen

document: 12995/03 JUSTCIV 1631(NL)
status document: openbaar 
verbindendheid: niet verbindend 
aard van het besluit: besluit tot gezamenlijke ratificatie door de Lidstaten 

1 U reeds toegezonden bij het verslag van de Raad van 2 en 3 oktober jl., 23 490 nr. 296.

Aan de Raad ligt opnieuw voor het concept-besluit inzake de gezamenlijke ratificatie door de Lidstaten, in het belang van de Gemeenschap, van bovengenoemd verdrag. Zie hiervoor tevens de geannoteerde agenda's voor de Raad van 2–3 oktober en van 6 november jl. De besluitvorming over dit punt is gekoppeld aan de besluitvorming over de ontwerp-verordening inzake ouderlijke verantwoordelijkheid (punt 2d). Gelet op het feit dat het verdrag dezelfde materie als de verordening regelt en zal gelden in de verhouding tussen de EG-lidstaten en derde staten die partij zijn of worden bij het verdrag, is het in hoge mate wenselijk dat deze koppeling wordt gehandhaafd. Het Spaanse voorbehoud ten aanzien van dit besluit, welk voorbehoud verband houdt met een geschil tussen Spanje en het Verenigd Koninkrijk over de aanwijzing van een centrale autoriteit voor Gibraltar, is nog niet opgeheven.

2f Ontwerp-conclusies van de Raad over het nemen van flexibele maatregelen op het gebied van controles aan de landgrenzen met het oog op de uitbreiding van de Europese Unie

document: 11041/3/03 FRONT 87 COMIX 426 REV 3(NL)
status document: openbaar 
verbindendheid: niet verbindend  
aard van het besluit: conclusies van de Raad 

Aan de Raad zullen conclusies worden voorgelegd met betrekking tot het volgende:

Na de uitbreiding van de Europese Unie zullen de nieuwe Lidstaten de bepalingen van het Schengenacquis ter zake van de uitoefening van controles aan de buitengrenzen niet alleen op de nieuwe buitengrenzen van de Gemeenschap toepassen, maar tijdens een overgangsperiode ook op hun gemeenschappelijke grenzen met andere Lidstaten. Met het oog op die overgangsperiode en rekening houdend met de resultaten van de grenspolitiesamenwerking met naburige landen, lijkt het nuttig om op bilaterale basis en in het kader van het toepasselijke communautaire recht procedures toe te passen voor gezamenlijke personencontroles. Deze controles dienen door de bevoegde grensautoriteiten van de betrokken Lidstaten aan de gemeenschappelijke landgrenzen op één locatie te worden uitgevoerd, bij binnenkomst in en bij het verlaten van de respectievelijke grondgebieden.

De conclusies houden het volgende in:

– de mogelijkheid moet worden geschapen om gemeenschappelijk de controle aan de grens uit te voeren;

– controle op inreis in Schengen wordt uitgevoerd door beide landen op het grondgebied van de staat die Schengen reeds toepast;

– controle op uitreis wordt uitgevoerd door beide landen op het grondgebied van het land dat Schengen nog niet toepast;

– de Raad spoort de betrokken staten aan in bilaterale akkoorden e.e.a. te regelen.

Het betreft hier de huidige Schengenlanden Duitsland, Italië en Oostenrijk. Deze landen hebben aangegeven het plan te steunen en in de praktijk reeds afspraken te hebben gemaakt op dit gebied. Op deze manier kan bovendien de samenwerking tussen de betreffende grensbewakingsdiensten verder uitgebreid worden op de volgende punten:

– verbetering van de training van de grensbewakers van toetredende landen;

– intensivering van politiesamenwerking;

– mogelijk verkorten van de wachttijden aan de grenzen.

Alhoewel de voorgestelde maatregelen Nederland niet direct raken, steunt Nederland het initiatief om de controle die uitgeoefend wordt aan de landbuitengrenzen zo soepel mogelijk te laten verlopen. Voor Nederland is daarbij met name van belang dat de wet- en regelgeving zoals deze in de Schengen Uitvoeringsovereenkomst is vastgelegd onverkort zal worden toegepast.

2g Ontwerp-beschikking van de Raad tot wijziging van deel V, punt 1.4, van de Gemeenschappelijke Visuminstructie, en van deel I, punt 4.1.2 van het Gemeenschappelijke Handboek Grenzen voor wat betreft het bezit van een reisverzekering als een van de voorwaardelijke documenten voor het verkrijgen van een uniform visum

document: 13701/03 VISA 171 FRONT 143 COMIX 622(NL)
status document: openbaar 
verbindendheid: verbindend 
aard van het besluit: beschikking van de Raad 

De Europese Raad van Tampere heeft in punt 22 van de conclusies beklemtoond dat een actief gemeenschappelijk beleid inzake visa en valse documenten dient te worden ontwikkeld, met inbegrip van nauwere samenwerking tussen de consulaten van de Europese Unie in derde landen.

Een essentiële voorwaarde voor de toepassing van het gemeenschappelijk beleid wat de afgifte van visa betreft, is een zo groot mogelijke harmonisatie van de voorwaarden voor de afgifte van visa, in het bijzonder op het gebied van de bewijsstukken die betrekking hebben op de middelen van bestaan en welke ter staving van de aanvragen worden voorgelegd. Visumaanvragers moeten met de bewijsstukken waar hen om wordt verzocht, onder meer kunnen aantonen dat zij beschikken over voldoende middelen van bestaan voor de duur van het voorgenomen verblijf en de terugreis naar het land van herkomst of verblijf.

In toenemende mate worden Schengenlanden geconfronteerd met onbetaalde ziekenhuis rekeningen van derdelanders die op een Schengenvisum zijn ingereisd. Om dit probleem het hoofd te bieden wordt voorgesteld om bij het aantonen van voldoende middelen van bestaan het afsluiten van een verzekering die ziektekosten dekt als voorwaarde voor afgifte van een visum op te nemen. Hiertoe dienen de Gemeenschappelijke Visuminstructies (GVI) en het Gemeenschappelijk Handboek Grenzen aangepast te worden. Het voorliggende ontwerp-besluit voorziet hierin.

Mede gelet op de verdere harmonisatie van het visumbeleid en de gesignaleerde problematiek wordt dit voorstel door Nederland gesteund. Echter, de onderhavige aanpassing van het gemeenschappelijk handboek grenzen is gebaseerd op Verordeningen nrs 789 en 790/2001 van 24 april 2002, waarbij de Raad zich het recht voorbehoudt bepaalde uitvoeringsmaatregelen zelf vast te stellen. Naar aanleiding van deze Verordeningen heeft de Commissie een zaak tegen de Raad aangespannen bij het Hof in Luxemburg. Nederland heeft zich in deze zaak aan de zijde van de Commissie geschaard. Om deze reden zal Nederland hieromtrent een verklaring afleggen tijdens de Raad.

B-punten

3. Voorstel voor een Richtlijn van de Raad betreffende minimumnormen voor de procedures in de Lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus

document: 14330/03 ASILE 60(EN)
status document: niet openbaar  
verbindendheid: verbindend 
aard van het besluit: richtlijn in de zin van artikel 249 EG-Verdrag 

Het document dat aan de Raad zal worden voorgelegd is thans nog niet beschikbaar. De onderwerpen die het Voorzitterschap ter bespreking zal aanbieden zijn thans evenmin bekend. Het document dat wordt meegezonden betreft het document dat tijdens de Raadswerkgroep asiel op 13 en 14 november besproken wordt. Gelet op het feit dat nog intensief over de Richtlijn onderhandeld wordt en nog de nodige wijzigingen in de tekst kunnen plaatsvinden, wordt thans volstaan met te verwijzen naar de notitie inzake de onderhavige Richtlijn die is toegezegd tijdens de Algemene Overleggen met de Tweede Kamer op 1 oktober en 4 november jl.. Deze notitie wordt thans voorbereid en er wordt naar gestreefd u deze zo spoedig mogelijk voor het Algemeen Overleg over de Raad van 27 en 28 november 2003 te kunnen toezenden.

4. Voorstel voor een Richtlijn van de Raad betreffende minimumnormen voor de erkenning en de status van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchtelingen of als personen die anderszins internationale bescherming behoeven

document: 10576/03 ASILE 40(EN)
status document: niet openbaar  
verbindendheid: verbindend 
aard van het besluit: Richtlijn op basis van artikel 249 EG-verdrag 

Het Voorzitterschap streeft naar het bereiken van een politiek akkoord op de gehele Richtlijn. Tijdens de bijeenkomst van de Raad van 5 en 6 juni jl. kon er over dit voorstel geen compromis worden bereikt in de Raad. Duitsland ziet op onderdelen van de Richtlijn nog knelpunten. Deze lidstaat wenst met name een grotere mate van differentiatie tussen rechten en voorzieningen van vluchtelingen enerzijds en subsidiair beschermden anderzijds. Nederland hecht groot belang aan de onderhavige richtlijn en zal zich derhalve compromisbereid tonen. De inzet van Nederland zal zijn gericht op behoud van een zo sterk mogelijke rechtspositie voor personen aan wie subsidiaire bescherming is verleend.

5. Task Force van Europese politiechefs

document: 13395/03 CATS 59 ENFOPOL 90(EN)
status document: niet openbaar  
verbindendheid: niet verbindend 
aard van het besluit: n.v.t. (kennisneming van het verslag) 

De belangrijkste bespreekpunten van de vergadering van 6 en 7 oktober jl. in Rome waren de follow-up van de informele bijeenkomst van de Raad van 12 en 13 september jl.1 en de versterking van de Task Force. Met betrekking tot het eerste werd geconcludeerd dat rechtshandhavingsinstanties en inlichtingendiensten nauwer dienen samen te werken om georganiseerde criminaliteit en terrorisme te voorkomen. Derhalve zal in een volgende vergadering van de Task Force een evaluatie plaatsvinden van deze samenwerking. Daarnaast was de Task Force van mening dat de informatie-uitwisseling tussen de lidstaten en derde landen sneller dient te verlopen, onder meer door technische, organisatorische en legislatieve obstakels te verwijderen.

Wat betreft het functioneren van de Task Force is door de Nederlandse delegatie voorgesteld om tot een driejarenprogramma en een jaarlijks rapport te komen met daarin de resultaten die door de Task Force zijn behaald. Tijdens één van de volgende vergaderingen zal daartoe een document worden gepresenteerd.

Nederland kan instemmen met het verslag.

6. Ontwerp-conclusies van de Raad inzake de versterking van de samenwerking binnen de Europese Unie inzake de burgerlijke bescherming

document: 14170/03 PROCIV 138 FOREST 47(EN)
status document: niet openbaar 
verbindendheid: niet verbindend 
aard van het besluit: conclusies van de Raad 

De afgelopen jaren is mede door de gebeurtenissen op 11 september 2001 een verhoogde samenwerking op het terrein van civiele bescherming waar te nemen. Op 23 oktober 2001 werd het besluit tot het oprichten van een Europees coördinatiemechanisme ter verbetering van de internationale bijstand operationeel. Naar aanleiding van de bosbranden afgelopen zomer, de discussies tijdens de informele Raad in Rome van 12 september 2003 en de bijeenkomst van de DG's inzake civiele bescherming in Rome op 23 en 24 oktober 2003, zijn voorliggende concept-Raadsconclusies opgesteld. Doel hiervan is lessen te trekken uit de rampen waarbij het EU-mechanisme werd geactiveerd, het systeem te verbeteren en beter voorbereid te zijn op eventuele nieuwe rampen. De concept-Raadsconclusies gaan in op internationale solidariteit en daarnaast op het verbeteren van de samenwerking op het terrein van bijstand ten aanzien van civiele bescherming. Ten aanzien van de invulling van de samenwerking blijkt, dat de noordelijke Lidstaten geen extra gelden ten behoeve van de Commissie willen afdragen, terwijl de zuidelijke Lidstaten aandringen op een verhoging van de financiële middelen en een versterking van het onder het EU-mechanisme operende«Monitoring and Information Centre (MIC)». Het Italiaans Voorzitterschap wil met deze conclusies een discussie in de Raad afdwingen.

7. Voorbereiding van de bijeenkomst en marge van de Raad met de Westelijke Balkan

document: 14601/03 CATS 65 CRIMORG 77(EN)
status document: niet openbaar 
verbindendheid: niet verbindend 
aard van het besluit: n.v.t. (kennisneming) 

En marge van de Raad vindt op 28 november a.s. een JBZ-Ministeriële bijeenkomst plaats tussen de EU en (onder andere) de vijf landen in de Westelijke Balkan (Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, voormalige Joegoslavische Republiek van Macedonië en Servië-Montenegro). Het Voorzitterschap heeft reeds aangegeven dat tijdens deze bijeenkomst de volgende twee onderwerpen centraal staan: de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, en het geïntegreerd beheer van de buitengrenzen.

Ten aanzien van het eerste onderwerp heeft het Voorzitterschap de Lidstaten gevraagd een actieve bijdrage te leveren, met name op het gebied van de versterking van de justitiële samenwerking tussen de Lidstaten en de Westelijke Balkan middels de multinationale teams en de verbindingsofficieren. Nederland is voorstander van het verbeteren van de samenwerking met de landen in de Westelijke Balkan. Nederland is daarbij van mening dat naast repressieve maatregelen ook maatregelen op het gebied van preventie van georganiseerde misdaad aandacht behoeven.

Ten aanzien van het tweede onderwerp zal het Voorzitterschap een terugkoppeling geven van hetgeen is besproken tijdens de Review bijeenkomst te Ohrid over grensbewaking waar de landen van de Westelijke Balkan en het Voorzitterschap van de Raad, het Stabiliteitspact, de NAVO, de OVSE en UNMIK op 5 november jl. aan deelnamen.

8. Voorstel voor een kaderbesluit van de Raad betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied van de illegale drugshandel

document: niet beschikbaar 
status document: - 
verbindendheid: verbindend 
aard van het besluit: kaderbesluit in de zin van artikel 34, tweede lid onder b, Unieverdrag 

Het Italiaanse Voorzitterschap heeft ten aanzien van dit mogelijke agendapunt thans nog geen documenten doen toekomen met voorstellen om uit de impasse rond dit kaderbesluit te komen. Italië wil het kaderbesluit evenwel dit jaar afronden. Nederland zal bezien of en zo ja welk nieuw voorstel het Voorzitterschap op tafel zal leggen.

Op basis van de uitkomsten van de Raad van 28 en 29 november 20021 bestond er tussen 13 (waaronder Nederland) van de 15 Lidstaten overeenstemming over de Deense compromistekst voor art. 4, lid 1, waarbij Nederland de aanvullende Raadverklaring afwees.

9. Voorstel voor een kaderbesluit inzake de tenuitvoerlegging in de Europese Unie van beslissingen tot confiscatie

document: niet beschikbaar 
status document: - 
verbindendheid: verbindend  
aard van het besluit: kaderbesluit in de zin van artikel 34, tweede lid onder b, Unieverdrag 

Dit onderwerp is eerder aan de orde geweest tijdens de bijeenkomst van de Raad van 2 en 3 oktober jl. De onderhandelingen over dit kaderbesluit zijn nog gaande in het Comité van artikel 36. Welke punten aan de Raad zullen worden voorgelegd is onder andere afhankelijk van de uitkomsten van deze bijeenkomst, die deze week plaatsvindt. Mogelijk zullen aan de Raad de volgende onderwerpen worden voorgelegd: de uitgangspunten voor regeling voor het zenden en tenuitvoerleggen van een confiscatiebeslissing in twee of meer of Lidstaten tegelijkertijd, de formulering van enkele weigeringsgronden, een regeling betreffende rechtsmiddelen en een alternatief voor het voorstel van Duitsland voor het opnemen van een weigeringsgrond die betrekking heeft op strijdigheid met fundamentele rechten en rechtsbeginselen. Zodra er een document beschikbaar is, zal de Kamer hierover met de aanvulling op deze geannoteerde agenda, nader worden geïnformeerd.

10. Voorstel voor een kaderbesluit van de Raad tot versterking van het strafrechtelijk kader voor de bestrijding van verontreiniging vanaf schepen

document: niet beschikbaar  
status document: - 
verbindendheid: verbindend 
aard van het besluit: kaderbesluit in de zin van artikel 34, tweede lid onder b, Unieverdrag 

Dit onderwerp wordt hoogstwaarschijnlijk van de agenda afgevoerd. De besprekingen hierover zijn nog gaande. Mocht dit punt uiteindelijk wel op de agenda worden opgenomen, dan zal de Kamer hierover nog nader worden geïnformeerd bij de aanvullingen op de geannoteerde agenda voor deze bijeenkomst van de Raad.

11. Voorstel voor een Verordening van de Raad tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen

document: 14172/03 JUSTCIV 225 CODEC 1505(EN)
status document: niet openbaar 
verbindendheid: n.v.t.1 
aard van het besluit: verordening in de zin van artikel 65 EG-verdrag 

1 Het instemmingsrecht is hier niet van toepassing op basis van artikel 4, eerste lid, van de goedkeuringswet van het Verdrag van Nice.

Deze op artikel 65 EG -verdrag berustende verordening beoogt in de EU een eenvormig systeem van de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen bij niet-betwiste vorderingen in burgerlijke en handelszaken in te voeren. In dat systeem is het niet meer nodig om in de staat van de tenuitvoerlegging een exequatur-procedure te starten om aldus een executoriale titel te verkrijgen. Deze verordening regelt dat de schuldeiser in het land van de bodemprocedure bij de rechter die de beslissing in de hoofdzaak nam om een Europese executoriale titel (EET) kan vragen die deze partij dan in elk andere staat van de EU zonder verdere rechterlijke tussenkomst ten uitvoer kan leggen. Deze verordening wil – althans voor onbetwiste vorderingen – een alternatief bieden naast de executieprocedure als geregeld in de Brussel-I verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

Aan de Raad zal worden gevraagd om een politiek accoord over deze tekst van de verordening, waarna de Raadswerkgroep de recitals en de annexen zal finaliseren.

In de raadswerkgroep is op enkele discussiepunten geen unanimiteit bereikt. Hoewel – met betrekking tot de positie van consumenten, schuldeisers – veel lidstaten waaronder Nederland accoord zijn gegaan met het compromis van het voorzitterschap, vinden enkele lidstaten die bescherming tot nog toe te ruim. Het voorzitterschap zal bovendien nog definitieve voorstellen doen met betrekking tot de geldigheid van een afgegeven EET, indien vervolgens tegen de bodembeslissing beroep wordt aangetekend, en ook met betrekking tot een mogelijke rectificatie van een EET die niet volledig aansluit op de beslissing in de bodemprocedure dan wel kennelijk ten onrechte is afgegeven.

12. Resultaat van het Seminar «Ontwerp van een Europees politiemodel voor de nabuurlanden»

document: niet beschikbaar  
status document: - 
verbindendheid: n.v.t.  
aard van het besluit: n.v.t. (aanhoren verslag van de voorzitter) 

Het Voorzitterschap zal mogelijk verslag doen over de resultaten van het seminar: «Ontwerp voor een Europees politiemodel voor de nabuurlanden». Over dit seminar is nog niets bekend. Indien meer informatie over dit seminar beschikbaar is, zal de Kamer hierover bij de aanvulling op de geannoteerde agenda voor deze bijeenkomst van de Raad, nader worden geïnformeerd.

13. Diversen

Onder dit agendapunt zijn vooralsnog geen onderwerpen aangemeld.

I Gemengd Comité

1. Oprichting van het Agentschap voor het beheer van de buitengrenzen

document: COM (2003) 687(EN)
status document: openbaar  
verbindendheid: verbindend 
aard van het besluit: n.v.t. (presentatie van de Commissie 

De Europese Commissie heeft een voorstel gepresenteerd voor een verordening voor de oprichting van een Europees Agentschap ter ondersteuning van de operationele samenwerking bij het beheer van de buitengrenzen. Dit voorstel is in lijn met de conclusies van de Europese Raad van Brussel van 16 en 17 oktober waarin de Raad heeft aangegeven dat zij voor het eind van het jaar een politiek akkoord op de hoofdelementen wil bereiken over het voorliggend voorstel. Hierbij zullen de ervaringen die zijn opgedaan met de Gemeenschappelijke eenheid voor buitengrensdeskundigen moeten dienen als uitgangspunt voor dit voorstel.

Nederland verwelkomt het voorstel van de Commissie voor de oprichting van een Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen. Nederland meent dat Lidstaten primair zelf verantwoordelijk zijn voor de financiering van het beheer van hun grenzen. Nederland is van mening dat met de oprichting van een agentschap een duidelijke Europese meerwaarde moet worden gecreëerd voor de operationele samenwerking op het terrein van de buitengrensbewaking. Deze toegevoegde waarde moet resulteren in de verhoging van de kwaliteit van de buitengrensbewaking en een efficiëntere inzet van middelen. In dit licht hecht Nederland er belang aan dat het beoogde agentschap voortborduurt op de ervaringen van de bestaande Gemeenschappelijk eenheid van buitengrensdeskundigen. Daarbij moet de samenhang tussen het agentschap en (de nadere ontwikkeling van de structuur van) de operationele samenwerking door de opzet van centra voor de land-, luchten zeegrenzen zorgvuldig in relatie met elkaar worden bezien, waarbij efficiency van groot belang is. Ten slotte dient het Commissievoorstel te voorzien in een deugdelijke financiële onderbouwing. Gezien de korte termijn waarop dit voorstel is verschenen zal in de aanvullende geannoteerde agenda een meer inhoudelijke standpuntbepaling van de Nederlandse regering volgen.

2. Werkprogramma voor de bestrijding van illegale immigratie via de zeegrenzen van de Europese Unie

document: 13791/03 FRONT 146 COMIX 631(NL)
status document: niet openbaar 
verbindendheid: niet verbindend 
aard van het besluit: n.v.t. (goedkeuring werkprogramma) 

De Europese Raad van Laken van 14 en 15 december 2001 heeft de basis gelegd voor de totstandkoming in februari 2002 van het actieplan ter bestrijding van illegale immigratie en mensenhandel in de Europese Unie. In het actieplan wordt het beheer van de buitengrenzen genoemd als gemeenschappelijke activiteit van de Europese Unie en voornaamste middel om illegale immigratie en mensenhandel te voorkomen. Er wordt een speciale paragraaf gewijd aan de zeegrenzen, waarin wordt opgemerkt dat de controlesystemen verbeterd moeten worden door operationele en wetgevende maatregelen. De Commissie werd verzocht een haalbaarheidstudie te verrichten naar de verbetering van de zeegrensbewaking.

In het kader van de bestrijding van illegale immigratie heeft het Voorzitterschap een programma opgesteld voor de bestrijding van de illegale immigratie via de zeegrenzen. Dit programma heeft ten doel het optreden ter bestrijding van de illegale immigratie via de zeegrenzen van de Europese Unie te verbeteren. Voor het welslagen van de beoogde maatregelen wordt versterking van de internationale betrekkingen met de derde landen van oorsprong of doorreis als het voornaamste instrument gezien. In het programma worden voorstellen gedaan om de zeegrenzen van de lidstaten te versterken door gemeenschappelijke operaties uit te voeren en bijzondere maatregelen te nemen in de landen van oorsprong of doorreis.

Het is de bedoeling door middel van de voorgestelde maatregelen snel tot een gecoördineerd en doeltreffend beheer van de zeegrenzen te komen. In het programma worden enige voorstellen gedaan voor de verscherping van de zogenaamde controles «van haven tot haven», tussen de Lidstaten en in de verbindingen met derde staten. Er worden oplossingen voorgesteld voor operaties in de territoriale wateren en op volle zee. De sluiting van terug- en overname overeenkomsten met de landen van oorsprong en van doorreis van illegale immigranten wordt gestimuleerd. Er wordt voorzien in een uniform beheer van de activiteiten van de coördinatiecentra op zee. Tenslotte wordt bijzondere aandacht besteed aan het bepalen van de communautaire financieringsbronnen. De uitkomsten van de studie naar mogelijke verbeteringen van de controle aan de zeegrenzen, zoals die in opdracht van de Commissie is uitgevoerd door CIVIPOL, zijn in het plan verwerkt.

Nederland steunt het initiatief van het Voorzitterschap om de bestrijding van illegale immigratie over zee aan te pakken. Hierbij is het voor Nederland van belang dat de beoogde maatregelen zien op alle zeegrenzen van de Lidstaten van de Unie. Voor wat betreft de nadere uitwerking van de maatregelen dienen deze van deugdelijke financiële onderbouwing te zijn voorzien.

3. Voorstel voor een Richtlijn van de Raad betreffende bijstand bij doorgeleiding over het land in het kader van verwijderingsmaatregelen van de Lidstaten ten aanzien van onderdanen van derde landen

document: 12026/03 MIGR 76 COMIX 503(NL)
status document: openbaar 
verbindendheid: verbindend 
aard van het besluit: richtlijn in de zin van artikel 249 EG-verdrag 

Het voorstel behelst de totstandkoming van maatregelen en procedures ter ondersteuning van begeleide verwijderingen over land door de bevoegde autoriteiten van de transitstaat in de Europese Unie. Uitgangspunt hierbij is dat, voordat wordt overgegaan tot verwijderingen over land, wordt nagegaan of gebruik gemaakt kan worden van rechtstreekse verwijderingen via de lucht of zee. Verder wordt geregeld in welke gevallen om doorgeleiding kan worden verzocht en op welke gronden een verzoek kan worden geweigerd. Het voorstel bevat voorts bepalingen met betrekking tot de ondersteuning van de doorgeleiding door de aangezochte staat, een bepaling over de bevoegdheden van de begeleiders, regelingen voor het geval de betreffende (transit)verwijdering in het geheel geen doorgang kan vinden, alsmede procedurele voorschriften en een regeling voor de verrekening van kosten.

In het kader van een effectieve bestrijding van de illegale immigratie is het voor Nederland van belang dat er, ook ten aanzien van de terugkeer van personen die zich illegaal op het grondgebied van de Europese Gemeenschap bevinden, wordt samengewerkt tussen de uitvoerende diensten en dat wet- en regelgeving wordt ontwikkeld. Dit voorstel, waarmee wordt beoogd de praktische samenwerking en de ondersteuning bij doorgeleiding over land in het kader van verwijderingen te verbeteren, draagt daaraan bij.

4. Gemeenschappelijk Handboek voor de immigratie-verbindingsfunctionarissen

document: 13346/03 CIREFI 47 COMIX 601(NL)
status document: niet openbaar  
verbindendheid: niet verbindend 
aard van het besluit: kennisneming opzet handboek 

Tijdens de bijeenkomst van de Raad van 6 november jl. is de verordening aangenomen waarmee een netwerk van immigratie verbindingsfunctionarissen (ILO's) is opgezet. Dit was een van de doelstellingen van het plan van aanpak voor het beheer van de buitengrenzen, zoals dat door de Raad van Sevilla is goedgekeurd. In vervolg hierop wordt op dit moment gewerkt aan een gemeenschappelijk handboek voor ILO's. Doel van dit handboek is om de werkwijze van de ILO's te faciliteren door opgedane ervaringen in de vorm van «best practices» vast te leggen in een handboek. De lidstaten zijn van mening dat in het handboek de ervaringen van het Belgische ILO project op de Balkan moeten worden verwerkt. Dit project zal naar verwachting tegen het eind van dit jaar worden afgerond.

Nederland steunt het idee van het opzetten van genoemd gemeenschappelijk handboek.

5. Voorstel voor een besluit van de Raad tot wijziging van Deel II van en de toevoeging van een nieuwe bijlage aan het Gemeenschappelijk Handboek Grenzen

document: 13124/03 FRONT 133 COMIX 588(NL)
status document: niet openbaar 
verbindendheid: verbindend 
aard van het besluit: besluit van de Raad 

Sinds enige tijd richten bestuurs- en onderzoeksinstanties uit de Lidstaten van de Europese Unie hun aandacht en operationele inspanningen op het tegengaan en bestrijden van de smokkel van minderjarigen. Volgens de huidige juridische regeling voor de grens- en inreiscontroles worden minderjarigen bij grensoverschrijding op dezelfde wijze gecontroleerd als volwassenen, ook wanneer zij vergezeld zijn van personen die het ouderlijk gezag over hen uitoefenen (punt 6.8 van het Gemeenschappelijk Handboek).

De huidige wet- en regelgeving vraagt al de bijzondere aandacht van de grensbewakingautoriteiten indien zich een niet begeleide minderjarige aan de grens aandient. Omdat de ervaring inmiddels leert dat ook begeleide minderjarigen in sommige gevallen tegen hun wil worden meegenomen bestaat er behoefte om hier bij de grenscontrole extra aandacht aan te besteden.

Voorgesteld wordt dat de met de buitengrenscontrole belaste autoriteiten in bepaalde uitzonderlijke verdachte omstandigheden, wanneer leerplichtige minderjarigen door volwassenen worden vergezeld, gebruikmaken van een standaardprocedure, in het kader waarvan op het moment van in- of uitreis bij de buitengrenzen een interview wordt afgenomen aan de hand van specifieke uniforme standaardvragenlijsten.

Het gaat erom door middel van interviews eventuele tegenstrijdigheden tussen de verklaringen van de minderjarige en die van zijn begeleider op te sporen, zodat aan de grens speciaal op de minderjarige gerichte maatregelen kunnen worden toegepast, of dat hij specifieke rechten kan genieten. De procedure, die het voorwerp van deze aanbeveling is, moet worden beschouwd als complementaire maatregel, als aanvulling op de grenscontroleactiviteit, en niet als alternatief daarvoor. In het licht van het bovenstaande blijft de controle van minderjarigen aan de grens gelijk aan die van volwassenen: het hierboven geschetste interview helpt de betrokken ambtenaren bij de uitvoering van controles die met bijzondere aandacht dienen plaats te vinden, ook in het geval van minderjarigen die begeleid worden.

Om het voorgaande te realiseren moet het handboek grenzen worden aangepast.

Nederland is van mening dat het voorstel een toegevoegde waarde heeft in de opsporing van smokkel van kinderen. Het is van belang dat de maatregel complementair is aan de reeds bestaande praktijk en niet verplicht wordt voorgeschreven, zodat zo flexibel mogelijk kan worden opgetreden door de grensbewakingsautoriteiten.

6a) Voorstel voor een Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1683/95 betreffende de invoering van een uniform visummodel

b) Voorstel voor een Verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1030/2002 van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de invoering van een uniform model voor verblijfstitels voor onderdanen van derde landen

document: 13781/2/03 VISA 176 REV 2 COMIX 630(NL)
status document: niet openbaar 
verbindendheid: verbindend 
aard van het besluit: n.v.t. 

De beveiliging van EU-visumstickers en verblijfsdocumenten van de lidstaten van de EU dient te worden verbeterd. De huidige regelingen voor deze documenten voorzien niet in het kunnen opnemen van biometrische kenmerken. De lidstaten, waaronder nadrukkelijk ook Nederland, hebben aangegeven dergelijke kenmerken wel zo spoedig mogelijk te willen invoeren, zodat een duidelijker verband kan worden gelegd tussen de houder, het paspoort en het visum. Tijdens de informele Raad op 28 en 29 maart 2003 werd de Commissie opgeroepen om met voorstellen te komen die de invoering van biometrische kenmerken mogelijk maakt. Deze oproep werd herhaald tijdens de Europese raad van Thessaloniki op 19 en 20 juni 2003. De onderhavige voorstellen vormen hiervan het resultaat en leggen ook een verband met de op te richten informatiesystemen VIS en SIS II.

De Commissie stelt voor gezichtsherkenning en twee vingerafdrukken als biometrische gegevens door middel van een contactloze chip op te nemen in visa en verblijfstitels en heeft hierbij aansluiting gezocht bij de adviezen van de ICAO. De voorstellen beogen verplichte invoering van de integratie van de digitale foto te vervroegen van 2007 naar 2005 en tegelijk de lidstaten te verzoeken op geharmoniseerde wijze biometrische identificatiegegevens in visa en verblijfstitels te integreren en aldus de interoperabiliteit te waarborgen. Integratie van de foto in het visumsticker wordt vervroegd van 2007 naar 3 juni 2005; die van de foto in het verblijfsdocument uiterlijk op 14 augustus 2005. De opslag in de sticker en het document van de gezichtsopname als biometrisch gegeven vindt plaats uiterlijk twee jaar en de opslag van de twee vingerafdrukken uiterlijk drie jaar na de vaststelling van de technische maatregelen.

Nederland is voorstander van een spoedige toepassing van biometrie in visa en verblijfstitels. De invoering van biometrie vormt een belangrijk wapen in de strijd tegen illegale immigratie waarbij het ook een rol kan spelen bij de bestrijding van het terrorisme.

7. Voorstel voor een kaderbesluit betreffende de toepassing van het beginsel «Ne bis in idem»

document: niet beschikbaar  
status document: - 
verbindendheid: verbindend 
aard van het besluit: kaderbesluit in de zin van artikel 34, tweede lid onder b, Unieverdrag 

Het ontwerp-kaderbesluit staat wederom geagendeerd voor de Raad. Het is echter nog niet duidelijk wat er aan de Raad zal worden voorgelegd. Het voorstel is teruggestuurd naar de Raadswerkgroep voor nadere bespreking. Zodra er meer duidelijkheid is zal de Kamer nader worden geïnformeerd bij de aanvullingen op de geannoteerde agenda voor deze bijeenkomst van de Raad.

8. Diversen

Er zijn onder dit agendapunt vooralsnog geen onderwerpen aangemeld.


XNoot
1

De beschikbare documenten met als status «ópenbaar» zijn ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer. De documenten met als status «niet openbaar» zijn ter inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
1

http://register.consilium.eu.int/utfregister/ frames/introfs NL.htm

XNoot
2

Zie voor het verslag van deze bijeenkomst van de Raad, 23 490 nr 259.

XNoot
1

Zie voor het verslag van deze bijeenkomst van de Raad, 23 490 nr. 299.

XNoot
1

Zie voor de geannoteerde agenda, de aanvullende geannoteerde agenda en het verslag van deze bijeenkomst van de Raad, 23 490 nrs. 248, 250 en 251.

Naar boven