23 432 De situatie in het Midden-Oosten

C VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 13 september 2024

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking1 hebben kennisgenomen van de brieven2 van de Ministers van Buitenlandse Zaken, van Defensie en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 28 maart 2024 aangaande de humanitaire hulp aan Gaza via airdrops en van 29 maart 2024 aangaande de aanvullende humanitaire hulp aan Gaza via airdrops.

Naar aanleiding hiervan is op 17 juli 2024 een brief gestuurd aan de Minister van Buitenlandse Zaken.

De Minister van Buitenlandse Zaken heeft mede namens de Minister van Defensie en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp op 12 september 2024 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Van Luijk

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Minister van Buitenlandse Zaken

Den Haag, 17 juli 2024

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) hebben kennisgenomen van de brieven3 van de Ministers van Buitenlandse Zaken, van Defensie en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 28 maart 2024 aangaande de humanitaire hulp aan Gaza via airdrops en van 29 maart 2024 aangaande de aanvullende humanitaire hulp aan Gaza via airdrops. De leden van de fracties van de BBB en de SP hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie vragen u of het, gelet op de onveilige en onbeheersbare toestand in Gaza, ook ter plaatse van de airdrops, opportuun is om de Nederlandse bijdrage aan de airdrops met humanitaire hulp voort te zetten. Welke zekerheid is er omtrent de vraag of de gedropte goederen in goede handen vallen en op behoorlijke wijze onder de bevolking worden verdeeld?

Hoe groot is het risico voor de bemanningen van de C-130 bij het verrichten van de airdrops, gelet op de vele raketten die door Hamas vrijwel dagelijks op Israël worden afgevuurd en op de vele bewapende Hamas-terroristen op de grond in Gaza? Zijn de beschermingsmiddelen van de C-130 inderdaad afdoende tegen raketinslag en/of vuur vanaf de grond?

Ten slotte vragen de leden van de BBB-fractie u waarom de Nederlandse regering alleen Israël oproept tot het wegnemen van obstakels voor het op grote schaal leveren van humanitaire hulp, en niet tevens Egypte en (via tussenpartijen) Hamas oproept tot het op behoorlijke wijze distribueren van humanitaire hulp?

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie blijven zich grote zorgen maken over de grote humanitaire noden in Gaza, waaronder zich een steeds verder verspreidende hongersnood, als gevolg van de aanhoudende Israëlische oorlog tegen Gaza, en specifiek vanwege het feit dat Israël – zoals ook de aanklager van het Internationale Strafhof heeft gesteld in zijn aanvraag voor arrestatiebevelen voor de Minister-President en de Minister van defensie van Israël – honger als wapen inzet (een oorlogsmisdaad). Vanzelfsprekend vinden deze leden dat er zo snel mogelijk een einde moet komen aan dit grootschalige leed middels een onmiddellijk en permanent staakt-het-vuren, waarna grootschalige hulp eindelijk op gang kan komen. Echter, zo lang de oorlog aanhoudt is het zaak onder deze moeilijke omstandigheden in internationaal verband zo veel mogelijk van de grote humanitaire nood van de Palestijnse bevolking van Gaza te lenigen. De leden van de SP-fractie vragen u of u dat met hen eens bent.

In dit verband is het voor de leden van de SP-fractie ook belangrijk dat er uitvoering gegeven blijft worden aan de motie-Dobbe4 welke verzoekt hulpgoederen via luchtdroppingen of schepen aan de bevolking van Gaza te leveren zolang dat over land niet kan. Uit verschillende nieuwsberichten kunnen deze leden vernemen dat er nog steeds veel problemen zijn met het leveren van goederen over land en zelfs over zee, dit terwijl de humanitaire situatie in Gaza met de dag verslechtert. Des te belangrijker is het dus dat er luchtdroppingen geleverd worden wanneer mogelijk en zo lang meer reguliere vormen van de levering van hulp, met name over weg (welke de voorkeur heeft), niet of in onvoldoende mate mogelijk is gezien de aanhoudende blokkades van Israël, en de aanhoudende infrastructurele en veiligheidsproblemen in Gaza. De leden van de SP-fractie vragen u of u dat met hen eens bent en of de regering in die zin uitvoering zal blijven geven aan de voornoemde motie Dobbe. Concreet vragen deze leden u of er nog nieuwe airdrops gepland zijn en zo ja, op welke termijn deze naar verwachting plaatsvinden, en of hier al voorbereidingen voor worden getroffen, en zo nee, waarom niet.

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze uiterlijk vrijdag 6 september 2024.

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, K. Petersen

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 september 2024

Hierbij bied ik, mede namens de Minister van Defensie en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, naar aanleiding van de brieven aangaande de humanitaire hulp aan Gaza via airdrops (Kamerstukken I, 2023–2024, 23 432, A en B). Deze vragen werden ingezonden op 17 juli 2024 met kenmerk 174987.02U.

De Minister van Buitenlandse Zaken, C.C.J. Veldkamp

Antwoorden van de Minister van Buitenlandse Zaken op vragen gesteld door leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, naar aanleiding van de brieven aangaande de humanitaire hulp aan Gaza via airdrops

Vraag 1 (BBB)

De leden van de BBB-fractie vragen u of het, gelet op de onveilige en onbeheersbare toestand in Gaza, ook ter plaatse van de airdrops, opportuun is om de Nederlandse bijdrage aan de airdrops met humanitaire hulp voort te zetten. Welke zekerheid is er omtrent de vraag of de gedropte goederen in goede handen vallen en op behoorlijke wijze onder de bevolking worden verdeeld?

Antwoord

Het is belangrijk dat er voldoende humanitaire hulp de Gaza-strook in komt. Dit staat voorop gezien de erbarmelijke humanitaire situatie. Hoewel Nederlandse operationele deelname aan airdrops momenteel is gepauzeerd, blijft Nederland aangesloten bij de multinationale airdrops-coalitie. Bij de afweging om nieuwe airdrops uit te voeren spelen meerdere factoren een rol. Behalve de situatie op de grond en de beschikbaarheid van benodigde capaciteiten en middelen wordt de inzet op andere hulpsporen in samenhang meegewogen. Hulp over land blijft verreweg de meest effectieve en efficiënte wijze om hulp te leveren aan de bevolking van Gaza op de schaal die onmiddellijk nodig is. Verruiming van landtoegang vormt daarom de primaire Nederlandse inzet.

Nederland had bij de airdrops die dit voorjaar zijn uitgevoerd zicht op de mate waarin de goederen terecht kwamen in de daarvoor aangewezen drop zone. Door deze zones te spreiden is geprobeerd om zoveel mogelijk mensen te bedienen. Vanwege de maatschappelijke ontwrichting in Gaza is het voor Nederland niet mogelijk te monitoren wie de goederen vervolgens in bezit krijgt of distribueert.

Vraag 2 (BBB)

Hoe groot is het risico voor de bemanningen van de C-130 bij het verrichten van de airdrops, gelet op de vele raketten die door Hamas vrijwel dagelijks op Israël worden afgevuurd en op de vele bewapende Hamas-terroristen op de grond in Gaza? Zijn de beschermingsmiddelen van de C-130 inderdaad afdoende tegen raketinslag en/of vuur vanaf de grond?

Antwoord

Zoals beschreven in de Kamerbrieven van 6 maart, 29 maart en 16 mei jl. zijn operationele risico’s verbonden aan het uitvoeren van airdrops. Om deze risico’s zo veel mogelijk te beperken had Nederland tijdens en voorafgaand aan de airdrop operaties een liaisonofficier in het gebied, stemde de operaties af met Jordanië en Israël, en werden deze in samenwerking met de multinationale airdrop-coalitie uitgevoerd. Daarnaast is de C-130 uitgerust met afdoende beschermingsmiddelen, ook tegen eventuele beschietingen vanaf de grond.

Vraag 3 (BBB)

Ten slotte vragen de leden van de BBB-fractie u waarom de Nederlandse regering alleen Israël oproept tot het wegnemen van obstakels voor het op grote schaal leveren van humanitaire hulp, en niet tevens Egypte en (via tussenpartijen) Hamas oproept tot het op behoorlijke wijze distribueren van humanitaire hulp?

Antwoord

Nederland is bezorgd over de aanhoudend schrijnende humanitaire situatie in Gaza. Ingevolge het humanitair oorlogsrecht en in lijn met de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof heeft Israël de plicht om humanitaire hulpverlening voor de noodlijdende burgerbevolking van Gaza toe te staan en te faciliteren. Nederland blijft dit benadrukken richting Israël.

Ook Hamas is verplicht om zich te houden aan het humanitair oorlogsrecht. Nederland heeft geen contact met Hamas. Het kabinet staat wel in continue dialoog met landen die contacten met Hamas onderhouden. Via hen brengt het kabinet boodschappen over, onder meer over het belang van vrijlating van de gijzelaars, de noodzaak van een onmiddellijk staakt-het-vuren, en het belang van veilige, ongehinderde humanitaire hulpvoorziening. Daarnaast spreekt het kabinet wel degelijk ook met Egypte over het verbeteren van humanitaire toegang.

Verder blijft Nederland zich inspannen voor het distribueren van humanitaire hulp via andere kanalen en wordt er nauw samengewerkt met humanitaire partners, zoals de VN, waaronder de Senior Coördinator voor Humanitaire Hulp en Wederopbouw, Sigrid Kaag, alsook de Dutch Relief Alliance en de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging.

Vraag 4 (SP)

De leden van de SP-fractie blijven zich grote zorgen maken over de grote humanitaire noden in Gaza, waaronder zich een steeds verder verspreidende hongersnood, als gevolg van de aanhoudende Israëlische oorlog tegen Gaza, en specifiek vanwege het feit dat Israël – zoals ook de aanklager van het Internationale Strafhof heeft gesteld in zijn aanvraag voor arrestatiebevelen voor de Minister-President en de Minister van defensie van Israël – honger als wapen inzet (een oorlogsmisdaad). Vanzelfsprekend vinden deze leden dat er zo snel mogelijk een einde moet komen aan dit grootschalige leed middels een onmiddellijk en permanent staakt-het-vuren, waarna grootschalige hulp eindelijk op gang kan komen. Echter, zo lang de oorlog aanhoudt is het zaak onder deze moeilijke omstandigheden in internationaal verband zo veel mogelijk van de grote humanitaire nood van de Palestijnse bevolking van Gaza te lenigen. De leden van de SP-fractie vragen u of u dat met hen eens bent.

Antwoord

Het gebruik van honger als oorlogswapen is een ernstige schending van het humanitair oorlogsrecht en een oorlogsmisdrijf. De Aanklager van het Internationaal Strafhof heeft aangegeven dat het onderzoek van het Strafhof zich mede richt op de vraag of dit misdrijf is of wordt gepleegd. Dat is dus nog niet vastgesteld door de Aanklager van het Internationaal Strafhof. Het kabinet is het er mee eens dat, zo lang dit nodig is, hulpbehoevenden in Gaza voldoende humanitaire hulp moeten ontvangen. Het kabinet benadrukt richting Israël dat het de plicht heeft om humanitaire hulpverlening voor de noodlijdende burgerbevolking van Gaza te faciliteren en om hongersnood te voorkomen.

Vraag 5 (SP)

In dit verband is het voor de leden van de SP-fractie ook belangrijk dat er uitvoering gegeven blijft worden aan de motie-Dobbe welke verzoekt hulpgoederen via luchtdroppingen of schepen aan de bevolking van Gaza te leveren zolang dat over land niet kan. Uit verschillende nieuwsberichten kunnen deze leden vernemen dat er nog steeds veel problemen zijn met het leveren van goederen over land en zelfs over zee, dit terwijl de humanitaire situatie in Gaza met de dag verslechtert. Des te belangrijker is het dus dat er luchtdroppingen geleverd worden wanneer mogelijk en zo lang meer reguliere vormen van de levering van hulp, met name over weg (welke de voorkeur heeft), niet of in onvoldoende mate mogelijk is gezien de aanhoudende blokkades van Israël, en de aanhoudende infrastructurele en veiligheidsproblemen in Gaza. De leden van de SP-fractie vragen u of u dat met hen eens bent en of de regering in die zin uitvoering zal blijven geven aan de voornoemde motie Dobbe. Concreet vragen deze leden u of er nog nieuwe airdrops gepland zijn en zo ja, op welke termijn deze naar verwachting plaatsvinden, en of hier al voorbereidingen voor worden getroffen, en zo nee, waarom niet.

Antwoord

Verreweg de meest effectieve weg om hulp Gaza in te krijgen is het verruimen en versnellen van toegang over land. Via de lucht kunnen slechts kleine volumes worden geleverd en airdrops zijn bijzonder kostbaar. Druk op landtoegang is en blijft daarom prioritair.

Dit voorjaar was de toegang tot Gaza dermate ondermaats dat airdrops enige verlichting konden bieden. In multinationale coalitie heeft Nederland toen in totaal tien airdrops uitgevoerd om humanitaire hulp te leveren aan de noodlijdende bevolking van Gaza. Daarmee gaf het kabinet ook uitvoering aan Tweede Kamermoties Dobbe c.s. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2801), Ergin c.s. (Kamerstuk 36 410 X, nr. 64), Boswijk c.s. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2852) en Paternotte en Klaver (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2048).

Vergeleken met dit voorjaar ligt de belangrijkste uitdaging bij de verspreiding binnen Gaza. Door aanhoudende gevechten, overvallen en falende deconflictie kan hulp nauwelijks worden gedistribueerd. In deze context liggen airdrops minder voor de hand: gecoördineerde distributie van gedropte goederen is onmogelijk te garanderen. Partners in de coalitie – zoals Duitsland, Frankrijk en het VK – hebben hun airdrops om deze redenen net als Nederland gepauzeerd. Nederland richt zich nu in de eerste plaats op de veilige toegang en distributie, door dit op alle niveaus en langs diverse kanalen met klem te benadrukken. Ook heeft Nederland 68 miljoen euro (inclusief een reservering van 3 miljoen euro die nog niet is overgemaakt) vrijgemaakt aan additionele middelen voor hulporganisaties in Gaza.

Hoewel Nederlandse operationele deelname aan airdrops momenteel is gepauzeerd, blijft Nederland aangesloten bij de multinationale airdrops-coalitie. Nederland volgt de humanitaire ontwikkelingen in Gaza op de voet en onderhoudt intensief contact met partnerlanden, humanitaire organisaties en het team van VN Sr. Coördinator voor Humanitaire Hulp en Wederopbouw Gaza Sigrid Kaag over de effectiviteit van verschillende hulpsporen. Bij de beoordeling van eventuele airdrops wordt ook het beslag op schaarse capaciteit en middelen meegewogen. Ook wordt een eventuele bijdrage in deze vorm bezien in samenhang met de hulpverlening via andere aanvullende sporen en de diplomatiek-humanitaire inzet.


X Noot
1

Samenstelling:

Oplaat (BBB), Croll (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Goossen (BBB), Van Gasteren (BBB), Karimi (GroenLinks-PvdA), Roovers (GroenLinks-PvdA), Crone (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Petersen (VVD) (voorzitter), Vogels (VVD), Van Ballekom (VVD), Van Toorenburg (CDA), Prins (CDA), Belhirch (D66), Moonen (D66), Van Strien (PVV), Koffeman (PvdD), Van Bijsterveld (JA21), Van Apeldoorn (SP), Huizinga-Heringa (CU) (1e ondervoorzitter), Dessing (FVD) (2e ondervoorzitter), De Vries (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
2

Kamerstukken I, 2023–2024, 23 432, A en B.

X Noot
3

Kamerstukken I, 2023–2024, 23 432, A en B.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501-02, nr. 2801.

Naar boven