23 432 De situatie in het Midden-Oosten

F/ Nr. 772 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 21 juli 2026. De wens dat het besluit bij de wet wordt bekrachtigd kan door of namens een van beide Kamers of door ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 30 september 2026.

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 juli 2026

Hierbij bied ik u aan het Besluit van 13 juli 2026, houdende tijdelijke economische beperkingen voor goederen uit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden (Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden), dat op 22 september 2026 in werking treedt. Voor de inhoud van het besluit verwijs ik u naar de nota van toelichting.

De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven procedure van artikel 6, tweede lid, van de Sanctiewet 1977 en biedt uw Kamer de mogelijkheid binnen één maand na de datum van uitgifte van het Staatsblad met ten minste een vijfde deel van uw Kamer de wens te kennen te geven dat het besluit wordt bekrachtigd bij wet.

Het besluit is op 21 juli 2026 gepubliceerd in Staatsblad 2026, nr. 222.

Op grond van aanwijzing 2.38 van de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt in verband met het zomerreces van uw Kamer de termijn voor een mogelijke kennisgeving van een wens tot bekrachtiging van het besluit bij wet, verlengd tot en met 30 september 2026.

Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen

Naar boven